Chat with us, powered by LiveChat

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

door Bjorn Thimister

MAASTRICHT De 28-jarige Mousa O., die hoofdverdachte is in de zaak van de moord op Jack Koker uit Maastricht, zwijgt in alle toonaarden tegenover de recherche. Dat bevestigen opsporingsbronnen tegenover Crimewatcher. De 55-jarige Koker werd op dinsdag 30 mei dood gevonden in zijn appartement aan het Koningsplein in de Limburgse hoofdstad.

Arrestatie Mousa O.

De recherche wist al snel een doorbraak te bereiken in deze zaak, want enkele dagen na de vondst van de vermoorde vijftiger werd een aantal verdachten opgepakt in een woning aan de Barneveldstraat in Den Haag. De bovengenoemde O. en een 21-jarige vrouw werden daarbij onder andere opgepakt. Het verblijf van de gepakte Hagenees in de bajes is inmiddels al enkele keren verlengd, de vrouw is vrijgelaten. Zij is wel nog steeds verdachte.

Advocate: ‘Geen commentaar’

Het onderzoek van de recherche en het OM in Limburg naar de moord op Jack Koker in de zogeheten ANWB-flat in de Maastrichtse buurt Wijckerpoort is nog steeds in volle gang. Sjanneke de Crom, advocate van Mousa O., wilde desgevraagd geen enkel commentaar geven op deze zaak.

MAASTRICHT – De dode man die dinsdagochtend in een flat aan het Koningsplein in Maastricht is gevonden, is mogelijk het slachtoffer van een afrekening. Buurtbewoners zeggen dat de man actief was in het criminele circuit en dat het ‘ een kwestie van tijd’ was dat dit zou gebeuren. De politie wil niets kwijt over de zaak.

Het slachtoffer werd volgens een buurtbewoner gevonden nadat zijn vader al enkele dagen geen contact meer met hem kreeg. Dat meldde hij vervolgens bij de huismeester die de politie inschakelde. Die trof de man, een vijftiger, ‘onder verdachte omstandigheden’ aan. Hoe lang hij al dood in zijn flat op de vijfde verdieping lag, is onbekend. “Maar ik heb in de nacht van vrijdag op zaterdag veel lawaai gehoord in dat appartement. Nu denk ik dat het toen wel eens gebeurd zou kunnen zijn’.

Het slachtoffer is volgens buurtbewoners een bekende van de politie. “Hij is al enkele jaren op vrije voeten, maar we weten dat hij vast heeft gezeten. Waarvoor weet ik ook niet. Maar er kwam volk over de vloer waarvan je kon vermoeden dat het onguur was. Daarom denk ik ook dat het een afrekening is.”

De politie wil niets kwijt over de zaak en heeft een team rechercheurs geformeerd dat de zaak onderzoekt. Daarbij wordt ook het NFI ingeschakeld dat bewijsmateriaal moet onderzoeken.

http://www.bd.nl/oss/video-man-doodgestoken-voor-huis-op-molenweg-in-oss~ad7ebdd1/

Door: Jos Emonts

De 39-jarige Xionel B. zit naar eigen zeggen sinds zijn arrestatie op 8 augustus 2016 onschuldig vast. B. is één van verdachten in de zaak rond de liquidatie van Sven Prins.

De Brunssumer werd op 25 september 2015 na een achtervolging per auto uiteindelijk in Heerlen doodgeschoten. Prins overleed nadat een spervuur van kogels op zijn auto was afgeschoten. Een mede-inzittende overleefde de aanslag.

Thuis
B. is één van de verdachten, maar volgens hem kan een groot aantal getuigen – vooral familieleden – bevestigen dat hij op de avond van de liquidatie van Prins in september 2015 gewoon thuis was.

“Waarom komt daar u nu pas mee?”, wilde de rechtbankvoorzitter van de verdachte weten. “Ik heb geen vertrouwen in de politie en het rechtssysteem. Daarom heb ik tot nu gezwegen”, antwoordde hij.

Bij zijn zoontje
Een van zijn medeverdachten, Sergio K. (27), heeft al eerder gezegd dat hij geen rol heeft gespeeld bij de gewelddadige dood van Prins. Ook hij zou op de avond van de moord met zijn zoontje in zijn woning zijn geweest. Meerdere mensen zouden dit kunnen bevestigen.

Zijn advocaat Luc Bien heeft de rechtbank gevraagd om K. meteen in vrijheid te stellen. Daarover beslist de rechtbank dinsdag.

De derde verdachte Jurandy T. (32) beroept zich tot nu toe vooral op zijn zwijgrecht.

Doorbraak
Voordat de rechtszaak in juni verder gaat, moet de rechtbank nog een groot aantal getuigen horen. De advocaten Luc Bien, Bart Nijsten en Serge Weening willen alle drie een undercoveragent en zijn begeleiders nader aan de tand voelen.

Geheimagent A3930 drong in het voorjaar van 2016 binnen in het clubje verdachten in Brunssum. De gesprekken die de infiltrant met hen voerde betekende een doorbraak in het onderzoek in de zaak Prins

De vermoedelijke schutter bij de overval op shishabaas Hafed Merkikou (29) in Geleen zou aanvankelijk niet betrokken zijn geweest bij de plannen voor de roofoverval.

Dat verklaart althans verdachte Karim S. (24) uit Stein die in de nacht van 7 op 8 februari samen met Dennis V. (40) uit Heerlen de woning van Merkikou aan de Beatrixlaan in Geleen binnendrong.

Afgehaakt
De overval zou aanvankelijk uitgevoerd worden door plannenmaker Karim S. en zijn 29-jarige kompaan Carlo R. uit Heerlen. Die durfde het blijkbaar in de uren voor de overval niet aan om in het huis mee te doen aan de beroving van Merkikou. De Heerlenaar haakte zelf af maar regelde dat Dennis V. voor de klus zou worden opgehaald.

Taxichauffeur
Dat was de taak van Desmond H. (28) uit Maastricht, die de uren voor de roofoverval tegen betaling taxichauffeur speelde voor de medeverdachten tussen Maastricht, Geleen en Heerlen. Desmond H. is gisteren op vrije voeten gesteld, zo hebben het Openbaar Miniserie en advocaat Ivo van de Bergh bevestigd.

