De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

De rechtbank heeft de man die twee jaar geleden in Bunde een politieagent in zijn been stak veroordeeld tot 27 maanden gevangenis, waarvan 24 maanden voorwaardelijk. De man hoeft desalniettemin niet meer terug de gevangenis in.

De drie maanden zat de man al in voorarrest uit. Hij moet zich wel aan een alcoholverbod houden en schadevergoedingen betalen aan twee agenten. 

Agent gewond
In de nacht van 6 op 7 mei 2016 brachten vier agenten een bezoek aan de man in Bunde nadat er verontrustende meldingen bij de hulpdiensten waren binnengekomen. Ze troffen hem met een mes in de tuin aan.

Bij de arrestatie stak de man van zich af. Eén agent werd daarbij in zijn been gestoken, drie andere agenten raakten lichtgewond. Ook de Bundenaar zelf kwam niet ongeschonden uit de strijd.

Onduidelijk
Lange tijd was onduidelijk wat er exact was gebeurd tijdens die bewuste nacht in Bunde. Daarom besloot de rechtbank begin januari van dit jaar dat er een reconstructie moest plaatsvinden. De Bundenaar was zelf bij de reconstructie aanwezig en ook de betrokken politiemensen deden hun verhaal. 

Niet gewelddadig
De man werd door de rechtbank veroordeeld voor eenmaal poging tot doodslag en twee keer poging tot zware mishandeling en bedreiging. “Dat is normaal gesproken het recept voor een langdurige gevangenisstraf”, zei de rechtbankvoorzitter tijdens de zitting dinsdag volgens De Limburger(link is external). Omdat uit een evaluatie door een psycholoog is gebleken dat de man geen onbezonnen woesteling is, kwam de rechtbank tot deze straf. 

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Een 71-jarige man uit Bunde, die op 7 mei 2016 instak op agenten en er drie verwondde, hoeft desondanks niet terug naar de gevangenis.

Dat heeft de rechtbank dinsdag besloten. Een uitzonderlijk vonnis, vindt de rechtbank zelf ook. Want de feiten die de rechtbank bewezen acht, liegen er niet om. Eenmaal poging tot doodslag, tweemaal poging tot zware mishandeling plus bedreigingen.

Persoon
“Dat is normaalgesproken het recept voor een langdurige gevangenisstraf”, aldus rechtbankvoorzitter Beije. “Maar vanwege de persoon van deze verdachte, die geen onbezonnen woesteling is, komt de rechtbank tot een andere straf.” Dat werd 27 maanden, waarvan 24 voorwaardelijk.

Voorrarrest
De resterende straf heeft Ruud S. al in voorarrest uitgezeten. Volgens de psychiater die hem onderzocht was er die nacht sprake van een incident. S., die een blanco strafblad heeft en nooit eerder een dergelijke uitbarsting had, leed aan een eenmalige angststoornis, aldus de psychiater.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Wegens het insteken op agenten moet een 71-jarige man uit Bunde vier jaar celstraf krijgen, waarvan twee voorwaardelijk.

Kortsluiting
De man, die volgens zijn advocate Sjanneke de Crom nog nooit een vlieg kwaad heeft gedaan, kreeg door een climax van spanningen op 7 mei 2016 “een eenmalige kortsluiting in zijn hoofd”. Hij zou zijn vrouw, een buurman en een zwager hebben bedreigd en ontving de gealarmeerde politie in zijn tuin, gewapend met een bijl en een vleesmes. Bij de schermutseling die ontstond raakten twee agenten gewond door messteken.

Enorme spijt
De verdachte kan zich er zelf weinig van herinneren, maar betuigde voor de rechtbank wel zijn enorme spijt. In zijn toen 69-jarige leven had hij nog nooit een dergelijke agressieve uitbarsting gehad en ook daarna is dat nooit meer voorgekomen. Volgens De Crom is de 3,5 maand die hij in voorarrest heeft gezeten meer dan voldoende: “Deze man hoort niet in de gevangenis thuis.”

Flinke messteek
De agent die de meest ernstige verwondingen opliep, deelde destijds zijn gevoelens in een bericht op social media. “Een nachtdienst waarin je niets vermoedde, die eindigt met een flinke messteek in je been”, schreef de man op de Facebookpagina van de politie Maastricht. “Ik heb het incident als zeer heftig ervaren en zal gauw weer opknappen.” De agent werd vervolgens overladen met positieve berichten.

De rechtbank doet 17 april uitspraak.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

De mannen die verantwoordelijk zouden zijn voor een gewapende overval op Avondwinkel Beek, in augustus vorig jaar, zijn aangewezen door een informant van de politie.

Deze informant vormt daarmee meteen de spil in de zaak. Zijn verklaringen gelden als bewijs voor justitie, terwijl de verdediging stelt dat zijn verhaal simpelweg niet gebruikt mag worden.Jaren cel
Het Openbaar Ministerie (OM) eiste vorige week in de rechtbank vier jaar celstraf tegen de oudste verdachte, een 51-jarige Sittardenaar. Zijn compagnon, een 32-jarige man uit Geleen, zou drie jaar de gevangenis in moeten. Het verschil tussen die eisen zit onder meer in de vondst die politie deed in de woning van de vijftiger; 900 gram amfetamine in het vriesvak van zijn koelkast, een veerdrukwapen in een vaas en een vuurwapen in de afzuigkap. 

Informant
Het duo kwam via een anonieme tipgever in beeld bij de politie. Ook winkeleigenaar Haroen Jalili werd getipt over de identiteit van één van de daders. “Het is iemand die vaak bij de coffeeshop in Geleen komt en via die weg kwam zijn naam weer bij mij”, vertelde hij eerder tegen 1Limburg.

Geen bewijs
Volgens advocaten Sjoerd van Berge Henegouwen en Sjanneke de Crom is er geen bewijs dat hun cliënten bij de overval betrokken waren. “Ze varen volledig op informatie van de informant, een anonieme tipgever, terwijl dat niet als bewijs geldt. Niet als de verdediging niet de kans krijgt om deze persoon vragen te stellen. Daar hebben we het OM wel om gevraagd, tevergeefs”, zegt Van Berge Henegouwen.

Vrijspraak
De Crom, advocate van de Geleense verdachte, bevestigt die lezing. “En in dat geval blijft er in mijn ogen geen bewijs over. Ik zie echt niet hoe men hier tot een veroordeling zou komen. Normaal gesproken wil ik nog weleens een alternatieve of lagere straf voorstellen, maar zelfs dat heb ik niet gedaan dit keer. Ze hebben niks.” Beide advocaten hebben gepleit voor vrijspraak.

Verzwarende factor
Justitie acht wel degelijk bewezen dat beide mannen de overval hebben gepleegd, zo laat een woordvoerder weten. “En daarbij is er een wapen gebruikt en met een hamer op de toonbank geslagen. Dit gebeurde ook nog eens ‘s avonds, wanneer een winkelier op zijn kwetsbaarst is. Dat is een verzwarende factor.”

De rechter doet volgende week uitspraak.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

De verdachte van een schietincident twee weken geleden in Venlo heeft zich dinsdagochtend zelf bij de politie gemeld.

Het gaat om een 27-jarige man uit Peel en Maas. Bij de schietpartij raakte een 22-jarige man uit Venlo gewond aan zijn onderbeen.

Woordenwisseling
De verdachte had een woordenwisseling met een 22-jarige man uit Venlo op de Nijmeegseweg. Even later schoot de verdachte met een licht kaliber vuurwapen of buks op het onderbeen van de Venlonaar. De man raakte gewond, maar kon na een kort bezoekje aan het ziekenhuis weer naar huis.

De politie deed sporenonderzoek op de plek van het incident en vond een huls.
Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening
De 44-jarige Venlonaar die vrijdag 20 oktober betrokken was bij een schietpartij in Blerick is donderdag op vrije voeten gekomen.

