Chat with us, powered by LiveChat

Mohammed G. wordt bijgestaan door Serge Weening

Jihadist Mohammed G. uit Maastricht heeft een „twijfelachtige primeur” volgens justitie. Hij is de eerste die in Nederland voor de derde keer voor de rechter staat voor misdrijven met een terroristisch oogmerk. Het Openbaar Ministerie eist deze keer acht jaar cel tegen de „hardleerse” G.

Zijn twee jaar op de terroristenafdeling in Vught was een „hinderlijke onderbreking” van zijn jihadistische werkzaamheden. Daags na zijn vrijlating in oktober 2017 pakt Mohammed G. (30) in een woning in Maastricht „de draad gewoon weer op”. Werd hij twee keer eerder vervolgd voor poging tot uitreis naar Syrië, nu gaat het om deelname aan een terroristische organisatie.

Trainingskamp

Officier van justitie Marieke Vreugdenhil schetst in sneltreinvaart hoe Mohammed G. deel uitmaakt van een internationaal jihadistennetwerk met vertakkingen naar Libië, Somalië, Syrië en Zuid-Afrika. Dat houdt zich onder meer bezig met het opzetten van een jihadistisch trainingskamp. G. treft daar voorbereidingen voor, spreekt over de aanschaf van raketten, wapens en drones en zoekt en vindt blauwdrukken van wapens.

G. onderhoudt allerlei jihadistische contacten, in Nederland en ver daarbuiten, zoals met een hooggeplaatste IS-woordvoerder in Afrika. Hij beheert meerdere jihadistisch getinte Telegramgroepen waarin hij IS-propaganda verspreidt. Hij doet allerhande vormen van mediawerk voor IS. Hij beheert twitteraccounts voor personen die waarschijnlijk in IS-gebied verblijven. Hij helpt naar eigen zeggen, zo blijkt uit chats, minstens twintig mensen uit te reizen naar Syrië dan wel Libië. Hij is in die groep de deskundige op het gebied van cryptocurrency. En is samen met anderen bezig om geld in te zamelen voor een op te richten trainingskamp en kalifaat in Somaliland. Daarvoor maakt hij onder meer gebruik van de gestolen persoonsgegevens van de in februari 2018 door zijn jihadistencontacten in Zuid-Afrika ontvoerde en vermoorde Rachel Saunders.

Dat is hoe Mohammed G., vier maanden na zijn vrijlating in 2017, opnieuw in beeld komt van de opsporingsdiensten. Aanvankelijk wordt hij verdacht van betrokkenheid bij de roofmoord op het botanistenechtpaar Rachel en Rodney Saunders in Zuid-Afrika, maar daar is gaandeweg het onderzoek niets van gebleken.

Onthoofdingen

Wel maakt hij Paypal- en mailaccounts aan met de ID- en creditcardgegevens van Saunders en probeert bitcoins te kopen. Een transactie, via Guatemala, die overigens niet lukt. In de chatgroepen gaat het over handelingen ten behoeve van dawla (staat) en over vechten tegen de kuffar (ongelovigen). Al voor zijn vorige arrestatie in 2015 maar ook na zijn vrijlating in 2017 en 2018. Hij is ook lid van een IS-nieuwsgroep op Telegram, heeft een link naar IS-video op zijn gsm – die hij bij zijn arrestatie probeert stuk te maken – met gevechtshandelingen en onthoofdingen.

Dromer

Is G. slechts een ‘IS-sympathisant’, iemand van grootspraak, een dromer maar zeker geen strijder zoals zijn advocaat Serge Weening betoogt? Nee. De officier zegt het met stemverheffing. G. is volgens haar een buitengewoon hardleerse jihadist. Iemand die voor de derde keer voor terroristische feiten voor de rechter staat, zonder dat hij ze ten uitvoer heeft kunnen brengen. In 2012 had hij al de twijfelachtige eer om de eerste jihadist te zijn in het land die voor poging uitreis voor de rechter kwam.

Zijn Nederlandschap wordt ingetrokken. Dat proces loopt, maar baart de reclassering ook grote zorgen. Als G. vrijkomt, wordt hij uitgezet naar Irak, zijn geboorteland. Mits hij daar geen gevaar loopt. Anders staat hij op straat, zonder toezicht en vangnet. Hij kan immers geen aanspraak maken op huisvesting, begeleiding of uitkering omdat hij op de sanctielijst terrorisme staat. En dat zou, zegt de reclassering, een groot gevaar zijn voor de samenleving.

Mohammed G. heeft aangegeven naar Irak te willen, of Pakistan, waar zijn vrouw woont. Hij is er niet bij in de rechtbank Rotterdam. Ziek, volgens zijn advocaat. Die krijgt namens G. het laatste woord. „’Ik wil hier weg’, dat zou hij vast en zeker gezegd hebben.”

Uitspraak op 22 oktober.

Mohammed G. wordt bijgestaan door Serge Weening

Voor de derde keer in zes jaar staat jihadist Mohammed G. uit Maastricht terecht. Dinsdag moet hij zich verantwoorden voor zijn lidmaatschap van een terroristische organisatie, jihadistische plannen en zijn (financiële) rol bij een fatale ontvoering in Zuid-Afrika.

Een volhardend jihadist die een groot gevaar voor de samenleving vormt. Rechters en reclassering hebben de afgelopen jaren weinig reden om aan te nemen dat een celstraf alléén voldoende is om jihadist Mohammed G. (30) uit Maastricht van zijn gewelddadige ideologie te doen afstappen.

Wanneer G. in 2016 voor de tweede keer wegens poging tot aansluiting bij de gewelddadige jihad in Syrië terechtstaat, legt de rechtbank naast drie jaar cel ook tbs op als een „zwaardere stok achter de deur”. Omdat er geen psychiatrische stoornis wordt vastgesteld, vervalt de juridische grond voor tbs, oordeelt het hof een jaar later. Vanwege zijn „volhardende jihadistische ideeën” krijgt G. een uitzonderlijk lange proeftijd van vijf jaar met een stevige set aan voorwaarden – zoals gesprekken met een islamdeskundige – naast de celstraf. De enige mogelijkheid die het gerechtshof heeft om het gevaar dat Mohammed G. vormt zo veel mogelijk te beperken.

In afgeluisterde gesprekken heeft G. aangegeven in Syrië te willen strijden en moorden en „iets” te willen doen in Nederland als hij wordt geblokkeerd in zijn jihadgang. Het gevaar dat hij vormt, is „extreem groot”, als het geen grootspraak is van G. In dat geval is hij bereid geweld te gebruiken in en buiten Nederland, zegt de reclassering.

Geweldsmisdrijf

Die inschatting lijkt terecht. Amper vier maanden na vrijlating wordt hij begin vorig jaar weer opgepakt. Niet vanwege jihadisme, zegt het Openbaar Ministerie aanvankelijk, maar vanwege betrokkenheid bij een ernstig geweldsmisdrijf in het buitenland.

Gaandeweg spitst het onderzoek zich toe op de rol van G. in een (online) netwerk van radicalen, die samenwerken aan terroristische plannen en op financiële betrokkenheid bij een gewelddadige ontvoeringszaak in Zuid-Afrika. Die ontvoering – door jihadicontacten van G. in Zuid-Afrika – kost uiteindelijk het botanistenechtpaar Rodney (63) en Rachel (73) Saunders het leven. Zo blijkt uit gefragmenteerde stukken informatie die in de tussentijdse pro-formazittingen aan de orde komen.

Mohammed G. heeft al sinds 2015 online contacten met alle personen die nu verdachte zijn in de Zuid-Afrikaanse zaak. Vermoedelijk, zo zegt de officier van justitie, was beroving het doel van de gewelddadige ontvoering en zou het geld bedoeld zijn voor terroristische organisaties. G. zou met gestolen creditcardgegevens van de vrouw bitcoins hebben proberen te kopen voor 127 dollar. Hij zou ook in nauw contact hebben gestaan met een hooggeplaatste woordvoerder van Islamitische Staat in Afrika, blijkens informatie van de Amerikaanse opsporingsdienst FBI. Mohammed G. wordt ook beschuldigd van lidmaatschap van een terroristische organisatie: Islamitische Staat.

