Chat with us, powered by LiveChat
RECHTBANK Hoogste straf: anderhalf jaar

GELEEN/MAASTRICHT – Van de zeven verdachten van een ernstige mishandeling in juni 2007 in Geleen, waarbij twee mannen zwaargewond raakten, heeft de rechtbank in Maastricht er gisteren vier vrijgesproken, omdat er geen bewijs is voor hun betrokkenheid bij de vechtpartij.

Drie mannen werden wel veroordeeld. Twee van hen kregen wegens openlijke geweldpleging respectievelijk twintig maanden waarvan zes voorwaardelijk en zestien maanden waarvan vier voorwaardelijk.

De hoogste straf (24 maanden waarvan zes voorwaardelijk) was voor Anthony P., die als enige werd veroordeeld wegens een poging tot doodslag in vereniging, oftewel het medeplegen van een poging tot doodslag. ‘Medeplegen’ lijkt te impliceren dat hij die poging tot doodslag in de ogen van de rechtbank niet in zijn eentje op zijn geweten heeft. Maar of dit ook betekent dat andere betrokkenen bij de vechtpartij moeten zijn geweest dan degenen die terecht stonden, is een vraag die de rechtbank gisteren niet kon beantwoorden.

Het openbaar ministerie had twee weken geleden de hoogste straffen geëist tegen Stephan P. (acht jaar) en Paul S. (zeven jaar). Beiden werden vrijgesproken, al kreeg S. wel 240 uur werkstraf voor enkele andere mishandelingen in 2007. P. werd weliswaar schuldig bevonden aan het stukgooien van glazen in café in november 2007, maar daarvoor wordt hij niet gestraft, omdat hij vorige jaar al toto acht jaar is veroordeeld wegens de doodslag op Fer Loontjens met carnaval 2008.

De rechtbank liet weinig heel van de door het OM aangedragen bewijslast. Zo mogen de verklaringen van een mede-verdachte niet worden gebruikt wegens verregaande onbetrouwbaarheid. Hoewel de rechtbank ferm stelling nam tegen de ‘geweldsexplosie’ in de nacht van 9 op 10 juni 2007 bij de Geleense Hanenhof, vielen de straffen relatief laag uit. Met name in het vonnis tegen Anthony P., die kennelijk verantwoordelijk wordt gehouden voor het bijna fatale hoofdletsel van een van beide slachtoffers, repte de rechtbank van “volstrekt redeloos en onacceptabel geweld.” “Voor zulke ernstige feiten kent de rechtspraak eigenlijk nauwelijks richtlijnen”, aldus rechtbankvoorzitter Krol.

RECHTBANK Advocaten: ‘uitermate schokkend’

MAASTRICHT – Een schande.Walgelijk. Absoluut ongepast. Uitermate schokkend. Niet-magistratelijk. De advocaten van de zeven verdachten in de Geleense mishandelingszaak vonden gisteren voor de rechtbank in Maastricht haast geen woorden om hun verontwaardiging over uitspraken van de officier van juistitie adequaat uitte drukken. In haar requisitoir stelde officier Anneke Rogier eergisteren dat „mensen die dit doen (doelend op de verdachten, die in juni 2007 twee mannen ernstig zouden hebben mishandeld op de Markt in Geleen, red.) niet snappen hoe de rechtsstaat in elkaar zit. Verlies van kracht, lichaamskracht en verlies van recht op een rechtsstaat zou de meest passende straf zijn.” Wat bedoelde ze hiermee, vroegen alle advocaten zich in hun pleidooien af. „Lijfstraffen? De doodstraf? Ik mag hopen dat deze officier geen politieke aspiraties heeft”, aldus raadsman Peter Hermsen van verdachte Rick D., tegen wie vier jaar is geëist wegens medeplegen van poging tot doodslag. „Het lijkt alsof de officier deze mensen een ernstige ziekte of zelfs de dood toewenst”, zei Serge Weening, advocaat van Paul S. (eis van zeven jaar).