Volgens het Openbaar Ministerie (OM) zou er op dit moment te weinig bewijs tegen hem zijn dat hij een van de schutters is geweest. Dat zegt zijn advocaat Serge Weening tegen de De Limburger.

Een woordvoerder van het OM kon de vrijlating donderdagavond nog niet bevestigen omdat “de beschikkingen nog niet binnen waren”.

Schotwonden
De man die een Vietnamees paspoort heeft, was een van de twee verdachten die de politie heeft opgepakt nadat in een winkelpand op de hoek van de Antoniuslaan en Sint Willebrordstraat in Blerick werd geschoten. Beide mannen werden met schotwonden opgenomen in het ziekenhuis

Satudarah
De belager van ‘de Vietnamees’  zou Eric H. (50) uit Venlo zijn. Hij kwam eerder dit jaar in het nieuws na een inval bij twee van zijn panden aan de Bevrijdingsweg in Venlo. Daar zouden leden van motorclub Satudarah elkaar regelmatig ontmoeten. H.blijft vanwege de recente schietpartij voorlopig in de cel.

Nu de 44-jarige man waarschijnlijk geen wapen heeft gebruikt, rijst de vraag wie de schoten wel heeft gelost die Eric H. twee weken geleden verwondden. Er zouden die avond nog meerdere mensen in het pand zijn geweest.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Roma-ombudsman Adolf P. uit Geleen krijgt zes maanden cel voor het aanrijden van zijn zwager. Poging tot doodslag acht de rechtbank niet bewezen.

De 39-jarige Adolf P. uit Geleen reed op 23 mei dit jaar zijn zwager uit Tsjechië aan op de stoep van de Jos Klijnenlaan in zijn woonplaats. Dat was geen poging tot doodslag, maar een poging tot zware mishandeling, zo oordeelt de rechtbank in Maastricht.

Lager dan eis
P. heeft een celstraf van twaalf maanden gekregen, waarvan de helft voorwaardelijk. De bijna vier maanden die hij al in voorarrest zit, worden ervan afgetrokken. Ook mag hij een jaar geen motorvoertuig besturen. Justitie had achttien maanden cel geëist voor poging tot doodslag, waarvan zes voorwaardelijk.

Roma-ombudsman
Adolf runt een stichting voor behoeftige Roma’s in Nederland. Hij regelt onderdak, werk en onderwijs voor ze. Zijn stichting Romafonds krijgt subsidie van het Rijk. Ook de broer van zijn vrouw heeft hij aan een baan bij McDonald’s en een dak boven het hoofd geholpen. De Tsjech eiste daarop ook geld, omdat hij dacht dat Adolf met zijn stichting over genoeg middelen beschikt, zo verklaarde zijn advocate Sjanneke de Crom.

Bedreigd
“Af en toe word ik bedreigd vanwege mijn eigen goeiigheid”, verklaarde Adolf twee weken geleden voor de rechtbank. Adolf had genoeg van de dreigementen en wilde de Tsjech bang maken, “maar niet aanrijden”. Niettemin liep de man zware kneuzingen op nadat hij door Adolfs Mercedes terreinwagen werd geschept.

Paniek en onmacht
De Crom stelt dat haar cliënt uit paniek en onmacht handelde en veel te rustig reed voor een dodelijke aanrijding. Volgens de rechtbank kan de exacte snelheid van de auto niet worden vastgesteld en dus ook niet of Adolf er rekening mee hield dat zijn zwager de aanrijding niet zou overleven. “Daar is te weinig bewijs voor”, aldus de woordvoerster van de rechtbank.

In de knel
Probleem voor Adolf wordt dat hij voor langere tijd niet mag rijden. Daardoor kan zijn werk als belangenbehartiger van de Roma-groep in de knel komen, verwacht De Crom. Het slachtoffer is inmiddels teruggekeerd naar Tsjechië.

De verdachte in deze strafzaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

De 21-jarige Mousa O. geldt niet meer als verdachte van de moord op Jack Koker in Maastricht.

Dat heeft de rechtbank Maastricht besloten na een verzoek van zijn advocate Sjanneke de Crom. Hij blijft wel nog vastzitten op verdenking van diefstal met geweld.

Messteken
Hagenaar O. verbleef in Maastricht als staalvlechter bij de nieuwe fietsenstalling bij station Maastricht. Hij was samen met zijn vriendin uit Den Haag en de 41-jarige Maastrichtenaar H. op 27 mei in Kokers woning aan het Koningsplein. O. zou het slachtoffer op het hoofd hebben geslagen en zijn weggegaan. H. geldt nu als hoofdverdachte, omdat hij de dodelijke messteken zou hebben toegebracht. Koker is enkele dagen later in zijn woning gevonden.

O. en H. komen samen voor op een zitting begin november. De Crom zal dan opnieuw verzoeken of O. kan worden vrijgelaten.

Het spijt ons. Deze media is niet meer beschikbaar.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

De politie heeft een man gearresteerd na een wilde achtervolging op de A79.

De politie wilde rond 13.30 uur een automobilist controleren. 

Voor de video, klik hier.

Spookrijder
De automobilist reed vanuit Heerlen via het gehucht Swier richting Valkenburg. Op de Emmaberg kreeg hij een stopteken, maar dat negeerde hij. Met piepende banden ging hij er via de oprit van de A79 spookrijdend vandoor.

Schoten
In Meerssen, ter hoogte van de oprit van de A79, is opnieuw geprobeerd de man tot stoppen te dwingen. Daarbij heeft de politie meerdere schoten gelost. Hij reed vervolgens in op de politie.

Ambulance
Op het Miradorplein in Maastricht werd de man uiteindelijk door meerdere politieauto’s klem gereden. De bestuurder van de auto is voor onderzoek met een ambulance naar het ziekenhuis gebracht. Het is nog niet duidelijk of hij letsel heeft opgelopen tijdens zijn vlucht.Waarom de automobilist zich aan de politiecontrole wilde onttrekken, is nog niet bekend.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Twee mannen uit Geleen zitten vast voor een overval op een winkel in Beek, begin deze maand.

De mannen van 32 en 50 jaar oud zijn vrijdagmorgen opgepakt. 

De winkel aan de Elsstraat in Beek werd op 1 augustus overvallen door twee mannen, die met een vuurwapen het personeel bedreigden. Uiteindelijk gingen ze er zonder buit vandoor.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Twee personen hebben in de nacht van maandag op dinsdag een poging gedaan om een winkel in Beek te overvallen.

De twee daders drongen de winkel aan de Elsstraat binnen en bedreigden het personeel met een vuurwapen. “Uiteindelijk hebben ze niets meegenomen en is er niemand gewond geraakt”, laat een woordvoerder van de politie weten. 

Burgernet
Via Burgernet werd er in de nacht van maandag op dinsdag gezocht naar de daders. Mensen werd geadviseerd zelf geen actie te ondernemen tegen de daders.

Over hun vluchtrichting is niets bekend. Er zijn nog geen verdachten aangehouden.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Francoise Landerloo

Het Openbaar Ministerie eist 40 maanden gevangenisstraf waarvan 12 maanden voorwaardelijk tegen een 34-jarige man uit Geleen.
Dat werd woensdag bekend gemaakt in de rechtbank Maastricht. Naast de celstraf vindt het OM dat de man verplicht een behandeling moet krijgen om van zijn alcoholverslaving af te komen, een rijverbod van vijf jaar en ruim 1700 euro aan schadevergoeding moet betalen.

Agenten omver rijden
De man uit Geleen reed begin maart met zijn auto over de A2 bij Born. Volgens het OM zou hij dronken zijn en probeerde hij twee agenten omver te rijden. “Het is puur geluk en te danken aan de kundigheid van de agenten dat een aanrijding is voorkomen”, zegt de Officier van Justitie. “De verdachte reed agressief op de agenten in.” De man wordt er ook van verdacht geen medewerking te hebben verleend bij het ademonderzoek.

De man die ervan verdacht wordt vorig jaar een vuurwerkbom naar een woning in de Heerlense wijk Passart te hebben gegooid, zit voorlopig nog achter slot en grendel.