Djinn

G. is al jaren in de ban van de gewelddadige jihad. In 2012 wordt hij opgepakt als hij, samen met twee kameraden, klaarstaat voor vertrek naar Syrië. Het is een djinn (islamitische demon) die hem tot jihad dwingt, zegt G. Hij wordt volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard en gaat voor een jaar naar een psychiatrisch ziekenhuis. Daarna vertrekt G., onder de noemer familiebezoek, vrijwel meteen naar Irak. Pogingen om zich aan te sluiten bij IS en de grens naar Syrië over te steken, stranden. Hij keert in 2015 terug in Maastricht maar onderneemt vrijwel direct opnieuw pogingen om, met de aanschaf van een vals paspoort, uit te reizen en informeert naar de aankoop van wapens. De djinn uit 2012 is onverklaarbaar verdwenen. G. krijgt uiteindelijk drie jaar cel, waarvan één voorwaardelijk. Hij zegt zelf een „rustig leven in Nederland” te willen opbouwen.

Zijn contacten wijzen op iets anders. Na vrijlating valt hij terug op oude ‘vrienden’. De dag voor zijn arrestatie op 26 februari maakt hij zijn telefoon leeg en herstelt de fabrieksinstellingen van het apparaat. Het eerste contact dat hij in zijn gsm terugzet na herstart, is dat van een man uit Somalië, één van de verdachten die vastzit vanwege de ontvoeringszaak in Zuid-Afrika, schetst de officier van justitie.

Natuurreservaat

Het Brits echtpaar Saunders is op zoek naar zaden en planten in een natuurreservaat in KwaZulu-Natal als ze medio februari 2018 worden ontvoerd. Hun lichamen, of de resten daarvan, worden na enige tijd gevonden op de oevers van de Tugelarivier. Uit gecodeerde berichten van de telefoons van de ontvoerders blijkt later dat ze het echtpaar hebben aangevallen als onderdeel van een complot ‘om de kuffar (ongelovigen, red.) te doden en hun bondgenoten te ontvoeren, infrastructuur te vernietigen en angst in het hart van de kuffar te leggen’.

De mannelijke hoofdverdachte heeft volgens het OM ook via de app Telegram iemand geadviseerd hoe die een bom kan maken. Wie? Daarover is tot nog toe niets gezegd, dat moet bij de inhoudelijke zittingen blijken.

G. komt in beeld door informatie van de geheime dienst AIVD en de Britse autoriteiten. Naast zijn financiële betrokkenheid bij de ontvoeringszaak werkt G. volgens het OM sinds 2015 samen met deze internationale contacten aan terroristische plannen. Het zou onder meer gaan om het regelen van reizen naar Syrië en Libië, het opzetten van een trainingskamp in Somalië en het kopen van wapens. Ook zouden ze vrouwen naar Libië willen lokken om ze daar te verkopen op de slavenmarkt.

Menselijk schild

Komende dinsdag wordt de zaak inhoudelijk behandeld bij de rechtbank Rotterdam en mag G. – die in de eerste zitting zei niets te weten van de ontvoering en dood van de botanici in Zuid-Afrika – reageren op deze aanklachten. In Zuid-Afrika heeft de zaak een bijzondere wending gekregen en is deze voor verder onderzoek uitgesteld tot later deze maand.

Op verzoek van de aanklager vindt de rechtszaak in augustus achter gesloten deuren plaats onder zware beveiliging nadat een vermeende ontsnappingspoging van het verdachte trio – een Zuid-Afrikaans echtpaar en een Somaliër – is ontdekt. Uit inlichtingen zou blijken dat het drietal bereid is politie, officieren van justitie en gerechtelijk personeel aan te vallen en te sterven als martelaar volgens hun ideologie. Het plan was om publiek te gijzelen en te gebruiken als menselijk schild in de aanval, zo verklaarde een onderzoeksfunctionaris tegenover de Zuid-Afrikaanse pers.

Mohamed G. wordt bijgestaan door Serge Weening

De 30-jarige Maastrichtse jihadist Mohamed G. wordt niet langer verdacht van betrokkenheid bij een fataal afgelopen ontvoering in Zuid-Afrika. G. blijft wel verdacht van lidmaatschap van de terroristische organisatie die deze roofmoorden zou hebben uitgevoerd, laat het Openbaar Ministerie weten.

G. – al eerder veroordeeld voor pogingen tot deelname aan de gewapende strijd in Syrië – probeerde geld van de creditcard van een vermoord Britse echtpaar te stelen.

Het Britse stel Rodney en Rachel Saunders woonde in Zuid-Afrika en werd februari vorig jaar ontvoerd, waarna hun stoffelijke resten twee weken later werden teruggevonden. De verdachten zouden op hun geld uit zijn geweest, waarmee ze terroristische activiteiten wilden betalen. Het onderzoek naar de moorden loopt daar nog.

Vast

Het verzoek van G. om uit de cel te mogen, werd woensdag door de rechtbank in Rotterdam afgewezen tijdens een inleidende zitting. G. zit een jaar in voorlopige hechtenis. ,,Ik moet maar rotten in de gevangenis, ik heb geen perspectief. Er staat veel onzin over mij in het dossier”, zei G. tegen de rechter.

De inhoudelijke behandeling van de zaak is waarschijnlijk in september of oktober. Wanneer de volgende inleidende zitting zal plaatsvinden, is nog niet bekend.

Mohammed G. wordt bijgestaan door Serge Weening

Het openbaar ministerie gaat de Amerikaanse FBI vragen of die dienst nog meer gegevens heeft over de band van de Maastrichtse terreurverdachte Mohammed G. met een IS-sympathisant in Somalië. G. blijft ondertussen nog zeker drie maanden vast zitten, oordeelde de rechtbank in Rotterdam donderdag op een tussentijdse zitting.

‘Draaideur-jihadist’ Mohammed G., van Iraaks Koerdische afkomst,  zit momenteel vast omdat hij ervan wordt verdacht (op afstand) betrokken te zijn bij een fatale ontvoering van twee Zuid-Afrikaanse plantkundigen begin dit jaar. Het echtpaar Rodney (74) en Rachel (63) Saunders was in een natuurgebied in Zuid-Afrika op zoek naar zeldzame plantzaden. Ze werden ontvoerd, beroofd en (waarschijnlijk) dodelijk mishandeld door een Zuid-Afrikaans stel, dat al bij de lokale veiligheidsdiensten was opgevallen vanwege IS-sympathieën.

Bitcoins
Dat laatste echtpaar stond al sinds 2015 in contact met Mohammed G. in Nederland. Justitie verdenkt de Maastrichtenaar er van dat hij met creditcardgegevens van Rachel Saunders bitcoins zou hebben proberen te kopen. Die aankoop was dan mogelijk weer bedoeld om terreur te financieren. Hij wordt ook beschuldigd van deelname aan een terroristische organisatie.

G. en het Zuid-Afrikaanse koppel zouden ook alle drie in contact staan met ene Abu Hattem, die in Somalië in verband wordt gebracht met IS. De FBI leverde het Nederlandse Openbaar Ministerie onderschepte berichten aan waarin Abu Hattem het heeft over ‘mijn team’. Omdat Nederland geen juridische samenwerking heeft met Somalië gaat het OM nu aan de FBI vragen of de dienst nog meer gegevens heeft over de banden tussen de vier.

Jihad
Het is niet de eerste keer dat Mohammed G. voor de rechter staat in een jihadzaak. Hij moest in 2013 al voorkomen voor een (mislukte) poging naar Syrië te reizen. Hij moest toen – omdat hij volledig ontoerekeningsvatbaar werd verklaard – een jaar naar een psychiatrisch ziekenhuis. Nadat hij vrijkwam probeerde hij weer een keer naar het strijdgebied te gaan, kwam opnieuw voor de rechter en werd veroordeeld tot drie jaar cel waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van vijf jaar. Eind vorig jaar kwam hij vrij, drie maanden later werd hij opgepakt in in het onderzoek naar de ontvoeringszaak in Zuid-Afrika.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Mohammed G., die wordt verdacht van betrokkenheid bij een fataal afgelopen ontvoering in Zuid-Afrika, heeft in nauw contact gestaan met de hoogstgeplaatste woordvoerder van Islamitische Staat (IS) in Afrika.

Dat blijkt uit informatie van de Amerikaanse opsporingsdienst FBI, zo heeft de officier van justitie maandag gezegd tijdens een niet-inhoudelijke zitting voor de rechtbank in Rotterdam. 

Terroristische organisatie
De 29-jarige verdachte wordt nu door het Openbaar Ministerie (OM) ook beschuldigd van deelname aan een terroristische organisatie. Om die reden blijft de Limburger, die al een half jaar in voorarrest zit, voorlopig vastzitten, zo besloot de rechtbank.

