MAASTRICHT – Twee jongens uit Beek speelden een paar maanden geleden in Maastricht voor de grap voor drugsrunners. Ze reden met de auto van een van beiden naar Maastricht. Daar besloten ze bij wijze van grap een buitenlandse auto aan te houden om de bestuurders drugs aan te bieden.

Jammer voor de jongens dat ze een politieauto aanhielden. Dat gebeurde even buiten Maastricht, op een afrit van de A-2. Ze zagen een auto met een Frans nummerbord naderen en hielden de auto aan. “We weten dat jullie naar een coffeeshop willen. Bij ons kun je alles krijgen wat ze daar ook verkopen,” zei een van de twee jongens tegen de bestuurder. Toen die interesse toonde, zei hij dat ze hen maar moesten volgend met hun auto. Ze zouden hen naar een rustige plekje in de stad brengen, waar ze de zaken snel en veilig konden afhandelen. “Of zijn jullie misschien flikken?” had hij nog gevraagd.

Het stel reed voor de Franse auto uit richting stadscentrum, maar werd even later ingehaald en tot stoppen gedwongen door de bestuurder en de passagier van diezelfde auto. Het bleken undercoveragenten te zijn, die op deze manier drugsrunners te pakken proberen te krijgen.

Tegen politierechter vertelden de jongens dat ze alleen maar beetje wilden chillen. “Gewoon wat lol trappen. We wilden helemaal geen drugs verhandelen. We hadden ze niet eens bij ons. Als die mensen ons echt gevolgd zouden hebben, hadden we wel gezorgd dat we ze onderweg kwijt geraakt waren.”

Een van beide jongens voelde zich achteraf ellendig door wat ze hadden gedaan. “Ik wil me alleen nog maar met mijn werk bezig houden. Verder niet, ” zei hij. Hij was bang geweest dat hij door dit grapje zijn baan zou kwijt raken.

De andere jongen bleek een ernstige ziekte te hebben. Daardoor kon hij geen celstraf ondergaan, liet zijn advocaat weten. De officier van justitie moest tot haar spijt toegeven dat ze wettig bewijs voor de strafbaarheid van de twee konden vinden, omdat ze geen drugs bij zich hadden en ook niet van plan waren te dealen. Daarom moest ze om vrijspraak vragen. “Maar,” zei ze, “Ik vind dit geen grapje.”

De politierechter volgde haar in zijn vonnis. Tegen de zieke jongen zei hij: “Een celstraf was ook voor jou mogelijk geweest, want er zijn penitentiaire ziekenhuizen. Dus pas maar op.”