Flink strafblad
Uit het politiedossier over deze zaak blijkt dat alle verdachten een flink strafblad hebben en goed de weg weten in het criminele milieu. Ze kennen elkaar voornamelijk van de tijd dat ze samen in de Sittardse gevangenis de Geerhorst zaten.

De politie heeft opnieuw aanhoudingen verricht in het onderzoek naar de dodelijke schietpartij begin februari in Geleen.
Daarbij kwam Hafed Merkikou, eigenaar van een shishabar in Sittard, om het leven.

Twee mannen
De arrestanten zijn een man van 28 uit Maastricht en een 29-jarige Heerlenaar. Eerder werd al een 24-jarige man uit Stein aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij dit misdrijf. Hij zit in voorlopige hechtenis.

Achtergronden
Nader onderzoek en verhoor moet meer duidelijkheid geven over de achtergronden van het incident. Aanwijzingen in het lopende onderzoek brachten de politie op het spoor van de nieuwe verdachten.
In de nacht van dinsdag 7 op woensdag 8 februari werd Merkikou in zijn woning aan de Beatrixlaan in Geleen neergeschoten. Hij raakte daarbij zwaargewond en overleed ter plaatse aan zijn verwondingen.

door Bjorn Thimister

MAASTRICHT Er komt een reconstructie van een steekpartij tijdens de arrestatie van een inwoner van Bunde waarbij drie agenten van de Limburgse politie gewond raakten, in mei vorig jaar. Dat bevestigt Sjanneke de Crom, advocate van de man, tegenover CRIMEWATCHER. Zij had de rechtbank hierom verzocht in november. Hoewel het OM zich verzette tegen een reconstructie, wees de rechtbank het verzoek van de raadsvrouwe toe.

De man (69) uit Bunde heeft eerder tijdens verhoren tegenover de recherche verklaard een black-out te hebben gehad toen hij instak op de politiemensen. De man is poging tot doodslag op twee agenten ten laste gelegd. Tevens wordt hij door het OM in Limburg verdacht van poging zware mishandeling van een derde agent alsmede van bedreiging van in totaal vier agenten. Hij is inmiddels al geruime tijd op vrije voeten, zijn voorlopige hechtenis werd op verzoek van de verdediging in augustus 2016 geschorst.

Het geweldsincident vond plaats in de tuin van de man aan de Berkenlaan in Bunde, een onderdeel van de gemeente Meerssen. De politie ging hier op 7 mei afgelopen jaar ter plekke na een melding van buurtbewoners dat de agressor hier met een mes stond te zwaaien en onder invloed was van drank zou zijn. Toen de agenten hem wilden aanhouden, stak hij een van de politiemannen in zijn been. Drie agenten liepen bij deze steekpartij uiteindelijk snijwonden op.

Dinsdag 14 maart vindt in deze zaak een zogeheten regiezitting plaats. ,,Hier zal dan onder andere worden besproken wat de precieze invulling van de reconstructie zal zijn”, aldus strafpleitster De Crom.

De zaak-Andy de Heus ligt nagenoeg stil. De belangrijkste verdachte moet namelijk eerst in Duitsland nog straf uitzitten. Dat terwijl het Duitse OM hem juist zo zegt te kunnen uitleveren.

Ron S. (49) uit Sittard, de vermeende moordenaar van Andy de Heus uit Echt die in Duitsland in de cel zit, kan gewoon per direct worden uitgeleverd aan Nederland. Dat verklaart hoofdofficier van justitie Paul Jansen van het parket in het Duitse Bochum tegenover De Limburger.

Onderzoek
Het Openbaar Ministerie (OM) in Limburg onderzoekt de mogelijkheid van een (tijdelijke) overbrenging naar Nederland, laat het in een reactie weten.

Volgens het parket in Limburg is uitlevering van S. in de zaak De Heus echter nog niet geregeld omdat tegen hem in Duitsland een nieuwe strafzaak zou lopen.

In gevangenis
S. zit momenteel in de gevangenis van Bochum een straf van zes jaar uit voor twee zware drugsdelicten in Duitsland. Hij wordt in dat land ook nog verdacht van betrokkenheid bij een mysterieuze moordzaak. Volgens justitie in Duitsland is die vermeende moordzaak echter geen enkel beletsel om Ron S. uit te leveren. „Dat onderzoek zit immers muurvast.”

Serge Weening, advocaat van Ron S. , zegt de ontwikkelingen af te wachten.

door Bjorn Thimister

BREDA Rechtspsycholoog Kim van Oorsouw van de universiteit in Maastricht is door de rechtbank in Breda aangewezen om zich als deskundige te buigen over de moord, een crime passionel, op Wendy Rikkers uit Zevenbergen. Zij werd in de nacht van 21 op 22 september vorig jaar dood gevonden in haar woning. Haar partner Kees-Jan W. (53) is als hoofdverdachte aangemerkt in deze zaak.

De 53-jarige autohandelaar, die wordt verdacht van doodslag op zijn echtgenote, ontdekte in de nacht van het misdrijf dat zijn 46-jarige vrouw een ander had en hem wilde verlaten. Hij betrapte haar in de woonkamer toen zij aan het sms’en was met haar minnaar, een conciërge van een school in de buurt. Daarna kwam het tot een schermutseling. Volgens bronnen rond het onderzoek zou Rikkers gewurgd en gesmoord zijn met een kussen.

Kees-Jan W. heeft tegenover de recherche verklaard dat hij zich niet kan herinneren zijn vrouw om het leven te hebben gebracht. ,,Mijn cliënt zegt dat hij ’s morgens wakker werd en dat zijn vrouw toen niet meer leefde. Hij vindt hetgeen er gebeurd is afschuwelijk, herinnert zich daarover niks meer en vraagt zich voortdurend af: kan ik zoiets doen?” zegt W.’s advocaat Francoise Landerloo (foto) tegen Crimewatcher.

Rechtspsycholoog Van Oorsouw, gespecialiseerd in onder andere geheugenverlies, moet nu gaan beoordelen of er inderdaad sprake kan zijn van geheugenverlies bij de hoofdverdachte, die een blanco strafblad heeft, door hetgeen zich heeft afgespeeld in zijn vrijstaande huis tijdens de fatale nacht. De rechtszaak in deze kwestie zal in een later stadium gaan plaatsvinden.

door Bjorn Thimister

HEERLEN Eric L. (45) werd op 22 december om 23.45 uur van zijn bed gelicht door een arrestatieteam in een woning in Hulsberg. Hij wordt verdacht van afpersing, bedreiging en het voorhanden hebben van explosieven. L. is inmiddels alweer geruime tijd op vrije voeten. Hij is wel nog verdachte.

