maandag, 10 mei 2004 – door Ad rijken

DEN BOSCH – Leon Marcé is vermoord in hetzelfde café als waar hij eerder Puk Verspeek dood schoot. Het een lijkt het onvermijdelijke gevolg van het ander.

Voor niemand bang. Onverschrokken in de boksring en daarbuiten. Maar ook roekeloos en onberekenbaar, zeker als hij ‘middelen’ gebruikt had.

Zo stond Bosschenaar Leon Marcé al bekend toen hij in januari ’99 zijn plaatsgenoot Hans Verspeek vermoordde. Marcé, 31 inmiddels, werd zaterdagnacht doodgeschoten in café ’t Huukske in zijn woonplaats Den Bosch. Cynisch genoeg hetzelfde café als waarin hij zelf Verspeek doodschoot.

Raadsels

De gewelddadige dood van Marcé komt niet als een verrassing. Het is het bijna onvermijdelijke sluitstuk van die eerdere moord in ’t Huukske. De moord op Verspreek, vanwege zijn geringe gestalte altijd Puk genoemd en onlangs nog groot in het nieuws als vermoedelijke dader van de viervoudige moord in Hilvarenbeek waarvan ook de broers Taminau slachtoffer waren, is altijd met raadsels omgeven gebleven. Dat geldt zowel voor de toedracht als voor de achtergrond.

Zwijgzaamheid

Wat is er precies gebeurd en waarom? Net als afgelopen zaterdagavond, zat het café ook toen ‘lekker vol’. Achteraf had niemand iets van de worsteling gezien waarbij Verspeek door drie kogels in zijn rug werd gedood. De politie stuitte op een muur van zwijgzaamheid. Het onderzoek leverde uiteindelijk drie verdachten op, behalve Marcé twee andere Bosschenaren van toen 26 en 27. En ze werden aanvankelijk ook alle drie veroordeeld, Marcé tot zeven jaar en de beide andere verdachten tot zes.

Een grote vraag bleef echter of Verspeek, die het café zou zijn binnengestapt op zoek naar zijn vriendin, min of meer toevallig in een vechtpartij verwikkeld raakte, of hij dat in de val is gelokt.

Medeverdachte

Marcé sprak aanvankelijk niet tegen dat, op het moment dat hij Verspreek zijn wapen had ontfutseld, ‘iemand’ had geroepen ‘schiet hem kapot’. Later ontkende hij dat stelling. Maar de basis voor de vete met de toen 27 jarige medeverdachte was daarmee gelegd.

Die werd, evenals de tweede medeverdachte, in hoger beroep weliswaar vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord, maar hij zou Marcé de ‘valse beschuldiging’ nooit vergeven.

De mannen leefden sindsdien op voet van oorlog met elkaar, maar gingen elkaar wonderlijk genoeg niet uit de weg. Na de vrijlating van Marcé volgende diverse ernstige incidenten met als hoogtepunt een schietpartij waarbij Marcé enkele kogels in zijn benen kreeg.
De ex-medeverdachte uit de Verspeekzaak kreeg daar vier jaar voor en moest Marcé 2700 euro schadevergoeding betalen.

Toen al stond vast dat de vete daarmee niet ten einde was.