Chat with us, powered by LiveChat

zaterdag, 13 oktober 2012 – door Maurice Ubags

HOF Regio-directeur beticht van meineed

Hoe moeilijk kan het zijn om te blijven zwijgen? Heel moeilijk. De gewezen directeur Rob A. van wegenbouwbedrijf Janssen De Jong Infra zweeg lang, maar moest gisteren wel spreken.

Wie het corruptieproces rond wegenbouwer Janssen De Jong Infra voor het gerechtshof in Den Bosch volgt, ziet het direct. Tussen de voormalige regio-directeur van de Meerssense vestiging Mark J. en zijn oude baas, directeurRob A. heerst een ijzige sfeer. Hoewel ze in dezelfde verdachtenbank zitten, uit een stuk gemaakt, keuren ze elkaar geen blik waardig. Het is de enige zichtbaar verstoorde verhouding tussen de in totaal negen verdachten, onder wie zes ambtenaren. De mannen die de enveloppen kregen toegeschoven en die hun huizen op kosten van Janssen De Jong lieten opknappen in ruil voor bevoordeling van het bedrijf,spreken nog steeds met elkaar en met de gulle gevers.

Eerder deze week verbrak de regiodirecteur van de ‘rotte’ Meerssense vestiging van JaJo zijn stilzwijgen. Hij legde alle verantwoordelijkheid voor het smeren van de ambtenaren neer bij zijn baas Rob A. Die zou eigenlijk altijd vooraf overal van op de hoogte geweest zijn en toestemming hebben gegeven voor de betalingen aan ambtenaren en het geven van cadeaus, van baby borrel stot en met verbouwingen. Mark J.schetste een beeld dat hij slechts een radartje was geweest in het systeem, maar dat Rob A. feitelijk aan de knoppen draaide. Een beschuldiging die Rob A. niet over zijn kant kon laten gaan. De man die strak in het pak het proces als toehoorder leek te volgen, las een korte verklaring voor.

„Mark was volledig en zelfstandig bevoegd. Hij heeft zelfstandig geopereerd. Ik ben mede-verantwoordelijk, maar ik was van de meeste praktijken niet op de hoogte. Bij de eerste verhoren door de rijksrecherche ben ik geschrokken van de hoeveelheid feiten.Al die feiten kende ik niet, laat staan dat ik er vooraf toestemming voor zou hebben gegeven. Ik stuurde in totaal zeven regio’s aan, had vijfhonderd man personeel onder me. Ik was soms dagen niet op het kantoor in Meerssen, zoals ook uit de telefoontaps blijkt.”Waarna hij liet merken hoe teleurgesteld hij was in zijn voormalige protégé. „Ik kan niet begrijpen dat een oud-collega plotseling en onder ede zulke valse verklaringen durft af te leggen.”Waarmee een keiharde beschuldiging van meineed op tafel lag. Mark J. hoorde het relaas stoïcijns aan. De enige die voor het hof nog buiten beeld is gebleven, is de Maastrichtse ambtenaar H.. Die zit op Curaçao. Zijn verklaring kan invloed hebben op alle strafzaken.Reden voor het hof om het voorlezen van de eisen tegen alle verdachten uitte stellen tot 19 november. Dan blijkt hoe het OM de rolverdeling ziet tussen de JaJo-directeuren. Beiden krijgen dan ook een laatste woord.

woensdag, 10 oktober 2012 – door Maurice Ubags

HOF Mark J. beschuldigt vooral baas

Regio-directeur Mark J. van Janssen de Jong Infra doorbrak gisteren het stilzwijgen. Giften? Ja. Omkoping? Nee, want een tegenprestatie had hij nooit verlangd.

Op zijn achttiende, in 1996, begon Mark J. uit Heerlen als stagiair bij Janssen de Jong Infra (JaJo) in Meerssen. „Een wonderbaarlijk mooie stage. Ik kwam overal, alles kon. Ik had er de tijd van mijn leven”, zei hij gisteren tegen de drie raadsheren van het hof in Den Bosch, waar hij terechtstond voor de omkoping van ambtenaren. Volgens justitie gedaan tussen 2004 en 2009, in zijn functie als regiomanager en laterregiodirecteur.

Mark J. zweeg voor de rechtbank in Maastricht, die hem eerder veroordeelde tot 24 maanden celstraf voor de omkoping van zes ambtenaren. Mark J.sprak voor het hof wel. Zijn betoog leunde op twee pijlers: hij legde de verantwoordelijkheid voor alles wat hij gedaan had vooral bij zijn directe directeur Rob A. En zelf zette hij zich neer als een slachtoffer van de cultuur bij de Meerssense vestiging van JaJo en als slachtoffer van zijn eigen goedheid om altijd – „zelfs nu nog” – mensen te willen helpen. „Ik heb alle jaren bij Janssen de Jong onder Rob A. gewerkt. Hij wist alles, vooraf. Ik heb nooit uit eigen initiatief gehandeld.” „Nooit?” vroeg de advocaat van
Rob A. aan Mark J.

„Hooguit een enkele keer”, gaf hij toe. Mark J. klom snel op binnen JaJo. Van calculator naar projectleider en regiomanager om te eindigen als regiodirecteur.Volgens justitie deelde hij kwistig enveloppen uit met geld aan ambtenaren,regelde verbouwingen van hun huizen, de reparatie van een auto. Hij betaalde de kraamborrel van een provincieambtenaar,regelde kaartjes voor voetbalwedstrijden, een zeefdruk, opslagruimte en zelfs internet voor zijn ambtelijke relaties. „Het is gewoon zo gelopen.

Dat is makkelijk gezegd, maar niet zo bedoeld. Je zit in een flow. Je probeert aan werk te komen en werk te houden.” Mark. J.: „Ik help mensen graag en ik zat in een situatie dat ik dat kon. Ik had geen foute bedoelingen.Wij hoefden daar niets voor terug.” De meeste giften erkende hij gisteren. Waarmee zijn verklaring in lijn kwam met de bekentenissen van enkele omgekochte ambtenaren en van zijn eigen verklaringen bij de rijksrecherche. Maar een juridisch cruciale onderdeel van de tenlastelegging, het verlangen van een tegenprestatie, ontkende hij categorisch. Ook al zei een van de ambtenaren over hem: „Mark praat erg op je in. ‘Het gaat slecht met het bedrijf. Als jij ons helpt, helpen wij jou, zei hij altijd.’” Mark J.: „Dat zijn zijn woorden.”

dinsdag, 09 oktober 2012 – door Niki vd Naald en Theo Sniekers

CORRUPTIEZAAK Hoger beroep zaak-JaJo

Het merendeel van de veroordeelden in de corruptieaffaire rond wegenbouwbedrijf Janssen de Jong Infra staat sinds gisteren in hoger beroep wederom terecht.

“Ik bied mijn excuses aan aan de rechter, aan de officier van justitie en aan de provincie Limburg.” Ex-provincieambtenaar Jan S. is deze maandag bij het begin van zijn hoger-beroepzaak tegen zijn veroordeling voor het aannemen van steekpenningen van bouwbedrijf Janssen de Jong Infra (JaJo) duidelijk spraakzamer dan tijdens de behandeling van zijn rechtszaak in december 2010. Net zoals bij de andere veroordeelden die in deze zaak beroep aantekenden is van berusting geen sprake. Ogenschijnlijk wel van berouw.

,,Op aanraden van mijn toenmalige advocaat heb ik een verhaal aan de rechter verteld dat niet op waarheid gebaseerd was. Het voelde niet goed. Ik wil nu wel het echte verhaal vertellen”, zo houdt hij maandag de raadsheren van het gerechtshof in Den Bosch voor. Voor het eerst sinds het corruptieschandaal begin 2009 aan het licht werd gebracht, erkent de ex-ambtenaar dat hij over de schreef is gegaan. Noemde hij de tienduizend euro’s kostende verbouwingen aan zijn huis- volledig betaald door het wegenbouwbedrijf- eerder nog ‘privédiensten’ van ‘goede kennissen bij JaJo’, nu, na al die jaren dat hij begin 2009 van zijn bed werd gelicht door de politie, erkent S. dat hij zakelijke giften „die eigenlijk te vergelijken zijn met een fles wijn van 1000 euro” heeft aangenomen. Ja, hij wist dat hij beroepsmatig over de schreef ging, „maar ik had nooit gedacht dat ik daar strafrechtelijk voor aangepakt zou worden.”

