Chat with us, powered by LiveChat

De verdachten in deze zaak worden bijgestaan door Serge Weening en Ivo van de Bergh

Hendrik E. (36) uit Spaubeek hoorde maandag 4,5 jaar celstraf tegen zich eisen voor zijn aandeel in een ruzie in Wessem in mei 2018. Hij zou zich schuldig hebben gemaakt aan poging tot doodslag door tot twee keer toe met zijn auto op mensen in te rijden.

Behalve E. stond ook Roy B. (35) uit Beek terecht. De twee mannen waren in de nacht van 27 mei vorig jaar in een auto onderweg toen ze gingen tanken bij het TinQ-tankstation in Wessem. Kort daarvoor reed E. met zijn auto dicht langs een groep fietsers. Eén van die fietsers besloot E. even later bij het pompstation daar op aan te spreken. Die was daar niet van gediend en verkocht als eerste een klap aan de fietser.

Poging doodslag

Wat volgde was een vechtpartij waarbij E. belaagd werd door enkele andere fietsers uit de groep. Voor Roy B. aanleiding om er, naar eigen zeggen, ‘tussen te springen’. De vechtpartij verplaatste zich, waarbij B. tot bloedens toe klappen kreeg. Voor Hendrik E. aanleiding om in zijn auto te stappen en hard op het groepje af te rijden. Daarbij kon een van hen nog net op tijd wegspringen. Poging tot doodslag, zo stelt justitie. E. zegt alleen maar het groepje uit elkaar te hebben willen drijven.

Aanrijding

Over wat er vervolgens gebeurde lopen de verklaringen uiteen. Het Openbaar Ministerie zegt dat E. en B. metalen voorwerpen uit de auto pakten om mee te slaan. De twee verdachten ontkennen dat. Ze stapten terug in de auto en reden weg. Op de Groeneweg kwamen ze twee fietsers opnieuw tegen, waarna E. met zijn auto tegen ze aan reed. Bewust, zo stelt justitie en dus opnieuw poging tot doodslag. E. zegt dat hij verkeerd was gereden en de fietsers niet had gezien. De twee ontkennen dat ze vervolgens de fietsers opnieuw sloegen. De slachtoffers zeggen dat dat wel gebeurde.

Strafblad

E., die een strafblad van negentien pagina’s heeft, hoorde 54 maanden celstraf tegen zich eisen. Ook zou hij tien jaar geen auto meer mogen rijden omdat hij die avond, en ook al vaker, reed zonder rijbewijs. B. zou een straf moeten krijgen van 240 dagen cel, waarvan 89 voorwaardelijk. Dat zou betekenen dat hij niet meer terug de cel in zou hoeven.

Twee slachtoffers eisten een schadevergoeding van bijna tienduizend euro. Ze zeggen bang te zijn voor represailles. Onterecht, volgens B. „Ze hoeven niet bang te zijn, want zo’n grote jongen ben ik niet. Wat geweest is, is geweest.”

Uitspraak over twee weken.