Advocaat Ivo van de Bergh vroeg de rechtbank maandag om de voorlopige hechtenis van zijn cliënt Danny v.d. B. te schorsen. Dit verzoek is door de rechtbank afgewezen, zo meldt De Limburger.

Ernstige zaak
Dit omdat omdat zij het maatschappelijke belang zwaarder laat wegen dan het persoonlijke belang van de verdachte. De rechtbank vindt het een ernstige zaak.

Vuurwerkbom
De man wordt ervan verdacht dat hij op zondagavond 18 december rond 21:00 uur een vuurwerkbom op een balkon van een flat aan de Abeelstraat heeft gegooid. Door de enorme knal raakte het balkon zwaar beschadigd en sneuvelden ook de ruiten van de woning.

Volgens omwonenden werd de vuurwerkbom niet naar een willekeurige woning gegooid. Zij menen dat het een gerichte aanslag was.

Vanwege de reconstructie van de schietpartij bij coffeeshop The Brothers in Heerlen is de Heerlerbaan donderdag afgesloten.

De reconstructie zal plaatsvinden van 20.30 uur tot 21.10 uur. De zon staat dan precies hetzelfde als tijdens de schietpartij. 

http://limburg.bbvms.com/view/website/2790180.html

Noodweer
Verdachte Glenn K reed in augustus 2013 in op politiemannen. Eén politieagent schoot toen op de auto van de verdachte, waarbij de bijrijder zwaargewond raakte. De reconstructie moet uitwijzen of Glenn K handelde uit noodweer. Zijn betoog is dat hij de politiemannen niet als zodanig herkende, zich bedreigd voelde en er vandoor wilde gaan. 

Veroordeling
De rechtbank in Maastricht veroordeelde de schietende politieman eerder tot twee jaar cel. In hoger beroep kreeg hij geen straf omdat hij uit noodweer handelde. 

Wat gebeurde er op 22 augustus 2013 bij coffeeshop Brothers in Heerlen? Een reconstructie moet daar donderdag antwoord op geven.

Er was destijds een schietpartij bij de coffeeshop. Een aantal mannen probeerde er daarna in een auto vandoor te gaan en reed toen in op de politie. Een lid van een arrestatieteam schoot op de auto. De bijrijder raakte daarbij gewond.
Onderzoek
Bestuurder Glenn K. verklaarde dat hij niet wist dat het om politieagenten ging. Hij raakte in paniek en probeerde zichzelf in veiligheid te brengen door weg te rijden. Volgens de rechter is er meer onderzoek nodig om te kunnen bepalen of deze verklaring klopt. Daarom vindt de reconstructie nu plaats.

https://limburg.bbvms.com/view/website/2789702.html

Tijdens de reconstructie spelen de verdachte, een getuige en de politieagenten de schietpartij afzonderlijk van elkaar na. Daarbij worden zoveel mogelijk de omstandigheden van die bewuste avond nagebootst. De agenten dragen dezelfde kleding als destijds en in de auto wordt dezelfde muziek op hetzelfde volume afgespeeld.
Zien en horen
“Het is belangrijk dat er een beeld kan worden gevormd van hoe het er vanuit de positie van mijn cliënt uit heeft gezien en wat je vanuit zijn positie hebt kunnen zien en horen”, zegt advocaat Lodewijk Rinsma. Volgens hem is het belangrijk om er achter te komen of K. had kunnen weten of het om agenten ging, of niet.
Gevangenisstraf
In deze zaak werd de schietende agent in juli 2015 veroordeeld tot twee jaar gevangenisstraf wegens poging tot doodslag. Die veroordeling zorgde voor grote verontwaardiging binnen de politiekorpsen. In hoger beroep werd de agent alsnog vrijgesproken.

ECLI:NL:GHSHE:2016:5166

Uitspraak
Afdeling strafrecht
Parketnummer : 20-002005-15
Uitspraak : 21 november 2016
Arrest van de meervoudige kamer voor strafzaken van het gerechtshof
‘s-Hertogenbosch
gewezen op het hoger beroep, ingesteld tegen het vonnis van de rechtbank Oost-Brabant van 11 juni 2015 in de strafzaak met parketnummer 01-879634-14 tegen:
[verdachte] ,
geboren te [geboorteplaats] op [geboortedatum] ,
thans verblijvende in PI Zuid West – De Dordtse Poorten te Dordrecht.

Hoger beroep
Bij vonnis waarvan beroep is verdachte ter zake van – kort gezegd – het medeplegen van moord veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
De verdachte heeft tegen voormeld vonnis hoger beroep ingesteld.

Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep, alsmede het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de twee advocaten-generaal.
De advocaten-generaal hebben gevorderd dat het hof het vonnis waarvan beroep zal vernietigen en, opnieuw rechtdoende, verdachte ter zake van het ten laste gelegde feit zal veroordelen tot een gevangenisstraf voor de duur van 18 jaren met aftrek van voorarrest.
De twee raadslieden van verdachte hebben vrijspraak van het ten laste gelegde bepleit.

Vonnis waarvan beroep
Het beroepen vonnis zal worden vernietigd omdat het niet te verenigen is met de hierna te geven beslissing.

Tenlastelegging
Aan verdachte is – na wijziging van de tenlastelegging ter terechtzitting in eerste aanleg – ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 27 februari 2014 te Eindhoven tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer] van het leven heeft beroofd, immers heeft/hebben verdachte en/of (een of meer van) zijn mededader(s) met dat opzet en al dan niet na kalm beraad en rustig overleg, met een of meer vuurwapen(s) (meermalen) een of meer kogel(s) in de richting van die [slachtoffer] afgevuurd, waarbij die [slachtoffer] door een of meer van die kogel(s) is getroffen, ten gevolge waarvan voornoemde [slachtoffer] is overleden.

De in de tenlastelegging voorkomende taal- en/of schrijffouten of omissies zijn verbeterd. De verdachte is daardoor niet geschaad in de verdediging.

Vrijspraak
Vaststaande feiten
Bij de beoordeling gaat het hof uit van de hierna te vermelden vaststaande feiten. Daarbij overweegt het hof dat het uitsluitend gaat om die feiten, waarover – vanwege het daarnaar gedane onderzoek over de juistheid van de corresponderende bewijsmiddelen – geen discussie meer bestaat.
Het hof stelt – met dit uitgangspunt- de volgende vaststaande feiten vast:
– Op 27 februari 2014 tussen 21.20 tot 21.24 uur is [slachtoffer] op de parkeerplaats van de [plaats] te Eindhoven (hierna: plaats delict 1), direct nadat hij uit zijn auto was gestapt, door een of meerdere personen beschoten. Deze personen of één van hen, maakten daarbij gebruik van ten minste twee vuurwapens. [slachtoffer] is zeven keer geraakt. Nadat [slachtoffer] onder vuur is genomen, zijn twee personen met een motorscooter weggereden. Deze motorscooter is korte tijd later op circa 1.400 meter afstand van plaats delict 1 brandend achtergelaten op de [plaats 2] te Eindhoven (hierna: plaats delict 2). De identiteit van de motorscooter was door de vervalste identificerende gegevens en de brand niet meer vast te stellen.
– Op 28 februari 2014 om 2.41 uur is [slachtoffer] overleden aan zijn verwondingen in het Catharina Ziekenhuis te Eindhoven. Meer in het bijzonder is hij overleden aan een bloeding in buik en borstholte veroorzaakt door perforerend geweld van meerdere kogels.
– Op de dag van de aanslag op [slachtoffer] stonden vier personen via speciaal daarvoor gebruikte telefoonnummers (eindigend op [telefoonnummer 1] , [telefoonnummer 2] , [telefoonnummer 3] en [telefoonnummer 4] ) met elkaar in contact via sms-berichten. Via deze telefoons werden de gebruikers op de hoogte gehouden van de bewegingen van [slachtoffer] kort voor de aanslag.
– De telefoonnummers eindigend op [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] zijn op de dag van de aanslag op [slachtoffer] door respectievelijk [medeverdachte 1] en verdachte gekocht.
– Uit zendmastgegevens blijkt dat gebruikers van de telefoonnummers [telefoonnummer 2] en [telefoonnummer 4] ten tijde van de aanslag op de plaats delict 1 en kort na de aanslag (acht à negen minuten later) op plaats delict 2 kunnen zijn geweest. Plaatsen die op een relatief korte afstand van elkaar zijn gelegen (hemelsbreed 1.400 meter).
– Na de moord op [slachtoffer] zijn [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] (via [medeverdachte 2] ) door [medeverdachte 1] meerdere keren onder druk gezet om geld te betalen.