S. gaf gisteren ruiterlijk toe dat het loyaliteits gevoel richting Janssen de Jong door al die vriendendiensten zó groot werd, dat het bedrijf inderdaad bovenaan de lijststond bij het verdelen van budgetoverschotten en het gunnen van grote klussen. „De weegschaal wees toch wel heel erg richting Janssen de Jong.”

De voormalig overheidsdienaar hangt nog steeds een jaar cel en een schadeclaim van de provincie boven het hoofd. Hij hoopt net als de negen andere veroordeelden op een milder oordeel van het Hof. De tenlasteleggingen zijn op details gewijzigd. Zo hoopt het Openbaar Ministerie het viertal(gedeeltelijke) vrijspraken in deze zaak in ieder geval ongedaan te maken.Veel nieuwe inzichten zal het niet opleveren. Op verzoek van de verdediging zijn meerdere JaJo-topmensen en topambtenaren gehoord, maar er zouden geen aanwijzingen voor hun directe betrokkenheid zijn gevonden. Ook voor het bestaan van een bedrijfsbrede corruptiecultuur bij JaJo is geen bewijs ontdekt.

 

zaterdag, 22 januari 2011 – door Niki van der Naald en Theo Sniekers

Justitie kwam, zag en overwon de Limburgse corruptieaffaire. Dat ambtenaren en topmannen van bouwbedrijf Janssen de Jong Infra schaamteloos en op ongeoorloofde wijze zaken met elkaar deden, is volgens de rechter bewezen. De ‘boeven in pak’ zijn aldus gestraft en de bezem is inmiddels door alle gemeentehuizen en het gouvernement gegaan. Maar heeft Limburg z’n lesje écht geleerd?

“Wij hangen nu, terwijl de rest gewoon op oude voet doorgaat. Geloof me, binnen de kortste keren is het weer bal in Limburg.” Dat soort opmerkingen, meermaals gemaakt in de wandelgangen van de rechtbank in Den Bosch tijdens het weken durende corruptieproces,stemt weinig hoopgevend.Althans, voor die bestuurders die sinds het corruptieschandaalrond bouwbedrijf Janssen de Jong Infra aan het licht kwam het beeld van ‘Limburg vriendenrepubliek’ zo nadrukkelijk uit de wereld proberen te helpen. Het is een hardnekkig imago dat Limburg blijft achtervolgen, mede als gevolg van het weinig flatteuze verleden dat onze provincie heeft op het gebied van corruptie en bouwfraudeschandalen. Juist vanwege die rijke historie van smeren, paaien en masseren in het bourgondische zuiden kwam de affaire van begin 2009 hard aan. In het kader van damagecontrol, was directe actie geboden.

Waar het tijdens de bouwfraudezaken in de jaren negentig in eerste instantie stil bleef aan de kant van bestuurlijk Limburg, verklaarden de negentien Zuid-Limburgse burgemeesterstwee jaar geleden wél direct openlijk de oorlog aan corruptie. Zichzelf daarmee gelijk distantiërend van de rotte appelen. „We laten ons niet kisten door een paar corrupte klojo’s”,riep Maastrichts oud-burgemeester en tegenwoordig minister van Immigratiezaken en asiel Gerd Leersin een interview met deze krant. Dat was net nadat de eerste berichten naar buiten waren gekomen dat menig Zuid-Limburgs gemeentehuis én het gouvernement ‘verblijd’ waren met een bezoek van een legertje Rijksrechercheurs. De arrestatie van meer dan twintig ambtenaren en medewerkers van het wegenbouwbedrijf die daarop volgde, legde een ongemakkelijke waarheid bloot.

Een nieuw schandaal dat blijkbaar al jaren onder de oppervlakte kon door etteren, was geboren. Janssen de Jong Infra zelf stond vooraan om direct in te grijpen en vooral te benadrukken dat de cultuur die heerste op de vestigingen waar de van corruptie verdachte managers en directeuren werkten, niet symptomatisch zou zijn voor de algehele bedrijfscultuur bij de wegenbouwer. De vestiging Meerssen, door JaJo beschouwd als een geïsoleerd broeinest van corruptie, werd resoluut gesloten. De in opspraak geraakte medewerkers zijn op straat gezet. JaJo als bv kreeg wel een fikse boete van drie miljoen euro van de Nederlandse Mededingings-autoriteit (NMa) opgelegd, maar tot strafrechtelijke vervolging is het niet gekomen. „Een afgewogen beslissing die we niet zomaar hebben genomen”, benadrukt hoofdofficier van justitie Cees van Spierenburg van het landelijk parket. „ Het bedrijf heeft nieuwe,strenge integriteits- regels ingevoerd en de hele organisatie doorgelicht. Bovendien ging het ook ons inziens om een paar rotte appelen tegen wie maatregelen zijn genomen”, al dus Van Spierenburg. In het strafdossier over de JaJo-affaire komen ook ook Limburgse bestuurders voor. Ze worden als referentie genoemd in afgeluisterde telefoongesprekken tussen ambtenaren en omkopers. „Uiteraard hebben we daar ook uitgebreid naar gekeken. Maar op basis van de informatie die we hadden, is daar niet op verder gerechercheerd”, is het enige dat de hoofdofficier van justitie daarover wil zeggen.

Het vinden van bewijslast is nu eenmaal een belangrijke factor in het besluit om door te pakken, geeft hij toe. „Er is knap recherchewerk verricht, maar ik zal niet ontkennen dat een deel van de bewijzen in deze zaak op een presenteerblaadje kwam. De zaak is mede aan het rollen gebracht door afgeluisterde telefoongesprekken in een ander strafonderzoek. Dat bood zoveel aanwijzingen dat we zijn gaan observeren en gaan tappen en het netwerk van corrupte ambtenaren en bouwers volop aan de oppervlakte kwam. Bij het OM brandt altijd een lampje dat je een zeker procesrisico loopt, dat je hele bewijslast onderuit wordt gehaald. Gezien de vonnissen van de rechter, is daarin deze zaak absoluut geen sprake van.” Uit wetenschappelijk onderzoek van hoogleraren Hans Nelen en Leo Huberts blijkt ook dat justitie op zeker speelt als het om witteboordencriminaliteit gaat.Corruptie is dan ook een van de lastigst te bewijzen misdrijven in het strafrecht. Bevoordeling wordt vaak professioneel verdoezeld en documenten waarin al iets te ontdekken valt vergen specialistische kennis vaneen rechercheur. Eén op één verbanden tussen steekpenning en tegenprestatie zijn bovendien vaak moeilijk te vinden. De veronderstelde afspraken tussen bestuurders, ambtenaren en zakenlieden staan of vallen met dat wat in maffiakringen omerta wordt genoemd: het grote stilzwijgen, ook na een arrestatie. Bijna niemand durft een boekje open te doen over corruptiepraktijken.Waardoor het voor de opsporingsdiensten vaak zoeken is naar een speld in een hooiberg.

„Wat dat aangaat ging het in deze zaak om amateurverdachten. Als je het vergelijkt met de grote vissen uit de vastgoedfraude zijn dit inderdaad kleine vissen. Maar het betekent niet dat je die maar moet laten zwemmen”, zegt Van Spierenburg. Hij ziet ook dat corruptie van alle tijden is en fraude en omkoping overal plaatsvindt.Wel constateert hij dat ‘hoe zuidelijk er je gaat’, die cultuur van het ritselen normaler wordt gevonden. Of het in de Zuid-Limburgse volksaard ligt om buiten de lijnen te kleuren en onger os zaken te regelen? Daar durft de hoofdofficier zich niet over uit te laten. Net zomin als over de discussie die afgelopen zomer ontstond toen Heerlens burgemeester Paul De pla zijn afkeur uitsprak over het feit dat Zuid-Limburgse bestuurders en ambtenaren zich nog steeds laten fêteren op een volledig door Q-park betaalde netwerkbijeenkomst op het Preuvene mint in Maastricht. „Het is een hellend vlak.Alles wat je aan een ambtenaar geeft om hem voor je te winnen, is risicovol.”

In dat opzicht is deze affaire sowieso een voorbeeldzaak voor het OM geweest. In vergelijking met de bouwfraude schandalen in de jaren negentig en aan het begin van deze eeuw was de JaJo-zaak minder omvangrijk, maar er lag dit keer wel zóveel bewijsmateriaal dat justitie’s kans om ‘te scoren’ groot was. De toonzetting van de officieren van justitie was van begin af aan stevig, soms zelfs moralistisch. De publiciteitsgolf die de affaire teweegbracht was groot. „Alle publiciteitis eigenlijk ook een onderdeel van het strafproces geworden. De berichtgeving over dit soort zaken heeft een preventieve werking. Daardoor wordt duidelijk hoe hard we dit aanpakken en welke risico’s je loopt als je het normaal vindt om te frauderen of iemand om te kopen”, meent Van Spierenburg.

