Chat with us, powered by LiveChat

door Bas Kock

Freddy: Jarenlang misbruik achtervolgt Rijense moordverdachte

RIJEN/CHAAM – Met de vondst van het vermoedelijke moordwapen lijkt justitie een doorbraak te hebben bereikt in de Chaamse maïsmoord.

Een mes dat is gevonden in de slaapkamer van de ex van de hoofdverdachte, bevat DNA van Marita Schoenmakers, de Belgische vrouw die afgelopen zomer dood werd gevonden in een maïsveld in het buitengebied van Chaam.

Justitie denkt dat de 25 jarige Fredy T. uit Rijen haar met dit mes de keel heeft doorgesneden. De politie heeft zijn ex vorige week gearresteerd. Het gaat om de 32 jarige José van E. uit Rijen. Omdat beide verdachten in beperking zitten, wil het Openbaar Ministerie in Breda niet op de zaak reageren. Freddy T. blijkt als kind jarenlang seksueel te zijn misbruikt. Dit misbruik heeft vermoedelijk een rol gespeeld bij de ruzie die aan de moord op Schoenmaekers voorafging.

Freddy’s moeder is in 2000 veroordeeld omdat ze de man die haar zoon misbruikte met een mes in de rug had gestoken. Ook Freddy zelf, diens vader en zussen zijn veroordeeld voor hun bijdrage in de mishandeling van de pedofiel. Freddy, die al sinds september vastzit, houdt vol onschuldig te zijn aan de maïsmoord, zo laat zijn advocaat Serge Weening weten. Wel zegt hij het lichaam in het maïsveld te hebben gedumpt.

Freddy T. heeft een darmaandoening en is volgens zijn raadsman in de gevangenis al dertig kilo afgevallen. “Ze bleef maar doordrammen over dat seksueel misbruik. Ik wilde dat ze ophield.” Met deze woorden onthult Freddy T. tegenover Belgische rechercheurs hoe de stomdronken Marita Schoenmaekers hem op die fatale zondagnacht in augustus aan het kwellen is. Het is tegen sluitingstijd en in het ruige motorcafé de Pitstop in het centrum van Turnhout zijn de laatste klanten inmiddels vertrokken. Alleen barman Freddy en vaste klant Marita zijn nog over.

Dat de 51 jarige alcoholiste haar zakken goed vol heeft, is niet verwonderlijk. Ze is al sinds vier uur die middag op kroegentocht. De voormalige prostituee is met haar hippiekleren en witte hondje een bekende verschijning in het centrum van haar woonplaats Turnhout. “Een heel lieve vrouw waar je goed mee kon praten, als ze nuchter was”, omschrijft een oude vriendin Marita. “Maar als ze dronken was, leek ze heel iemand anders. Dan bleef ze mensen maar uitdagen.”

Dat is precies dat wat ze ook die zondag doet, vertelt een Belgische kroegbezoeker die haar die nacht tegen het lijf loopt. “Ze sprak met dubbele tong en kraamde gemene taal uit.”

Barman Freddy is het doelwit van haar getreiter, een ervaring die niet nieuw voor hem is. Freddy is vijf jaar als het gezin T. vanuit Hilversum naar RIjen verhuist. Daar blijkt de stille, teruggetrokken en niet bijster intelligente jongen het ideale slachtoffer voor de plaaggeesten van het dorp, die hem voortdurend treiteren. Makkelijk slachtoffer is Freddy ook voor de Rijense zakenman Jos W., in wiens montagebedrijf de jongen op zaterdag schoonmaakwerk verricht. W. zal hem in zijn bedrijf vanaf zijn achtste tot zijn zestiende seksueel misbruiken.

Als Freddy het misbruik in 1999 uiteindelijk thuis opbiecht, gaan zijn vader, moeder en zijn twee zussen door het lint. Met z’n vijven stuiven ze naar Jos W., die niet alleen rare klappen krijgt, maar bovendien door moeder met een mes in zijn rug wordt gestoken. Alle gezinsleden zouden er later met werkstraffen vanaf komen. Maar waar Freddy niet komt, ook niet met therapie, trauma dat hij aan het misbruik overhoudt.

vrijdag, 9 maart 2007

‘Ze bleef maar doordrammen over dat seksueel misbruik. Ik wilde dat ze ophield.’

Hoe vaak hij misbruikt werd en hoe ver dat ging, blijft tijdens de rechtszaak tegen W. in 2001 onduidelijk, omdat een aantal van Freddy’s verklaringen volgens de officier van justitie ‘bewijsbaar onbetrouwbaar’ zijn. Freddy liegt, en leugens blijven als een rode draad door zijn leven lopen.