Geen direct (objectief feitelijk) bewijs
Het hof heeft met de verdediging vastgesteld dat op of nabij de twee plaatsen delict geen sporen zijn aangetroffen en veiliggesteld die (een van de) verdachte(n) direct linken aan de aanslag op [slachtoffer] . Evenmin hebben (oog)getuigen verklaard over de aanwezigheid van verdachte(n) aldaar of het geven van opdracht tot de aanslag. De verdachten ontkennen betrokken te zijn bij de moord op [slachtoffer] dan wel heb zich consequent op hun zwijgrecht beroepen.
Juist vanwege de afwezigheid van dergelijke bewijsmiddelen heeft het hof de overige door de rechtbank weergegeven en door de advocaten-generaal aangehaalde (indirecte) bewijsmiddelen zeer behoedzaam beoordeeld en gewaardeerd.

Telefoonnummer [telefoonnummer 4]
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] zou volgens de rechtbank en de advocaten-generaal (onder meer) blijken uit het feit dat verdachte de gebruiker is geweest van het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] . Dit telefoonnummer en een bijbehorende telefoon zijn door verdachte gekocht op 27 februari 2014 bij de Kijkshop te Eindhoven.
Verdachte heeft ter terechtzitting in hoger beroep ten aanzien van die koop – kort en zakelijk weergegeven – verklaard dat hij in de middag van 27 februari 2014 met [medeverdachte 1] , in de auto van [medeverdachte 1] ’s moeder, naar Eindhoven is gereden. Na een bezoek aan de zonnestudio heeft [medeverdachte 1] tegen verdachte gezegd dat hij een telefoon moest kopen. Verdachte heeft buiten de Kijkshop gewacht. Omdat [medeverdachte 1] drie mobiele telefoons nodig had en hij er bij de Kijkshop maar twee mocht kopen, heeft [medeverdachte 1] aan verdachte gevraagd om de derde mobiele telefoon voor hem te kopen. Na de aankoop heeft verdachte de door hem gekochte telefoon in het zakje gedaan bij de door [medeverdachte 1] gekochte telefoons. Dat zakje heeft hij in de auto van de moeder van [medeverdachte 1] gelegd. De telefoon heeft hij daarna niet meer gezien en het betreffende telefoonnummer ( [telefoonnummer 4] ) heeft hij ook niet gebruikt. Deze had ik immers voor [medeverdachte 1] gekocht, aldus verdachte.
Het hof heeft er acht op geslagen dat verdachte deze verklaring pas heeft afgelegd gedurende de procedure in hoger beroep en derhalve na kennisname van het gehele procesdossier. Desondanks is door deze verklaring van verdachte gerede twijfel bij het hof ontstaan of verdachte de gebruiker is geweest van het nummer eindigend op [telefoonnummer 4] .
Deze twijfel is vergroot, omdat de verklaring van verdachte over de gang van zaken bij de koop van de telefoon en het telefoonnummer steun vindt in de volgende feiten en omstandigheden.
– De filiaalmanager van de betreffende Kijkshop heeft bevestigd dat per transactie maximaal twee prepaid telefoons mochten worden gekocht (zie het aanvullende proces-verbaal ‘Kijkshop aankoop telefoons’ d.d. 22 januari 2016).
– Op grond van de ter terechtzitting in hoger beroep bekeken camerabeelden heeft het hof vastgesteld dat [medeverdachte 1] twee telefoons heeft gekocht en afgerekend. [medeverdachte 1] verdwijnt daarna uit beeld. Korte tijd later komen [medeverdachte 1] en verdachte weer in beeld. Zij hebben contact met elkaar. [medeverdachte 1] koopt dan een telefoon en, terwijl de verkoopster bezig is met het afhandelen van de verkoop, geeft [medeverdachte 1] een tasje met daarin de twee zojuist door hem gekochte telefoons aan verdachte. Verdachte stopt de derde telefoon in het tasje en loopt, na de koop, met het tasje met daarin drie telefoons het beeld weer uit.
– Uit de kassabonnen van beide transacties blijkt dat [medeverdachte 1] naast twee mobiele telefoons, drie keer € 10,- beltegoed heeft gekocht. Verdachte heeft om 14.28 uur alleen een mobiele telefoon gekocht (p. 1010 en 1011).
Gelet op het vorenstaande acht het hof de verklaring van verdachte dat hij de telefoon en het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] heeft gekocht voor [medeverdachte 1] en hij niet de gebruiker is geweest van dit telefoonnummer, aannemelijk.
Verklaringen [medeverdachte 3]
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] , zou volgens de advocaten-generaal tevens blijken uit de verklaring van [medeverdachte 3] bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016.
Bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 heeft [medeverdachte 3] – voor zover hier van belang en kort weergeven – verklaard dat zij en [medeverdachte 2] onder druk zijn gezet en werden bedreigd door (onder meer) verdachte en [medeverdachte 1] om geld te betalen. De betalingsdruk en bedreigingen hielden verband met cocaïne die in haar woning heeft gelegen. Omdat zij geen verdovende middelen meer in haar woning wilde hebben, heeft zij de cocaïne aan haar minnaar [medeverdachte 2] gegeven. Daarna werd zij (onder meer) aan de deur van haar woning bedreigd door verdachte. In de periode dat zij aan het sms-en was, begin maart 2014, wist [medeverdachte 3] dat zij met onder andere verdachte heeft ge-sms’t. Via [medeverdachte 2] zou [medeverdachte 3] aan het telefoonnummer van verdachte zijn gekomen. Op de vraag of zij weet wie er achter de moord zitten, heeft [medeverdachte 3] verklaard dat haar vermoedens bevestigd werden toen [medeverdachte 1] en verdachte zijn opgepakt.
Het hof ziet zich gesteld voor de vraag of de verklaringen van [medeverdachte 3] betrouwbaar en aannemelijk zijn. Het hof beantwoordt deze vraag voor zover betrekking hebbend op de bedreigingen ontkennend. Bij zijn oordeel heeft het hof acht geslagen op de navolgende omstandigheden.
i. Wisselende verklaringen [medeverdachte 3]
heeft wisselend verklaard. Bij de politie heeft zij op 4 maart 2014 verklaard (onder meer) bedreigd te zijn door [persoon 1] , achtervolgd te zijn door een Lexus met [kenteken] en bedreigd te zijn door een persoon met de bijnaam ‘Karper’ (p. 440-450). De politie heeft uitgebreid onderzoek gedaan naar de gestelde bedreigers en de Lexus.
Pas bij de raadsheer-commissaris – en derhalve na kennisname van de resultaten van deze onderzoeken en na kennisname van de telefonische contacten waaruit blijkt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] onder druk zijn gezet door [medeverdachte 1] om te betalen – heeft [medeverdachte 3] verklaard dat zij (ook) bedreigd is door verdachte en [medeverdachte 1] .
ii. Dwaalspoor [persoon 1]
Ter gelegenheid van het hiervoor bedoelde verhoor van [medeverdachte 3] op 4 maart 2014 heeft zij signalementen van de gestelde bedreigers gegeven en compositietekeningen van twee van de bedreigers laten maken (p. 440-450, 455 en 456).
Op 6 maart 2014 vindt de volgende sms-conversatie plaats tussen [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) en [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 6] ):
[medeverdachte 3] : “Ze hebben eentje en meerdere op oog”.
[medeverdachte 2] : “Je zegt net ze gaan er twee oppakken maar wie dan”, “Je zegt net ze pakken er dadelijk twee welke hoek gaan ze heen dan” en “?”.
[medeverdachte 3] : “Andere hoek heb verkeerd gestuurd” en “Heb ffoto moeten maken”.
[medeverdachte 2] : “Ok niet in deze hoek dus” (p. 4188) (onderstreping aangebracht door het hof).
Op 11 maart 2014 heeft [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] ) een Meld Misdaad Anoniem (MMA)-melding gedaan waarin ze heeft verklaard dat ze [persoon 1] in het café hoorde praten over zijn voornemen om [slachtoffer] te vermoorden. [medeverdachte 3] zegt dan dat ze [slachtoffer] zelf niet kent (p. 1423 en 2328).
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert het hof dat [medeverdachte 3] de politie bewust op een dwaalspoor heeft gezet. Deze conclusie vindt steun in de omstandigheid dat na uitgebreid onderzoek van de politie, geen aanwijzingen naar voren zijn gekomen die de verklaringen van [medeverdachte 3] over de bedreigingen van [persoon 1] en een persoon met de bijnaam ‘Karper’ bevestigen en evenmin dat de genoemde Lexus iets met verdachte en/of [slachtoffer] te maken had (p. 1420-1434).