En de ‘oorlog’ van bestuurders als Leers en gouverneur Léon Frissen? Die kwam er ook. Op één verdachte na, zijn alle ambtenaren nog voordat ze voor de rechter stonden ontslagen. Provinciebreed barstte een discussie los over het integriteitsbeleid en de noodzakelijke aanscherping ervan. Een gemeente als Heerlen trok zelf een blik juristen open om JaJo op een zwarte lijst te laten zetten.Waarmee Heerlen maar wil laten zien: wij laten niet met ons sollen. Ambtelijke apparaten werden doorgelicht. En de Limburgse overheids diender moest weer op cursus. Terug de banken in, om te leren dat zelfs het laten feitelijk teren op ‘knullige’ presentjes, zoals een dag kleiduivenschieten of het op kosten van een wegen bouwer je vol laten gieten in de skybox van Roda JC, niet zomaar door de beugel kan en in ieder geval gemeld moet worden.Want hoe onschuldig dat soort ‘extra’s’ dan ook mag lijken, uit het vonnis van de rechtbank in Den Bosch blijkt dat omkoping wel degelijk begint met dat soort pogingen van zakenlieden om ambtenaren te verleiden. Volgens gouverneur Léon Frissen is één van de lessen van deze corruptiezaak dat affaires zich meer op de werkvloer dan in het bestuur van de overheid lijken af te spelen.

„Het is daarom belangrijk de interne controle verder te versterken. Ook mensen met een kleine functie beschikken over gevoelige informatie waar anderen hun voordeel mee kunnen doen.” De gouverneur heeft geen goed woord over wat zich de laatste jaren aan kleine of grote akkefietjes op het gebied van integriteit in Zuid-Limburg heeft afgespeeld. „Het is gênant. Daar helpt geen nuancering bij.Als bestuurder heb ik mij geschaamd. De laatste jaren is in Zuid- Limburg wel zowel kwalitatief als kwantitatief veel gedaan aan het bevorderen van de integriteit. Door die aandacht is het onderwerp ook veel gevoeliger geworden, veel meer dan vijftien jaar geleden. Door de grotere aandacht van het bestuur voor integriteit zijn er vermoedelijk ook meer zaken aan het licht gekomen. In Amsterdam zag je hetzelfde fenomeen. Daar zijn vorig jaar 25 ambtenaren ontslagen vanwege niet-integer handelen. Dat komt omdat het gemeentebestuur het goed heeft aangepakt. Als je er een lamp op zet, kom je meer problemen tegen. Doe je dat niet, komt er ook niets boven water.” Over de uitlatingen van Van Spierenburg zegt Frissen: „Ik neem aan dat hij dit in de hitte van het proces heeft gezegd, maar hij had genuanceerder moeten reageren.Ritselen verhoudt zich zeker slecht tot het strafrecht. Ik ga het zeker niet vergoelijken. Maar zeker een hoofdofficier moet zijn beweringen staven.Wetenschappers komen met andere cijfers. Ik kom niet bij Sail Amsterdam en naar ik hoor ook maar weinig Limburgers. Daar worden mensen uit andere delen van het land onderhouden op kosten van anderen.”

zaterdag, 22 januari 2011 – door Niki van der Naald en Theo Sniekers

JAJO Hoofdofficier signaleert strafrechtelijke risico’s voor ambtenaren

SITTARD – In Zuid-Limburg is de ‘ritselcultuur’ sterker verankerd dan in andere delen van Nederland. Daardoor kunnen ambtenaren en bestuurders eerder in aanraking komen met justitie. Dat verklaart hoofdofficier van justitie Cees van Spierenburg van het landelijk parket.

Hij reageert daarmee op de vonnissen in de Janssen de Jong-zaak. In dat grote corruptieproces legde de rechter woensdag twee ex-managers van wegenbouwer JaJo Infra en zes ambtenaren in Zuid-Limburg forse celstraffen op. Het landelijk parket stuurde het rijksrecherche-onderzoek in deze zaak aan. „Naarmate je dichter bij de Belgische grens komt, wordt er meer geritseld”, zegt de hoofdofficier. Uit onderzoek van de rijksrecherche bleek vorig jaar dat in Limburg tussen 2003 en 2007 meer ambtenaren in omkopingszaken opdoken dan in andere regio’s.

Bij de grote nationale vastgoedfraude die nu speelt en de grote bouwfraude aan het begin van deze eeuw, speelde Limburg juist een veel minder grote rol. Van Spierenburg: „Daarbij draait het om grootschalige zakencorruptie. In het zuiden is meer sprake van een voor-wat-hoort-wat-cultuur. Meer katholiek. Die cultuur verhoudt zich slecht tot het strafrecht.”

Gouverneur Léon Frissen zegt dat hij zich schaamt voor de integriteitsaffaires waardoor Zuid-Limburg de laatste twee jaar werd getroffen. „Maar zeker een hoofdofficier moet zijn beweringen staven met feiten.Wetenschappers komen met andere cijfers.” Zuid-Limburg en de provincie hebben de laatste jaren veel werk gemaakt van integriteit, beklemtoont de gouverneur. „Daardoor komen zaken ook eerder aan het licht dan elders. Net als in Amsterdam. Die stad ontsloeg vorig jaar 25 ambtenaren.”

donderdag, 20 januari 2011 – door Niki van der Naald en Theo Sniekers

JAJO Rechter legt in totaal 97 maanden cel en 840 uur werkstraf op – Vrijspraak voor 4 van de 15 verdachten

DEN BOSCH – In het grote Limburgse corruptieproces heeft de rechter een hard oordeel geveld over zes Limburgse ex-ambtenaren en twee topmanagers van Janssen de Jong Infra.

In totaal legde de rechtbank in Den Bosch voor 97 maanden celstraf op, waarvan 58 maanden onvoorwaarDEN BOSCH – In het grote Limburgse corruptieproces heeft de rechter een hard oordeel geveld over zes Limburgse ex-ambtenaren en twee topmanagers van Janssen de Jong Infra. delijk. Daarnaast werd voor 840 uur aan werkstraffen uitgedeeld. In tien van de vijftien rechtszaken volgde de rechter nagenoeg de hoge strafeis die justitie tegen de verdachte wegenbouwers en ambtenaren indiende. Dit tot tevredenheid van het openbaar ministerie. Hoogleraar criminologie Hans Nelen van de Universiteit Maastricht spreekt van verhoudingsgewijs hoge straffen voor corruptiezaken.

De hoogste straf viel ten deel aan oud-regiodirecteur Mark J. van Janssen de Jong Infra. Hij kreeg een onvoorwaardelijke celstraf van veertien maanden. Zijn collega Rob A., voormalig directeur bij JaJo, werd deels vrijgesproken.Voor het omkopen van twee ambtenaren moet hij zes maanden de cel in. Tegen hem was1,5 jaar cel geëist. Zijn advocaat Marijn Zuketto is tevreden met de gedeeltelijke vrijspraak, maar beraadt zich op hoger beroep omdat hij vindt dat A. helemaal vrijuit moet gaan. Ook Maurice Stassen, raadsman van Mark J., overweegt hoger beroep.

Oud-ambtenaar Jan S. van de provincie Limburg moet een jaar de cel in en een schadevergoeding van bijna 20.000 euro aan de provincie betalen. Zijn vrouw Dagmar M. is schuldig bevonden aan het medeplegen van ambtelijke corruptie en kreeg een werkstraf van 240 uur. De rechtbank acht ook ambtenaren van de gemeenten Maastricht, Heerlen, Nuth/Beek en Voerendaal/Stein schuldig aan corruptie. Twee ambtenaren van Sittard-Geleen en Heerlen, gaan vrijuit, onder meer vanwege een fout in hun dagvaarding. Twee ex-medewerkers van JaJo zijn vrijgesproken wegens gebrek aan bewijs.

donderdag, 20 januari 2011 – door Niki van der Naald en Theo Sniekers

De rechter heeft gesproken. Forse straffen werden gisteren uitgedeeld in het grote corruptieproces. De rechters nemen het de veroordeelden kwalijk dat ze het imago van de onkreukbare overheid hebben aangetast.