Lees ook: ‘Dodelijke ontvoering linkt Mohammed G. aan terrorisme’

Contacten gehad
De jihadist zat eerder al drie jaar in de cel voor pogingen tot deelname aan de gewapende strijd in Syrië. Nadat hij was vrijgekomen, heeft hij tot begin dit jaar volgens het OM opnieuw contacten gehad met internationale jihadisten. Onder hen zijn de twee verdachten van de ontvoering van een Brits echtpaar in Zuid-Afrika en een andere tussenpersoon uit Somalië. De IS-topman, die bekendstond als Abu Fida, werd al in 2016 opgepakt in Kenia.

Terroristische plannen
G. blijkt volgens het OM al sinds 2015 met hen samen te hebben gewerkt aan terroristische plannen. Het ging onder meer om het regelen van reizen naar Syrië en Libië, het opzetten van een trainingskamp in Somalië en het kopen van wapens. Ook wilden ze vrouwen naar Libië lokken om ze daar te verkopen op de slavenmarkt.

Bitcoins kopen
Het Britse stel Rodney en Rachel Saunders woonde in Zuid-Afrika en werd in februari ontvoerd, waarna hun stoffelijke resten twee weken later werden teruggevonden. De verdachten zouden op hun geld uit zijn geweest, waarmee ze terroristische activiteiten wilden betalen. G. zou hebben geprobeerd met 127 dollar van de omgekomen vrouw bitcoins te kopen.

Het onderzoek loopt nog volop en vindt onder meer plaats in Zuid-Afrika.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Maastrichtenaar Mohammed G. wordt door justitie nu officieel verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, vanwege een dodelijke ontvoering in Zuid-Afrika.

Dat werd maandag duidelijk bij een zitting voor de rechtbank in Rotterdam. 

Bitcoins
Het OM gaat er nu van uit dat de Maastrichtse jihadist de creditcards die werden buitgemaakt bij een dodelijke ontvoering in Zuid-Afrika, wilde gebruiken voor terroristische organisaties. G. zou hebben geprobeerd met de creditcardgegevens bitcoins te kopen. Die zouden dan weer gebruikt worden voor de aankoop van wapens, het opzetten van een trainingskamp en het voeren van propaganda voor een netwerk van jihadisten.

Zuid-Afrika
In februari werd in Zuid-Afrika een ouder Brits echtpaar ontvoerd. Hun lichamen werden enkele weken later teruggevonden. Voor de ontvoering zit een Zuid-Afrikaans koppel vast. Mohammed G. zou dat echtpaar hebben geholpen met de verdere afwikkeling van de ontvoering en het wegsluizen van de buit.

Lees ook: Mohammed G. betrokken bij ontvoering Zuid-Afrika

IS
G. is al vaker in contact geweest met justitie vanwege zijn extremistische gedachtengoed. Hij zat drie jaar vast omdat hij wilde afreizen naar IS-gebied om daar de strijd aan te gaan. Ook zat hij vast in een psychiatrische kliniek.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Aan deze verdachte werd in hoger beroep een gevangenisstraf van 2,5 jaar opgelegd

https://nos.nl/artikel/2219726-brandbommen-tegen-moskee-enschede-wel-terrorisme-toch-lagere-straffen.html

Een verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Francoise Landerloo

De rechtbank in Rotterdam neemt langer de tijd om de strafzaken tegen tien gedagvaarde, maar afwezige terreurverdachten af te wikkelen. Van een flink aantal van hen is de strafzaak tot januari 2018 uitgesteld, omdat de rechtbank groot belang hecht aan het aanwezigheidsrecht.

Deze vermeende jihadisten zijn in februari en maart gedagvaard door het OM, maar verschenen niet op de zitting. Het OM kondigde toen aan jihadisten structureel bij verstek te willen vervolgen. Via sociale media zoals Facebook en via familieleden is door het OM geprobeerd zo veel mogelijk verdachten van hun dagvaarding op de hoogte te stellen. In een aantal gevallen is niet duidelijk of dat is gelukt.

,,Hoewel een voortvarende behandeling van een strafzaak in het algemeen zeer valt toe te juichen, kan onder deze bijzondere omstandigheden juist wat minder haast in het belang van een goede rechtspleging zijn”, aldus de rechtbank maandag. Sommige verdachten hebben laten weten aanwezig te willen zijn bij hun berechting, van anderen staat niet vast of zij ervan weten.

Eén verdachte heeft wél afstand gedaan van zijn recht ter zitting aanwezig te zijn. Zijn zaak wordt op 12 september behandeld.

In de zaak van één verdachte heeft de rechtbank vastgesteld dat het onduidelijk is of hij nog in leven is. De rechtbank houdt die zaak voor onbepaalde tijd aan tot hierover duidelijkheid bestaat.

Het Openbaar Ministerie verwacht dat na een nederlaag van IS circa tweehonderd Nederlandse jihadisten druppelsgewijs zullen terugkeren. Met een veroordelend vonnis in de hand wil het OM deze strijders meteen kunnen oppakken en vastzetten. Na zo’n verstekvonnis zouden de verdachten dan bij aanhouding in hoger beroep kunnen gaan, is de gedachte.

De zaak-Andy de Heus ligt nagenoeg stil. De belangrijkste verdachte moet namelijk eerst in Duitsland nog straf uitzitten. Dat terwijl het Duitse OM hem juist zo zegt te kunnen uitleveren.

Ron S. (49) uit Sittard, de vermeende moordenaar van Andy de Heus uit Echt die in Duitsland in de cel zit, kan gewoon per direct worden uitgeleverd aan Nederland. Dat verklaart hoofdofficier van justitie Paul Jansen van het parket in het Duitse Bochum tegenover De Limburger.

Onderzoek
Het Openbaar Ministerie (OM) in Limburg onderzoekt de mogelijkheid van een (tijdelijke) overbrenging naar Nederland, laat het in een reactie weten.

Volgens het parket in Limburg is uitlevering van S. in de zaak De Heus echter nog niet geregeld omdat tegen hem in Duitsland een nieuwe strafzaak zou lopen.

In gevangenis
S. zit momenteel in de gevangenis van Bochum een straf van zes jaar uit voor twee zware drugsdelicten in Duitsland. Hij wordt in dat land ook nog verdacht van betrokkenheid bij een mysterieuze moordzaak. Volgens justitie in Duitsland is die vermeende moordzaak echter geen enkel beletsel om Ron S. uit te leveren. „Dat onderzoek zit immers muurvast.”

Serge Weening, advocaat van Ron S. , zegt de ontwikkelingen af te wachten.

De politie opent een speciaal telefoonnummer, waar vrouwen zich kunnen melden die slachtoffer denken te zijn van de seks-deurwaarder.

De man uit Sittard zou vrouwen met schulden, die hulp nodig hadden, hebben aangeboden dat ze ook in natura konden betalen. Dat heeft hij vorige maand bij de directie van het Sittardse kantoor waar hij werkzaam was, opgebiecht. 

Lees ook: Limburgse deurwaarder was uit op seks in plaats van geld

De deur gewezen
Directeur Hans van Lent van dat kantoor heeft hem daarop direct de deur gewezen. Van Lent noemt de zaak in een reactie tegen L1 “heel vervelend, en ook niet goed voor het bedrijf.”

Mailadres
De politie is nu dus op zoek naar (meer) slachtoffers. Hiervoor is al een emailadres (deurwaarder-limburg@politie.nl) in de lucht. Binnen enkele dagen wordt daar een speciaal telefoonnummer aan toegevoegd.

Justitie
De advocaat van de bewuste deurwaarder wil geen commentaar geven op de zaak. Advocaat Van den Bergh zegt nog niks van justitie gehoord te hebben, en dus ook niet te weten óf, en zoja, waarvan zijn cliënt precies verdacht wordt.

door Bjorn Thimister

BREDA Rechtspsycholoog Kim van Oorsouw van de universiteit in Maastricht is door de rechtbank in Breda aangewezen om zich als deskundige te buigen over de moord, een crime passionel, op Wendy Rikkers uit Zevenbergen. Zij werd in de nacht van 21 op 22 september vorig jaar dood gevonden in haar woning. Haar partner Kees-Jan W. (53) is als hoofdverdachte aangemerkt in deze zaak.

De 53-jarige autohandelaar, die wordt verdacht van doodslag op zijn echtgenote, ontdekte in de nacht van het misdrijf dat zijn 46-jarige vrouw een ander had en hem wilde verlaten. Hij betrapte haar in de woonkamer toen zij aan het sms’en was met haar minnaar, een conciërge van een school in de buurt. Daarna kwam het tot een schermutseling. Volgens bronnen rond het onderzoek zou Rikkers gewurgd en gesmoord zijn met een kussen.

