door Theo Sniekers

LANDGRAAF – Eric van den B., tot begin 2006 exploitant van hotel-restaurant Overste Hof in Landgraaf, zit niet langer vast in de Lantin-gevangenis in België. De failliete belegger, die vastzat op verdenking van wietteelt, is op borgtocht vrijgelaten. “De borgsom bedroeg 20.000 euro”, verklaart zijn advocaat Serge Weening.

Van den B. (42) had dat geld zelf niet. “Vrienden van hem hebben dat bij elkaar gelegd”, zegt Weening. Volgens hem moet zijn cliënt nog terechtstaan, maar Van den Bergh zelf hoopt dat het zover niet komt.

Weening vindt de borgsom erg hoog en heeft er ook geen goed woord voor over dat Van den Bergh maanden vastzat in België.

Hij zou in Plombieres, net over de grens bij Vaals, betrokken zijn geweest bij de exploitatie van een hennepplantage van achthonderd plantjes. “In Nederland wordt je voor tien keer die hoeveelheid nog niet vastgezet.” Van den Bergh zegt ook onschuldig te zijn. Hij wijst met de beschuldigende vinger naar ene tweede verdachte in deze zaak, de uit het Heuvelland afkomstige maar in Plombieres wonende V. Deze vijftigjarige man werd op 6 december 2006 gearresteerd en zit vast in Verviers. De derde verdachte van betrokkenheid bij de plantage is de Duitser A., die in zijn eigen land vastzit op verdenking van drugshandel. Volgens een woordvoerder van het openbaar ministerie (OM) in Aken worden A. en V. ervan verdacht in Duitsland samen in softdrugs gehandeld te hebben. Deze zouden in België geproduceerd zijn.

Duitsland heeft om uitlevering van V. gevraagd. De woordvoerder van het OM in Aken verwacht dat België hiermee instemt, mogelijk nadat V. een – nog op te leggen straf – daar heeft uitgezeten. V. ontkent iedere betrokkenheid bij welke drugshandel dan ook. Volgens Van den Berg, die momenteel bij vrienden in Landgraaf verblijft, kon hij op borgtocht vrijkomen nadat bleek dat hij niets met de drugszaak in Duitsland te maken had.