Het is slikken voor voormalige regiomanager Mark J. van wegenbouwer Janssen de Jong infra. Niet alleen omdat de rechtbank hem zojuist een forse straf heeft opgelegd voor het omkopen van Limburgse ambtenaren: 24 maanden cel waarvan 10 voorwaardelijk. Maar ook omdat het vonnis veel zwaarder uitvalt dan dat van J.’s voormalige baas, algemeen directeur Rob A. Die krijgt ‘slechts’12 maanden cel(6 voorwaardelijk). „De grondwerker wordt harder gestraft dan de directeur” bromt J., die er verder het zwijgen toe doet. Het openbaar ministerie had ook tegen beide verdachten gelijke straffen geëist: 24 maanden cel waarvan 6 voorwaardelijk.Vooral J. onderhield de contacten met de omgekochte ambtenaren en gaf hen veel contant geld en andere giften. Maar A. was daarvan op de hoogte en ook medepleger,redeneerde het OM. Hij floot zijn ondergeschikte J. in ieder geval niet terug. Dat laatste nemen de rechters A. ook kwalijk. Maar dat hij van de kwalijke praktijken op de hoogte was, betekent nog niet dat hij medepleger is. „Daar zijn we het ronduit mee oneens”,reageert hoofdofficier van justitie Cees van Spierenburg op het door de rechtbank gemaakte onderscheid tussen A. en J. „Deze hoofdverdachten hebben alles samen gedaan.” De kans dat het OM in beroep gaat tegen het vonnis van A. is dan ook reëel.

Ook al valt de straf voor A. een stuk lager uit dan geëist en ook al zijn vier van de vijftien verdachten vrijgesproken, toch is Van Spierenburg tevreden. Elf flinke veroordelingen staan er op de teller. En voor zeven veroordeelde ambtenaren zijn de straffen nagenoeg gelijk aan de eisen. De ontslagen provincie ambtenaar Jan S. krijgt het het zwaarst te verduren:15 maanden cel waarvan 3 voorwaardelijk. Zelfs met aftrek van de twee maanden voorarrest moet hij nog geruime tijd de gevangenis in, als hij ook in beroep wordt veroordeeld. Dat geldt voor nog drie andere ex-ambtenaren. S.,samen mijn zijn eveneens veroordeelde vrouw een van de weinige aanwezige veroordeelden, oogt onthutst. „Nee.We zeggen niets”, is het enige dat ze kwijt willen, nadat ze het verdict hebben aangehoord.

„We wilden een voorbeeld stellen met onze stevige eisen.Anderen afschrikken”, verklaart hoofdofficier Van Spierenburg. De rechters zijn daar kennelijk in meegegaan, analyseert hoogleraar criminologie Hans Nelen van de Universiteit Maastricht. Uit onderzoek van Nelen en zijn Amsterdamse collega Leo Huberts bleek dat rechters maar zelden onvoorwaardelijke celstraffen opleggen in corruptiezaken. Dat bleek bijvoorbeeld in de jaren negentig bij de corruptieprocessen tegen Limburgse ambtenaren en bestuurders. Dat pakt in de JaJo-zaak dus heel anders uit. Nelen: „Verhoudingsgewijs zijn er redelijk zware straffen opgelegd.Wat ik uit de vonnissen lees, is dat de rechtbank benadrukt dat de vereiste onkreukbaarheid van de overheid is geschaad.” Dat klopt.Volgens de rechtbank hebben de omkopende wegenbouwers en omgekochte ambtenaren het vertrouwen van de burger in de overheid aangetast. En de provincie, gemeenten en andere bedrijven benadeeld. Een direct verband tussen giften en de door ambtenaren verleende tegenprestaties is vaak moeilijk te bewijzen, verklaren de rechters. Maar het is voldoende dat ze wisten waarom ze in de watten werden gelegd en JaJo ook bevoordeelden.

Bij ex-ambtenaar Ton B. van Sittard-Geleen ligt dat heel genuanceerd. Hij accepteerde weliswaar een verboden – en later als lening ‘vermomde’ gift van twintig mille, maar gaat toch vrijuit. Hij zette JaJo bewust op het verkeerde been door een te lage inschrijfprijs van een concurrent bij de aanleg een parkeerplaats door te geven. Daar door schreef JaJo tienduizenden euro’s lager in,ten voordele van de gemeente. „Het voelt voor hem als een overwinning op Spanje in de finale van het WK voetbal” zegt B.’s advocaat Ivo van de Bergh. De Heerlense ambtenaar Fred P., ex-persoonlijk medewerker van de vroegere burgemeester Toine Gresel, kan even eens juichen. Hij krijgt wel een ‘oorvijg’ omdat hij wel degelijk een hoge gift kreeg, maar er is geen bewijs dat A. de pr-medewerker tot een tegenprestatie wilde verleiden. Maar alle gejuich is onder voorbehoud.Want betrokkenen kunnen, en zullen vermoedelijk ook in beroep gaan.

donderdag, 09 december 2010 – door Niki van der Naald en Theo Sniekers

RECHTBANK Onvoorwaardelijke strafeis tegen ex-provincieambtenaar op tweede zittingsdag bouwfraudeproces

Op de tweede zittingsdag van het bouwfraudeproces kwam justitie gisteren met een forse strafeis tegen de ex-provincieambtenaar die er– op kosten van bouwbedrijf Janssen de Jong -thuis flink op los verbouwde.

Achteraf, ja achteraf gezien is Jan S. uit Voerendaal wel boos op zichzelf, zo geeft hij deze woensdagochtend tegenover de rechter in Den Bosch toe. Terwijl achter hem voormalig directeur Rob A. van Janssen de Jong Infra en ex-JaJo-managers Jordy R. en Mark J. zich op hun zwijgrecht beroepen, komt uit de mond van S. een waterval aan verklaringen voor de bewijzen die justitie hem voorhoudt: belastende administratie, getuigenverklaringen en tapgesprekken waaruit blijkt dat de ex-ambtenaar van provinciale wegen en zijn vrouw Dagmar M. voor naar schatting 80.000 euro gefêteerd zijn door bouwbedrijf JaJo.

Niet met snoep reisjes maar in de vorm van een babyborrel bij kasteel Ter Worm in Heerlen en tal van ‘leukig heden’ voor het huis: nieuwe rolluiken, een design airco, een dakkapel, zonwering en ga zo maar door. En dat allemaal op kosten van het bouwbedrijf, dat in ruil daarvoor in Jan S. een partner in crime bij de provincie zag. Dagmar was het aanspreekpunt voor de verbouwingen en de facturering naar JaJo. Ondertussen ontwikkelde S. zich on opgemerkt steeds meer tot een wandelend uithangbord voor JaJo binnen de provincie.

Het bedrijfsleepte volgens het OM via de gevoelige informatie die S. lekte veel werk binnen. Zelfs voor klussen die naar alle waarschijnlijkheid nooit uitgevoerd zijn. Zo belde S. eind 2008 met Mark J. om hem te vertellen „dat er nog een budget van 20.000 euro over was.” Bij dat budget werd een klus gezocht, een spoedreparatie aan de N281 waarover binnen de provincie in die tijd nooit een melding is binnen gekomen. S. claimt dat de 19.450 euro aan het bouwbedrijf een voorschot was, een boekhoudkundig trucje om toekomstige spoed reparaties te financieren. „Een heel normale werkwijze bij overheden”, aldus de ex-ambtenaar. JordyR., wiens naam op sommige enveloppen stond van de facturen die JaJo betaalde voor de verbouwingen bij S., heeft volgens justitie ook een rol gehad in het omkoopschandaal. Maar echt concreet kon justitie die rol niet maken.S. is geschrokken van de strafeis van een jaar onvoorwaardelijke cel die hem boven het hoofd hangt. Net als de van omkoping verdachte ambtenaar uit Spijkenisse die afgelopen maandag moest voorkomen in het corruptieproces, lijkt de ex-ambtenaar van de provincie het op de vriendschapstactiek te gooien. De giften die hij kreeg, waren niet eens echte giften, zegt S. Alle verbouwingen zijn volgens hem netjes terugbetaald.Weliswaar exclusief btw. „Maar dat was het vriendenvoordeel dat ik van R. en J., die ik goed van vroeger ken, kreeg. Dat daar geen kwitanties van zijn komt omdat het om zwart geld ging.We hadden een behoorlijke hoeveelheid thuis.”