iii. Dwaalspoor [getuige 1]
Op 19 februari 2015 heeft gedetineerde [getuige 1] , die met [medeverdachte 3] gedetineerd zat in het Huis van Bewaring Ter Peel te Evertsoord, een brief getoond aan een Penitentiair Inrichtingswerker (hierna: PIW-er). Op de voorkant van het briefje stonden trefwoorden/zinnen die verband hielden met (de moord op) [slachtoffer] . Op de achterzijde stond een persoon getekend, met daarop aangegeven plaatsen op het lichaam van die persoon waar zich tatoeages en een litteken bevonden (zie het verslag opgemaakt door de PIW-er d.d. 24 februari 2015, separaat gevoegd en de bijlagen 1 en 2 gevoegd achter het proces-verbaal van verhoor verdachte d.d. 25 november 2015). [getuige 1] heeft daarbij verteld dat ze werd bedreigd door [medeverdachte 3] om haar delict op zich te nemen.
Op grond van deze feiten en omstandigheden concludeert het hof dat [medeverdachte 3] heeft getracht een nieuw dwaalspoor uit te zetten.

iv. Afstemmen verklaringen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3]
Uit het dossier blijkt dat [medeverdachte 3] en [medeverdachte 2] kort voor en na de moord op [slachtoffer] voortdurend telefonisch in contact met elkaar hebben gestaan via sms-/Whatsapp-berichten met telefoonnummers die telkens na een relatief korte tijd werden vervangen. Dit via telefoonnummers die hoofdzakelijk gebruikt werden voor contacten met elkaar (p. 4170-4212). Tijdens de contacten met deze ‘geheime nummers’ tussen [medeverdachte 2] en [medeverdachte 3] werd ook gesproken over hetgeen verklaard moest worden tegen de politie (zie bv. p. 4179). Dat verklaringen tussen beiden zijn afgestemd blijkt ook uit de inhoud van een OVC-gesprek d.d. 16 juni 2014 (p. 3329-3333).
v. Aannemelijkheid scenario cocaïne
Voorts is naar het oordeel van het hof het door [medeverdachte 3] naar voren gebrachte scenario dat zij en [medeverdachte 2] onder druk werden gezet en werden bedreigd door (onder meer) [medeverdachte 1] en verdachte om geld te betalen voor cocaïne die niet zou zijn betaald door [slachtoffer] , en die bij [medeverdachte 3] thuis heeft gelegen ten tijde van de detentie van [slachtoffer] , ook op zichzelf genomen onaannemelijk. Het hof vermag immers niet in te zien waarom, indien [medeverdachte 3] cocaïne aan haar minnaar [medeverdachte 2] heeft gegeven, [medeverdachte 2] na de druk en bedreigingen niet of de cocaïne of het geld dat daarmee is verdiend, aan [medeverdachte 1] of verdachte heeft teruggegeven. [medeverdachte 2] heeft immers erkend in verdovende middelen te handelen, zodat het hof ervan uitgaat dat hij de kanalen had om de cocaïne te verkopen.
Deelconclusie
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen onder i tot en met v. acht het hof de verklaringen van [medeverdachte 3] , waaronder haar verklaring bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 betrekking hebbend op bedreigingen door verdachte en sms-contacten met verdachte, onbetrouwbaar. Het hof acht de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016 derhalve niet bruikbaar voor het bewijs, zodat op grond van die verklaring evenmin het telefoonnummer [telefoonnummer 4] aan verdachte kan worden gekoppeld.

Zendmastgegeven [telefoonnummer 4]
Resteert de vaststelling van de politie dat het nummer [telefoonnummer 4] in de periode dat het actief was een aantal keer samen met een nummer in gebruik bij verdachte ( [telefoonnummer 5] ) tegelijk heeft aangestraald op dezelfde zendmast (p. 2824). Deze enkele vaststelling is naar het hof onvoldoende om verdachte als gebruiker aan het telefoonnummer eindigend op [telefoonnummer 4] te koppelen.

Gesprekken over betalingen
De betrokkenheid van verdachte bij de moord op [slachtoffer] , zou volgens de rechtbank en de advocaten-generaal tevens blijken uit de inhoud van sms- en Whatsapp-berichten die betrekking hadden op betalingen van [medeverdachte 3] .
De advocaten-generaal hebben in dit verband specifiek verwezen naar de sms-berichten die [medeverdachte 2] ( [telefoonnummer 6] ) naar [medeverdachte 3] ( [telefoonnummer 7] heeft verzonden op 5 maart 2014 om 20.54 uur en 21.08 uur, inhoudende: “Ja, afspraak was drie dagen later nu is zes dagen later die ene jongen is van kwaadheid terug uit Turkije gekomen” en “Ja ene uit Turkije terug wil komen ja hij wil centen zien” (onderstreping door het hof). Vaststaat dat verdachte op
28 februari 2014 is vertrokken naar Turkije en op 5 maart 2014 vanuit Turkije naar Nederland is vertrokken. Terwijl zijn reisgenoot, [getuige 2] , pas op 10 maart 2014 is teruggekomen. Op grond daarvan concluderen de advocaten-generaal en de rechtbank dat verdachte degene is geweest die eerder is teruggekomen uit Turkije, omdat hij geld wilde ontvangen van [medeverdachte 3] .
Naar het oordeel van het hof heeft de verdediging, onderbouwd door stukken van onder meer de luchtvaartmaatschappij, aangetoond dat verdachte reeds op 25 februari 2014 een retourticket naar Turkije heeft geboekt, met als datum van de terugvlucht 5 maart 2014. Het hof kan derhalve niet met voldoende zekerheid vaststellen dat verdachte de persoon is geweest die uit kwaadheid (eerder) uit Turkije zou zijn teruggekomen, omdat hij geld van [medeverdachte 3] wilde hebben.
Dat verdachte de dag na de moord naar Turkije is vertrokken omdat hij “van de radar” af wilde zijn, zoals door de advocaten-generaal is gesuggereerd, kan het hof evenmin vaststellen. De verdediging heeft – onderbouwd met bescheiden – aangetoond dat het een van tevoren geboekte reis met een vriend betrof.

Overige bewijsmiddelen
De overige in het dossier bevindende bewijsmiddelen zijn naar het oordeel van het hof onvoldoende redengevend om verdachte met een voldoende mate van zekerheid te koppelen aan de moord op [slachtoffer] .