Kees-Jan W. heeft tegenover de recherche verklaard dat hij zich niet kan herinneren zijn vrouw om het leven te hebben gebracht. ,,Mijn cliënt zegt dat hij ’s morgens wakker werd en dat zijn vrouw toen niet meer leefde. Hij vindt hetgeen er gebeurd is afschuwelijk, herinnert zich daarover niks meer en vraagt zich voortdurend af: kan ik zoiets doen?” zegt W.’s advocaat Francoise Landerloo (foto) tegen Crimewatcher.

Rechtspsycholoog Van Oorsouw, gespecialiseerd in onder andere geheugenverlies, moet nu gaan beoordelen of er inderdaad sprake kan zijn van geheugenverlies bij de hoofdverdachte, die een blanco strafblad heeft, door hetgeen zich heeft afgespeeld in zijn vrijstaande huis tijdens de fatale nacht. De rechtszaak in deze kwestie zal in een later stadium gaan plaatsvinden.

Bij een meubelzaak aan de Heerlense Meubelboulevard is in de nacht van vrijdag op zaterdag een auto naar binnen gereden.

De bestuurder van de auto was onwel geworden na gebruik van alcohol en drugs, meldt de politie. De pui van de zaak aan In de Cramer en een deel van de inventaris raakten flink beschadigd door de dronkemansactie. De bestuurder is aangehouden.

Heropening
Juist op zaterdag zou de winkel weer opengaan na een uitgebreide verbouwing die drie weken duurde. Die heropening wordt nu uitgesteld naar dinsdag. De eigenaar zegt wel dat klanten ook tijdens de opruimwerkzaamheden zaterdag gewoon geholpen zullen worden.

Het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden heeft vandaag de voorlopige hechtenis tegen twee van de drie directeuren van Centurion Vastgoed geschorst. Dit betekent dat zij de behandeling van hun zaak in vrijheid mogen afwachten.

De rechtbank had de beide heren eerder nog lange celstraffen opgelegd van 3,5 en 4 jaar. Ook moesten de heren na de uitspraak van de Rechtbank gelijk de cel in. Volgens de Rechtbank zouden de twee directeuren, samen met nog een derde directeur meer dan 600 beleggers voor een totaalbedrag van meer dan 26 miljoen euro hebben opgelicht met vastgoedprojecten in Costa Rica.

Het gerechtshof heeft nu het verzoek van de verdediging om de verdachte in vrijheid te stellen toegewezen. Ivo van de Bergh, advocaat van een van beide directeuren bepleitte met succes dat het om een zeer complexe zaak gaat, waarbij het van cruciaal belang is dat zijn cliënt op vrije voeten moet worden gesteld. “Anders zou er ernstig inbreuk gemaakt worden op de verdedigingsrechten van mijn cliënt. Cliënt moet in klantsystemen kunnen, wij moeten samen stukken gaan inzien bij de FIOD en er moet contact plaatsvinden met allerlei deskundigen. Vanuit een Huis van Bewaring is dit onmogelijk en dan zou cliënt geen eerlijk proces krijgen”, volgens Van de Bergh. Het gerechtshof volgde hem daarin en stelde de verdachten na ruim een jaar voorarrest met onmiddellijke ingang op vrije voeten.

door Bjorn Thimister

HEERLEN In de dreigbrief aan burgemeester Ralf Krewinkel van Heerlen, die op 21 december op het gemeentehuis werd bezorgd, werd 1 miljoen euro geëist. Dit geld moest binnen 72 uur betaald worden in verschillende biljetten. In het bewuste pakketje zat ook nog de gevaarlijke springstof TNT met bijbehorende klokwekker en twee draadjes, maar zonder ontsteker. Dat blijkt uit het politiedossier, ingezien door CRIMEWATCHER.

Het pakketje kwam op woensdag 21 december vorig jaar binnen op het Heerlense gemeentehuis in Heerlen en was expliciet gericht aan de burgemeester, zo staat duidelijk vermeld op de gebruikte envelop. Naast de eis van 1 miljoen euro, stond in de brief dat er 1000 bitcoins op een bepaald rekeningnummer moesten werden gezet. ‘Wij eisen van u 1000 bitcoins op bitcoin-rekening (het nummer, BT.). U heeft de tijd tot en met 23 december 14:00 om te zorgen dat het op het aangegeven account staat’.

Wat betreft de eis van een miljoen euro, staat er verder in de betreffende brief: ‘Daarna heeft u 72 uur de tijd om 1 miljoen euro in gebruikte biljetten van 500, 200, 100 en 50 euro klaar te maken’. ‘Zodra de bitcoins op rekening staan, zullen wij met u contact opnemen met de bijgeleverde telefoon, voor het droppen van het geld’.

Over de overdracht van het geld en de dreiging met een bomaanslag wordt in de brief gezegd: ‘Als de koerier alles heeft opgehaald en veilig terug is, laten wij geen explosief afgaan en zullen wij u verder met rust laten. Mocht u ons niet serieus nemen, dan zal er op een onbepaalde dag en tijd een explosief afgaan’.

De schrijver(s) zette dit dreigement met de volgende woorden nog kracht bij: ‘De doden en gewonden wat uit deze hysterie zullen voortkomen, zal iets zijn wat jullie nog nooit hebben meegemaakt in jullie land’. En als afsluiter werd de tekst ‘Dit zal de verantwoordelijkheid voor u de BURGEMEESTER zijn’.

Op donderdag 22 december, vlak voor middernacht, werd hoofdverdachte Eric L. (45) uit Heerlen aangehouden op verdenking van poging tot afpersing, bedreiging en het voor handen hebben van explosieve stoffen. De arrestatie vond plaats in een woning in Hulsberg. L. werd vijf dagen vastgehouden en is inmiddels weer op vrije voeten gesteld. Hij is wel nog steeds verdachte.

Het Openbaar Ministerie gaat in cassatie tegen de uitspraak die het gerechtshof in Den Bosch deed tegen zes klanten in de Valkenburgse zedenzaak. De zes mannen werden onlangs schuldig bevonden aan seks met de minderjarige ‘Kimberly’. Waar het OM de mannen voor een bepaalde tijd achter de tralies wilde zien verdwijnen, koos het gerechtshof voor één dagje cel en een taakstraf.

Selectie
Tijdens het proces in Den Bosch werden in totaal 23 mannen veroordeeld voor seks met het meisje. Vier verdachten werden vrijgesproken. Het OM vindt het niet nodig om in álle zaken in cassatie te gaan en heeft een selectie gemaakt. Daarbij is gelet op de ernst van het misbruik, de kans op herhaling en de straf die de rechtbank in eerste aanleg uitsprak.

Eén dag cel
In de wet staat vastgelegd dat mensen die veroordeeld worden voor seksueel misbruik met een minderjarige niet alleen met een werkstraf mag worden bestraft. Het gerechtshof koos er veelal voor om de mannen één dag naar de cel te sturen om ze zo alsnog een taakstraf op te kunnen leggen. Dit omdat niet bewezen zou zijn dat de mannen bewust hadden gekozen voor seks met een minderjarige. Het OM wil van de Hoge Raad weten hoe de wet moet worden uitgelegd.
Als de Hoge Raad uitspraak heeft gedaan, is er geen beroep meer mogelijk.

Geruchtmakende zaak
De stap van het Openbaar Ministerie is een nieuw hoofdstuk in de geruchtmakende Valkenburgse zedenzaak. Het proces draait om Kimberly, een 16-jarig meisje dat in 2014 in een hotelkamer in Valkenburg gedwongen werd tot betaalde seks met tientallen mannen. Haar pooier annex loverboy Armin A. werd eerder al veroordeeld.

Olof van Joolen en Silvan Schoonhoven

AMSTERDAM – In het netwerk van radicale moslims rond de voorzitter van de Arrayan-moskee in Amsterdam duikt ook een jihadistische loverboy op. Die is in april aangehouden met een 16-jarig meisje.

Dat bleek de nu 17-jarige Estrella uit Oss, die in april verdween uit een jeugdinrichting. De politie trof haar in boerka aan op de achterbank bij een crimineel die geldt als een spilfiguur als het gaat om ronselen en fondsen werven voor de jihad.

De Telegraaf onthulde donderdag dat twee bestuurders van de Arrayan-moskee bij de politie in beeld zijn vanwege extremisme. De telefoon van de voorzitter werd afgetapt. Hij had verschillende contacten in radicale kringen, blijkt uit geheime politiedocumenten. Zo belde hij met jihadist Soufiane Zerguit, bezocht een moskee en sprak een paar keer met hem af. Zerguit gold als een hardcore-radicaal. Hij reisde naar Afghanistan en Syrië en maakte daar de video ’Oh oh Aleppo’ over Nederlandse jihadi’s. Hij is gesneuveld.

