Chat with us, powered by LiveChat

woensdag, 01 februari 2012 – door Sjors Beek

Het doet me pijn dat wij zijn vervolgd terwijl vergelijkbare gevallen zijn geseponeerd. Zo klaagde Abdelhaquim K. gisteren tegen de rechtbank in Maastricht. K. is ex-voorzitter van SIS Heerlen, de Stichting islamitische Basisscholen met vestigingen in Heerlen en Maastricht. K. en twee medebestuurders hoorden cel- of taakstraffen tegen zich eisen wegens hun gesjoemel met de loonlijsten van de scholen. De mannen kenden zichzelf en hun vrouwen salaris toe zonder dat ze echt op school werkten.Volgens betrokkenen een noodsprong om het verliesgevende leerlingen vervoer te kunnen bekostigen. „We deden alles in dienst van een hoger doel, namelijk dat ook islamitische kinderen goed onderwijs krijgen”, aldus K.

Volgens advocaat Serge Weening was er sprake van een soort ‘noodtoestand’ om de school overeind te houden en zijn de bestuurders daarom niet strafbaar. Ook raadsvrouwe Sabina Gomez Espinosa stelt dat haar cliënt geen straf verdient „omdat hij geen kant op kon”. Het Openbaar Ministerie geloof niets van de verhalen en denkt dat de bestuurders zichzelf hebben verrijkt, onder meer door het pinnen van grote bedragen in Marokko. Toch is de vraag of de bestuurders van SIS Heerlen door Justitie zijn ‘geslachtofferd’ niet geheel onbegrijpelijk.

Het ministerie van Onderwijs heeft vastgesteld dat 85 procent van alle islamitische schoolbesturen in Nederland tussen 2004 en 2008 met geld heeft gerommeld.Vier keer is daarvan aangifte gedaan, waarvan drie keer door het ministerie zelf, onder meer tegen SIS Helmond, waar de inmiddels opgeheven islamitische basisschool in Roermond onder viel. „Maar er is geen sprake van willekeur”, aldus officier van Justitie Bliek van het Functioneel Parket gisteren: „Het zijn geen vergelijkbare gevallen.” Correspondentie waarin Justitie uitlegt waarom het Roermondse schoolbestuur níet wordt vervolgd, wordt niet openbaar gemaakt.