RECHTBANK Laatste deel van ‘zaak-Loontjens’; rechtbank doet 24 november uitspraak

MAASTRICHT – Raadsman Peer Szmkowiak van Stephan P., hoofdverdachte van de doodslag op Fer Loontjens (47) uit Geleen, lijdt aan een tunnelvisie. Zijn conclusie dat P. (32) het dodelijke letsel in elk geval niet kan hebben toegebracht, is gebaseerd op drijfzand. Een opmerkelijke stellingname van officier van justitie Rogier gisteren voor de rechtbank in Maastricht. Doorgaans is het juist het openbaar ministerie dat wordt beticht van tunnelvisie. De officier reageerde op het pleidoor van Szymkowiak, die de rechtbank vroeg zijn cliënt wegens gebrek aan bewijs vrij te spreken van het medeplegen van doodslag. Het openbaar ministerie heeft tien jaar tegen hem geëist. “Het is niet aangetoond wie het dodelijke letsel heeft toegebracht; ik sluit zelfs niet uit dat een combinatie van gewelddadigheden tot de dood van het slachtoffer heeft geleid”, aldus de officier.

Szymkowiak, die zelf niet aanwezig kon zijn, liet via zijn confrere Serge Weening weten dat hij een duidelijk andere mening heeft over het bewijs. “De officier van justitie stelt: als er geen bewijs is, kan het er toch zijn. Zij fantaseert.”

Fer Loontjens werd op carnavalszondag in een Geleen café dusdanig mishandeld dat hij dertien dagen later aan de gevolgen overleed. “Ik heb dit niet gewild,” zie P. in zijn laatste woorde. “Ik vergeet niet dat wat ik ook zeg, het leed bij de nabestaanden niet verazht kan worden. Ik weet dat ik hiervoor straf zal krijgen en neem mijn verantwoordelijkheid. Ik hoop dat de Nederlandse overheid dat ook doet jegens het Molukse volk.”

De enige andere van de zeven verdachten die gebruik maakte van zijn recht op het laatste woord, was Gennaro S. (33). Ook tegen hem is tien jaar geëist, omdat het OM hem ziet als aanstichter van de vechtpartij die Loontjens het leven kostte. “Ik heb hem niet aangeraakt. Ik wil niet gestraft worden voor dingen die ik niet heb gedaan.” Voor één verdachte heeft OM vrijspraak gevraagd; tegen twee anderen is acht jaar geëist wegens medeplegen van doodslag, hun advocaten stellen dat daar geen bewijs voor is. Weer twee anderne moeten volgens het OM twee jaar krijgen voor openlijke geweldpleging, maar daar deze twee zelf geen geweld hebben toegepast, dienen zij volgens hun advocaten te worden vrijgesproken.