door Annelies Hendrikx

MAASTRICHT – Het openbaar ministerie (OM) in Maastricht gaat, tegen de adviezen van gedragsdeskundigen in, geen tbs met dwangverpleging eisen tegen vier van de zes verdachten in de Schinveldse kofferbarmoordzaak.

Volgens officier van justitie P. Bruinen gaan de deskundigen bij vier verdachten te ver in hun conclusie dat een groot risico op herhaling bestaat. “Gezien het ingrijpende karakter van tbs met dwangverpleging is dat alleen noodzakelijk als zij heel erg gevaarlijk zijn voor hun omgeving. Volgens het OM is dat bij deze vier niet aan de orde”, zei zij gisteren voor de rechtbank in Maastricht, waar de zaken tegen vijf verdachten verder werden behandeld.

Daarmee kwam de officier de verdediging alvast een heel eind tegemoet. Want de advocaten hadden geen goed woord over voor de psychologische en psychiatrische rapportages over hun cliënten. “Het is een heel merkwaardig product, om het voorzichtig uit te drukken”, zei raadsman C. Korvinus van hoofdverdachte Harold R. (28) uit Heerlen. “Volgens de psychiater lijdt mijn cliënt sterk aan een anti-sociale persoonlijkheidsstoornis, ook ten tijde van het delict, en toch wordt geconcludeerd dat hij hooguit licht verminderd toerekeningsvatbaar moet worden geacht. Dat rijmt niet meer met elkaar.” De vier andere advocaten uitten soortgelijke kritiek. Tegen hun cliënten wordt in elk geval geen tbs met dwangverpleging geëist; over R. liet officier Bruinen zich niet in die zin uit.

Harold R. heeft bekend Ger Douven (51) uit Schinveld te hebben doodgeschoten. Het verkoolde lichaam van Douven werd op 12 maart 2003 gevonden in de kofferbak van een uitgebrande auto bij Puth-Schinnen. Douven was op verlof uit de gevangenis, waar bij drie jaar uitzat wegens drugshandel. Zijn vriendin Rhonda K. (27) wilde al langer van hem af omdat hij haar stelselmatig mishandelde, maar het lukte haar niet om bij hem weg te komen. Ze klaagde haar nood bij vriendin Tiny H. (48), die op haar beurt haar oudste zoon Roy H. (31) vroeg of hij niet iemand kende die Douven uit de weg zou willen ruimen. Daarop kwam Roy H. uit bij beroepsmilitair Harold R. die er zijn vriendin, de Belgische Marie-José P. (41), bij betrok. Allen staan nog terecht. Alleen tegen de vriendin van Roy H., de 24 jarige Anderea van der K., is al vier jaar celstraf geëist. Zij zou de mobiele telefoon hebben beheerd die als centraal communicatiemiddel diende bij de voorbereiding van de moord.

Raadslieden T. Hiddema (Roy H.); S. Weening (Tiny H.); D. Moszkowicz (Rhonda K.) en H. Ruysink (Marie-José P.) kraakten de psychische rapportages over hun cliënten. Rhonda K. zelf liet de rechtbank weten heel erg boos te zijn op de psychiater, omdat deze stelt “dat ik tien jaar lang pijn en angst heb toegelaten omdat ik afhankelijk zou zijn van Ger Douven. Dat had niks met afhankelijkheid te maken. Ik kon niet bij hem weg.”

De behandeling van de zaken wordt morgen voortgezet.