,,Ik ben er ingeluisd”, zegt de geboren Heerlenaar in een gesprek met Crimewatcher. ,,Ik heb al een hele tijd een conflict met een voormalige huisbaas van mij. Hij zit hier achter denk ik. Dat heb ik ook zo tijdens de drie verhoren tegenover de recherche verklaard. Ik heb namelijk zelf absoluut geen conflict met Ralf Krewinkel, zelfs nog nooit met die man gesproken.”

De politie kwam Eric L. op het spoor door een tweetal meldingen van getuigen die al in november 2016 werden gedaan, blijkt uit het politiedossier. Hierin staat dat ‘bij de politie melding werd gedaan dat Eric L. onder andere op zoek zou zijn naar springstof en handgranaten om de burgemeester en de politie van Heerlen op te blazen’. Volgens L. ,,is het zo” dat deze twee getuigen hem er met het versturen van het pakketje naar het Heerlense gemeentehuis ,,zeker ingeluisd hebben”.

De politie is nog altijd bezig met het onderzoek in deze zaak. L. is al sinds geruime tijd klokkenluider over vermeende corruptie binnen de Nederlandse, om precies te zijn, de Limburgse overheid. Volgens L.’s advocaat Sjanneke de Crom heeft de verdachte Heerlenaar ,,eerder aangifte gedaan tegen de mensen die hem nu van zoiets ernstigs beschuldigen”.

,,Die aangifte moet de politie serieus onderzoeken.” L. werd overigens eerder tot drie jaar gevangenisstraf veroordeeld vanwege drievoudige poging tot doodslag op een aantal politieagenten.

ECLI:NL:GHSHE:2016:5166

Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-002005-15
Uitspraak : 21 november 2016
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juni 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-879634-14 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
thans verblijvende in PI Zuid West – De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van – kort gezegd – het medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de twee advocaten-generaal.
De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
De twee raadslieden van verdachte hebben vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 februari 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) (meermalen) een of meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer] afgevuurd, waarbij die [slachtoffer] door een of meer van die kogel(s) is getroffen, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak
Vaststaande feiten
Bij de beoordeling gaat het hof uit van de hierna te vermelden vaststaande feiten. Daarbij overweegt het hof dat het uitsluitend gaat om die feiten, waarover – vanwege het daarnaar gedane onderzoek over de juistheid van de corresponderende bewijsmiddelen – geen discussie meer bestaat.
Het hof stelt – met dit uitgangspunt- de volgende vaststaande feiten vast:
– Op 27 februari 2014 tussen 21.20 tot 21.24 uur is [slachtoffer] op de parkeerplaats van de [plaats] te Eindhoven (hierna: plaats delict 1), direct nadat hij uit zijn auto was gestapt, door een of meerdere personen beschoten. Deze personen of één van hen, maakten daarbij gebruik van ten minste twee vuurwapens. [slachtoffer] is zeven keer geraakt. Nadat [slachtoffer] onder vuur is genomen, zijn twee personen met een motorscooter weggereden. Deze motorscooter is korte tijd later op circa 1.400 meter afstand van plaats delict 1 brandend achtergelaten op de [plaats 2] te Eindhoven (hierna: plaats delict 2). De identiteit van de motorscooter was door de vervalste identificerende gegevens en de brand niet meer vast te stellen.
– Op 28 februari 2014 om 2.41 uur is [slachtoffer] overleden aan zijn verwondingen in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven. Meer in het bijzonder is hij overleden aan een bloeding in buik en borstholte veroorzaakt door perforerend geweld van meerdere kogels.
– Op de dag van de aanslag op [slachtoffer] stonden vier personen via speciaal daarvoor gebruikte telefoonnummers (eindigend op [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ) met elkaar in contact via sms-berichten. Via deze telefoons werden de gebruikers op de hoogte gehouden van de bewegingen van [slachtoffer] kort voor de aanslag.
– De telefoonnummers eindigend op [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] zijn op de dag van de aanslag op [slachtoffer] door respectievelijk [medeverdachte 1] en verdachte gekocht.
– Uit zendmastgegevens blijkt dat gebruikers van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] ten tijde van de aanslag op de plaats delict 1 en kort na de aanslag (acht à negen minuten later) op plaats delict 2 kunnen zijn geweest. Plaatsen die op een relatief korte afstand van elkaar zijn gelegen (hemelsbreed 1.400 meter).
– Na de moord op [slachtoffer] zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (via [medeverdachte 2] ) door [medeverdachte 1] meerdere keren onder druk gezet om geld te betalen.

Geen direct (objectief feitelijk) bewijs
Het hof heeft met de verdediging vastgesteld dat op of nabij de twee plaatsen delict geen sporen zijn aangetroffen en veiliggesteld die (een van de) verdachte(n) direct linken aan de aanslag op [slachtoffer] . Evenmin hebben (oog)getuigen verklaard over de aanwezigheid van verdachte(n) aldaar of het geven van opdracht tot de aanslag. De verdachten ontkennen betrokken te zijn bij de moord op [slachtoffer] dan wel heb zich consequent op hun zwijgrecht beroepen.
Juist vanwege de afwezigheid van dergelijke bewijsmiddelen heeft het hof de overige door de rechtbank weergegeven en door de advocaten-generaal aangehaalde (indirecte) bewijsmiddelen zeer behoedzaam beoordeeld en gewaardeerd.