Stomme dingen heeft hij misschien gedaan, zoals het onttrekken van geldstromen aan het oog van de fiscus. „Ik vind het ook heel erg dat het OM dit naar de ambtenarij en naar corruptie heeft getrokken, terwijl mijn band met Jordy en Mark uit vriendschap is ontstaan”, aldus de bij vlagen geëmotioneerde S. Om zijn verhaal kracht bij te zetten, had hij zelfs een klassenfoto van vroeger meegenomen waarop hij, Mark J. en Jordy R staan. Opvallend: Mark J. heeft S. in zijn verhoren louter als zakenrelatie omschreven. Hij noemde S. een schakel in de acquisitie voor JaJo. De officier van justitie benadrukt: „Als je samen op een foto staat, ben je nog geen vrienden.”

donderdag, 09 december 2010 – door Niki van der Naald en Theo Sniekers

BOUWFRAUDE Provincie vordert ‘schade’ terug van ambtenaar

DEN BOSCH – Het openbaar ministerie (OM) heeft vijftien maanden cel waarvan drie maanden voorwaardelijk geëist tegen de van corruptie verdachte (ex-)provincieambtenaar Jan S.

S. speelde volgens het OM in ruil voor 80.000 euro vertrouwelijke informatie over wegenbouwprojecten door naar bouwbedrijf Janssen de Jong Infra (JaJo) en bood zelfs hulp bij het opstellen van offertes. Justitie stemde er gisteren voor de rechtbank in Den Bosch mee in dat de provincie Limburg de „door S.’ handelwijze geleden schade” van ongeveer vijftig mille op de ex-ambtenaar gaat verhalen. Het OM eiste ook nog dat S. minstens twee jaar geen ambtenaar mag zijn. Hans Nelen, hoogleraar criminologie aan de Universiteit Maastricht, spreekt van een „verhoudingsgewijs forse eis”. Rechters in Nederland leggen in corruptiezaken maar hoogst zelden onvoorwaardelijke gevangenisstraffen op.

Tegen Dagmar M., de echtgenote van S., eiste het OM een werkstraf van 240 uur en drie maanden voorwaardelijke celstraf. Hoewel zij niet bij de provincie werkte, wordt zij toch verdacht van het ‘medeplegen van ambtelijke corruptie’. Volgens het OM heeft de vrouw een sturende rol gespeeld bij het aannemen van giften, zoals door JaJo betaalde nieuwe rolluiken voor het huis. Jan S. ontkent dat hij als ambtenaar giften heeft aangenomen of tegenprestaties heeft geleverd. Hij verklaarde tegenover de rechter dat Jordy R. en Mark J., twee managers bij JaJo, ‘vrienden’ van hem waren die hij al sinds zijn schooltijd kent. Hij liet naar eigen zeggen verbouwingen door het inmiddels in opspraak geraakte bouwbedrijf betalen vanwege het btw-voordeel. Raadsman Maessen noemt de eis van het OM ‘schokkend hoog’. Tegen Jordy R. eiste het openbaar ministerie een werkstraf van 150 uur vanwege zijn betrokkenheid bij de omkoping van S.

De tevens aanwezige verdachte ex-JaJo-topmannen Rob A. en Mark J. beriepen zich op hun zwijgrecht. Hun zaak komt later voor.

zaterdag, 10 april 2010 – door Annelies Hendrikx en Theo Sniekers

CORRUPTIE Justitie vervolgt ook drie medewerkers wegenbouwer

SITTARD – Het openbaar ministerie brengt acht Limburgse (ex-)ambtenaren wegens corruptie voor de rechter. Ook drie voormalige hoge medewerkers van Janssen de Jong Infra die de ambtenaren zouden hebben omgekocht, worden vervolgd, zo bevestigt een OM-woordvoerder.

Bij de wegenbouwer betreft het directeur Rob A. en de regiomanagers Mark J. en Aart van de B. Zij werken niet meer bij Janssen de Jong (Jajo). Als twaalfde wordt verder ook een oud-medewerker van de gemeente Spijkenisse voor de rechter gedaagd omdat hij steekpenningen zou hebben aangenomen. Justitie heeft nog geen besluit genomen of ook wegenbouwer Janssen de Jong Infra zelf wordt vervolgd wegens het omkopen van de ambtenaren. Het bedrijf wordt daar wel van verdacht. Ook over het al dan niet voor de rechter brengen van vijftien andere personen die in deze zaak als verdachten gelden, moet justitie nog knopen doorhakken. Het betreft dan vooral andere (ex-)medewerkers van Jajo Infra, onderaannemers en de echtgenote van een van de verdachte ambtenaren. Zij speelden volgens het OM allen een rol in de grote corruptieaffaire. Die zaak kwam op 27 januari 2009 in de openbaarheid met een grote actie van justitie waarbij elf mensen werden aangehouden. Na dik een jaar onderzoek denkt het OM voldoende bewijs te hebben om de hoofdrolspelers aan te pakken. Van de verdachte Limburgse ambtenaren werkte er één bij de provincie. De anderen waren gemeenteambtenaren van Maastricht, Sittard-Geleen, Stein, Nuth en Heerlen (drie).

Bijna allemaal hebben zij door de affaire hun baan verloren. Sommigen vechten hun ontslag nog aan, enkelen belijden hun onschuld zoals Ton B. (Sittard) en Lino P. (Heerlen). Ook de Heerlense ambtenaar Fred P., de enige die zijn baan behouden heeft, wordt vervolgd. Dat is opvallend, omdat hij niets met wegenbouw van doen heeft. Volgens het OM was hij toch van belang voor Jajo omdat hij de persoonlijk (pr-)medewerker was van ex-burgemeester Toine Gresel. Jajo heeft volgens het OM tuinwerkzaamheden voor P. betaald. Volgens Raymond Vlecken, advocaat van Fred P., zijn de verdenkingen van het OM echter helemaal nergens op gestoeld. Vlecken gaat proberen een rechtszaak tegen zijn cliëntte voorkomen. Gresel was gisteravond niet bereikbaar.

CORRUPTIEZAAK Medewerker gemeente Maastricht komt morgen vrij

DEN BOSCH – De echtgenote van de van corruptie verdachte provincie-ambtenaaris gisterochtend aangehouden. Ze wordt verdacht van heling en witwassen, zegt woordvoerder Wim de Bruin van het openbaar ministerie. De vrouw zit vast. Haar advocaat Serge Weening spreekt er schande van en vindt dat justitie misbruik maakt van haar bevoegdheid: „Dit is een ongehoord pressiemiddel in de richting van haar man. Deze vrouw heeft drie kleine kinderen, onder wie een autistje.” Naast de 32-jarige vrouw uit Voerendaal zijn opnieuw drie medewerkers van wegenbouwer Janssen de Jong Infra aangehouden. Het gaat om een 52-jarige man uit Maasbracht (die na verhoor werd vrijgelaten), een 34-jarige inwoner van Landgraaf en een 37-jarige man uit Oirsbeek. Zij worden verdacht van omkoping van ambtenaren. In totaal zijn er nu negentien verdachten in de corruptiezaak. Elf van hen zitten nog vast: zes ambtenaren, vier medewerkers van Janssen de Jong en de echtgenote van de provincie-ambtenaar.

HECHTENIS Corruptieonderzoek loopt door

SITTARD – Het openbaar ministerie (OM) heeft gisteren de laatste drie verdachten van grootschalige bouwfraude in Limburg vrijgelaten. Het gaat om een ambtenaar van de provincie en twee medewerkers van bouwbedrijf Janssen de Jong Infra. Zij werden negen weken geleden door de Rijksrecherche aangehouden. Voor het onderzoek is het niet langer noodzakelijk dat ze vast blijven zitten, zo laat justitie weten. Het onderzoek naar corruptie onder ambtenaren is in de zomer van 2007 gestart naar aanleiding van informatie dat het bouwbedrijf Janssen de Jong Infra zich schuldig maakte aan omkoping. Op 27 januari ging de Rijksrecherche over tot een groot aantal doorzoekingen en de aanhouding van ambtenaren en (oud)-medewerkers van het bouwbedrijf. De ambtenaren uit onder meer Sittard, Stein, Heerlen en Nuth worden verdacht van schending van hun ambtsgeheim door het bouwbedrijf te voorzien van vertrouwelijke informatie over aanbestedingen. Het gaat om infrastructurele projecten van gemeenten en provincie, zoals de reconstructie en verharding van (provinciale) wegen. Sinds eind januari zijn in totaal acht ambtenaren van gemeenten en provincie, een echtenote van een ambtenaar en twaalf medewerkers van Jansen de Jong Infra aangehouden. Het onderzoek door de Rijksrecherche zal nog enkele maanden duren.

