woensdag, 10 oktober 2012 – door Maurice Ubags

HOF Mark J. beschuldigt vooral baas

Regio-directeur Mark J. van Janssen de Jong Infra doorbrak gisteren het stilzwijgen. Giften? Ja. Omkoping? Nee, want een tegenprestatie had hij nooit verlangd.

Op zijn achttiende, in 1996, begon Mark J. uit Heerlen als stagiair bij Janssen de Jong Infra (JaJo) in Meerssen. „Een wonderbaarlijk mooie stage. Ik kwam overal, alles kon. Ik had er de tijd van mijn leven”, zei hij gisteren tegen de drie raadsheren van het hof in Den Bosch, waar hij terechtstond voor de omkoping van ambtenaren. Volgens justitie gedaan tussen 2004 en 2009, in zijn functie als regiomanager en laterregiodirecteur.

Mark J. zweeg voor de rechtbank in Maastricht, die hem eerder veroordeelde tot 24 maanden celstraf voor de omkoping van zes ambtenaren. Mark J.sprak voor het hof wel. Zijn betoog leunde op twee pijlers: hij legde de verantwoordelijkheid voor alles wat hij gedaan had vooral bij zijn directe directeur Rob A. En zelf zette hij zich neer als een slachtoffer van de cultuur bij de Meerssense vestiging van JaJo en als slachtoffer van zijn eigen goedheid om altijd – „zelfs nu nog” – mensen te willen helpen. „Ik heb alle jaren bij Janssen de Jong onder Rob A. gewerkt. Hij wist alles, vooraf. Ik heb nooit uit eigen initiatief gehandeld.” „Nooit?” vroeg de advocaat van
Rob A. aan Mark J.

„Hooguit een enkele keer”, gaf hij toe. Mark J. klom snel op binnen JaJo. Van calculator naar projectleider en regiomanager om te eindigen als regiodirecteur.Volgens justitie deelde hij kwistig enveloppen uit met geld aan ambtenaren,regelde verbouwingen van hun huizen, de reparatie van een auto. Hij betaalde de kraamborrel van een provincieambtenaar,regelde kaartjes voor voetbalwedstrijden, een zeefdruk, opslagruimte en zelfs internet voor zijn ambtelijke relaties. „Het is gewoon zo gelopen.

Dat is makkelijk gezegd, maar niet zo bedoeld. Je zit in een flow. Je probeert aan werk te komen en werk te houden.” Mark. J.: „Ik help mensen graag en ik zat in een situatie dat ik dat kon. Ik had geen foute bedoelingen.Wij hoefden daar niets voor terug.” De meeste giften erkende hij gisteren. Waarmee zijn verklaring in lijn kwam met de bekentenissen van enkele omgekochte ambtenaren en van zijn eigen verklaringen bij de rijksrecherche. Maar een juridisch cruciale onderdeel van de tenlastelegging, het verlangen van een tegenprestatie, ontkende hij categorisch. Ook al zei een van de ambtenaren over hem: „Mark praat erg op je in. ‘Het gaat slecht met het bedrijf. Als jij ons helpt, helpen wij jou, zei hij altijd.’” Mark J.: „Dat zijn zijn woorden.”