Ook had de moskeevoorzitter contact met strijder Sabir Ali K., die door de VS wordt verdacht van banden met Al-Qaeda. K. zou hulp hebben verleend bij terreur tegen Amerikaanse troepen.

De PvdA stelt vragen aan minister Van der Steur (Justitie) over ’het lekken van geheime politie-informatie naar De Telegraaf’.

De Arrayan-moskee verklaart op haar website dat de bestuursleden „tegen alle vormen van extremisme zijn.”

ECLI:NL:GHSHE:2016:5166

Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-002005-15
Uitspraak : 21 november 2016
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juni 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-879634-14 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
thans verblijvende in PI Zuid West – De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van – kort gezegd – het medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de twee advocaten-generaal.
De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
De twee raadslieden van verdachte hebben vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 februari 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) (meermalen) een of meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer] afgevuurd, waarbij die [slachtoffer] door een of meer van die kogel(s) is getroffen, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak
Vaststaande feiten
Bij de beoordeling gaat het hof uit van de hierna te vermelden vaststaande feiten. Daarbij overweegt het hof dat het uitsluitend gaat om die feiten, waarover – vanwege het daarnaar gedane onderzoek over de juistheid van de corresponderende bewijsmiddelen – geen discussie meer bestaat.
Het hof stelt – met dit uitgangspunt- de volgende vaststaande feiten vast:
– Op 27 februari 2014 tussen 21.20 tot 21.24 uur is [slachtoffer] op de parkeerplaats van de [plaats] te Eindhoven (hierna: plaats delict 1), direct nadat hij uit zijn auto was gestapt, door een of meerdere personen beschoten. Deze personen of één van hen, maakten daarbij gebruik van ten minste twee vuurwapens. [slachtoffer] is zeven keer geraakt. Nadat [slachtoffer] onder vuur is genomen, zijn twee personen met een motorscooter weggereden. Deze motorscooter is korte tijd later op circa 1.400 meter afstand van plaats delict 1 brandend achtergelaten op de [plaats 2] te Eindhoven (hierna: plaats delict 2). De identiteit van de motorscooter was door de vervalste identificerende gegevens en de brand niet meer vast te stellen.
– Op 28 februari 2014 om 2.41 uur is [slachtoffer] overleden aan zijn verwondingen in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven. Meer in het bijzonder is hij overleden aan een bloeding in buik en borstholte veroorzaakt door perforerend geweld van meerdere kogels.
– Op de dag van de aanslag op [slachtoffer] stonden vier personen via speciaal daarvoor gebruikte telefoonnummers (eindigend op [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ) met elkaar in contact via sms-berichten. Via deze telefoons werden de gebruikers op de hoogte gehouden van de bewegingen van [slachtoffer] kort voor de aanslag.
– De telefoonnummers eindigend op [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] zijn op de dag van de aanslag op [slachtoffer] door respectievelijk [medeverdachte 1] en verdachte gekocht.
– Uit zendmastgegevens blijkt dat gebruikers van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] ten tijde van de aanslag op de plaats delict 1 en kort na de aanslag (acht à negen minuten later) op plaats delict 2 kunnen zijn geweest. Plaatsen die op een relatief korte afstand van elkaar zijn gelegen (hemelsbreed 1.400 meter).
– Na de moord op [slachtoffer] zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (via [medeverdachte 2] ) door [medeverdachte 1] meerdere keren onder druk gezet om geld te betalen.

Geen direct (objectief feitelijk) bewijs
Het hof heeft met de verdediging vastgesteld dat op of nabij de twee plaatsen delict geen sporen zijn aangetroffen en veiliggesteld die (een van de) verdachte(n) direct linken aan de aanslag op [slachtoffer] . Evenmin hebben (oog)getuigen verklaard over de aanwezigheid van verdachte(n) aldaar of het geven van opdracht tot de aanslag. De verdachten ontkennen betrokken te zijn bij de moord op [slachtoffer] dan wel heb zich consequent op hun zwijgrecht beroepen.
Juist vanwege de afwezigheid van dergelijke bewijsmiddelen heeft het hof de overige door de rechtbank weergegeven en door de advocaten-generaal aangehaalde (indirecte) bewijsmiddelen zeer behoedzaam beoordeeld en gewaardeerd.

Telefoonnummer [telefoonnummer 4]
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] zou volgens de rechtbank en de advocaten-generaal (onder meer) blijken uit het feit dat verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] . Dit telefoonnummer en een bijbehorende telefoon zijn door verdachte gekocht op 27 februari 2014 bij de Kijkshop te Eindhoven.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van die koop – kort en zakelijk weergegeven – verklaard dat hij in de middag van 27 februari 2014 met [medeverdachte 1] , in de auto van [medeverdachte 1] ’s moeder, naar Eindhoven is gereden. Na een bezoek aan de zonnestudio heeft [medeverdachte 1] tegen verdachte gezegd dat hij een telefoon moest kopen. Verdachte heeft buiten de Kijkshop gewacht. Omdat [medeverdachte 1] drie mobiele telefoons nodig had en hij er bij de Kijkshop maar twee mocht kopen, heeft [medeverdachte 1] aan verdachte gevraagd om de derde mobiele telefoon voor hem te kopen. Na de aankoop heeft verdachte de door hem gekochte telefoon in het zakje gedaan bij de door [medeverdachte 1] gekochte telefoons. Dat zakje heeft hij in de auto van de moeder van [medeverdachte 1] gelegd. De telefoon heeft hij daarna niet meer gezien en het betreffende telefoonnummer ( [telefoonnummer 4] ) heeft hij ook niet gebruikt. Deze had ik immers voor [medeverdachte 1] gekocht, aldus verdachte.
Het hof heeft er acht op geslagen dat verdachte deze verklaring pas heeft afgelegd gedurende de procedure in hoger beroep en derhalve na kennisname van het gehele procesdossier. Desondanks is door deze verklaring van verdachte gerede twijfel bij het hof ontstaan of verdachte de gebruiker is geweest van het nummer eindigend op [telefoonnummer 4] .
Deze twijfel is vergroot, omdat de verklaring van verdachte over de gang van zaken bij de koop van de telefoon en het telefoonnummer steun vindt in de volgende feiten en omstandigheden.
– De filiaalmanager van de betreffende Kijkshop heeft bevestigd dat per transactie maximaal twee prepaid telefoons mochten worden gekocht (zie het aanvullende proces-verbaal ‘Kijkshop aankoop telefoons’ d.d. 22 januari 2016).
– Op grond van de ter terechtzitting in hoger beroep bekeken camerabeelden heeft het hof vastgesteld dat [medeverdachte 1] twee telefoons heeft gekocht en afgerekend. [medeverdachte 1] verdwijnt daarna uit beeld. Korte tijd later komen [medeverdachte 1] en verdachte weer in beeld. Zij hebben contact met elkaar. [medeverdachte 1] koopt dan een telefoon en, terwijl de verkoopster bezig is met het afhandelen van de verkoop, geeft [medeverdachte 1] een tasje met daarin de twee zojuist door hem gekochte telefoons aan verdachte. Verdachte stopt de derde telefoon in het tasje en loopt, na de koop, met het tasje met daarin drie telefoons het beeld weer uit.
– Uit de kassabonnen van beide transacties blijkt dat [medeverdachte 1] naast twee mobiele telefoons, drie keer € 10,- beltegoed heeft gekocht. Verdachte heeft om 14.28 uur alleen een mobiele telefoon gekocht (p. 1010 en 1011).
Gelet op het vorenstaande acht het hof de verklaring van verdachte dat hij de telefoon en het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] heeft gekocht voor [medeverdachte 1] en hij niet de gebruiker is geweest van dit telefoonnummer, aannemelijk.
Verklaringen [medeverdachte 3]
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] , zou volgens de advocaten-generaal tevens blijken uit de verklaring van [medeverdachte 3] bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016.
Bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 heeft [medeverdachte 3] – voor zover hier van belang en kort weergeven – verklaard dat zij en [medeverdachte 2] onder druk zijn gezet en werden bedreigd door (onder meer) verdachte en [medeverdachte 1] om geld te betalen. De betalingsdruk en bedreigingen hielden verband met cocaïne die in haar woning heeft gelegen. Omdat zij geen verdovende middelen meer in haar woning wilde hebben, heeft zij de cocaïne aan haar minnaar [medeverdachte 2] gegeven. Daarna werd zij (onder meer) aan de deur van haar woning bedreigd door verdachte. In de periode dat zij aan het sms-en was, begin maart 2014, wist [medeverdachte 3] dat zij met onder andere verdachte heeft ge-sms’t. Via [medeverdachte 2] zou [medeverdachte 3] aan het telefoonnummer van verdachte zijn gekomen. Op de vraag of zij weet wie er achter de moord zitten, heeft [medeverdachte 3] verklaard dat haar vermoedens bevestigd werden toen [medeverdachte 1] en verdachte zijn opgepakt.
Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of de verklaringen van [medeverdachte 3] betrouwbaar en aannemelijk zijn. Het hof beantwoordt deze vraag voor zover betrekking hebbend op de bedreigingen ontkennend. Bij zijn oordeel heeft het hof acht geslagen op de navolgende omstandigheden.
i. Wisselende verklaringen [medeverdachte 3]
heeft wisselend verklaard. Bij de politie heeft zij op 4 maart 2014 verklaard (onder meer) bedreigd te zijn door [persoon 1] , achtervolgd te zijn door een Lexus met [kenteken] en bedreigd te zijn door een persoon met de bijnaam ‘Karper’ (p. 440-450). De politie heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de gestelde bedreigers en de Lexus.
Pas bij de raadsheer-commissaris – en derhalve na kennisname van de resultaten van deze onderzoeken en na kennisname van de telefonische contacten waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] onder druk zijn gezet door [medeverdachte 1] om te betalen – heeft [medeverdachte 3] verklaard dat zij (ook) bedreigd is door verdachte en [medeverdachte 1] .
ii. Dwaalspoor [persoon 1]
Ter gelegenheid van het hiervoor bedoelde verhoor van [medeverdachte 3] op 4 maart 2014 heeft zij signalementen van de gestelde bedreigers gegeven en compositietekeningen van twee van de bedreigers laten maken (p. 440-450, 455 en 456).
Op 6 maart 2014 vindt de volgende sms-conversatie plaats tussen [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) en [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 6] ):
[medeverdachte 3] : “Ze hebben eentje en meerdere op oog”.
[medeverdachte 2] : “Je zegt net ze gaan er twee oppakken maar wie dan”, “Je zegt net ze pakken er dadelijk twee welke hoek gaan ze heen dan” en “?”.
[medeverdachte 3] : “Andere hoek heb verkeerd gestuurd” en “Heb ffoto moeten maken”.
[medeverdachte 2] : “Ok niet in deze hoek dus” (p. 4188) (onderstreping aangebracht door het hof).
Op 11 maart 2014 heeft [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) een Meld Misdaad Anoniem (MMA)-melding gedaan waarin ze heeft verklaard dat ze [persoon 1] in het café hoorde praten over zijn voornemen om [slachtoffer] te vermoorden. [medeverdachte 3] zegt dan dat ze [slachtoffer] zelf niet kent (p. 1423 en 2328).
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert het hof dat [medeverdachte 3] de politie bewust op een dwaalspoor heeft gezet. Deze conclusie vindt steun in de omstandigheid dat na uitgebreid onderzoek van de politie, geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen die de verklaringen van [medeverdachte 3] over de bedreigingen van [persoon 1] en een persoon met de bijnaam ‘Karper’ bevestigen en evenmin dat de genoemde Lexus iets met verdachte en/of [slachtoffer] te maken had (p. 1420-1434).

