donderdag, 30 oktober 2008 – door Annelies Hendrikx

RECHTBANK Advocaten: geen doodslag

Stephan P., hoofdverdachte in de zaak van de Geleense caféruzie die Fer Loontjens (47) het leven kostte, is dermate geschrokken van de negatieve manier waarop zijn plaatsgenoten over hem denken, dat hij Geleen wil verlaten.

“Hij had gen idee dat mensen zo slecht over hem denken”, zei zijn raadsman Peer Szymkowiak gisteren aan het slot van zijn pleidooi voor de Maastrichtse Rechtbank. “Het is zijn loyaliteit aan vrienden en familie- die heel belangrijk is geweest in zijn opvoeding en in zijn karakter verankerd ligt- die hem ertoe heeft gebracht naar voren te lopen in dat café en zich te bemoeien met een ruzie die al gaande was.

Hij wil verhuizen en zal zijn loyaliteit voortaan richten op zijn vrouw en twee dochtertjes.” Zijn beruchte reputatie dankt de 32 jarige P. onder meer aan een veroordeling wegens doodslag in 1997, toen hij acht jaar kreeg voor het doodschieten van de Geleense kastelein Tonie Kentjens. Ook maken vele getuigen in het strafdossier met nauwelijks verholen angst gewag van de ‘groep rond Stephan P.’, die zich nogal intimiderend zou gedragen in het Geleense uitgaansleven: “Als die groep er is, broeit er altijd wat.”

Een deel van die groep wordt nu verantwoordelijk gehouden voor de dood van Fer Loontjens, die op carnavalszondag in het Geleense café ’t Vlaegelke dusdanig werd mishandeld dat hij dertien dagen later overleed. Tegen zes verdachten eisten het openbaar ministerie eergisteren celstraffen van twee tot tien jaar; voor een zevende werd vrijspraak gevraagd.

Stephan P. hoorde tien jaar eisen wegens het medeplegen van doodslag, maar volgens zijn advocaat Szymkowiak is daar geen bewijs voor. Aan de hand van getuigenverklaringen probeerde hij de rechtbank ervan te overtuigen dat het dodelijk letsel al moet zijn toegebracht voordat P. zich met de ruzie ging bemoeien. De patholoog-anatoom heeft verklaard dat dat letsel hoogstwaarschijnlijk niet is ontstaan toen het slachtoffer al op de grond lag, terwijl P. pas op dat moment bij de vechtpartij betrokken raakte, aldus Szymkowiak: “Hij kwam er als laatste bij en ging als eerst weg.” Hij vroeg de rechtbank zijn cliënt vrij te spreken van het medeplegen van doodslag en zijn straf drastisch lager te laten uitvallen dan de geëiste tien jaar.

Dat vroeg advocaat Theo Hiddema ook voor zijn cliënt, Gennaro S. (32), tegen wie eveneens tien jaar is geëist omdat hij volgens het OM de initiatiefnemer van de hele vechtpartij zou zijn geweest. “Hoezo initiatiefnemer? Het overkwam hem. Mijn cliënt stond gewoon op zijn plek in het café toen Fer terug naar binnen kwam en hem aanvloog, zoals getuigen hebben verklaard. Pas dan slaat hij Loontjens van zich af, waarop anderen het overnemen. Fer krijgt keiharde meppen tegen zijn hoofd, maar niet van mijn cliënt. Zo’n mep kan heel goed de fatale zwiep van het hoofd veroorzaakt hebben.”

De advocaten van de meeste andere verdachten stelden gisteren voor de rechtbank dat hun cliënten geen enkel aandeel hebben gehad in de fatale vechtpartij. Raadsvrouwe Francoise Landerloo van Anthony P. (26) en raadsman Serge Weening van Paul S. (22) – tegen deze verdachten is twee jaar geëist- vroegen de rechtbank hun cliënten volledig vrij te spreken, omdat geen enkele getuige hen heeft zien deelnemen aan de mishandeling. Advocaat Arthur Vonken van Barry H. (26), tegen wie acht jaar cel is geëist, voerde aan dat de enige twee getuigen die zijn cliënt wel hebben aangewezen als deelnemer, inconsistent en dus onbetrouwbaar hebben verklaard.

Ook hij vroeg vrijspraak. Raadsman Jules Heemskerk van Rick D. (22) – acht jaar geëist – vond dat zijn cliënt, die zijn aandeel in heeft bekend, evenmin verantwoordelijk kan worden gehouden voor de dood van Fer Loontjens en hooguit voor openlijke geweldpleging kan worden veroordeeld. Op 10 november reageert officier van justitie Anneke Rogier op de pleidooi.