„Zij wil deze mensen vogelvrij verklaren. Dit soort uitspraken is uitermate schokkend”, vond advocaat Ivo van de Bergh van Jeremy M. (eis vier jaar, waarvan één voorwaardelijk). Raadsvrouwe Françoise Landerloo van Anthony P. (eis vier jaar, waarvan één voorwaardelijk) zei de uitspraken „verre van zich” te werpen. Raadsman Peer Szymkowiak van Stephan P. (eis acht jaar) viel over een volgende passage in het requisitoir, waarin de officier zei: „Zo’n straf staat de wet hier niet toe. Verlaging tot de cultuur van mensen die dit doen, is niet aan de orde.” Zijn cliënt, aldus Szymkowiak, heeft dit opgevat als „een verwijzing naar de Molukse gemeenschap, aangezien alle verdachten -op één na- tot die gemeenschap behoren. Hij is zeer gekwetst.” Een voorschot nemend op haar repliek vandaag liet officier Rogier gisteren alvast schriftelijk weten dat „deze officier van justitie heeltevreden is met de straffen die de wet stelt. Het voorbeeld hoort bij een type maatschappij waartoe deze officier nóóit zou willen behoren.” Alle advocaten vroegen overigens vrijspraak voor hun cliënten wegens gebrek aan bewijs.

RECHTBANK Mishandeling Geleen juni 2007

MAASTRICHT – „Mensen die dit doen snappen niet hoe de rechtsstaat in elkaar zit. Verlies van lichaamskracht en verlies van recht op een rechtsstaat zou de meest passende straf zijn.” Dat zei officier van justitieAnneke Rogier gisteren voor de Maastrichtse rechtbank en eiste vervolgens forse celstraffen tegen zes van de zeven verdachten van een zware mishandeling in Geleen. In de nacht van 9 op 10 juni 2007 werden bij de Hanenhof twee mannen geschopt en geslagen door een groep van -volgens getuigen- tien tot vijftien anderen. De één hield daar zwaar hersenletsel aan over; de ander een verbrijzelde schouder. Tegen Stephan P. eiste de officier acht jaar wegens dubbele poging doodslag en openlijk geweld in een café in november 2007. Al bepaalde de rechtbank eergisteren dat de verklaringen van de ‘bedreigde getuige’ 0801 in deze zaak niet mogen gelden als bewijs, Rogier gebruikte die toch, zij het mondjesmaat. Ze kondigde ook aan in beroep te gaan tegen de beslissing van de rechtbank om ‘0801’ van het bewijs uitte sluiten. Volgens 0801 en medeverdachte Jeremy M.-die overigens zeer wisselend verklaarde en op de zitting alleen wilde vertellen over zijn eigen aandeel- heeft P. wel degelijk beide slachtoffers geschopt en geslagen. „Stephan P. is gevaarlijk. Weerloze onbekende mensen die zijn pad op het verkeerde moment kruisen lopen gevaar.” P. werd in november vorig jaar veroordeeld tot acht jaar gevangenisstraf wegens het medeplegen van doodslag op Fer Loontjensin het Geleense café ‘t Vlaegelke met carnaval 2008.

Paul S., die werd vrijgesproken in de ‘Vlaegelke-zaak’, hoorde gisteren zeven jaar tegen zich eisen wegens enkelvoudige poging doodslag op die 10e juni 2007 (zijn betrokkenheid bij het andere slachtoffer kan volgens de officier niet worden bewezen) en drie andere vermeende geweldplegingen. „Mijn opmerking over de rechtsstaat is met nadruk op deze verdachte van toepassing”, aldus de officier, nadat S.’ advocaat Serge Weening meteen na die opmerking al had laten weten deze „walgelijk” te vinden. Rick D. -tot zes jaar veroordeeld in de ‘Vlaegelke-zaak’- zou volgens de officier vier jaar de cel in moeten wegens het medeplegen van enkelvoudige poging doodslag. Drie anderen zouden vier jaar, waarvan een voorwaardelijk moeten krijgen en de zevende dient in de ogen van justitie te worden vrijgesproken. De officier memoreerde dat het onderzoek in deze zaak moeizaam verliep, omdat de getuigen geen verklaring durfden af te leggen „uit angst voor deze groep.” Ze vroeg zich hardop af waaróm die twee mannen in juni 2007 slachtoffer werden van een „excessieve, barbaarse geweldsexplosie. Wellicht één onschuldige opmerking deed de heren exploderen. Ze vieren hun agressie bot,slaan hun jasjes af en gaan naar de disco.” Vandaag is het woord aan de advocaten van de verdachten.