Conclusie
Op grond van het voorgaande overweegt het hof dat er in het dossier aanknopingspunten zijn waaruit naar voren komt dat er een relatie is tussen de moord op [slachtoffer] en verdachte. Het hof acht het dan ook onbegrijpelijk dat verdachte in eerste aanleg geen openheid van zaken heeft gegeven en bijvoorbeeld niet heeft verklaard over zijn reisbewegingen naar Turkije en de redenen daarvan. Echter, naar het oordeel van het hof kan niet wettig en overtuigend worden bewezen dat verdachte betrokken is geweest bij de moord op [slachtoffer] . De door de rechtbank weergegeven en door de advocaten-generaal aangehaalde bewijsmiddelen zijn – ook in onderlinge samenhang bezien – daarvoor onvoldoende redengevend.

Opheffing voorlopige hechtenis
Als gevolg van deze beslissing dient de voorlopige hechtenis met ingang van heden te worden opgeheven.

Voorwaardelijk verzoek
De advocaten-generaal hebben het verzoek gedaan om, indien het hof overweegt verdachte vrij te spreken, de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte te voegen. In deze verklaring zou [medeverdachte 3] haar verklaring afgelegd bij de raadsheer-commissaris d.d. 20 april 2016, voor zover inhoudende dat zij wist dat ze met verdachte heeft ge-sms’t hebben herhaald.
Nu aan de gestelde voorwaarde is voldaan, dient het hof te oordelen over het voorwaardelijke verzoek van de advocaten-generaal.
Gelet op hetgeen hiervoor is overwogen ten aanzien van de onbetrouwbaarheid van de verklaringen van [medeverdachte 3] , acht het hof het niet noodzakelijk om de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte te voegen.
Het hof wijst het verzoek af.

BESLISSING
Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Wijst af het voorwaardelijke verzoek van de advocaten-generaal tot het voegen van de verklaring van [medeverdachte 3] afgelegd ter terechtzitting d.d. 24 oktober 2016 in het dossier van verdachte.

Heft op de voorlopige hechtenis met ingang van heden.
Aldus gewezen door
mr. A.M.G. Smit, voorzitter,
mr. A.R.O. Mooy en mr. P.J. Hödl, raadsheren,
in tegenwoordigheid van mr. R.P. van der Pijl, griffier,
en op 21 november 2016 ter openbare terechtzitting uitgesproken.

Een van de Nederlanders die onlangs zijn opgepakt voor een mogelijke mishandeling in Oostenrijk, zou in 2013 ook al iemand hebben mishandeld.

De politie meldde dat vrijdag. De 27-jarige man uit het Zeeuwse Sint Philipsland zou toen in een café in zijn woonplaats een man zo ernstig mishandeld hebben dat deze nog steeds niet kan werken.

De verdachte werd woensdag met twee plaatsgenoten (27 en 30) aangehouden omdat ze vorig jaar januari in Kirchberg in Oostenrijk een portier en een bedrijfsleider van een bar zouden hebben mishandeld.

Op beelden die de Oostenrijkse politie onlangs vrij gaf was het drietal te zien. Tips leidden naar de drie.

De aanleiding voor de mishandeling in Tirol was dat de uitsmijter de drie eraan herinnerde dat ze niet met bierglazen naar buiten mochten.

ROERMOND – De bekende rapper Jay Zakelijk wordt ervan verdacht als loverboy meerdere vrouwen jarenlang onder dreiging van geweld te hebben uitgebuit door ze onder andere in de seksindustrie te laten werken.

Daarnaast zou de achttienjarige Roermondenaar ook een veertienjarig meisje seksueel hebben misbruikt. Dat blijkt uit onderzoekinformatie, waarover De Telegraaf beschikt.

Jay Zakelijk, wiens echte naam Justin P. is, palmde volgens justitie zijn slachtoffers in, waarna hij ze dwong om als prostituee in ons land, België en Duitsland te gaan werken. De vele duizenden euro’s die de vrouwen uit onder andere Amersfoort en Zwolle hiermee verdienden, moesten ze bij ’loverboy’ P. onder dreiging van geweld en chantage met een seksfilmpje inleveren.

De Limburgse rapper zorgde er volgens de opsporingsdiensten voor dat de meisjes afhankelijk van hem werden. Ze stopten met school, raakten geïsoleerd van hun familie en lieten een tattoo met zijn voornaam op hun lichaam zetten. Een van zijn slachtoffers raakte daarnaast zwanger van P., waarna zij een abortus pleegde.

Françoise Landerloo, advocate van Justin P., bevestigde gisteren de aantijgingen aan het adres van haar cliënt. „Van mensenhandel en gedwongen uitbuiting is volgens mij echter geen sprake. Mijn cliënt is een populaire rapper, dat vonden die meisjes blijkbaar interessant”, aldus de Maastrichtse strafpleitster.

donderdag, 01 augustus 2013 door Niki van der Naald

Als jihadist naar Syrië reizen is strafbaar. Dat zegt het OM, maar niet helemaal vol overtuiging.

“Is het afreizen naar Syrië strafbaar? Voor het eerst in onze en de Europese rechtsgeschiedenis moet u daar een oordeel over vellen.”

De officier van justitie die gisteren voor de rechtbank in Rotterdam op het punt staat haar betoog te houden in het proces tegen de vermeende jihad-ganger Mohammed G. (24) lijkt vooraf vooral het principiële belang van deze rechtszaak te willen benadrukken.Want van een hoge strafeis tegen de in Maastricht opgegroeide Irakees zal het niet komen, zo wordt halverwege de zaak al duidelijk.

Mohammed G. met rechts naast hem zijn advocaten Serge Weening en Lodewijk Rinsma, uiterst links de officier van justitie.

G. is door zowel een psychiater als een psycholoog al eerder volledig ontoerekeningsvatbaar verklaard. De man lijdt aan hallucinaties, heeft een chronische psychotische aandoening en zegt voortdurend de stem van ‘een oude krijger’ te horen. Het was die krijger in zijn hoofd die ‘Mo’ naar eigen zeggen dwong om zich in de gewapende strijd in Syrië te mengen. De deskundigen twijfelen niet aan die lezing.

“Mijn cliënt Mo is het lijdend voorwerp in een spektakelverhaal over terrorisme.” – Serge Weening

En hoewel het Openbaar Ministerie (OM) daar wel zijn vraagtekens bij zet, kan het niet anders dan de conclusie over de psychische gesteldheid van deze vermeende jihadist over te nemen. Vandaar dat de officier van justitie de rechter gisteren vroeg om Mohammed G. geen straf op te leggen, maar op te laten nemen in een psychiatrisch ziekenhuis.

Is de zaak, die vooraf toch als eerste testcase voor het relatief nieuwe antiterreurwetsartikel 134a werd gezien, daarmee afgedaan? Geenszins. Waar in Nederland tot nu toe alleen terrorismeverdachten zijn aangeklaagd die concrete aanslagplannen hadden of echt de daad bij het woord voegden, geldt voor deze geradicaliseerde moslim dat hij de eerste is die vervolgd wordt voor voorbereidingshandelingen. De rechtbank in Rotterdam moet nog steeds beslissen of Mo zich strafbaar heeft gedragen door openlijk met andere geradicaliseerde jongeren via internet te chatten over het afreizen naar Syrië, zijn sympathie te uiten voor jihadistische groeperingen, geld in te zamelen, een ticket te boeken naar de Turks-Syrische grens, een afscheidsbrief te schrijven, survivalspullen en opruiende geschriften in te pakken en de huur van zijn appartement al op te zeggen. Al die dingen deed hij, zo ontdekte justitie halverwege vorig jaar. Het leidde in november 2012 uiteindelijk tot de aanhouding van zowel Mo als twee andere Syrië gangers. Die laatste twee zijn voorlopig echter weer vrijgelaten. Volgens G.’s advocaat Serge Weening is zijn cliënt ‘lijdend voorwerp in een spektakelverhaal over terrorisme’. Nuchter beschouwd ligt er volgens hem helemaal niets concreets op tafel. „Dat hij naar Syrië wilde reizen was misschien wel zo, maar uit niets blijkt waarom precies. Hij wilde daar gewoon helpen. Niets toont aan dat hij zich daadwerkelijk bij een terroristische groepering kon of ging aansluiten.