Telefoonnummer [telefoonnummer 4]
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] zou volgens de rechtbank en de advocaten-generaal (onder meer) blijken uit het feit dat verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] . Dit telefoonnummer en een bijbehorende telefoon zijn door verdachte gekocht op 27 februari 2014 bij de Kijkshop te Eindhoven.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van die koop – kort en zakelijk weergegeven – verklaard dat hij in de middag van 27 februari 2014 met [medeverdachte 1] , in de auto van [medeverdachte 1] ’s moeder, naar Eindhoven is gereden. Na een bezoek aan de zonnestudio heeft [medeverdachte 1] tegen verdachte gezegd dat hij een telefoon moest kopen. Verdachte heeft buiten de Kijkshop gewacht. Omdat [medeverdachte 1] drie mobiele telefoons nodig had en hij er bij de Kijkshop maar twee mocht kopen, heeft [medeverdachte 1] aan verdachte gevraagd om de derde mobiele telefoon voor hem te kopen. Na de aankoop heeft verdachte de door hem gekochte telefoon in het zakje gedaan bij de door [medeverdachte 1] gekochte telefoons. Dat zakje heeft hij in de auto van de moeder van [medeverdachte 1] gelegd. De telefoon heeft hij daarna niet meer gezien en het betreffende telefoonnummer ( [telefoonnummer 4] ) heeft hij ook niet gebruikt. Deze had ik immers voor [medeverdachte 1] gekocht, aldus verdachte.
Het hof heeft er acht op geslagen dat verdachte deze verklaring pas heeft afgelegd gedurende de procedure in hoger beroep en derhalve na kennisname van het gehele procesdossier. Desondanks is door deze verklaring van verdachte gerede twijfel bij het hof ontstaan of verdachte de gebruiker is geweest van het nummer eindigend op [telefoonnummer 4] .
Deze twijfel is vergroot, omdat de verklaring van verdachte over de gang van zaken bij de koop van de telefoon en het telefoonnummer steun vindt in de volgende feiten en omstandigheden.
– De filiaalmanager van de betreffende Kijkshop heeft bevestigd dat per transactie maximaal twee prepaid telefoons mochten worden gekocht (zie het aanvullende proces-verbaal ‘Kijkshop aankoop telefoons’ d.d. 22 januari 2016).
– Op grond van de ter terechtzitting in hoger beroep bekeken camerabeelden heeft het hof vastgesteld dat [medeverdachte 1] twee telefoons heeft gekocht en afgerekend. [medeverdachte 1] verdwijnt daarna uit beeld. Korte tijd later komen [medeverdachte 1] en verdachte weer in beeld. Zij hebben contact met elkaar. [medeverdachte 1] koopt dan een telefoon en, terwijl de verkoopster bezig is met het afhandelen van de verkoop, geeft [medeverdachte 1] een tasje met daarin de twee zojuist door hem gekochte telefoons aan verdachte. Verdachte stopt de derde telefoon in het tasje en loopt, na de koop, met het tasje met daarin drie telefoons het beeld weer uit.
– Uit de kassabonnen van beide transacties blijkt dat [medeverdachte 1] naast twee mobiele telefoons, drie keer € 10,- beltegoed heeft gekocht. Verdachte heeft om 14.28 uur alleen een mobiele telefoon gekocht (p. 1010 en 1011).
Gelet op het vorenstaande acht het hof de verklaring van verdachte dat hij de telefoon en het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] heeft gekocht voor [medeverdachte 1] en hij niet de gebruiker is geweest van dit telefoonnummer, aannemelijk.
Verklaringen [medeverdachte 3]
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] , zou volgens de advocaten-generaal tevens blijken uit de verklaring van [medeverdachte 3] bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016.
Bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 heeft [medeverdachte 3] – voor zover hier van belang en kort weergeven – verklaard dat zij en [medeverdachte 2] onder druk zijn gezet en werden bedreigd door (onder meer) verdachte en [medeverdachte 1] om geld te betalen. De betalingsdruk en bedreigingen hielden verband met cocaïne die in haar woning heeft gelegen. Omdat zij geen verdovende middelen meer in haar woning wilde hebben, heeft zij de cocaïne aan haar minnaar [medeverdachte 2] gegeven. Daarna werd zij (onder meer) aan de deur van haar woning bedreigd door verdachte. In de periode dat zij aan het sms-en was, begin maart 2014, wist [medeverdachte 3] dat zij met onder andere verdachte heeft ge-sms’t. Via [medeverdachte 2] zou [medeverdachte 3] aan het telefoonnummer van verdachte zijn gekomen. Op de vraag of zij weet wie er achter de moord zitten, heeft [medeverdachte 3] verklaard dat haar vermoedens bevestigd werden toen [medeverdachte 1] en verdachte zijn opgepakt.
Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of de verklaringen van [medeverdachte 3] betrouwbaar en aannemelijk zijn. Het hof beantwoordt deze vraag voor zover betrekking hebbend op de bedreigingen ontkennend. Bij zijn oordeel heeft het hof acht geslagen op de navolgende omstandigheden.
i. Wisselende verklaringen [medeverdachte 3]
heeft wisselend verklaard. Bij de politie heeft zij op 4 maart 2014 verklaard (onder meer) bedreigd te zijn door [persoon 1] , achtervolgd te zijn door een Lexus met [kenteken] en bedreigd te zijn door een persoon met de bijnaam ‘Karper’ (p. 440-450). De politie heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de gestelde bedreigers en de Lexus.
Pas bij de raadsheer-commissaris – en derhalve na kennisname van de resultaten van deze onderzoeken en na kennisname van de telefonische contacten waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] onder druk zijn gezet door [medeverdachte 1] om te betalen – heeft [medeverdachte 3] verklaard dat zij (ook) bedreigd is door verdachte en [medeverdachte 1] .
ii. Dwaalspoor [persoon 1]
Ter gelegenheid van het hiervoor bedoelde verhoor van [medeverdachte 3] op 4 maart 2014 heeft zij signalementen van de gestelde bedreigers gegeven en compositietekeningen van twee van de bedreigers laten maken (p. 440-450, 455 en 456).
Op 6 maart 2014 vindt de volgende sms-conversatie plaats tussen [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) en [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 6] ):
[medeverdachte 3] : “Ze hebben eentje en meerdere op oog”.
[medeverdachte 2] : “Je zegt net ze gaan er twee oppakken maar wie dan”, “Je zegt net ze pakken er dadelijk twee welke hoek gaan ze heen dan” en “?”.
[medeverdachte 3] : “Andere hoek heb verkeerd gestuurd” en “Heb ffoto moeten maken”.
[medeverdachte 2] : “Ok niet in deze hoek dus” (p. 4188) (onderstreping aangebracht door het hof).
Op 11 maart 2014 heeft [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) een Meld Misdaad Anoniem (MMA)-melding gedaan waarin ze heeft verklaard dat ze [persoon 1] in het café hoorde praten over zijn voornemen om [slachtoffer] te vermoorden. [medeverdachte 3] zegt dan dat ze [slachtoffer] zelf niet kent (p. 1423 en 2328).
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert het hof dat [medeverdachte 3] de politie bewust op een dwaalspoor heeft gezet. Deze conclusie vindt steun in de omstandigheid dat na uitgebreid onderzoek van de politie, geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen die de verklaringen van [medeverdachte 3] over de bedreigingen van [persoon 1] en een persoon met de bijnaam ‘Karper’ bevestigen en evenmin dat de genoemde Lexus iets met verdachte en/of [slachtoffer] te maken had (p. 1420-1434).

