donderdag, 07 januari 2010 – door Bjorn Thimister
RECHTZAAK Verdachte Brunssummer bekent seksueel misbruik

MAASTRICHT – Het openbaar ministerie (OM) in Maastricht heeft gisteren 240 uur werkstraf en een jaar voorwaardelijke gevangenisstraf (proeftijd vijf jaar) geëist tegen de van ontucht verdachte Paul F.(51) uit Brunssum.

Officier van justitie Wim Smits vroeg de rechtbank tevens een contact- en locatieverbod aan de man op te leggen voor plekken waar minderjarige meisjes aanwezig kunnen zijn. Deze zaak, die al speelt sinds eind 2005, werd gisteren in Maastricht behandeld door rechters van de Roermondse rechtbank. Dit omdat een griffier van de Maastrichtse rechtbank in een
eerder stadium had vergeten processen-verbaal van zittingen in deze zaak uit te werken. In totaal ging het hier om twee strafzaken. De betrokken griffier werd op non-actief gesteld.

Paul F. bekende dat hij zich als zwemleraar in Schinnen meerdere malen schuldig heeft gemaakt aan seksueel misbruik met leerlingen van minderjarige leeftijd. Ook gaf hij toe bij twee nichtjes tijdens verschillende logeerpartijtjes onzedelijk te hebben betast. „Waarom ik dat heb gedaan, dat kan ik niet verklaren. Er was drank in het spel. Misschien was ik op zoek naar aandacht en genegenheid.”

Uit psychiatrisch onderzoek is gebleken dat Paul F. weliswaar geen ‘klassieke pedofiel’ is, maar dat hij wel opgewonden wordt van jonge meisjes. Ook lijdt hij aan een depressieve stoornis en heeft hij, na de plotselinge dood van zijn dochter enkele jaren geleden, niet aan adequate rouwverwerking gedaan. De verklaring van F. bij de politie dat hij het misbruik ‘onbewust’ had gepleegd, daar wilde de rechter verduidelijking over hebben van hem.

Ook hiervoor kon de voortdurend hoofdschuddende Brunssummer geen verklaring geven. Officier van justitie Smits noemde de daden van F. ‘hoogst verwijtbaar gedrag’. „De jonge slachtoffers waren mentaal niet opgewassen tegen de toenaderingen van verdachte. Het locatieverbod moet onder andere gelden voor speeltuinen, schoolterreinen en zwembaden.”

Serge Weening, advocaat van Paul F., kon zich vinden in de eis, maar vond wel dat het contact- en locatieverbod ‘verder geconcretiseerd moet worden’. „Mijn cliënt moet namelijk weten waar hij precies aan toe is.” Uitspraak over twee weken.