Bovendien is het volgens internationaal humanitair krijgsrecht niet verboden om je als Nederlander aan te sluiten bij een verzetsgroep die betrokken is bij een intern gewapend conflict in een ander land”, zo claimt de advocaat van de verdachte, die inmiddels geen lange baard meer heeft en gisteren met gebogen hoofd aanhoorde wat het OM hem, ondanks zijn ontoerekeningsvatbaarheid, ten laste legde. Justitie houdt voet bij stuk dat de man van plan was om in Syrië bloed te vergieten. Dat hij daar door zijn arrestatie niet aan toe is gekomen, maakt de zaak nu eenmaal lastig. Toch lijkt het OM moeite te hebben met het bewijzen van de terreurverdenking. Zo voegde justitie voor de zekerheid er ook maar aan toe dat de 24-jarige niet alleen voorbereidingen voor terreur heeft getroffen, maar ook van plan zou zijn geweest om substantieel geweld te willen plegen, gericht tegen ‘een bevriend staatshoofd’. Technisch gezien, zo redeneert het OM, is Nederland namelijk niet in oorlog met de Syrische president Bashar al-Assad.

Over twee weken doet de rechter uitspraak.

Waarom konden zo’n honderd Nederlanders ongestoord naar Syrië reizen om deel te nemen aan de jihad, maar werden Mohammed G, Aykut K. en Kaya K. vlak voor hun vertrek opgepakt? „Alleen deze drie kwamen naar voren in een onderzoek, niet iedereen die de grens oversteekt, belandt direct in een strafdossier”, zegt een woordvoerder van het Landelijke Parket. Door de loslippigheid van Mohammed in chats en telefoongesprekken lijken tot nu toe alleen deze drie mannen door het O

Waarom konden zo’n honderd Nederlanders ongestoord naar Syrië reizen om deel te nemen aan de jihad, maar werden Mohammed G, Aykut K. en Kaya K. vlak voor hun vertrek opgepakt? „Alleen deze drie kwamen naar voren in een onderzoek, niet iedereen die de grens oversteekt, belandt direct in een strafdossier”, zegt een woordvoerder van het Landelijke Parket. Door de loslippigheid van Mohammed in chats en telefoongesprekken lijken tot nu toe alleen deze drie mannen door het OM vervolgd te worden op grond van het relatief nieuwe wetsartikel 134a. Maar het is maar zeer de vraag of het afreizen naar Syrië om daar mee te strijden met het Vrije Syrische Leger op enige wijze strafbaar is in Nederland. Als er sprake is van meevechten met de groepering Jabhat Al Nusra, die vorig jaar door de VS (maar niet door de EU en de VN) op de terreurlijst is geplaatst, kan het wel onder de antiterreurwet vallen. Als de drie mannen voor de rechter komen, zullen ze de eerste zijn die in Nederland vervolgd worden volgens 134a: voorbereidingshandelingen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf. Het wetsartikel kwam er na de aanslagen op 11 september 2001. Er zijn, zo meldt het Landelijk Parket, al vaker vermeende terroristen opgepakt op basis van die verdenking.

Maar tot een rechtszaak kwam het nog niet. „Toch zien wij dit niet als proefzaak”, meldt de woordvoerder.

Mohammed G. is momenteel de enige van de drie die nog vastzit, de andere twee zijn op borgtocht vrij. „Deze wet wringt voor dit soort zaken”, zegt André Seebregts, advocaat van Kaya K. „Artikel 134a is geschreven voor terroristen die in Nederland aan de slag zijn gegaan. Justitie probeert het nu op te rekken.” Serge Weening, advocaat van Mohammed, ziet ook een hele kluif voor het OM het bewijs te leveren dat zijn cliënt daadwerkelijk van plan was om zich aan te sluiten bij Jabhat al Nusra.

Er komen in het onderzoek geen ronselaars in beeld, geen opvallende financiers van terreur en geen radicale moskeeën waar de drie jihadgangers opgeleid zouden zijn. Ook van contacten tussen de drie Nederlanders en Jabhat al Nusra blijkt niets. De mannen kregen geld toegestuurd van ‘sympathisanten’ . In Kaya K.’s rugzak, die in zijn woning klaarstond, zijn twee afscheidsbrieven gevonden. Mohammeds zus uit Maastricht had van haar broer te horen gekregen dat hij waarschijnlijk nooit zou terugkeren. In woorden was hoofdverdachte Mohammed groot met het dreigen met geweld, maar zou dat uiteindelijk ook gelden voor zijn daden? Zelf claimt hij dat hij last van waanbeelden had. In hun politieverhoren hebben de drie verdachten weinig inzicht gegeven in wat ze daadwerkelijk van plan waren.
Het OM beslist binnenkort of en wie van de drie vervolgd zal worden.

M vervolgd te worden op grond van het relatief nieuwe wetsartikel 134a. Maar het is maar zeer de vraag of het afreizen naar Syrië om daar mee te strijden met het Vrije Syrische Leger op enige wijze strafbaar is in Nederland. Als er sprake is van meevechten met de groepering Jabhat Al Nusra, die vorig jaar door de VS (maar niet door de EU en de VN) op de terreurlijst is geplaatst, kan het wel onder de antiterreurwet vallen. Als de drie mannen voor de rechter komen, zullen ze de eerste zijn die in Nederland vervolgd worden volgens 134a: voorbereidingshandelingen met het oog op het plegen van een terroristisch misdrijf. Het wetsartikel kwam er na de aanslagen op 11 september 2001. Er zijn, zo meldt het Landelijk Parket, al vaker vermeende terroristen opgepakt op basis van die verdenking.

Maar tot een rechtszaak kwam het nog niet. „Toch zien wij dit niet als proefzaak”, meldt de woordvoerder.

Mohammed G. is momenteel de enige van de drie die nog vastzit, de andere twee zijn op borgtocht vrij. „Deze wet wringt voor dit soort zaken”, zegt André Seebregts, advocaat van Kaya K. „Artikel 134a is geschreven voor terroristen die in Nederland aan de slag zijn gegaan. Justitie probeert het nu op te rekken.” Serge Weening, advocaat van Mohammed, ziet ook een hele kluif voor het OM het bewijs te leveren dat zijn cliënt daadwerkelijk van plan was om zich aan te sluiten bij Jabhat al Nusra.

Er komen in het onderzoek geen ronselaars in beeld, geen opvallende financiers van terreur en geen radicale moskeeën waar de drie jihadgangers opgeleid zouden zijn. Ook van contacten tussen de drie Nederlanders en Jabhat al Nusra blijkt niets. De mannen kregen geld toegestuurd van ‘sympathisanten’ . In Kaya K.’s rugzak, die in zijn woning klaarstond, zijn twee afscheidsbrieven gevonden. Mohammeds zus uit Maastricht had van haar broer te horen gekregen dat hij waarschijnlijk nooit zou terugkeren. In woorden was hoofdverdachte Mohammed groot met het dreigen met geweld, maar zou dat uiteindelijk ook gelden voor zijn daden? Zelf claimt hij dat hij last van waanbeelden had. In hun politieverhoren hebben de drie verdachten weinig inzicht gegeven in wat ze daadwerkelijk van plan waren.

Het OM beslist binnenkort of en wie van de drie vervolgd zal worden.

COWBOYS IN SYRIË

Nederlandse moslimstrijders hebben vaak geen idee waarbij ze zich in Syrië aansluiten, zeggen inlichtingenbronnen. „Dan zitten Hollanders in een situatie waar ze totaal geen invloed hebben, afhankelijk van de ’locals’, die hen manipuleren en geld afhandig maken.”