iii. Dwaalspoor [getuige 1]
Op 19 februari 2015 heeft gedetineerde [getuige 1] , die met [medeverdachte 3] gedetineerd zat in het Huis van Bewaring Ter Peel te Evertsoord, een brief getoond aan een Penitentiair Inrichtingswerker (hierna: PIW-er). Op de voorkant van het briefje stonden trefwoorden/zinnen die verband hielden met (de moord op) [slachtoffer] . Op de achterzijde stond een persoon getekend, met daarop aangegeven plaatsen op het lichaam van die persoon waar zich tatoeages en een litteken bevonden (zie het verslag opgemaakt door de PIW-er d.d. 24 februari 2015, separaat gevoegd en de bijlagen 1 en 2 gevoegd achter het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 november 2015). [getuige 1] heeft daarbij verteld dat ze werd bedreigd door [medeverdachte 3] om haar delict op zich te nemen.
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert het hof dat [medeverdachte 3] heeft getracht een nieuw dwaalspoor uit te zetten.

iv. Afstemmen verklaringen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]
Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kort voor en na de moord op [slachtoffer] voortdurend telefonisch in contact met elkaar hebben gestaan via sms-/Whatsapp-berichten met telefoonnummers die telkens na een relatief korte tijd werden vervangen. Dit via telefoonnummers die hoofdzakelijk gebruikt werden voor contacten met elkaar (p. 4170-4212). Tijdens de contacten met deze ‘geheime nummers’ tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werd ook gesproken over hetgeen verklaard moest worden tegen de politie (zie bv. p. 4179). Dat verklaringen tussen beiden zijn afgestemd blijkt ook uit de inhoud van een OVC-gesprek d.d. 16 juni 2014 (p. 3329-3333).
v. Aannemelijkheid scenario cocaïne
Voorts is naar het oordeel van het hof het door [medeverdachte 3] naar voren gebrachte scenario dat zij en [medeverdachte 2] onder druk werden gezet en werden bedreigd door (onder meer) [medeverdachte 1] en verdachte om geld te betalen voor cocaïne die niet zou zijn betaald door [slachtoffer] , en die bij [medeverdachte 3] thuis heeft gelegen ten tijde van de detentie van [slachtoffer] , ook op zichzelf genomen onaannemelijk. Het hof vermag immers niet in te zien waarom, indien [medeverdachte 3] cocaïne aan haar minnaar [medeverdachte 2] heeft gegeven, [medeverdachte 2] na de druk en bedreigingen niet of de cocaïne of het geld dat daarmee is verdiend, aan [medeverdachte 1] of verdachte heeft teruggegeven. [medeverdachte 2] heeft immers erkend in verdovende middelen te handelen, zodat het hof ervan uitgaat dat hij de kanalen had om de cocaïne te verkopen.
Deelconclusie
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder i tot en met v. acht het hof de verklaringen van [medeverdachte 3] , waaronder haar verklaring bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 betrekking hebbend op bedreigingen door verdachte en sms-contacten met verdachte, onbetrouwbaar. Het hof acht de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 derhalve niet bruikbaar voor het bewijs, zodat op grond van die verklaring evenmin het telefoonnummer [telefoonnummer 4] aan verdachte kan worden gekoppeld.

Zendmastgegeven [telefoonnummer 4]
Resteert de vaststelling van de politie dat het nummer [telefoonnummer 4] in de periode dat het actief was een aantal keer samen met een nummer in gebruik bij verdachte ( [telefoonnummer 5] ) tegelijk heeft aangestraald op dezelfde zendmast (p. 2824). Deze enkele vaststelling is naar het hof onvoldoende om verdachte als gebruiker aan het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] te koppelen.

Gesprekken over betalingen
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] , zou volgens de rechtbank en de advocaten-generaal tevens blijken uit de inhoud van sms- en Whatsapp-berichten die betrekking hadden op betalingen van [medeverdachte 3] .
De advocaten-generaal hebben in dit verband specifiek verwezen naar de sms-berichten die [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 6] ) naar [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] heeft verzonden op 5 maart 2014 om 20.54 uur en 21.08 uur, inhoudende: “Ja, afspraak was drie dagen later nu is zes dagen later die ene jongen is van kwaadheid terug uit Turkije gekomen” en “Ja ene uit Turkije terug wil komen ja hij wil centen zien” (onderstreping door het hof). Vaststaat dat verdachte op
28 februari 2014 is vertrokken naar Turkije en op 5 maart 2014 vanuit Turkije naar Nederland is vertrokken. Terwijl zijn reisgenoot, [getuige 2] , pas op 10 maart 2014 is teruggekomen. Op grond daarvan concluderen de advocaten-generaal en de rechtbank dat verdachte degene is geweest die eerder is teruggekomen uit Turkije, omdat hij geld wilde ontvangen van [medeverdachte 3] .
Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging, onderbouwd door stukken van onder meer de luchtvaartmaatschappij, aangetoond dat verdachte reeds op 25 februari 2014 een retourticket naar Turkije heeft geboekt, met als datum van de terugvlucht 5 maart 2014. Het hof kan derhalve niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte de persoon is geweest die uit kwaadheid (eerder) uit Turkije zou zijn teruggekomen, omdat hij geld van [medeverdachte 3] wilde hebben.
Dat verdachte de dag na de moord naar Turkije is vertrokken omdat hij “van de radar” af wilde zijn, zoals door de advocaten-generaal is gesuggereerd, kan het hof evenmin vaststellen. De verdediging heeft – onderbouwd met bescheiden – aangetoond dat het een van tevoren geboekte reis met een vriend betrof.

