Chat with us, powered by LiveChat

MAASTRICHT – Tegen twee van de vier verdachten van de doodslag op de 77 jarige Arnold Vink uit Brunssum zijn gisteren voor de Maastrichtse rechtbank celstraffen geëist van respectievelijk een jaar en drie jaar.

De ‘pantoffelmoordzaak’ Vink droeg slechts één pantoffel toen hij op 10 maart dood werd gevonden, de andere is spoorloos, werd achter gesloten deuren behandeld, omdat de verdachten minderjarigen van 15 en 17 jaar zijn.

Officier van justitie W. Smits eiste een jaar jeugddetentie tegen de 15 jarige verdachte, waarvan twee maanden voorwaardelijk. Tegen de 17 jarige eiste hij drie jaar, waarvan één voorwaardelijk. Hij vroeg de rechtbank deze jongen volgens het volwassenenstrafrecht te straffen. Mocht de rechtbank besluiten toch het jeugdstrafrecht toe te passen, dan luidt de eis van het openbaar ministerie twee jaar jeugddetentie met acht maanden voorwaardelijk. Twee jaar is de maximum gevangenisstraf volgens de jeugdstrafrecht.

Komende woensdag moeten de andere twee verdachten, onder wie de eveneens 17 jarige hoofdverdachte, voorkomen. De zaken worden alle vier apart behandeld. Alle vier de verdachten is primair ‘diefstal met geweld met de dood tot gevolg’ ten laste gelegd.

De 17 jarige hoofdverdachte woonde enkele huizen bij Vink vandaan. Hij heeft bekend de man te hebben neergestoken. De hoofdverdachte had op 5 maart al ingebroken bij zijn buurman en zou bij die gelegenheid op een bankafschrift hebben gezien dat Vink een aanzienlijk bedrag op zijn rekening had staan. Dat zou voor hem reden zijn geweest enkele dagen later met drie vrienden terug te gaan in een poging de man zijn pincode te ontfutselen. Volgens de hoofdverdachte bleven twee jongens buiten op de uitkijk staan, terwijl hij zelf en een 22 jarige kompaan naar binnen gingen. De jongens die op de uitkijk zouden hebben gestaan, stonden gisteren terecht. De rechtbank maakt pas bij de uitspraak over twee weken bekend of de 17 jarige verdachte volgens het volwassenen strafrecht wordt veroordeeld.