Het zijn leugens die ervoor zorgen dat de relatie met zijn vriendin Nancy vijf jaar op de klippen loopt. “Hij leefde in een fantasiewereld”, zou ze later tegen de politie zeggen. Gewelddadig is hij niet, maar wel merkt Nancy dat het misbruik diepe sporen heeft achtergelaten bij Freddy, bij wie ze ‘pijn en verdriet in de ogen’ ziet.

Pijn en verdriet lijken tevens de belangrijkste drijfveren voor het vervelende gedrag van Marita Schoenmaekers. “Ik ga er een eind aan maken”, roept ze op haar laatste nacht door haar mobieltje tegen haar vriend. Ze wil bij hem weg omdat hij haar slaat, zegt ze tegen Freddy. En dus geeft de barman haar die nacht in zijn Lada een lift naar Breda. Onderweg wordt de dronken Marita handtastelijk, verklaart Freddy na zijn arrestatie tegenover de politie: “Ze legde haar hand op mijn been. Ik wilde dat niet, ik had een vriendin en dat wist ze.”

Op de Snijdersweg in het buitengebied van Chaam, halverwege de weg van Turnout naar Breda, trekt Freddy haar uit de auto. “Ze sloeg me met haar handtas en ze probeerde met te trappen. Op een gegeven moment greep ze mijn adamsappel vast. Toen sloegen bij mij de stoppen door.”

Freddy knijpt Marita’s keel dicht totdat ze niet meer beweegt. Hij zet haar terug in de auto en rijdt naar de afgelegen Kloosterstraat, waar hij de nog levende vrouw met een maïsveld in sleept. Tijdens een reconstructie toont Freddy de Belgische politie later hoe hij Marita vervolgens met twee halen de keel doorsnijdt: “Pas toen ik met een bebloed mes in mijn hand terug bij de auto stond, besefte ik wat ik had gedaan.”

Na de moord rijdt Freddy terug naar Rijen, vermoedelijk naar het huis van zijn nieuwe vriendin José van E., waar de politie later het mes zal vinden. Het lichaam van Marita wordt de volgende dag door twee jongens gevonden. Omdat de politie denkt dat ze in België is vermoord, wordt het onderzoek daar opgestart. Het zijn opnieuw leugens die Freddy de das omdoen als de Belgen hem als getuige horen. In september wordt hij gearresteerd. Aan de zeer gedetailleerde bekentenis die hij vervolgens aflegt, moet volgens zijn advocaat Serge Weening geen waarde worden gehecht: “Hij bekende omdat hij naar Nederland uitgeleverd wilde worden.”

In gevangenschap weeft Freddy de ene leugen aan de andere. Nadat hij eerst een cafébezoeker beschuldigt, probeert hij de moord later in de schoenen te schuiven van de ‘bekende drugscrimineel John J.’. Het lijkt geen toeval dat dit de naam is van de voormalige leider van de beruchte Juliet-bende. Helaas voor Freddy zit deze John J. al jaren in de gevangenis. Niet verwonderlijk lijkt het dat noch de politie noch Freddy’s advocaat er tot nu toe in geslaagd is die andere John J. op te sporen.

Hoewel Freddy beweert dat deze ‘John’ Marita in het maïsveld vermoordde, heeft de politie er alleen sporen aangetroffen van Freddy’s Nikes. Diens bewering dat John weinig geloofwaardig. Belastend is bovendien dat Freddy zijn oude Lada de dag na de moord in Oosterhout naar de sloop bracht. Nu de politie in de slaapkamer van zijn ex het mes heeft gevonden met DNA-sporen van Marita, lijkt het doek voor Freddy definitief te vallen. Dat hij verstrikt is in een zelf geweven net van leugens lijkt hij op een goed moment ook zelf te beseffen. Zo erg hij tegen de politie: “Ik begrijp dat door mijn leugens niemand mij meer wil geloven.”

woensdag, 31 januari 2007 – door Jolande van der Graaf

Nabestaanden geschokt door rapport buitenlandse experts over campingmoord

AALST – De doofpot rond de bizarre dood van timmerman Gerrit Snoeren (29) lijkt eindelijk te worden doorbroken. Uit een zojuist afgerond medisch forensisch rapport blijkt dat de Rotterdamse timmerman vier jaar geleden allerminst werd gedood op de wijze die de politie Bommelerwaard, de Bossche officier van justitie mr. Lukowski en patholoog-anatoom dr. Visser van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) altijd wilden doen geloven.