Overige bewijsmiddelen
De overige in het dossier bevindende bewijsmiddelen zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende redengevend om verdachte met een voldoende mate van zekerheid te koppelen aan de moord op [slachtoffer] .

Conclusie
Op grond van het voorgaande overweegt het hof dat er in het dossier aanknopingspunten zijn waaruit naar voren komt dat er een relatie is tussen de moord op [slachtoffer] en verdachte. Het hof acht het dan ook onbegrijpelijk dat verdachte in eerste aanleg geen openheid van zaken heeft gegeven en bijvoorbeeld niet heeft verklaard over zijn reisbewegingen naar Turkije en de redenen daarvan. Echter, naar het oordeel van het hof kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de moord op [slachtoffer] . De door de rechtbank weergegeven en door de advocaten-generaal aangehaalde bewijsmiddelen zijn – ook in onderlinge samenhang bezien – daarvoor onvoldoende redengevend.

Opheffing voorlopige hechtenis
Als gevolg van deze beslissing dient de voorlopige hechtenis met ingang van heden te worden opgeheven.

Voorwaardelijk verzoek
De advocaten-generaal hebben het verzoek gedaan om, indien het hof overweegt verdachte vrij te spreken, de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte te voegen. In deze verklaring zou [medeverdachte 3] haar verklaring afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016, voor zover inhoudende dat zij wist dat ze met verdachte heeft ge-sms’t hebben herhaald.
Nu aan de gestelde voorwaarde is voldaan, dient het hof te oordelen over het voorwaardelijke verzoek van de advocaten-generaal.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 3] , acht het hof het niet noodzakelijk om de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte te voegen.
Het hof wijst het verzoek af.

BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af het voorwaardelijke verzoek van de advocaten-generaal tot het voegen van de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte.

Heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Aldus gewezen door
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. A.R.O. Mooy en mr. P.J. Hödl, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl, griffier,
en op 21 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Onze cliënt Fatih M. werd vandaag door het Gerechtshof Den Bosch vrijgesproken van betrokkenheid bij de moord op Ernesto Pistone. Eerder legde de rechtbank 18 jaren gevangenisstraf op, omdat zij M. zagen als een van de twee schutters. Advocaten Serge Weening en Sjanneke de Crom, die cliënt sinds de behandeling van het hoger beroep bijstonden, vroegen 4 weken geleden om vrijspraak. Zij bepleitten dat de uitgangspunten van de rechtbank onjuist waren. In een duopresentatie weerlegden de advocaten aan de hand van zendmastgegevens het scenario van de rechtbank. Het Hof oordeelde dat cliënt niet de gebruiker is geweest van de door hem gekochte telefoon die werd gebruikt bij de liquidatie.

Aan de medeverdachten werden celstraffen opgelegd variërend van 16 tot 18 jaar.

De volledige uitspraak kunt u hier lezen.

DEN BOSCH – In hoger beroep zijn maandag drie verdachten veroordeeld voor betrokkenheid bij de liquidatie van drugscrimineel Ernesto Pistone. Een vierde verdachte werd vrijgesproken, nadat hij eerder werd veroordeeld tot achttien jaar celstraf.

Eindhovenaar Ernesto Pistone werd op 27 februari 2014 neergeschoten voor zijn huis. Evenals de rechtbank vindt het hof het bewezen dat Pistone om het leven is gebracht in opdracht van zijn eigen vriendin, Toos van V. (29). Zij kreeg maandag wederom achttien jaar celstraf.

Voor bemiddeling bij de huurmoord kreeg haar minnaar Jeffrey E. (28) maandag zestien jaar celstraf, twee jaar minder dan de rechtbank oplegde. Schutter Serdar A. kreeg achttien jaar celstraf, een jaar minder dan de rechtbank bepaalde.

Mario Z., hoofdverdachte in de zaak van de in Maastricht geliquideerde Soufian Lahnstein eind 2013, is vrij door een fout van het Openbaar Ministerie. De officier van justitie in de Limburgse hoofdstad kon door zijn eigen blunder niks anders dan de Belg gisteren naar huis laten gaan.

,,Verdachte Mario Z. had een oproeping moeten krijgen om op de zitting te verschijnen. Een en ander blijkt niet te zijn gebeurd waardoor deze persoon op vrije voeten is”, erkent persofficier van justitie Resie Peters tegenover De Telegraaf. ,,Dat is een omissie, wij zoeken uit hoe dit heeft kunnen gebeuren.” Ivo van de Bergh en Serge Weening, advocaten van Mario Z., betitelen de handelwijze van officier van justitie David van Kuppeveld in deze als ,,niet slim”.

,,Hij heeft nagelaten onze cliënt, precies zoals dit volgens de wet behoort te gebeuren, netjes per brief op te roepen voor een zitting. Als je dit dan niet doet, dan wordt iemand die verdacht wordt van het plegen van een moord dus vrijgelaten. Het OM had beter moeten opletten.” Soufian Lahnstein (28) werd op 1 december 2013 geliquideerd op de Oeverwal aan de rand van het centrum van Maastricht. In Albanië zit in deze zaak nog een man vast die mogelijk een rol zou hebben gespeeld bij de dood van Lahnstein.

Door Bjorn Thimister

Ronnie S. in Duitsland verhoord door Limburgse recherche om zaak Andy de Heus

BOCHUM – De Limburgse recherche denkt belastende telefoontaps en -gegevens te hebben die Ronnie S., hoofdverdachte in de zaak van de geruchtmakende moord op Andy de Heus (30), linken aan het om het leven brengen en laten verdwijnen van de marktkoopman uit Echt. Dat bevestigen politiebronnen rondom het onderzoek. S. is hierover gisteren voor het eerst verhoord in Duitsland door speurders uit ons land.

Ron S. (48) uit Sittard, een bekende van De Heus, zit hier al geruime tijd vast voor grootschalige drugssmokkel. Hiervoor kreeg hij onlangs een jarenlange gevangenisstraf opgelegd. Volgens ingewijden binnen de opsporingsdiensten is S. tijdens het eerste verhoor, dat plaatsvond op het politiebureau van Bochum, onder andere een aantal telefoontaps voorgehouden.