RECHTBANK ‘Bedreigde getuige’ niet gebruikt

MAASTRICHT – Het openbaar ministerie (OM)in Maastricht heeft gisteren een gevoelige nederlaag geleden in de strafzaak tegen zeven verdachten van zware mishandeling in juni 2007 in Geleen. De rechtbank bepaalde dat de verklaringen van een ‘bedreigde getuige’ niet als bewijs gebruikt mogen worden. Deze getuige was de enige die zeer belastend verklaarde voor verschillende verdachten, onder wie Stephan P. (32). Zijn raadsman Peer Szymkowiak heeft zich van meet af aan verzet tegen het verlenen van de status ‘bedreigde getuige’.

P. werd in november vorig jaar veroordeeld wegens medeplegen van doodslag op Fer Loontjens. Deze overleed aan de gevolgen van een geweldsexplosie in een Geleens café tijdens carnaval vorig jaar. Vier van de zeven verdachten in die zaak (van wie er twee werden vrijgesproken)staan nu ook terecht voor de eerdere mishandeling op de Markt in Geleen, samen met weer drie anderen. In de nacht van 9 op 10 juni 2007 werden twee mannen in de buurt van de Hanenhof geslagen en getrapt. Eén van hen moest met ernstig hersenletsel en een schedelbreuk naar het ziekenhuis worden vervoerd, de tweede hield er een verbrijzelde schouder aan over.Volgens de slachtoffers barstte de vechtpartij los na een onbenullige opmerking over een jas. Getuigen van deze mishandeling willen maar mondjesmaat verklaren, uit angst voor de ‘groep rond Stephan P.’. De bedreigde was daar wel toe bereid, op voorwaarde dat zijn identiteit niet bekend zou worden.

Het OM maakte evenwel de fout een gerechtelijk vooronderzoek te openen tegen een anonieme verdachte en niet tegen Stephan P. Dat vindt de rechtbank „onbegrijpelijk”, aldus voorzitter Krol: „Daarmee zijn de rechten van de verdachte geschonden, omdat hij niet in de gelegenheid is geweest gehoord te worden. Dit betreft een vormverzuim dat niet meer hersteld kan worden. De enige passende sanctie is bewijsuitsluiting.” Szymkowiak, die hierom had gevraagd, kwalificeerde dit besluit als „juridisch helemaal juist”. Van de zeven verdachten erkennen er drie dat ze een aandeel hebben gehad in de vechtpartij. De overige vier ontkennen, onder wie Stephan P. Vandaag gaat de zaak verder met onder meer de strafeis van het OM.

Vier van de zeven mannen die worden verdacht van de doodslag op Fer Loontjens worden – samen met twee anderen – tevens verdacht van betrokkenheid bij een eerdere, zware mishandeling op de Markt in Geleen, in juni 2007. In de nacht van 9 op 10 juni werden twee mannen geslagen en getrapt. Eén van hen moest in comateuze toestand naar het ziekenhuis worden vervoerd; de tweede hield er een verbrijzelde schouder aan over. Voor de recherche was het geweld op carnavalszondag 3 februari 2008 aanleiding om opnieuw naar die ‘oude’ mishandeling te kijken. De hoofdverdachte in de zaak-Loontjens, Stephan P., zou ook hierbij betrokken zijn geweest. Eerder kreeg de politie geen grip op deze zaak, omdat getuigen bleven zwijgen uit angst voor de dadergroep.

Het openbaar ministerie wilde beide zaken gelijktijdig behandeld zien, maar de rechterbank heeft besloten ze afzonderlijk, na elkaar te behandelen.

Wanneer de verdachten van de mishandeling in juni vorige moeten voorkomen, is nog niet bekend.