Chat with us, powered by LiveChat

Heeft Limburg niets geleerd van alle corruptieaffaires van de afgelopen twintig jaar? De gisteren door Justitie geïnitieerde arrestatie van Limburgse ambtenaren en wegenbouwers doet vermoeden dat het bouwfraudevirus nog volop in deze provincie rondwaart.

Begint het feest opnieuw? De reactie van advocaat Theo Hiddema op de aanhouding van Limburgse ambtenaren en wegenbouwers omdat ze verdacht worden van betrokkenheid bij een mogelijk ongekend groot corruptieschandaal, spreekt boekdelen. Hiddema trad regelmatig op als raadsman in grote bouwfraudezaken. Zo verdedigde hij in 1989 de Sittardse aannemer Lou Schreurs die beschuldigd werd van het maken van illegale prijsafspraken en in 1994 provincieambtenaar Wil en Vlijmen voor het aannemen van duizenden guldens smeergeld van bouwbedrijven. Dat die zaken voor het eerst begin jaren negentig aan de oppervlakte kwamen in Limburg wekte weinig verbazing. Maar de niet te bedwingen drang tot het aannemen van steekpenningen en maken van prijsafspraken bleek niet alleen een puur Limburgs ‘virus’. De bouwfraude-enquête in 2002 toonde aan dat de corruptiezaken uit Zuid-Limburg slechts het topje van de ijsberg waren. Tientallen bouwfraudezaken kwamen in de loop van de jaren aan het licht. De meeste opmerkelijke conclusie was vooral dat de overheid zelf had zitten slapen. Het toezicht op de bouwwereld schoot tekort. Nieuwe afspraken over aanbestedingen en gedragsregels voor ambtenaren moesten een einde maken aan het corrupte gedrag in de bouwwereld en bij gemeenten. Gedrag dat zich eind jaren tachtig voor het eerst zo pontificaal manifesteerde in Limburg. Het is 16 augustus 1989 als aannemer Lou Schreuers uit Sittard bij de onderzoeksrechter in Maastricht verklaar dat “in de bouwwereld iedereen opzetgelden betaalt of ontvangt”. Opzetgelden waren de bedragen die Schreurs en collega-bouwbedrijven in het geheim afspraken om offertes te verhogen. De laagste inschrijver, die de opdracht kreeg, verdeelde dat opzetgeld later onder de andere inschrijvers. Schreurs was de enige die veroordeeld werd. Voor het eerst maakte Nederland kennis met wat al tijdens een rechtszaak in 1990 ‘een ingekankerd gebruik in de bouwwereld’ werd genoemd. Voor 1987 kwamen in het hele land al wegenbouwers en aannemers bijeen om voor een aanbestedingsronde prijsafspraken te maken.

Vooral de Limburgse wegenbouw bleek last te hebben van een chronisch corruptievirus. Bouwbedrijven gaven gif toe dat er illegale prijsafspraken werden gemaakt, maar bezwoeren dat die praktijk begin jaren negentig definitief tot het verleden behoorde. “Bouwfraude? Daar doen we niet meer aan”, verklaarde bijvoorbeeld de directeur van Laudy bouwbedrijven in Sittard tegen de politie. Een collectieve leugen van de bouwwereld, zo bleek later. Gesteund door gemeentelijke en provinciale ambtenaren die geen nee konden zeggen tegen steekpenningen in de vorm van vakantiereisjes, nieuwe auto’s of etentjes. Uit de boekhouding van een aannemer in Rijswijk bleek dat in Limburg tot 2002 bij zeker vijftien bouwprojecten sprake was van illegale werkafspraken. De Jongen Groep uit Landgraaf kwam daarbij duidelijk naar voren. De werken omvatten onder meer het Atrium Ziekenhuis en de Hogeschool Zuyd in Heerlen. Midden jaren negentig werd in een reeks bouwaffairezaken al duidelijk dat de banden tussen ambtenaren en de bouwwereld erg nauw waren. Burgemeester Wiel Vossen uit Gulpen werd veroordeeld wegens het aannemen van steekpenningen uit de bouwwereld. In Maastricht bood de gemeente een groep aannemers en wegenbouwers bescherming door de concurrentie niet uit te nodigen bij een aanbesteding. Een percentage van de aanneemsom werd aan de wethouders zelf gegeven.

In 1996 moest een journalist van deze krant aan burgemeester Constand Nuytens van Valkenburg vertellen dat de aanbesteding van een wegenproject in zijn gemeente doorgestoken kaart was. Al van tevoren hadden de vijf inschrijvende wegenbouwers afgesproken dat aannemer Baars uit Landgraaf de goedkoopste zou zijn met 130.000 gulden. Hoewel Baars, vorige jaar overleden, vrijgesproken werd van valsheid in geschrifte, werd hij in 1997 wel schuldig bevonden aan deelname aan het kartel van wegenbouwers dat vijftien jaar lang het werk verdeelde in Maastricht. In de jaren daarna leek het wat stiller te worden, maar regelmatig doken namen van Limburgse bouwbedrijven weer op in mogelijke corruptie-schandalen. De collectieve leugen hield aan. Zoals een betrokkene uit de nieuwe steekpenningen-affaire gisteren tegenover deze krant verklaarde: “Omkoping in de bouwwereld? Dat is iets uit een grijs verleden. Uit de tijd van Baars, de vorige eeuw. Nu gebeurt dat echt niet meer hoor.”