Chat with us, powered by LiveChat

Mohammed G. wordt bijgestaan door Serge Weening

Jihadist Mohammed G. uit Maastricht heeft een „twijfelachtige primeur” volgens justitie. Hij is de eerste die in Nederland voor de derde keer voor de rechter staat voor misdrijven met een terroristisch oogmerk. Het Openbaar Ministerie eist deze keer acht jaar cel tegen de „hardleerse” G.

Zijn twee jaar op de terroristenafdeling in Vught was een „hinderlijke onderbreking” van zijn jihadistische werkzaamheden. Daags na zijn vrijlating in oktober 2017 pakt Mohammed G. (30) in een woning in Maastricht „de draad gewoon weer op”. Werd hij twee keer eerder vervolgd voor poging tot uitreis naar Syrië, nu gaat het om deelname aan een terroristische organisatie.

Trainingskamp

Officier van justitie Marieke Vreugdenhil schetst in sneltreinvaart hoe Mohammed G. deel uitmaakt van een internationaal jihadistennetwerk met vertakkingen naar Libië, Somalië, Syrië en Zuid-Afrika. Dat houdt zich onder meer bezig met het opzetten van een jihadistisch trainingskamp. G. treft daar voorbereidingen voor, spreekt over de aanschaf van raketten, wapens en drones en zoekt en vindt blauwdrukken van wapens.

G. onderhoudt allerlei jihadistische contacten, in Nederland en ver daarbuiten, zoals met een hooggeplaatste IS-woordvoerder in Afrika. Hij beheert meerdere jihadistisch getinte Telegramgroepen waarin hij IS-propaganda verspreidt. Hij doet allerhande vormen van mediawerk voor IS. Hij beheert twitteraccounts voor personen die waarschijnlijk in IS-gebied verblijven. Hij helpt naar eigen zeggen, zo blijkt uit chats, minstens twintig mensen uit te reizen naar Syrië dan wel Libië. Hij is in die groep de deskundige op het gebied van cryptocurrency. En is samen met anderen bezig om geld in te zamelen voor een op te richten trainingskamp en kalifaat in Somaliland. Daarvoor maakt hij onder meer gebruik van de gestolen persoonsgegevens van de in februari 2018 door zijn jihadistencontacten in Zuid-Afrika ontvoerde en vermoorde Rachel Saunders.

Dat is hoe Mohammed G., vier maanden na zijn vrijlating in 2017, opnieuw in beeld komt van de opsporingsdiensten. Aanvankelijk wordt hij verdacht van betrokkenheid bij de roofmoord op het botanistenechtpaar Rachel en Rodney Saunders in Zuid-Afrika, maar daar is gaandeweg het onderzoek niets van gebleken.

Onthoofdingen

Wel maakt hij Paypal- en mailaccounts aan met de ID- en creditcardgegevens van Saunders en probeert bitcoins te kopen. Een transactie, via Guatemala, die overigens niet lukt. In de chatgroepen gaat het over handelingen ten behoeve van dawla (staat) en over vechten tegen de kuffar (ongelovigen). Al voor zijn vorige arrestatie in 2015 maar ook na zijn vrijlating in 2017 en 2018. Hij is ook lid van een IS-nieuwsgroep op Telegram, heeft een link naar IS-video op zijn gsm – die hij bij zijn arrestatie probeert stuk te maken – met gevechtshandelingen en onthoofdingen.

Dromer

Is G. slechts een ‘IS-sympathisant’, iemand van grootspraak, een dromer maar zeker geen strijder zoals zijn advocaat Serge Weening betoogt? Nee. De officier zegt het met stemverheffing. G. is volgens haar een buitengewoon hardleerse jihadist. Iemand die voor de derde keer voor terroristische feiten voor de rechter staat, zonder dat hij ze ten uitvoer heeft kunnen brengen. In 2012 had hij al de twijfelachtige eer om de eerste jihadist te zijn in het land die voor poging uitreis voor de rechter kwam.

Zijn Nederlandschap wordt ingetrokken. Dat proces loopt, maar baart de reclassering ook grote zorgen. Als G. vrijkomt, wordt hij uitgezet naar Irak, zijn geboorteland. Mits hij daar geen gevaar loopt. Anders staat hij op straat, zonder toezicht en vangnet. Hij kan immers geen aanspraak maken op huisvesting, begeleiding of uitkering omdat hij op de sanctielijst terrorisme staat. En dat zou, zegt de reclassering, een groot gevaar zijn voor de samenleving.

Mohammed G. heeft aangegeven naar Irak te willen, of Pakistan, waar zijn vrouw woont. Hij is er niet bij in de rechtbank Rotterdam. Ziek, volgens zijn advocaat. Die krijgt namens G. het laatste woord. „’Ik wil hier weg’, dat zou hij vast en zeker gezegd hebben.”

Uitspraak op 22 oktober.