ACHTERGROND Elf medewerkers Janssen de Jong, acht ambtenaren en een echtgenote van ambtenaar vast

De historie herhaalt zich in bouwend Limburg. Net als negentien jaar geleden blijkt het een Baars wiens onthullingen mede leiden tot een groot corruptie-onderzoek.

Verschillende malen toog Henk Baars in 2006 6 richting het gemeentehuis in Voerendaal. In twee uitvoerige gesprekken met het voltallige college spuwde de wegenbouwer zijn lang gal over de werkwijze van Janssen de Jong. Hetstak Baars dat zijn grote concurrent er keer op keer in slaagde opdrachten voor zijn neus weg te kapen. Nogal eens tegen een verdacht lage inschrijfprijs.Als‘klokkenluider’ uitte Baarsin Voerendaal zijn vermoeden dat er dingen gebeurden die het daglicht niet konden verdragen. Overigensluchtte Baars niet alleen zijn hart in Voerendaal, maar ook in het Heerlense gemeentehuis en bij de politie. Bij die laatste op voorwaarde dat niemand dit ooit te weten zou komen. Opmerkelijk is dan ook dat justitie nu in haar strafd ossier stelt dat Baars de rechercheurs en bestuurders met wie hij vertrouwelijk sprak, onthulde dat regiodirecteur Ron A. van Janssen de Jong Infra B.V. ‘zijn eigen medewerkers en ambtenaren onder druk zet bij het verkrijgen en uitvoeren van opdrachten’. Uit het dossier sijpelde afgelopen weken ook door op welke manier de alsinds 27 januari vastzittende A. dat doorgaans deed.Ambtenaren werden gefêteerd met bezoekjes aan hetWK-voetbal, de Grand Prix van Monaco of geholpen bij het verbouwen van hun huis. Voor de krant was Henk Baarsin de afgelopen weken onbereikbaar. Hij is de zoon van ‘oude Sjaak’, oprichter van het gelijknamige bouwbedrijf dat begin jaren negentig prominent figureerde in het vorige grote onderzoek naar omkoping in de Limburgse bouwwereld. Die Sjaak stond, op zijn beurt, aan de wieg van wat resulteerde in de geboorte van ‘de Vriendenrepubliek’: een door deze krant in honderden artikelen opgetekend beeld dat tientallen provinciale wegenbouwers, projectontwikkelaars, architecten en installateurs miljoenen guldens ‘smeergeld’ betaalden aan burgemeesters, wethouders en ambtenaren. Bijna als vanzelfsprekend, want dat was historisch zo gegroeid, en uit vrees om opdrachten miste lopen.Want wie weigerde op de ‘steekpenningenmanier’ zaken te doen, wist dat hij uit de ‘Vriendenrepubliek’ verstoten zou worden. En brodeloos zou raken. De oude Sjaak Baars maakte in juli 1990 in een gesprek met twee medewerkers van de Fiscale Inlichtingen en Opsporings Dienst allerminst een geheim van zijn omkopingspraktijken. „Wij kopen wel eens werk in. Ik zal nooit geld uitgeven zonder dat daar een afspraak tegenover staat. Degene die het geld ontvangt, zal ook aan mijn bedrijf moeten denken.” Overigens weigerde Baarssenior namen te noemen.

De privacy van zijn ‘vrienden’ was hem heilig. Zonder omhaal vertelde de Klimmense wegenbouwer dat hij voor zijn te betalen steekpenningen speciaal een rekening had geopend bij de toenmalige Nederlandse Middenstands Bank. Tientallen keren perjaar haalde hij op de vestigingen van de NMB in Valkenburg, Haelen, Heerlen en Maastricht contante bedragen op variërend van 2500 tot 30.000 gulden. Hetsmeergeld, jaarlijks gemiddeld ruim drie ton, verscheen gewoon op zijn belastingaangifte. Onder de post ‘representatie, goodwill en giften’.

Zo eenvoudig zal de rijksrecherche het dit keer niet hebben gehad in de bewijsvoering jegens Janssen de Jong. De afgelopen weken werden elf werknemers van het bedrijf aangehouden op verdenking van het omkopen van zeven corrupte ambtenaren. Ook de echtgenote van een van de ambtenaren zit vast. Baars Aannemings- en Wegenbouwmaatschappij BV overleefde de mede door vader Sjaak aan het rollen gebrachte Vriendenrepubliek-affaire, alsmede de parlementaire enquête bouwnijverheid die daarop volgde. Zoals wel meer wegenbouwers kreeg het bedrijf het moeilijk met de nieuwe mores van gemeenten die vaker dan vroeger werken openbaar aanbesteedden. Keer op keer verloor Baars de slag. Op 23 september 2008 werd hetfaillissement uitgesproken. Sjaak Baars, die nooitis veroordeeld voor het betalen van smeergeld, maakte dat niet meer mee. Hij overleed op 3 maart vorig jaar

CORRUPTIE-AFFAIRE Veroordeelde drugscrimineel leverde auto waarmee ambtenaar zou zijn omgekocht

SITTARD – Er bestaat een relatie tussen de Limburgse corruptie-affaire, waarin diverse ambtenaren nu al weken vastzitten, en de onderwereld.

Dit blijkt uit het strafdossier over deze zaak. Uit afgeluisterde telefoongesprekken is naar voren gekomen dat de veroordeelde drugscrimineel Christiaan van A. veelvuldig contact had met voormalig rayondirecteur Aart van der B. van het door de corruptie-affaire in opspraak geraakte bedrijf Janssen de Jong Infra. Volgens justitie heeft Van A. – tot drie jaar cel veroordeeld in een groot drugs-, witwasen fraudeonderzoek – een Fiat Barchetta geleverd waarmee ambtenaar Andy P. uit Spijkenisse zou zijn omgekocht. Van A. had een transport- en bouwbedrijfje, dat ook opdrachten kreeg van Janssen de Jong Infra. Aart van der B. vroeg Van A., die tevens handelde in tweedehands voertuigen, of hij een auto kon leveren. De Fiat Barchetta zou Andy P. hebben aangenomen in ruil voor diensten aan Janssen de Jong Infra. De telefoontapes vormden een van de aanleidingen voor het huidige corruptie- en omkopingsonderzoek, ‘Cleveland’ genaamd. Van der B. bleek contacten te hebben met ambtenaren in Limburg. Deze informatie werd gevoegd bij de resultaten van een in juli 2006 gestart onderzoek, ‘Coropuna’ geheten, naar vermeende malversaties en frauduleus handelen door ambtenaren van diverse Limburgse gemeenten en medewerkers van Janssen de Jong Infra. Deze twee onderzoeken leidden tot hetCleveland-onderzoek. Bestuursvoorzitter Eric Krul van Janssen de Jong zegt niets te weten van een link met een drugszaak. „Van der B. is ontslagen vanwege vermeende malversaties, niet omdat hij verdachte was in een drugszaak.” Aan welke malversaties Van der B. zich schuldig zou hebben gemaakt, wilKrul niet zeggen.

JUSTITIE Eerder opgepakte verdachten nog vast

MEERSSEN/ROTTERDAM – Het openbaar ministerie heeft gisterochtend nog eens drie Limburgse medewerkers van wegenbouwer Janssen de Jong Infra laten aanhouden op verdenking van omkoping van ambtenaren en valsheid in geschrifte. Het gaat om functionarissen van de Meerssense vestiging van het bedrijf: een man uit Maastricht (33), een Gelener (34) en een Hoensbroekenaar (30). Alleen de laatste zit nog vast, de andere twee zijn gisteravond vrijgelaten, maar blijven wel verdachten, zo bevestigt woordvoerderWim de Bruin van het landelijk parket van het OM. De verdachten zijn geen directeuren, aldus De Bruin, maar‘gewone’ medewerkers. Volgens advocaat Serge Weening van de Geleense verdachte werkt zijn cliënt „goed mee aan het onderzoek”. In totaal zijn er nu vijftien verdachten in deze zaak: zeven ambtenaren en acht(ex-)medewerkers van Janssen de Jong Infra.

Het gerechtshof in Den Bosch heeft gisteren het hoger beroep tegen de gevangenhouding van de provincieambtenaar en een van de directeuren van Janssen de Jong Infra afgewezen. Directeur Eric Krul van de Janssen de Jong Groep -het moederbedrijf van Janssen de Jong Infra-, die eerder verklaarde dat omkoping „niet past in de bedrijfscode”, had gisteravond „geen enkel commentaar”.