S. zou verder een van de laatsten zijn geweest die Andy de Heus in levende lijve heeft gezien, voordat deze op december 2012 spoorloos van de aardbodem verdween. Duidelijk is inmiddels dat Ronnie S. en Andy de Heus in het verleden een link hadden met het bungalowpark Porta Isola in Stevensweert waar het tweetal hennephokken zou hebben gehad. In dat park deed de recherche in december 2015 al uitgebreid onderzoek.

Verdachte zwijgt

De moordverdachte Limburger heeft zich tijdens het een uur durende verhoor op zijn zwijgrecht beroepen, aldus een bron rondom het verhoorteam van de recherche, dat bijgestaan werd door vertegenwoordigers van de Duitse justitie. Hub Haenen, woordvoerder van de politie in Limburg, wilde gisteren alleen bevestigen dat S. ,,inderdaad als verdachte in de moordzaak De Heus gehoord is”.

Serge Weening, advocaat van Ronnie S., is summier in zijn commentaar: ,,Het enige wat ik erover kwijt wil is dat mijn cliënt zo snel als mogelijk uitgeleverd wil worden aan Nederland.” Ronnie S. zal zich eerst echter bij onze zuiderburen nog moeten verantwoorden voor een drugsgerelateerd delict dat hij in Aken zou hebben gepleegd. Het lichaam van Andy de Heus werd in februari van dit jaar gevonden naast een vijver in Stevensweert.

Naast Ronnie S. is er nog een aantal mensen in deze zaak als verdachte aangemerkt, maar zij zijn inmiddels op vrije voeten gesteld.

Door Bjorn Thimister

MAASTRICHT – De doorgedraaide man (69) uit Bunde, die afgelopen weekend meerdere agenten van de Limburgse politie verwondde met een mes, kan zich niets meer herinneren van deze geweldsuitbarsting. Hij heeft tijdens verhoren tegenover de recherche verklaard een black-out te hebben gehad toen hij instak op de politiemensen. Dat zegt zijn advocate Sjanneke de Crom.

De man wordt onder andere poging tot doodslag en poging zware mishandeling op de agenten ten laste gelegd. Mogelijk volgen er nog meer aangiftes tegen hem. De rechter-commissaris in Maastricht heeft zijn voorlopige hechtenis met veertien dagen verlengd. De zestiger is inmiddels overgebracht van het politiebureau naar de Sittardse gevangenis De Geerhorst.

Het geweldsincident vond plaats in de tuin van de man aan de Berkenlaan in Bunde, een onderdeel van de gemeente Meerssen. De politie ging hier ter plekke na een melding van buurtbewoners dat de agressor hier met een mes stond te zwaaien en flink onder invloed was van drank. Toen de vier agenten hem wilden oppakken, stak hij een van de politiemannen in zijn been.

Drie agenten liepen bij deze steekpartij uiteindelijk snijwonden op. „Mijn cliënt kan zich helemaal niets meer herinneren van wat er gebeurd is”, geeft zijn raadsvrouw Sjanneke de Crom aan. „Hij heeft kennelijk een black-out gehad en zegt spijt te hebben van zijn daad. Hij zal nu psychiatrisch en psychologisch worden onderzocht om te kijken wat er met hem is gebeurd. Daar zal hij volledig aan meewerken.”

Mr. Koumans bepleitte vrijspraak voor de poging moord. De mannen in de auto waren als een schietschijf, toch heeft cliënt niemand geraakt. Dat was een bewuste keuze.

http://www.1limburg.nl/negen-jaar-cel-geeist-voor-aanslag-op-auto-kerkrade

De zaak van Joycelin B. moet opnieuw worden behandeld door het hof. De 66-jarige vrouw, ook wel bekend als tante Joyce, is veroordeeld tot 10 jaar cel voor doodslag op haar neef.

De neef werd in 2011 in Amsterdam gedood. Zijn lichaam werd gevonden in het huis van Joycelin B. Het was gewikkeld in een kleed en over zijn hoofd zat een vuilniszak. Het slachtoffer was met een hard voorwerp op zijn hoofd geslagen. Wat zich precies in het huis heeft afgespeeld is nooit duidelijk geworden.

Joycelin B. en haar medeverdachte werden aanvankelijk door de rechtbank veroordeeld tot 15 jaar gevangenisstraf. Later werd dat in hoger beroep teruggebracht tot 10 jaar. Nu heeft de Hoge Raad de zaak van Joycelin B. terugverwezen.

Aannames
Volgens de Hoge Raad heeft het hof zich bij het vonnis gebaseerd op aannames die onvoldoende zijn onderbouwd.

Joycelin B. had in Amsterdam een opvanghuis voor daklozen en verslaafden. Ze heeft altijd ontkend dat ze haar neef heeft omgebracht. Ze noemde hem haar lievelingsneef en diende een verzoek tot euthanasie in omdat ze na zijn dood niet verder wilde leven.

Liefdesrelatie als achtergrond

DEN BOSCH

door Saskia Belleman

Hij kreeg de schrik van zijn leven, de man die op de vroege ochtend van 17 november 2014 zijn hond uitliet in het bos Sparrenrijk bij Boxtel. Tussen de bomen lag een brandend lichaam. Een man met blote voeten, al half verkoold.

Mohammed F. (27), die toegaf het lichaam in brand te hebben gestoken, hoorde gisteren in de rechtbank van Den Bosch een gevangenisstraf eisen van twaalf jaar voor doodslag en het verdonkeremanen van het lijk van de 43-jarige Rachid Dardari uit Esch.

Mohammed F. had een liefdesrelatie met de vrouw van Dardari, en dús een motief. Maar gisteren bleef hij bij zijn ontkenning dat hij Dardari doodde. Het was een ongeluk, beweert Mohammed F. En daarna probeerde hij zich in paniek te ontdoen van het lichaam, omdat hij bang was voor de gevangenis.

Mohammed F. leerde zijn geliefde kennen in het asielzoekerscentrum waar zij beiden verbleven. Rachid Dardari was nog in Syrië, en voegde zich pas later bij zijn vrouw. Mohammed F. wierp zich op als huisvriend. Hij regelde een school voor de kinderen en hielp het huis in Esch te verbouwen. Met het huwelijk van de Dardari’s ging het ondertussen bergafwaarts.

