17 april 2012

LEEUWARDEN – De drie mannen die op nieuwjaarsmorgen twee jongens en een meisje in een Leeuwarder gracht zouden hebben gesmeten, ontkennen.

Tijdens een pro-formazitting over hun zaak pleitten hun advocaten maandag voor opheffing van de voorlopige hechtenis. Het openbaar ministerie verzette zich daartegen. Deze week neemt de rechtbank een beslissing. Inhoudelijk komt de zaak pas later aan de orde. De advocaten hebben nog een lijst van elf getuigen die ze aan de tand willen voelen.

Volgens officier van justitie Eelco Jepkema is duidelijk dat het drietal – twee Leeuwarder broers van 21 en 24 jaar en een man uit Assen van 39 jaar – verantwoordelijk is voor het geweld tegen de slachtoffers. Die zijn in het water langs de Voorstreek gesmeten, kregen fietsen en bakstenen naar hun hoofd, werden onder geduwd en verhinderd op de kant te klauteren. Dat levert een poging tot doodslag op.

Maar advocaat Serge Weening betoogde dat de oudste Leeuwarder niemand heeft geduwd en juist zelf in het water was beland. Omdat hij een longaandoening heeft, is een van zijn makkers hem nagesproken. Uit woede zou hij wel geworsteld met degene die hem de duw had gegeven. De verdachten zouden niemand hebben verhinderd uit de gracht te komen.

Advocaat Bart Canoy van de jongste broer stelde op grond van camerabeelden dat zijn cliënt niet kan worden verweten dat hij met een fiets heeft gegooid, zoals beweerd. Jantine Rouwé, advocaat van de Assenaar, vond de beschuldiging van poging tot doodslag overtrokken. Het water in de gracht kwam die nacht maar halverwege de heupen, zei ze.