SITTARD – De 32 jarige echtgenote van de van corruptie verdachte provincieambtenaar is gisteren door het openbaar ministerie vrijgelaten. De vrouw blijft wel verdacht; justitie beticht haar van heling van witwassen. In totaal telt de corruptie en omkopingsaffaire negentien verdachten: zeven ambtenaren, elf medewerkers van wegenbouwer Janssen de Jong Infra en de echtgenote.

BOUWFRAUDE Openbaar ministerie onderzoekt corruptieverdenking bij project in Voerendaal

SITTARD – De Nederlandse Mededingingsautoriteit (NMa) verdenkt vijf Limburgse bouwbedrijven van het maken van verboden prijsafspraken. Een woordvoerster van de NMa heeft dit gisteren bevestigd. Een van de verdachte aannemers zou Janssen De Jong Infra zijn, het bedrijf dat ook een cruciale rol speelt in de corruptieaffaire die het openbaar ministerie nu onderzoekt. Welke vier andere bedrijven verdacht worden, is nog niet bekend. Justitie verdenkt drie medewerkers en een oud-werknemer van Janssen de Jong van het omkopen van zeven ambtenaren. Zij zouden medewerkers van de provincie en enkele gemeenten in ruil voor gevoelige informatie over bouwprojecten hebben omgekocht met onder meer auto’s en reisjes. De Steinse ambtenaar David G. is opgepakt op verdenking van corruptie bij een project in Voerendaal.

Bouwbedrijf Janssen de Jong Groep, moeder van het van corruptie verdachte Limburgse Janssen de Jong Infra, verdubbelde in achtjaar zijn omzettot 546 miljoen euro en staat daarmee in de top 10 van Nederlandse bouwbedrijven. De directie wil geen enkel commentaar geven op de aanklacht van corruptie door Infra, reden waarom dinsdag zeven Limburgse ambtenaren zijn aangehouden. Het bedrijfis eerder al betrokken geweest bij bouwfraude en kreeg in 2006 van de NMAeen boete van 592 duizend euro wegens verboden prijsafspraken. Het bedrijf werd in 2002 genoemd door klokkenluider en directeur van Koop Tjuchem Ad Bos. DochterbedrijfWindward Roads zou eerder met Koop Tjuchem hebben afgesproken opzettelijk te hoog op een projectin te schrijven.

Onderling zou zijn afgesproken dat Koop Tjuchem het project zou krijgen.Windward Roads is één van de achttien dochterbedrijven van Janssen de Jong, met bij elkaar 1650 werknemers. De grondleggers van het oorspronkelijk Roermondse bedrijfJanssen & De Jong begonnen al in de jaren ‘90 met het verzamelen van dochters. In 2001 werd het bedrijf door het management en een investeerder overgenomen en ging het verder als Janssen de Jong. Janssen de Jong in ingedeeld in vier divisies.Janssen de Jong Infra, dat verdacht wordt van corruptie, is vooral actiefin Zuid-Limburg en Oost-Brabant. Ook de TwentseWeg- enWaterbouw en deAsfaltcentrale Roermond maken deel uit van de cluster Infra. De tak Projectontwikkeling en Bouw ontwikkelt bouwplannen in een groot deel van oostelijk Nederland. Met de Rabobank vormt het bedrijf Zuidgrond, dat meer dan 63 hectare bouwgrond in steden en dorpen in Brabant en Limburg heeft. Hier kan Janssen de Jong Bouw in de loop der jaren totaal1500 woningen bouwen

De ambtenaar uit Stein die dinsdag door de rijksrecherche werd aangehouden, wordt verdacht van corruptie bij een project in Voerendaal. Daar was de man voorheen werkzaam. Hij is ingesloten, net als vijf Limburgse collega’s.

Al in 2006 deed in Voerendaal het gerucht de ronde dat er iets mis was met de aanbesteding van het ‘Leefbaarheidsproject’ voor de kern Ubachsberg. Er zou een wel erg warme band bestaan tussen ambtenaar David G., en wegenbouwer Janssen De Jong Infra, die het project had binnengesleept. De in België wonende G., inmiddels werkzaam voor de gemeente Stein, is één van de zes Limburgerse ambtenaren die dinsdagochtend werden aangehouden op verdenking van corruptie. Nadat de Belgische politie zijn huis had doorzocht en vergeeft bij de grend had gepost, vatte de rijksrecherche de ambtenaar op de parkeerplaats van het gemeentehuis in Stein in de kraag.

Stein heeft G., die manager beheer, openbare ruimte en accommodaties is, inmiddels tijdelijk op non-actief gesteld. Burgemeester Anton Barske: “We willen voorkomen dat als hij straks vrijkomt, hij zomaar weer het gemeentehuis in kan lopen. Eerst wil ik een goed gesprek met hem voeren.” Het Steinse ambtelijk apparaat is volgens Barske geschokt. “Dit is geen positieve reclame voor het openbaar bestuur in Limburg”, merkt de burgemeester op.

G. vervulde ook zelf enige jaren een rol in dat bestuur. Hij was raadslid voor het CDA in Voerendaal voordat hij die groene gemeente als ambtenaar aan de slag ging. Hij werd hoofd afdeling Beheer. G. is nu aangehouden in verband met corruptie bij een project in Voerendaal, zegt een woordvoerder van het landelijk parket. De momenteel ingesloten man speelde een belangrijke rol bij de aanbesteding van het Leefbaarheidsproject Ubachsberg. Dat deed in 2006 veel stof opwaaien in Voerendaal. De gemeenteraad had 1,1 miljoen euro ter beschikking gesteld voor de herinrichting van het centrum en de doorgaande weg in Ubachsberg. Dat bleek te weinig. Eén van de oorzaken: tegen het geldende aanbestedingsbeleid in, koos het collega niet voor de aannemer die het goedkoopste had ingeschreven, maar voor Janssen De Jong. Dat kostte de armlastige gemeente 240.000 euro extra. De keus voor Janssen De Jong was het gevolg van een geheel nieuwe manier van aanbesteden waarover de gemeenteraad – weer tegen de regels in – pas achteraf werd geïnformeerd. Vier aannemers mochten een offerte indienen op basis van een Design & Construct – model waarmee Voerendaal nog geen enkele ervaring had. Daarbij krijgen de ondernemers veel ruimte om met eigen plannen en ideeën te komen. Bij de beoordeling van de inzendingen was niet alleen de prijs zaligmakend.

“Een subjectief en ondoorzichtig systeem”

Ook voor de presentatie van hun project, de ‘technisch waarde’ ervan en verleende ‘garanties’ konden de onderhands geselecteerde aannemers punten verdienen. Daarbij verleende de door het college benoemde jury ook nog eens bonuspunten. In die vijfhoofdige jury zaten twee medewerkers van Van Heukelom-Verbeek Landschapsarchitecten dat nauw bij het hele project betrokken was. Naast hen drie betrokken ambtenaren van Voerendaal zelf. Een van die gemeentelijke medewerkers maakte later, volgens goed ingevoerde bronnen, een carriereswitch: hij stapte over naar Janssen De Jong. Maar ook David G., hoofd van de afdeling Beheer, maakte deel uit van de jury. Die koos uiteindelijk unaniem voor Janssen De Jong, dat op bijna alle onderdelen ‘uitstekend’ scoorde. In de lokale politiek brieste vooral de raadsfractie Democraten Voerendaal van woede. Huidige fractievoorzitter Patrick Leunissen sprak van een “ondoorzichtig en subjectief” dat tot de dure keuze voor Janssen De Jong had geleid. Zelfs als deze wegenbouwer nog een miljoen euro duurder was geweest, had het bedrijf door het gebruikte systeem de meesten punten gekregen.

Waarom en op wiens initiatief het college voor het Design & Construct-model koos, bleef ook achteraf vraag. Of G. daarbij een sturende rol heeft gespeeld, is onduidelijk. Dat hij in de positie was invloed uit te oefenen, is wel helder. In voerendaal deed en doet in ieder geval het hardnekkige gerucht de ronde dat G. na de aanbesteding rijkelijk door Janssen De Jong werd beloond. Voerendaals in oktober 2008 aangetreden burgermeester Ed Sprokkel wil in ieder geval niet van enig kwaad weten. “De rijksrecherche is hier niet geweest, justitie heeft mij niet gebeld om informatie. Wat die hele aanbesteding Ubachsberg bestreft is destijds, na vragen vanuit de raad en de pers, met de betrokken ambtenaren over de kwestie gesproken. Daaruit bleek dat niets is gebeurd dat het daglicht niet kan verdragen. “Die conclusie is nooit op papier gezet? “Ik heb dat mondeling vernomen.”