iii. Dwaalspoor [getuige 1]
Op 19 februari 2015 heeft gedetineerde [getuige 1] , die met [medeverdachte 3] gedetineerd zat in het Huis van Bewaring Ter Peel te Evertsoord, een brief getoond aan een Penitentiair Inrichtingswerker (hierna: PIW-er). Op de voorkant van het briefje stonden trefwoorden/zinnen die verband hielden met (de moord op) [slachtoffer] . Op de achterzijde stond een persoon getekend, met daarop aangegeven plaatsen op het lichaam van die persoon waar zich tatoeages en een litteken bevonden (zie het verslag opgemaakt door de PIW-er d.d. 24 februari 2015, separaat gevoegd en de bijlagen 1 en 2 gevoegd achter het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 november 2015). [getuige 1] heeft daarbij verteld dat ze werd bedreigd door [medeverdachte 3] om haar delict op zich te nemen.
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert het hof dat [medeverdachte 3] heeft getracht een nieuw dwaalspoor uit te zetten.

iv. Afstemmen verklaringen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]
Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kort voor en na de moord op [slachtoffer] voortdurend telefonisch in contact met elkaar hebben gestaan via sms-/Whatsapp-berichten met telefoonnummers die telkens na een relatief korte tijd werden vervangen. Dit via telefoonnummers die hoofdzakelijk gebruikt werden voor contacten met elkaar (p. 4170-4212). Tijdens de contacten met deze ‘geheime nummers’ tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werd ook gesproken over hetgeen verklaard moest worden tegen de politie (zie bv. p. 4179). Dat verklaringen tussen beiden zijn afgestemd blijkt ook uit de inhoud van een OVC-gesprek d.d. 16 juni 2014 (p. 3329-3333).
v. Aannemelijkheid scenario cocaïne
Voorts is naar het oordeel van het hof het door [medeverdachte 3] naar voren gebrachte scenario dat zij en [medeverdachte 2] onder druk werden gezet en werden bedreigd door (onder meer) [medeverdachte 1] en verdachte om geld te betalen voor cocaïne die niet zou zijn betaald door [slachtoffer] , en die bij [medeverdachte 3] thuis heeft gelegen ten tijde van de detentie van [slachtoffer] , ook op zichzelf genomen onaannemelijk. Het hof vermag immers niet in te zien waarom, indien [medeverdachte 3] cocaïne aan haar minnaar [medeverdachte 2] heeft gegeven, [medeverdachte 2] na de druk en bedreigingen niet of de cocaïne of het geld dat daarmee is verdiend, aan [medeverdachte 1] of verdachte heeft teruggegeven. [medeverdachte 2] heeft immers erkend in verdovende middelen te handelen, zodat het hof ervan uitgaat dat hij de kanalen had om de cocaïne te verkopen.
Deelconclusie
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder i tot en met v. acht het hof de verklaringen van [medeverdachte 3] , waaronder haar verklaring bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 betrekking hebbend op bedreigingen door verdachte en sms-contacten met verdachte, onbetrouwbaar. Het hof acht de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 derhalve niet bruikbaar voor het bewijs, zodat op grond van die verklaring evenmin het telefoonnummer [telefoonnummer 4] aan verdachte kan worden gekoppeld.

Zendmastgegeven [telefoonnummer 4]
Resteert de vaststelling van de politie dat het nummer [telefoonnummer 4] in de periode dat het actief was een aantal keer samen met een nummer in gebruik bij verdachte ( [telefoonnummer 5] ) tegelijk heeft aangestraald op dezelfde zendmast (p. 2824). Deze enkele vaststelling is naar het hof onvoldoende om verdachte als gebruiker aan het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] te koppelen.

Gesprekken over betalingen
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] , zou volgens de rechtbank en de advocaten-generaal tevens blijken uit de inhoud van sms- en Whatsapp-berichten die betrekking hadden op betalingen van [medeverdachte 3] .
De advocaten-generaal hebben in dit verband specifiek verwezen naar de sms-berichten die [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 6] ) naar [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] heeft verzonden op 5 maart 2014 om 20.54 uur en 21.08 uur, inhoudende: “Ja, afspraak was drie dagen later nu is zes dagen later die ene jongen is van kwaadheid terug uit Turkije gekomen” en “Ja ene uit Turkije terug wil komen ja hij wil centen zien” (onderstreping door het hof). Vaststaat dat verdachte op
28 februari 2014 is vertrokken naar Turkije en op 5 maart 2014 vanuit Turkije naar Nederland is vertrokken. Terwijl zijn reisgenoot, [getuige 2] , pas op 10 maart 2014 is teruggekomen. Op grond daarvan concluderen de advocaten-generaal en de rechtbank dat verdachte degene is geweest die eerder is teruggekomen uit Turkije, omdat hij geld wilde ontvangen van [medeverdachte 3] .
Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging, onderbouwd door stukken van onder meer de luchtvaartmaatschappij, aangetoond dat verdachte reeds op 25 februari 2014 een retourticket naar Turkije heeft geboekt, met als datum van de terugvlucht 5 maart 2014. Het hof kan derhalve niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte de persoon is geweest die uit kwaadheid (eerder) uit Turkije zou zijn teruggekomen, omdat hij geld van [medeverdachte 3] wilde hebben.
Dat verdachte de dag na de moord naar Turkije is vertrokken omdat hij “van de radar” af wilde zijn, zoals door de advocaten-generaal is gesuggereerd, kan het hof evenmin vaststellen. De verdediging heeft – onderbouwd met bescheiden – aangetoond dat het een van tevoren geboekte reis met een vriend betrof.