Volgens Mohammed F. had Rachid er moeite mee dat hij als man in Nederland minder te vertellen had dan in Syrië. Hij sloeg zijn vrouw en kinderen, zegt F. De zoon van de Dardari’s trok daarom tijdelijk in bij ‘oom’ Mohammed. Die volgens de zoon aankondigde dat hij de vader zou ,,meenemen en in brand steken. Dan weet de politie niet wat er is gebeurd.”

In de nacht van 16 op 17 november wilde Mohammed F. met Dardari ,,over het probleem van de zoon” spreken. Hij drong de woning binnen, waar het tot een worsteling kwam. F. zat bovenop zijn slachtoffer. Na drie minuten werd Dardari rustig. Hij was gestikt. Maar F. ontkent de moord: „Ik wilde praten, niet doden.”

Hij bond het lijk vast en laadde het in een fietskarretje. In het bos stak hij Dardari in brand. Het duurde een week voordat de politie er achter was wie het slachtoffer was. Dardari was niet als vermist opgegeven. Moord viel niet te bewijzen, aldus de Officier van Justitie, maar doodslag wél.

Volgens advocaat Weening staat de doodsoorzaak van Dardari niet vast. De man leed ook longemfyseem en had een bochel. Hij kan sneller in ademnood zijn gekomen dan een ander slachtoffer, zegt hij. Daar kan Mohammed F. niet voor verantwoordelijk worden gehouden. Uitspraak over twee weken.

door Bjorn Thimister

KERKRADE – De Limburgse recherche heeft een 54-jarige Roemeen opgepakt die verdacht wordt van het meerdere malen beschieten van een auto in Kerkrade, in oktober vorig jaar. Deze Ioan S. zit vast op verdenking van poging tot doodslag. Dat bevestigt zijn advocate Sanne Koumans.
 

Op 17 oktober rond half elf ’s avonds werd op de Meuserstraat in Kerkrade een auto meerdere malen beschoten. Daarbij werd de ruit van het voertuig doorboord. De drie inzittenden van de wagen sloegen in paniek op de vlucht. De politie was snel ter plekke en grendelde een deel van de Meuserstraat af. Een van de inzittenden werd staande gehouden, maar wilde niets loslaten over wat er gebeurd was.

Later in de nacht, rond 1.30 uur, viel een arrestatieteam een woning aan diezelfde Meuserstraat binnen, vlakbij de plek waar eerder de schietpartij had plaatsgevonden. Dat gebeurde nadat er een tip was binnengekomen dat een de betrokken vluchters in de woning aanwezig zou zijn. Leden van het AT sloegen eerst een ruit van een kamer op de benedenverdieping aan diggelen en gooiden een rookbom naar binnen.

Daarna werd het pand betreden. Er werd toen echter niemand aangetroffen. Ioan S. zou volgens de aangever de betreffende schutter zijn geweest. Hij zwijgt vooralsnog tijdens verhoren door de recherche.

Bjorn Thimister

VAALS – De moeder van de driejarige Max uit Vaals, die in april vorig jaar onder mysterieuze omstandigheden om het leven kwam in de Zuid-Limburgse grensplaats, wordt niet verder vervolgd door justitie in Maastricht. Dat bevestigt haar advocaat Ivo van de Bergh tegenover De Telegraaf.

De peuter werd door de opsporingsdiensten in een woning in Vaals op 17 april dood gevonden. De Duitse Nicole S. werd door de speurders aangemerkt als verdachte in deze zaak. Zij zat enige tijd achter de tralies in de gevangenis van Keulen, waarna ze werd uitgeleverd aan ons land.
De opsporingsdiensten richtten toentertijd ook hun pijlen op haar Limburgse vriend die mogelijk iets met de dood van het jongetje te maken had, maar hij pleegde op 24 april zelfmoord. De dertigjarige K. was op de vlucht geslagen na de dood van het kindje in zijn woning in Vaals.
In het Belgische Diepenbeek kon hij, met de politie voor en achter zich, uiteindelijk geen kant meer uit. Voordat de agenten bij de Vaalsenaar konden geraken, schoot die zichzelf door het hoofd. Hierdoor bleef alleen Nicole S. als verdachte over in deze kwestie.
Haar was in eerste instantie kindermoord ten laste gelegd, maar later werd dit veranderd in zware mishandeling met de dood tot gevolg. Het OM heeft nu besloten de zaak tegen S. te seponeren. De vrouw wordt niet verder vervolgd omdat er onvoldoende wettig en overtuigend bewijs is.
,,Mijn cliënte is zeer blij dat justitie deze beslissing heeft genomen. Deze verdachtmaking drukte als een zware last op haar schouders”, aldus haar raadsman Ivo van de Bergh.

Bjorn Thimister
MAASTRICHT -In Albanië is een man opgepakt die eind 2013 de 23-jarige Limburger Soufien Lahnstein in Maastricht zou hebben doodgeschoten. Deze Perparim S. (35) zit achter slot en grendel in zijn geboorteland. Dat blijkt uit vertrouwelijke justitiestukken, ingezien door De Telegraaf.

Hiermee is zo goed als zeker een doorbraak bereikt in het al lang lopende moordonderzoek. Soufien Lahnstein werd op 1 december 2013 geliquideerd op de Oeverwal aan de rand van het centrum van Maastricht. De in Albanië gearresteerde Perparim S. zou hierbij volgens welingelichte bronnen bij de speurders de dodelijke schoten hebben gelost. De recherche kwam S. tijdens het onderzoek onder meer op het spoor door verklaringen en het natrekken van telefoongegevens. Deze konden gelinkt worden aan het slachtoffer en hebben nu uiteindelijk geleid naar de uit de Albanese stad Fier afkomstige S.

Hij is in zijn cel aangehouden omdat hij al vastzat op verdenking vanwege betrokkenheid bij een schietpartij in zijn vaderland.

Voor de moord op Lahnstein, wiens auto kort na de moord in het Belgische Jalhay uitgebrand werd aangetroffen, zit ook nog een man uit Luik achter de tralies. Serge Weening, als advocaat betrokken in deze kwestie, bevestigt op de hoogte te zijn van de arrestatie van Perparim S. in Albanië, maar wilde verder geen commentaar geven.

Page 3 of 7 1 2 3 4 5 7