vrijdag, 9 maart 2007

‘Ze bleef maar doordrammen over dat seksueel misbruik. Ik wilde dat ze ophield.’

Hoe vaak hij misbruikt werd en hoe ver dat ging, blijft tijdens de rechtszaak tegen W. in 2001 onduidelijk, omdat een aantal van Freddy’s verklaringen volgens de officier van justitie ‘bewijsbaar onbetrouwbaar’ zijn. Freddy liegt, en leugens blijven als een rode draad door zijn leven lopen.

Het zijn leugens die ervoor zorgen dat de relatie met zijn vriendin Nancy vijf jaar op de klippen loopt. “Hij leefde in een fantasiewereld”, zou ze later tegen de politie zeggen. Gewelddadig is hij niet, maar wel merkt Nancy dat het misbruik diepe sporen heeft achtergelaten bij Freddy, bij wie ze ‘pijn en verdriet in de ogen’ ziet.

Pijn en verdriet lijken tevens de belangrijkste drijfveren voor het vervelende gedrag van Marita Schoenmaekers. “Ik ga er een eind aan maken”, roept ze op haar laatste nacht door haar mobieltje tegen haar vriend. Ze wil bij hem weg omdat hij haar slaat, zegt ze tegen Freddy. En dus geeft de barman haar die nacht in zijn Lada een lift naar Breda. Onderweg wordt de dronken Marita handtastelijk, verklaart Freddy na zijn arrestatie tegenover de politie: “Ze legde haar hand op mijn been. Ik wilde dat niet, ik had een vriendin en dat wist ze.”

Op de Snijdersweg in het buitengebied van Chaam, halverwege de weg van Turnout naar Breda, trekt Freddy haar uit de auto. “Ze sloeg me met haar handtas en ze probeerde met te trappen. Op een gegeven moment greep ze mijn adamsappel vast. Toen sloegen bij mij de stoppen door.”

Freddy knijpt Marita’s keel dicht totdat ze niet meer beweegt. Hij zet haar terug in de auto en rijdt naar de afgelegen Kloosterstraat, waar hij de nog levende vrouw met een maïsveld in sleept. Tijdens een reconstructie toont Freddy de Belgische politie later hoe hij Marita vervolgens met twee halen de keel doorsnijdt: “Pas toen ik met een bebloed mes in mijn hand terug bij de auto stond, besefte ik wat ik had gedaan.”

Na de moord rijdt Freddy terug naar Rijen, vermoedelijk naar het huis van zijn nieuwe vriendin José van E., waar de politie later het mes zal vinden. Het lichaam van Marita wordt de volgende dag door twee jongens gevonden. Omdat de politie denkt dat ze in België is vermoord, wordt het onderzoek daar opgestart. Het zijn opnieuw leugens die Freddy de das omdoen als de Belgen hem als getuige horen. In september wordt hij gearresteerd. Aan de zeer gedetailleerde bekentenis die hij vervolgens aflegt, moet volgens zijn advocaat Serge Weening geen waarde worden gehecht: “Hij bekende omdat hij naar Nederland uitgeleverd wilde worden.”

In gevangenschap weeft Freddy de ene leugen aan de andere. Nadat hij eerst een cafébezoeker beschuldigt, probeert hij de moord later in de schoenen te schuiven van de ‘bekende drugscrimineel John J.’. Het lijkt geen toeval dat dit de naam is van de voormalige leider van de beruchte Juliet-bende. Helaas voor Freddy zit deze John J. al jaren in de gevangenis. Niet verwonderlijk lijkt het dat noch de politie noch Freddy’s advocaat er tot nu toe in geslaagd is die andere John J. op te sporen.

Hoewel Freddy beweert dat deze ‘John’ Marita in het maïsveld vermoordde, heeft de politie er alleen sporen aangetroffen van Freddy’s Nikes. Diens bewering dat John weinig geloofwaardig. Belastend is bovendien dat Freddy zijn oude Lada de dag na de moord in Oosterhout naar de sloop bracht. Nu de politie in de slaapkamer van zijn ex het mes heeft gevonden met DNA-sporen van Marita, lijkt het doek voor Freddy definitief te vallen. Dat hij verstrikt is in een zelf geweven net van leugens lijkt hij op een goed moment ook zelf te beseffen. Zo erg hij tegen de politie: “Ik begrijp dat door mijn leugens niemand mij meer wil geloven.”