Het rapport van onderzoeksbureau Independent Forensic Services (IFS) bevestigt volledig wat De Telegraaf de afgelopen jaren in meerdere reportages onthuld, maar steeds door het openbaar ministerie als ‘speculaties’ werd weggezet: Snoeren overleed niet achterin een auto toen die met hoge snelheid tegen een paar bomen op een camping in Aalst klapte. Zijn verwondingen laten zien dat hij al dood was en even tevoren in de laadruimte van de wagen van twee Bossche criminele was neergelegd.

Waarschijnlijk is voorafgaande aan de crash met een auto over de Rotterdammer heengereden en moest zijn lijk ergens gedumpt gaan worden. Maar de waarheid achter de dood van Snoeren werd nooit door politie en justitie onderzocht en leidde daarom niet tot behoorlijke strafrechtelijke vervolging van de dader(s). Onlangs liet het gerechtshof in Den Bosch de zaak alsnog heropenen. Het rapport van IFS zal ongetwijfeld een bom vormen onder het proces waarin het hof vandaag een groot aantal getuigen, onder wie vier bronnen van deze krant, wil horen.

Voor Gerrit Snoerens familie – zijn zus Trudy, bejaarde moeder Gerrie en inmiddels zwaar zieke vader Gerrit sr. – zijn de resultaten een enorme schok. “We hebben altijd geweten dat Gerrit iets verschrikkelijks moet zijn aangedaan en dat politie en justitie zich er met een jantje-van-leiden vanaf hebben gemaakt. Het is een schande dat dit pas boven water komt als een advocaat en een journalist in de zaak duiken.”

Het is voor het eerst dat ook rechters zich verdiepen in de toedracht achter het drama in de nacht van eerste op tweede paasdag in 2003. Snoeren werd destijds levenloos aangetroffen in de laadruimte van een Nissan Patrol die op een wandelpad op de Gelderse camping tegen twee bomen was geknald. Achter het stuur zat de zwaargewonde, in coma geraakte inbreker Ruud S., naast hem zijn ongedeerd gebleven, criminele kompaan Peter V.

Snoerens zus Trudy verklaarde destijds meermalen aan de politie dat haar broer een hekel had gehad aan dit duo en onmogelijk vrijwillig bij de twee criminelen kon zijn ingestapt. Ook een doorgewinterde ongevallenspecialist van de Nijmeegse politie concludeerde in zijn rapport dat de zaak niet klopte. Hij vond dat er veel te weinig bloed op en rond het zwaar verminkte lichaam van Gerrit Snoeren lag en dat zijn houding erop wees dat hij in de laadruimte had gelegen en niet had gezeten. De brigadier wilde ter plekke een uitgebreid technisch onderzoek, maar dat werd weggewuifd door de Zaltbommelse politie en Bossche justitie.

Datzelfde geldt voor de bevindingen van een gemeentelijk lijkschouwer. Die stelde opkoper van het wrak op de stoep stonden. Snoerens stoffelijke resten werden alsnog opgegvragen en onderzocht in het NFI. Maar daar bleek de patholoog-anatoom Visser de visie van justitie klakkeloos te volgen. Hij stelde dat Snoeren tijdens de klap tegen de bomen aan een gescheurde lichaamsslagader en verbrijzeld hoofd was overleden. Ruud S. kreeg drie jaar cel opgelegd wegens dood door schuld en een serie inbraken, diefstallen en heling. Zijn maat Peter V. werd slechts eenmaal kort door de politie ondervraagd en verder geen strobreed in de weg gelegd.

Het IFS-rapport schreeuwt volgens advocaat mr. Frank van Aardenne, raadsman van Snoerens familieleden, en advocaat mr. Serge Weening raadsman van verdachte Ruud S., alsnog om een echt onderzoek naar de toedracht van het drama. De conclusie van de medisch forensisch arts luidt letterlijk: ‘De beperkte hoeveelheid bloed op het T-shirt van het slachtoffer, het ontbreken van bloedsporen in de Nissan, het geringe bloedverlies en de ernst van het hersenletsel ondersteunen niet de hypothese dat het slachtoffer levend in de auto zat en overleed tijdens de botsing tegen de bomen. Maar wel dat het slachtoffer buiten de Nissan is overleden’.

door Ad rijken

In de zaak van een bizar ongeval op camping De Rietschoof in Aalst (gemeente Zaltbommel) stevent de verdachte, een 25 jarige Bosschenaar, af op vrijspraak. De man werd door de rechtbank eerder veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf, maar in hoger beroep vroeg advocaat generaal C. Revis gisteren zelf al vrijspraak.

