Maastricht, 8 januari 2014

Op 25 maart 2011 vindt er een overval plaats op een Turkse winkel in Hoogezand. Tijdens de vlucht wordt de eigenaar van de winkel neergeschoten. Verschillende getuigen wezen een van de verdachten aan als de dader en zijn DNA werd aangetroffen op een kledingstuk dat op de vluchtroute zou zijn achtergelaten. De officier van justitie eiste tegen hem 7 jaar gevangenisstraf.

De Groningse rechtbank was het, ondanks de sterke aanwijzingen in het dossier, eens met de Maastrichtse strafpleiter Serge Weening die in een vurig pleidooi de onschuld van zijn cliënt bepleitte. Er was naar het oordeel van de rechtbank ruimte voor andere daders.

Hoewel de officier van justitie tijdens de zitting op vrijdag 13 december nog een zware gevangenisstraf eiste in deze zaak, heeft het OM geen hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak. Weening gaf aan een schadeclaim te zullen indienen voor de tijd dat zijn cliënt ten onrechte heeft vastgezeten.

Op vrijdagavond 25 maart 2011 heeft een van de ernstigste misdrijven van de afgelopen jaren in de provincie Groningen plaats. Op die avond wordt in Hoogezand de Turkse avondwinkel Perya Impex overvallen. Twee gemaskerde mannen met beide een wapen in de hand denderen tegen kwart voor negen de zaak binnen. Een van de overvallers springt op de toonbank en eist geld.
De 37-jarige zoon van de eigenaar roept dat er geen geld is, verzet zich en wordt neergeschoten.

Een kogel doorboort zijn linkerschouder. De overvallers gaan er – zonder buit – vandoor.
Vlak voordat ze het winkelpand verlaten, wordt nogmaals op de dan al zwaargewonde zoon geschoten. Een tweede kogel raakt de buik. Met levensbedreigende verwondingen wordt hij overgebracht naar het ziekenhuis.

De gebeurtenissen hebben een enorme impact in de buurt. De burgemeester komt ‘s avonds poolshoogte nemen. Het is niet het eerste gewelddadige incident in Hoogezand. De burgemeester wil daarom extra politie. De krant meldt de volgende dag dat de daders voortvluchtig zijn en dat van hen ieder spoor ontbreekt.

Wat daarna volgt moet bizar heten. Eerst verstrijken weken. Dan meldt de politie, halverwege mei 2011, dat met de aanhouding van twee mannen de overval op de Turkse avondwinkel is opgelost. De media nemen dat zomaar over. Soms doen wij samen met de politie alsof het leven eenvoudig is: dat met de aanhouding van mannen misdrijven worden opgelost. Zo’n aanhouding is in een rechtstaat natuurlijk nog maar het begin.

De aangehouden mannen zijn 19 en 24 jaar oud. De jongste heet zeg maar Charles, de oudste Gianni. Ze ontkennen.

De rechtszaak dient op 17 november 2011. De verdenkingen zijn gebaseerd op verklaringen van getuigen. En er is een DNA-match die niets bewijst, maar wel belastend is.
Charles en Gianni blijven ontkennen. De een zegt over de verklaringen van getuigen: ‘Mensen praten poep.’ De ander: ‘We worden er ingeluisd.’

Het slachtoffer mag de rechters toespreken en vertelt hoe bang hij is, hoe hij vreesde voor zijn leven, hoe bang zijn ouders op leeftijd zijn.

Ook getuigen zouden angstig zijn. Afgelegde verklaringen worden herroepen, anderen weigeren, bang voor represailles, te verklaren. Een getuige ontkent getuige te zijn en wordt vervolgd wegens meineed. Er is een getuige opgeroepen op de zitting, maar die is niet komen opdagen.
Dat is een probleem. De rechters besluiten dat de strafzaak moet worden aangehouden om die getuige alsnog te kunnen horen.

De twee advocaten vinden dat best, mits Charles en Gianni naar huis mogen om het vervolg van het proces in vrijheid af te wachten. De vertraging is immers niet hun schuld. Het Openbaar Ministerie verzet zich tegen vrijlating, maar de rechters besluiten dat Charles en Gianni nog diezelfde dag de gevangenis mogen verlaten. Ze hebben dan een half jaar vastgezeten.

Daarna wordt het stil en zal het heel lang stil blijven. Er gaan drie maanden voorbij, acht maanden, een jaar. Twee jaar en een paar weken. De getuige die nog gehoord moet worden, woont gewoon naast de avondwinkel.

Op 13 december 2013 – 26 maanden na de onderbreking – krijgt de strafzaak eindelijk een vervolg. Charles is overigens in 2012 nog wel in zittingszaal 14 geweest in verband met een straatroof waar hij (netto) achttien maanden celstraf voor krijgt. Die straf heeft hij al uitgezeten.