Overige bewijsmiddelen
De overige in het dossier bevindende bewijsmiddelen zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende redengevend om verdachte met een voldoende mate van zekerheid te koppelen aan de moord op [slachtoffer] .

Conclusie
Op grond van het voorgaande overweegt het hof dat er in het dossier aanknopingspunten zijn waaruit naar voren komt dat er een relatie is tussen de moord op [slachtoffer] en verdachte. Het hof acht het dan ook onbegrijpelijk dat verdachte in eerste aanleg geen openheid van zaken heeft gegeven en bijvoorbeeld niet heeft verklaard over zijn reisbewegingen naar Turkije en de redenen daarvan. Echter, naar het oordeel van het hof kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de moord op [slachtoffer] . De door de rechtbank weergegeven en door de advocaten-generaal aangehaalde bewijsmiddelen zijn – ook in onderlinge samenhang bezien – daarvoor onvoldoende redengevend.

Opheffing voorlopige hechtenis
Als gevolg van deze beslissing dient de voorlopige hechtenis met ingang van heden te worden opgeheven.

Voorwaardelijk verzoek
De advocaten-generaal hebben het verzoek gedaan om, indien het hof overweegt verdachte vrij te spreken, de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte te voegen. In deze verklaring zou [medeverdachte 3] haar verklaring afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016, voor zover inhoudende dat zij wist dat ze met verdachte heeft ge-sms’t hebben herhaald.
Nu aan de gestelde voorwaarde is voldaan, dient het hof te oordelen over het voorwaardelijke verzoek van de advocaten-generaal.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 3] , acht het hof het niet noodzakelijk om de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte te voegen.
Het hof wijst het verzoek af.

BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af het voorwaardelijke verzoek van de advocaten-generaal tot het voegen van de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte.

Heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Aldus gewezen door
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. A.R.O. Mooy en mr. P.J. Hödl, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl, griffier,
en op 21 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Onze cliënt Fatih M. werd vandaag door het Gerechtshof Den Bosch vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord op Ernesto Pistone. Eerder legde de rechtbank 18 jaren gevangenisstraf op, omdat zij M. zagen als een van de twee schutters. Advocaten Serge Weening en Sjanneke de Crom, die cliënt sinds de behandeling van het hoger beroep bijstonden, vroegen 4 weken geleden om vrijspraak. Zij bepleitten dat de uitgangspunten van de rechtbank onjuist waren. In een duopresentatie weerlegden de advocaten aan de hand van zendmastgegevens het scenario van de rechtbank. Het Hof oordeelde dat cliënt niet de gebruiker is geweest van de door hem gekochte telefoon die werd gebruikt bij de liquidatie.

Aan de medeverdachten werden celstraffen opgelegd variërend van 16 tot 18 jaar.

De volledige uitspraak kunt u hier lezen.

DEN BOSCH – In hoger beroep zijn maandag drie verdachten veroordeeld voor betrokkenheid bij de liquidatie van drugscrimineel Ernesto Pistone. Een vierde verdachte werd vrijgesproken, nadat hij eerder werd veroordeeld tot achttien jaar celstraf.

Eindhovenaar Ernesto Pistone werd op 27 februari 2014 neergeschoten voor zijn huis. Evenals de rechtbank vindt het hof het bewezen dat Pistone om het leven is gebracht in opdracht van zijn eigen vriendin, Toos van V. (29). Zij kreeg maandag wederom achttien jaar celstraf.

Voor bemiddeling bij de huurmoord kreeg haar minnaar Jeffrey E. (28) maandag zestien jaar celstraf, twee jaar minder dan de rechtbank oplegde. Schutter Serdar A. kreeg achttien jaar celstraf, een jaar minder dan de rechtbank bepaalde.

Twee verdachten van het smokkelen van Syrische vluchtelingen mogen de behandeling van hun rechtszaak in vrijheid afwachten. Ook de voorlopige hechtenis van een derde verdachte is geschorst, maar hij zal worden uitgeleverd om in Duitsland berecht te worden.

Dat heeft de rechtbank in Zwolle dinsdag besloten. Het Openbaar Ministerie denkt te kunnen bewijzen dat hoofdverdachte Zyad D. vanuit zijn woonplaats Eindhoven het vervoer regelde voor ruim zestig vluchtelingen, vanuit de Balkan en Hongarije naar Nederland, Duitsland en Scandinavië. Maar volgens het OM is dit slechts het topje van de ijsberg, en zou uit het politieonderzoek blijken dat hij honderden mensen smokkelde.

D. heeft een bekentenis afgelegd. Hij kwam zelf met zijn familie als Syrische vluchteling naar Nederland en kreeg hier een verblijfsstatus. ,,Ik ben begonnen omdat ik mensen wilde helpen, zodat ze niet in het illegale circuit zouden belanden.” Als verzachtende omstandigheid voerde D. aan dat hij ‘niet geholpen heeft in bootjes de zee over te steken’, maar slechts binnen Europa vervoer aanbood.

Justitie is niet overtuigd van louter goedertierendheid, omdat de verdachten goed zouden hebben verdiend aan het vervoer. Voor zeshonderd euro per persoon reden auto’s en personenbusjes de Syrische vluchtelingen naar West-Europa, bijvoorbeeld vanaf het station van Boedapest.

Kinderen mochten mee voor half geld, op schoot, aldus D’s. raadsvrouw Francoise Landerloo. Hij werd elf maanden geleden aangehouden, nog voor de vluchtelingenstroom uit Syrië vorig jaar explodeerde. In zijn zaak werden in Duitsland meerdere chauffeurs opgepakt. Zelf reed D. niet met migranten, hij coördineerde de logistiek.

Uit onderschept telefoonverkeer bleek dat D. in contact stond met een andere van smokkel verdachte Nederlander, geboren in Armenië. Hij wordt op korte termijn overgeleverd aan justitie in Duitsland. Daar hangt hem een straf boven het hoofd van vier jaar cel wegens oplichting en drugshandel.

De derde verdachte deed niet aan mensensmokkel, maar maakte emigratie uit Syrië mogelijk door vervalste visa te verstrekken.

Voorlopig wordt hij net als D. vrijgelaten, omdat het nog onduidelijk is wanneer het strafonderzoek is afgerond. Omdat informatie en getuigenverhoren uit Duitsland en Griekenland op zich laten wachten, denkt het OM nog tenminste enkele maanden nodig te hebben.

De afgelopen maanden behandelden rechtbanken vaker zaken tegen mensensmokkelaars. Daarbij werden volgens Landerloo in vergelijkbare gevallen celstraffen opgelegd tot twee jaar. Justitie zegt echter dat verdachte D. veel meer mensen heeft gesmokkeld dan in de veroordeelden in die processen

Mario Z., hoofdverdachte in de zaak van de in Maastricht geliquideerde Soufian Lahnstein eind 2013, is vrij door een fout van het Openbaar Ministerie. De officier van justitie in de Limburgse hoofdstad kon door zijn eigen blunder niks anders dan de Belg gisteren naar huis laten gaan.

,,Verdachte Mario Z. had een oproeping moeten krijgen om op de zitting te verschijnen. Een en ander blijkt niet te zijn gebeurd waardoor deze persoon op vrije voeten is”, erkent persofficier van justitie Resie Peters tegenover De Telegraaf. ,,Dat is een omissie, wij zoeken uit hoe dit heeft kunnen gebeuren.” Ivo van de Bergh en Serge Weening, advocaten van Mario Z., betitelen de handelwijze van officier van justitie David van Kuppeveld in deze als ,,niet slim”.

,,Hij heeft nagelaten onze cliënt, precies zoals dit volgens de wet behoort te gebeuren, netjes per brief op te roepen voor een zitting. Als je dit dan niet doet, dan wordt iemand die verdacht wordt van het plegen van een moord dus vrijgelaten. Het OM had beter moeten opletten.” Soufian Lahnstein (28) werd op 1 december 2013 geliquideerd op de Oeverwal aan de rand van het centrum van Maastricht. In Albanië zit in deze zaak nog een man vast die mogelijk een rol zou hebben gespeeld bij de dood van Lahnstein.

Raadsman mysterieus over mogelijke dood in Syrië

DEN HAAG – De Hoge Raad houdt de veroordeling van jihadist Omar H. in stand. Het gerechtshof veroordeelde de Syriëganger in 2015 tot vijftien maanden celstraf voor deelname aan training voor een terroristisch misdrijf. Of H. momenteel nog in leven is, laat zijn raadsman in het midden.