Janssen De Jong mag zich ook alvast op de volgende Voerendaalse klus verheugen, kondigt Sprokkel aan. In april mag het bedrijf bedrijventerrein Lindelaufer Gewande opknappen. Welk bedrag daarmee is gemoeid, wil de burgermeester nog niet kwijt. “Daar moet het college eerst mee akkoord gaan.”

CORRUPTIE Ambtenaren zouden auto’s en luxe reizen hebben aangenomen van top Janssen de Jong Infra BV

MAASTRICHT – Een nieuwe corruptieaffaire in Limburg. Meer dan honderd rechercheurs vielen gisteren vielen op veertig plaatsen, waaronder vier Limburgse gemeentehuizen en het gouvernement, binnen voor onderzoek naar omkoping door een wegenbouwer.

In totaal zijn elk mensen aangehouden. Het gaat daarbij om zes gemeenteambtenaren (Maastricht, Stein, Nuth, Heerlen (2) en Sprijkenisse), één ambtenaar van de provincie Limburg, drie functionarissen van bouwbedrijf Janssen de Jong Infra BV en een oud-manager van dat bedrijf.

De ambtenaren worden verdacht van het schenden van hun ambtsgeheim. Zij zouden het bouwbedrijf aan vertrouwelijke informatie over aanbestedingen hebben geholpen. Bij de invallen is een honderdtal verhuisdozen vol documenten in beslag genomen en is een groot aantal computer bestanden gekopieerd voor onderzoek. Volgens het openbaar ministerie betreft het onder meer „een groot aantal documenten van alle verdachte projecten waarbij het bouwbedrijf in het verleden betrokken is geweest”.

De medewerkers van Janssen de Jong Infra zouden de ambtenaren hebben omgekocht met auto’s, kaartjes voor sportwedstrijden, concerttickets, luxe reizen en exclusieve etentjes. In ruil voor de giften kregen ze informatie over de aanbesteding van wegwerkzaamheden en rioolverbeteringen van gemeenten en provincie, vermoedt de rijksrecherche. Om welke projecten het gaat, is niet bekendgemaakt. Niet alleen de betrokken overheden kregen de recherche op bezoek, ook de woningen van de aangehouden ambtenaren zijn doorzocht. Verder viel de rijksrecherche de vestigingen van Janssen de Jong Infra in Meerssen, Horst en Breda, en de woonhuizen van twee medewerkers in Landgraaf binnen.

Algemeen directeur Henk Cuppen van het bedrijf wilde gisteravond geen commentaar geven op de invallen en beschuldigingen. De advocaten van de verdachten weigerden gisteravond commentaar. Woordvoerder Wim de Bruin van het Landelijk Parket sluit meer aanhoudingen niet uit. Er is geen enkele aanwijzing dat ook politici bij het corruptieschandaal zijn betrokken. De rijksrecherche kwam de zaak ongeveer anderhalf jaar geleden op hetspoor, toen ze een andere zaak onderzocht. De betrokken overheden reageren geschokt op de aanhoudingen. Gouverneur Léon Frissen vreest dat het imago van de provincie hoe dan ook schade oploopt.

Heeft Limburg niets geleerd van alle corruptieaffaires van de afgelopen twintig jaar? De gisteren door Justitie geïnitieerde arrestatie van Limburgse ambtenaren en wegenbouwers doet vermoeden dat het bouwfraudevirus nog volop in deze provincie rondwaart.

Begint het feest opnieuw? De reactie van advocaat Theo Hiddema op de aanhouding van Limburgse ambtenaren en wegenbouwers omdat ze verdacht worden van betrokkenheid bij een mogelijk ongekend groot corruptieschandaal, spreekt boekdelen. Hiddema trad regelmatig op als raadsman in grote bouwfraudezaken. Zo verdedigde hij in 1989 de Sittardse aannemer Lou Schreurs die beschuldigd werd van het maken van illegale prijsafspraken en in 1994 provincieambtenaar Wil en Vlijmen voor het aannemen van duizenden guldens smeergeld van bouwbedrijven. Dat die zaken voor het eerst begin jaren negentig aan de oppervlakte kwamen in Limburg wekte weinig verbazing. Maar de niet te bedwingen drang tot het aannemen van steekpenningen en maken van prijsafspraken bleek niet alleen een puur Limburgs ‘virus’. De bouwfraude-enquête in 2002 toonde aan dat de corruptiezaken uit Zuid-Limburg slechts het topje van de ijsberg waren. Tientallen bouwfraudezaken kwamen in de loop van de jaren aan het licht. De meeste opmerkelijke conclusie was vooral dat de overheid zelf had zitten slapen. Het toezicht op de bouwwereld schoot tekort. Nieuwe afspraken over aanbestedingen en gedragsregels voor ambtenaren moesten een einde maken aan het corrupte gedrag in de bouwwereld en bij gemeenten. Gedrag dat zich eind jaren tachtig voor het eerst zo pontificaal manifesteerde in Limburg. Het is 16 augustus 1989 als aannemer Lou Schreuers uit Sittard bij de onderzoeksrechter in Maastricht verklaar dat “in de bouwwereld iedereen opzetgelden betaalt of ontvangt”. Opzetgelden waren de bedragen die Schreurs en collega-bouwbedrijven in het geheim afspraken om offertes te verhogen. De laagste inschrijver, die de opdracht kreeg, verdeelde dat opzetgeld later onder de andere inschrijvers. Schreurs was de enige die veroordeeld werd. Voor het eerst maakte Nederland kennis met wat al tijdens een rechtszaak in 1990 ‘een ingekankerd gebruik in de bouwwereld’ werd genoemd. Voor 1987 kwamen in het hele land al wegenbouwers en aannemers bijeen om voor een aanbestedingsronde prijsafspraken te maken.

Vooral de Limburgse wegenbouw bleek last te hebben van een chronisch corruptievirus. Bouwbedrijven gaven gif toe dat er illegale prijsafspraken werden gemaakt, maar bezwoeren dat die praktijk begin jaren negentig definitief tot het verleden behoorde. “Bouwfraude? Daar doen we niet meer aan”, verklaarde bijvoorbeeld de directeur van Laudy bouwbedrijven in Sittard tegen de politie. Een collectieve leugen van de bouwwereld, zo bleek later. Gesteund door gemeentelijke en provinciale ambtenaren die geen nee konden zeggen tegen steekpenningen in de vorm van vakantiereisjes, nieuwe auto’s of etentjes. Uit de boekhouding van een aannemer in Rijswijk bleek dat in Limburg tot 2002 bij zeker vijftien bouwprojecten sprake was van illegale werkafspraken. De Jongen Groep uit Landgraaf kwam daarbij duidelijk naar voren. De werken omvatten onder meer het Atrium Ziekenhuis en de Hogeschool Zuyd in Heerlen. Midden jaren negentig werd in een reeks bouwaffairezaken al duidelijk dat de banden tussen ambtenaren en de bouwwereld erg nauw waren. Burgemeester Wiel Vossen uit Gulpen werd veroordeeld wegens het aannemen van steekpenningen uit de bouwwereld. In Maastricht bood de gemeente een groep aannemers en wegenbouwers bescherming door de concurrentie niet uit te nodigen bij een aanbesteding. Een percentage van de aanneemsom werd aan de wethouders zelf gegeven.

In 1996 moest een journalist van deze krant aan burgemeester Constand Nuytens van Valkenburg vertellen dat de aanbesteding van een wegenproject in zijn gemeente doorgestoken kaart was. Al van tevoren hadden de vijf inschrijvende wegenbouwers afgesproken dat aannemer Baars uit Landgraaf de goedkoopste zou zijn met 130.000 gulden. Hoewel Baars, vorige jaar overleden, vrijgesproken werd van valsheid in geschrifte, werd hij in 1997 wel schuldig bevonden aan deelname aan het kartel van wegenbouwers dat vijftien jaar lang het werk verdeelde in Maastricht. In de jaren daarna leek het wat stiller te worden, maar regelmatig doken namen van Limburgse bouwbedrijven weer op in mogelijke corruptie-schandalen. De collectieve leugen hield aan. Zoals een betrokkene uit de nieuwe steekpenningen-affaire gisteren tegenover deze krant verklaarde: “Omkoping in de bouwwereld? Dat is iets uit een grijs verleden. Uit de tijd van Baars, de vorige eeuw. Nu gebeurt dat echt niet meer hoor.”