Tegen Charles wordt acht jaar gevangenisstraf geëist, tegen Gianni die geen strafblad heeft zeven jaar, beide wegens een poging tot doodslag en een poging tot afpersing. Verklaringen van getuigen geven het wettige en overtuigende bewijs, vindt het OM. Charles en Gianni zijn niet aanwezig, ze kijken wel link uit.

Dat het zo lang heeft geduurd, vindt de officier van justitie vervelend. Dat zegt hij tegen de rechters. Vervelend voor de verdachten, maar zeker ook voor de slachtoffers. De reden van de lange duur, zegt de officier van justitie, is dat het OM in 2012 en 2013 is overspoeld met grote onderzoeken.

Het was gewoon te druk. Zou dat nou echt waar zijn? Dat politie en justitie twee jaar lang geen tijd hebben gehad om een van de ernstigste misdaden in jaren goed te onderzoeken?

Deze week deed de rechtbank uitspraak. Het verzamelde bewijs is weliswaar wettig verkregen, maar het overtuigt niet. Er zijn alternatieve scenario’s denkbaar, het is niet uit te sluiten, oordelen de rechters, dat anderen dan Charles en Gianni de overval hebben gepleegd. Het gebrek aan overtuiging moet leiden tot vrijspraak. En dat is ook de uitspraak.

De rechters leveren kritiek op de kwaliteit van het politieonderzoek: er heeft (te) veel tijd gezeten tussen de overval en het horen van getuigen. Betrokkenen hebben daardoor verklaringen op elkaar kunnen afstemmen. Daarnaast is het de rechters gebleken dat de politie van diverse contacten met getuigen geen proces-verbaal heeft opgemaakt. Rechters: ‘Dat is niet acceptabel.’

Tot slot wordt opgemerkt dat het OM geen plausibele reden heeft opgegeven voor het lange tijdsverloop sinds de zitting van november 2011.

Eind 2013 moet de conclusie luiden dat de overval op 25 maart 2011 op de Turkse avondwinkel niet is opgelost. De burgemeester van Hoogezand moet nog maar eens ergens poolshoogte nemen.

Wanneer de rechters de rechtszaal verlaten en neerstrijken in de raadkamer, kijken ze elkaar aan.
De jongste rechter zucht.
De oudste kijkt hem veelbetekenend aan.
Moeilijke beslissing jongens, zegt de voorzitter, maar ze zullen het vast wel begrijpen.

De jongste rechter vraagt zich dat af.
Voorzichtig: ‘Moeten we dit niet uitleggen?’
De voorzitter: ‘Hoe bedoel je?’
De jongste: ‘Nou uitleggen waarom wij besloten hebben de twee verdachten naar huis te sturen, terwijl ze wel verdachten blijven. Misschien vindt de samenleving dat raar.’
Voorzitter: ‘Tja, daar zeg je wat.’

De oudste rechter pakt ondertussen zijn spullen bijelkaar.
Zegt: ‘Jongens, jullie zoeken het maar uit. Ik ga naar huis. Me dunkt dat dit meer op de weg ligt van het openbaar ministerie.’
De jongste rechter: ‘Welnee. Het openbaar ministerie meldt alleen maar wanneer er verdachten worden opgepakt, nooit wanneer ze worden vrijgelaten. Ze kijken wel link uit.’

De oudste rechter geeft de voorzitter een ferme klap op de schouder, zegt ‘de groetjes thuis’ en ‘tot maandag’.
Zegt: ‘Ik ga nog even lekker bladblazen.’

Tot zover de vrije gedachten vanuit de geheime raadkamer.
Nu over de vrije verdachten.

De rechters hadden er in de raadkamer lang over moeten nadenken.
Wanneer rechters lang moeten nadenken is dat vaak in het voordeel van verdachten.
Een nee is sneller te motiveren dan een ja.

De advocaten hadden de rechtbank verzocht hun cliënten, de verdachten, in vrijheid te stellen door het opheffen van de voorlopige hechtenis.
De twee mannen zitten al zes maanden vast op verdenking van het plegen van een overval op een Turkse winkel in Hoogezand.
Bij die overval wordt een medewerker neergeschoten waarbij de man zeer ernstig gewond raakt.
Het gebeurde in maart van dit jaar, het slachtoffer is nog altijd niet hersteld.

De overval leidde tot veel beroering in Hoogezand waar meer geweldsincidenten vielen te betreuren.
Zelfs de gemeenteraad kondigde maatregelen aan om de zware criminaliteit tegen te gaan.
De hoofdofficier van justitie loofde op 28 april een beloning uit van 7500 euro voor de gouden tip in deze kwestie.

En zie daar, niet heel veel later worden Vincent (24) en Bernard (20) opgepakt.
Er is weinig technisch bewijs, maar er zijn veel verklaringen van getuigen.
Op basis van die verklaringen gaan de twee mannen achter slot en grendel.
Dat is nu zes maanden geleden.

Donderdag diende de rechtszaak.
Vincent en Bernard ontkennen.
Ze hebben er niks mee te maken, zeggen ze.