Volgens het hoogste rechtscollege heeft het hof voldoende gemotiveerd waarom hij werd veroordeeld in verband met training voor terrorisme. Het begrip training, zoals het verwerven of overbrengen van kennis en vaardigheden, moet hier volgens de Hoge Raad ruim worden uitgelegd.

Zo werd door het hof bewezen verklaard dat Omar H., afkomstig uit Amsterdam, grondstoffen voor een explosief had gekocht, waarmee hij een terroristisch misdrijf zou willen plegen. Op internet had hij daarover informatie opgezocht. Ook had hij ontstekingsmaterialen in huis.

Over de vraag of H. nog in leven is en waar hij zich bevindt, bestaat veel onduidelijkheid. Strijders van IS bevestigden vorig jaar berichten dat hij in het noorden van Syrië om het leven kwam bij gevechten met strijders van de Koerdische PKK. Zijn raadsman Serge Weening zegt daarover geen uitlatingen te willen doen.

Door Bjorn Thimister

Ronnie S. in Duitsland verhoord door Limburgse recherche om zaak Andy de Heus

BOCHUM – De Limburgse recherche denkt belastende telefoontaps en -gegevens te hebben die Ronnie S., hoofdverdachte in de zaak van de geruchtmakende moord op Andy de Heus (30), linken aan het om het leven brengen en laten verdwijnen van de marktkoopman uit Echt. Dat bevestigen politiebronnen rondom het onderzoek. S. is hierover gisteren voor het eerst verhoord in Duitsland door speurders uit ons land.

Ron S. (48) uit Sittard, een bekende van De Heus, zit hier al geruime tijd vast voor grootschalige drugssmokkel. Hiervoor kreeg hij onlangs een jarenlange gevangenisstraf opgelegd. Volgens ingewijden binnen de opsporingsdiensten is S. tijdens het eerste verhoor, dat plaatsvond op het politiebureau van Bochum, onder andere een aantal telefoontaps voorgehouden.

S. zou verder een van de laatsten zijn geweest die Andy de Heus in levende lijve heeft gezien, voordat deze op december 2012 spoorloos van de aardbodem verdween. Duidelijk is inmiddels dat Ronnie S. en Andy de Heus in het verleden een link hadden met het bungalowpark Porta Isola in Stevensweert waar het tweetal hennephokken zou hebben gehad. In dat park deed de recherche in december 2015 al uitgebreid onderzoek.

Verdachte zwijgt

De moordverdachte Limburger heeft zich tijdens het een uur durende verhoor op zijn zwijgrecht beroepen, aldus een bron rondom het verhoorteam van de recherche, dat bijgestaan werd door vertegenwoordigers van de Duitse justitie. Hub Haenen, woordvoerder van de politie in Limburg, wilde gisteren alleen bevestigen dat S. ,,inderdaad als verdachte in de moordzaak De Heus gehoord is”.

Serge Weening, advocaat van Ronnie S., is summier in zijn commentaar: ,,Het enige wat ik erover kwijt wil is dat mijn cliënt zo snel als mogelijk uitgeleverd wil worden aan Nederland.” Ronnie S. zal zich eerst echter bij onze zuiderburen nog moeten verantwoorden voor een drugsgerelateerd delict dat hij in Aken zou hebben gepleegd. Het lichaam van Andy de Heus werd in februari van dit jaar gevonden naast een vijver in Stevensweert.

Naast Ronnie S. is er nog een aantal mensen in deze zaak als verdachte aangemerkt, maar zij zijn inmiddels op vrije voeten gesteld.

Door Bjorn Thimister

MAASTRICHT – De doorgedraaide man (69) uit Bunde, die afgelopen weekend meerdere agenten van de Limburgse politie verwondde met een mes, kan zich niets meer herinneren van deze geweldsuitbarsting. Hij heeft tijdens verhoren tegenover de recherche verklaard een black-out te hebben gehad toen hij instak op de politiemensen. Dat zegt zijn advocate Sjanneke de Crom.

De man wordt onder andere poging tot doodslag en poging zware mishandeling op de agenten ten laste gelegd. Mogelijk volgen er nog meer aangiftes tegen hem. De rechter-commissaris in Maastricht heeft zijn voorlopige hechtenis met veertien dagen verlengd. De zestiger is inmiddels overgebracht van het politiebureau naar de Sittardse gevangenis De Geerhorst.

Het geweldsincident vond plaats in de tuin van de man aan de Berkenlaan in Bunde, een onderdeel van de gemeente Meerssen. De politie ging hier ter plekke na een melding van buurtbewoners dat de agressor hier met een mes stond te zwaaien en flink onder invloed was van drank. Toen de vier agenten hem wilden oppakken, stak hij een van de politiemannen in zijn been.

Drie agenten liepen bij deze steekpartij uiteindelijk snijwonden op. „Mijn cliënt kan zich helemaal niets meer herinneren van wat er gebeurd is”, geeft zijn raadsvrouw Sjanneke de Crom aan. „Hij heeft kennelijk een black-out gehad en zegt spijt te hebben van zijn daad. Hij zal nu psychiatrisch en psychologisch worden onderzocht om te kijken wat er met hem is gebeurd. Daar zal hij volledig aan meewerken.”

Krachtens artikel 2 van de Gratiewet diende mw. mr. J.J.H.M. in oktober 2015 een gratieverzoek in namens een cliënt. De Crom achtte sprake van omstandigheden, waamee de rechter op het tijdstip van zijn beslissing geen of onvoldoende rekening heeft kunnen houden en die, ware zij op het tijdstip wel of voldoende bekend geweest, hem aanleiding zou hebben gegeven tot het opleggen van een andere straf of maatregel, of tot het afzien daarvan.

De omstandigheden hadden betrekking op de gewijzigde persoonlijke omstandigheden van cliënt.

Drie weken geleden liet Dienst Justis weten dat door Zijne Majesteit de Koning aan cliënt voorwaardelijk gratie is verleend. Hiermee wordt een gevangenisstraf van drie maanden met aftrek van voorarrest, kwijtgescholden. De voorwaarde waar cliënt zich aan dient te houden, is dat hij zich de komende twee jaren niet schuldig mag maken aan enig strafbaar feit.

Conform het verweer van mr. Koumans is de vordering tot immateriele schadevergoeding afgewezen. De rechtbank begrijpt dat de benadeelde partij deze negatieve gevoelens graag op de dader zou willen verhalen. De wet stelt echter strenge eisen aan het verhalen (op daders) van deze negatieve gevoelens. Verhaal is alleen dan mogelijk als er sprake is van dusdanig geestelijk letsel dat dit kan worden aangemerkt als een aantasting van de persoon. Hiervan is slechts sprake indien de psychische gevolgen voldoende ernstig zijn. Gevoelens van angst, schrik, onzekerheid, machteloosheid en nervositeit vallen niet onder het bereik van dit wetsartikel. Ernstige psychische schade, als hiervoor bedoeld, is door de benadeelde partij niet aangevoerd. Deze post wordt dan ook afgewezen.

Voor de volledige uitspraak, zie:

https://uitspraken.rechtspraak.nl/inziendocument?id=ECLI:NL:RBLIM:2016:2467

Op 25 maart 2016 deed de voorzieningenrechter van rechtbank Limburg wederom uitspraak in een door mw. mr. J.J.H.M. de Crom gestarte voorlopige voorzieningenprocedure in het kader van een woningsluiting. Na het aantreffen van een geringe hoeveelheid hennep in een woning in Maastricht, wilde de burgemeester van Gemeente Maastricht in het kader van artikel 13b Opiumwet de woning sluiten voor de duur van drie maanden. Hierdoor zouden de bewoners per direct op straat komen te staan.

Namens verzoekers is aangevoerd dat de beslissing van de burgemeester in bezwaarfase geen stand kan houden en dat wegens spoedeisend belang een voorlopige voorziening toegewezen zou moeten worden. Volgens de Crom mag de woning niet gesloten worden, omdat de hennep die in de woning aangetroffen was, geen “handelshoeveelheid” is. De hoeveelheid hennep die was aangetroffen in de woning, was bedoeld voor eigen gebruik.

De voorzieningenrechter van de rechtbank Limburg acht bovenstaande, gezien de situatie van bewoners, niet onaannemelijk en is van mening dat de voorziening moet worden toegewezen. Hangende de bezwaarfase mag Gemeente Maastricht de woning niet sluiten.

Page 1 of 111 2 3 11