Die eis was volgens de vertegenwoordiger van het Openbaar Ministerie onvermijdelijk geworden door een nieuw rapport over de doodsoorzaak van het slachtoffer, Gerrit Snoeren (29), uit Rotterdam. Volgens de forensisch geneeskundige S. Eijkelenboom is Snoeren niet om het leven gekomen in de auto van de Bosschenaar. De rechtbank is daar nog wel van uit gegaan.

Het stoffelijk overschot van Snoeren werd op 21 april 2003 gevonden in de laadbak van de auto van de Bosschenaar. Die zat zelf zwaar gewond achter het stuur, nadat hij op de camping met hoge snelheid tegen een boom was gereden. Een kameraad van de Bosschenaar die naast hem zat, bleef ongedeerd. Al snel na het ongeval ontstonden geruchten dat Snoeren niet bij het ongeval maar al eerder om het leven was gekomen. Dat was in mei ’03 zelfs aanleiding om het stoffelijk overschot op te graven en alsnog sectie te verrichten.

Een patholoog anatoom kwam vervolgens tot de conclusie dat Snoeren om het leven was gekomen tijdens het ongeval. Volgens zijn familie is het echter ondenkbaar dat de Rotterdammer bij de Bosschenaar en zijn vriend in de auto is gestapt. Hij kende de mannen oppervlakkig en zou juist een hekel aan hen hebben gehad.

Gisteren verklaarde een ongevallenanalist van de politie altijd twijfels te hebben gehad bij het ongeval als doodsoorzaak. De toestand waarin hij het slachtoffer in de auto aantrof wees volgens hem op een andere toedracht.

Ook de schouwarts stelde dat de verwondingen van het slachtoffer niet pasten bij het ongeval. Snoeren was zo ernstig gewond aan zijn hoofd dat het volgens de schouwarts net leek of er een auto overheen gereden was. De Bosschenaar en zijn vriend zeggen zich van het vooral niets te herinneren.

Tegen de Bosschenaar eiste advocaat generaal Revis nog wel een jaar gevangenisstraf wegens inbraken en heling.

januari 2007 – door Fred Soeteman

Rotterdamse timmerman was al dood..

DEN BOSCH – Gerrit snoeren (29), de Rotterdamse timmerman wiens verminkte lichaam in de paasnacht van 2003 werd gevonden in de laadbak van een terreinwagen die tegen een paar bomen was gecrasht, moet al dood zijn geweest voordat hij in die auto terecht was gekomen.

Deze conclusie van gerechtelijk geneeskundige mevr. dr. Selma Eikelenboom van Indepent Forensic Services (IFS) te Nunspeet dwong gisteren mr. C. Revis, de advocaatgeneraal bij het gerechtshof in Den Bosch, om vrijspraak te vorderen voor de 25-jarige Rudie S., die in juni vorige jaar nog voor doodslag is veroordeeld tot vier jaar gevangenisstraf.

Tot dusver had justitie de visie gevolgd van patholoog dr. R. Visser van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI), die meende dat Snoeren slachtoffer was geworden van de botsing van de Nissan Patrol van Rudie S. tegen bomen op camping De Rietschoof in Aalst, aan de Maas in Gelderland.

Twijfels

Maar al vanaf het begin van het politieonderzoek hadden ongevallenanalisten van de politie, een schouwarts, de nabestaanden van Gerrit en De Telegraaf-verslaggeefster Jolande van der Graaf hun twijfels: er klopte iets niet.

De schouwarts die verklaarde dat Gerrits schedel zodanig was verbrijzeld dat hij “aanvoelde als een zak met losse brokken”, gaf al aan dat zulk letsel eigenlijk alleen te verwachten is bij zware ongevallen waarbij over het slachtoffer heen is gereden. Journaliste Van der Graaf spoorde getuigen op die zeker wisten dat Snoeren niet was ingestapt bij Rudie S. en diens passagier Pieter V., en ontdekte dat de ongevallenexpert brigadier Pieter Biemans (60) evenmin geloof hechtte aan de bomenbotsing als doodoorzaak. De advocaat-generaal vroeg vrijspraak, maar niet van harte. Voor de zorgvuldigheid had hij liever dr. Eikelenboom en haar collega dr. Visser op een volgende zitting nog eens met elkaar geconfronteerd, maar het gerechtshof liet de wens van Snoerens nabestaanden om de affaire nu af te ronden, zwaarder wegen.