Twee mannen waren op 25 maart rond half negen de winkel binnengestormd, vermomd en met getrokken pistolen.
Ze eisen geld, roepen: ‘buit, buit!’
De zoon verzet zich, duwt een van de overvallers omver, zo over de groentenstelling heen.
Als de overvaller opstaat, schiet hij.
De zoon wordt getroffen in borst en buik.
De overvallers maken zich vervolgens uit de voeten, zonder geld.

De politie stelt een buurtonderzoek in.
Vanuit het criminele circuit druppelen namen binnen van mogelijke daders.
Er zijn getuigen die zich spontaan melden.

Op de mogelijke vluchtroute wordt een T-shirt gevonden.
Daar zit heel veel DNA op, onder meer dat van Bernard, in die zin dat het van Bernard zou kunnen zijn.

Twee maanden na de overval en een maand nadat die beloning is uitgeloofd, worden Bernard en Vincent aangehouden.
Hun telefoons zijn getapt.
Dat leverde geen belastende informatie op.
Er werd wel een gesprek tussen beide afgeluisterd toen ze in de politiecel zaten.
Agenten horen hen zeggen: ‘We worden er ingeluisd, mensen praten poep.’

Er is een getuige die de status ‘belangrijk’ heeft.
Zij was opgeroepen in de rechtszaal te verschijnen, maar kwam niet opdagen.
Hierdoor kwam het dat de strafzaak donderdag niet kon worden afgerond.
Eerst moet deze getuige worden gehoord, daarna kan het proces worden hervat.
Dat zal naar verwachting niet binnen drie maanden zijn.

Mij best, zegt advocaat Serge Weening, die Vincent bijstaat.
Maar dan verzoek ik de rechtbank de voorlopige hechtenis op te heffen.
Want uitstel betekent dat mijn cliënt die onschuldig is en dus moet worden vrijgesproken, nog langer moet blijven vastzitten.
Advocaat Oskar Schuur die Bernard verdedigt, doet om dezelfde reden hetzelfde verzoek.

De rechters duiken de raadkamer in en blijven lang weg.
Hoe langer hoe gunstiger, zie je Weening en Schuur na verloop van tijd dus denken.
Na een half uur keren de rechters terug.
De rechters zeggen dat de voorlopige hechtenis van Vincent en Bernard met onmiddellijke ingang wordt opgeheven.
Ze zeggen: ‘Europese jurisprudentie dwingt ons dit besluit zo te nemen.’

Vincent en Bernard zijn nu vrije verdachten.

Iedereen in de rechtszaal is verrast, ook de twee advocaten.
Vincent en Bernard misschien nog wel het meest.
Zij mogen nu het vervolg van het strafproces in vrijheid afwachten.
Gehoopt wordt dat de ontkennende mannen over een paar maanden vrijwillig naar de rechtszaal terug zullen keren.

Terwijl de rechters zich weer terugtrekken in de raadkamer, kijkt de officier van justitie wat zuur voor zich uit.
De Turkse familie oogt radeloos.
In een slachtofferverklaring had de neergeschoten zoon geschreven dat hij en zijn familie gek worden van angst en overwegen te verhuizen zodra de daders vrijkomen.

Waarom worden verdachten van een zeer ernstig misdrijf vrijgelaten terwijl ze wel verdachten blijven?
Een paar studenten op de publieke tribune zeggen tegen elkaar dat ze er niks van begrijpen.
Jij?

Nu ben ik geen jurist, maar volgens mij zit het zo.
Wie verdacht wordt van een misdrijf kan in voorlopige hechtenis worden genomen.
Eigenlijk zit je dan onschuldig vast, omdat de rechter nog niet heeft geoordeeld.
Maar je zit wel terecht onschuldig vast, omdat er verdenkingen zijn die wijzen in de richting van schuld.

De wet heeft strenge regels opgesteld om onschuldigen terecht van de vrijheid te beroven.
En naarmate de voorlopige hechtenis langer duurt, worden de criteria om iemand vast te kunnen houden, ook strenger.
Vincent en Bernard zijn aangehouden op basis van verklaringen van getuigen.
Dit zijn doorgaans niet de sterkste bewijzen om iemand te kunnen veroordelen.
Er moet nog wel wat bij.
En dat ‘nog wat erbij’ is er na zes maanden niet.

Het Europese Hof voor de Rechten van de Mens heeft bepaald dat naarmate de voorlopige hechtenis langer voortduurt, de belangen van verdachten – vrij zijn – zwaarder gaan wegen.
En andersom.
Naarmate iemand langer in voorarrest zit, moet het openbaar ministerie steeds overtuigender aantonen dat dat beter is voor iedereen.
En dat gebeurde hier niet.
En dus mochten de twee mannen als verdachten direct naar huis.

Ik denk dat het zo zit.
Zij het dat de rechters dan wel het openbaar ministerie dit zelf natuurlijk veel beter kunnen uitleggen.