ZE DOEN ALSOF ZE OP VAKANTIE GAAN NAAR OOST-TURKIJE , of een studiereis maken naar Caïro. Maar hun werkelijke bestemming is Syrië. Doel: een heldenrol in de Heilige Oorlog. Maar de Nederlandse moslimradicalen die zich aansluiten bij jihadistische verzetsgroepen in Syrië, komen vaak bedrogen uit. Uitgebuit, beroofd van geld en idealen en soms gewond, melden ze zich bij Nederlandse ambassades. Kort voor de jaarwisseling vertrok opnieuw een groep ’polderjihadisten’ naar Syrië, ondanks pogingen van de AIVD om hun avontuur te verstoren.
Buitenlandse moslimstrijders worden in Syrië getraind en onderwezen.
Steeds meer beelden duiken op van wreedheden van verzetsstrijders, zoals executies met nekschoten van geboeide soldaten.

door BART OLMER

Wéér Hollandse jihadisten naar Syrië. Inlichtingenbronnen bevestigen: „Rond de jaarwisseling zijn verschillende mannen afgereisd naar Syrië. Ze voldoen aan het profiel, 25 tot 30 jaar oud, en ze zijn eerder bij de AIVD in beeld geweest en door de geheime dienst aangesproken.” De geheime dienst kon de reis slechts korte tijd verstoren, daarna kon de ’vakantiereis’ van de jihadi’s niet worden tegengegaan… waarna ze alsnog vertrokken en in Syrië zijn beland.

Het is dweilen met de kraan open: tientallen Nederlandse moslimsradicalen zijn in Syrië of onderweg. Drie weken geleden werden Rotterdamse jihadisten van 22, 23 en 33 jaar onderschept. Ze wilden het vliegtuig nemen naar Turkije. Van daaruit zouden ze contact maken met jihadistische strijdgroepen in Syrië, zoals Ansar al-Jebhat al-Nusra, die een jaar na de oprichting al berucht is vanwege standrechtelijke executies van Syrische soldaten, die geblinddoekt en geknield een nekschot krijgen.

Van een Almeerse jihadist is zeker dat hij vecht bij Al Nusra, onlangs door de VS aangemerkt als buitenlandse terreurorganisatie. Deze 35-jarige Khaled K. – een psychisch gestoorde asielzoeker die pillen slikt tegen claustrofobie en schizofrenie – werd juli vorig jaar thuis in Almere gearresteerd door een antiterreureenheid. Wegens gebrek aan bewijs moest justitie hem laten gaan.

Zwaard

De Nederlandse geheime dienst AIVD tipte justitie ook over de drie Rotterdammers. Bij huiszoekingen drie weken geleden werden messen, een zwaard, een kruisboog en pijlen gevonden. Maar ook rugzakken vol uitrusting, jihadistisch propagandamateriaal en afscheidsbrieven aan familieleden. Woningen van familieleden in Doesburg en Utrecht werden eveneens doorzocht.

Het trio had geld ingezameld onder geloofsgenoten voor een reis naar Turkije. Een eerste poging – een vlucht naar Turkije met een aansluitende binnenlandse vlucht tot de grens met Syrië – werd geannuleerd. Maar de AIVD bleef loeren. Toen twee van de drie later vanaf de Brusselse luchthaven naar Turkije wilden vertrekken, werd ingegrepen.

„Een van hen was een week voor zijn arrestatie in het huwelijk getreden met een moslima, die hij nooit had ontmoet. Hij kende haar sinds kort via internet. Hij wilde samen met haar in Syrië strijden voor de jihad. Op een foto voor zijn bruid poseerde de man met een AK-47-aanvalsgeweer. Op internet sprak hij tot zijn aanstaande vrouw: ’Ik hoop dat wij samen gaan sterven en samen naar het paradijs gaan’”, aldus justitie.

De recente arrestaties passen in de zorgwekkende trend die ook de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV) signaleert: steeds meer jonge Nederlandse moslimsradicalen fantaseren over het afvuren van raketwerpers en het leegschieten van machinegeweren in Syrië. „De aantrekkingskracht van de jihadstrijd neemt toe. De situatie op de belangrijkste jihadistische strijdtonelen blijft zorgwekkend: er zijn meer van deze gebieden dan ooit en er is ook in Nederland meer belangstelling om daarheen te reizen”, alarmeerde de NCTV.

„De belangstelling onder Nederlandse moslimradicalen om te vechten is groot”, erkennen goed ingevoerde inlichtingenbronnen, in gesprek met De Telegraaf op voorwaarde van anonimiteit. „Het onderwerp leeft, velen hebben echt de intentie te gaan. Het is een dagelijks en populair gespreksonderwerp, vooral onder twintigers en dertigers, zoals volgelingen van de radicale bekeerlingenorganisatie Straat-Dawah en Sharia4Holland”, aldus de inlichtingenanalisten. „Het is een hype.” En niemand kan ze tegenhouden, zolang ze veinzen op vakantie te gaan.

Populair

Dat Syrië ‘populair’ is, is volgens deze bronnen simpel verklaarbaar: „Die oorlog komt in alle gruwelijkheid dagelijks in de huiskamers. Syrië wordt benoemd in de Koran, er zijn historisch-religieuze banden. Bovendien is het eenvoudig te bereizen, makkelijker dan Jemen, Pakistan of Afghanistan, waar de druk hoog is door aanvallen met drones , onbemande vliegtuigjes. In Somalië zitten ook veel westerse jihadisten, opvallend veel Scandinaviërs en Nederlanders. Mali is ook relatief dichtbij. Een flink deel van Mali is in handen van jihadisten, maar wij hebben geen indicatie van jihadreizen vanuit Nederland naar Mali.”

Syrië is dus het populairst onder de moslimradicalen. De ontvoering onlangs van de Nederlandse fotograaf Jeroen Oerlemans in Syrië was het werk van een groep internationale jihadisten, onder wie veel Britten. Engeland schat dat honderden landgenoten er actief zijn. Zelfs vanuit Australië is naar schatting een honderdtal strijders gekomen.

„Syrië heeft wereldwijd een aanzuigende werking. Ook omdat je die strijd kan betitelen als legitiem verzet tegen een misdadig regime”, aldus de inlichtingenanalisten. „Maar het gevaar is levensgroot dat je als Hollandse jihadganger betrokken raakt bij gruwelijkheden die je in Nederland niet kan voorstellen. Bovendien: wat gebeurt er als de strijd voorbij is? De jihadisten vormen een klein deel van het Syrische verzet, maar wel het meest geharde. Na de Bosnische oorlog zagen we strijders uit die oorlog wereldwijd opduiken bij terroristische organisaties. Er zitten honderden Europese strijders in Syrië, die een berg strijdervaring hebben. Wat als die zich keren tegen de westerse belangen?”

Veel Nederlandse jihadreizigers hebben een verwrongen Disneyachtig beeld van wat oorlog precies inhoudt. Hun fantasieën over de heroïsche jihad zijn gecultiveerd door propagandamateriaal dat met bergen te vinden is op internet, aldus de inlichtingenanalisten. Zoals de ’documentaire’ die op 15 november op YouTube werd gepost door het Algerijnse tv-kanaal Echorouk TV. Hierin worden buitenlandse strijders bejubeld die hun burgerleven verruilden voor de strijd in Syrië tegen het Bashar al-Assad-regime.

De video geeft deels een correct beeld. Het klopt dat jihadisten wereldwijd als motten afkomen op het Syrische geweld. herkenbaar worden strijders getoond uit Engeland, Frankrijk, Hongarije, Duitsland, de Balkanlanden, Zweden, Tsjetsjenië en zelfs uit Chili. De Chileen – een recente moslimbekeerling – is overigens dood. Op de beelden ligt hij onder bebloede lakens, naast een dode Duitser.

Stoere mannen

Voor het overige is de documentaire te comfortabel om waar te kunnen zijn; stoere mannen die de dood verloochenen door midden op straat lange salvo’s af te vuren zonder zich te bekommeren om dekking. „De video toont hoe warm buitenlandse strijders worden verwelkomd en geïntegreerd in de lokale verzetsgroepen, die hen bewonderen. Vooral degenen die uit de westerse landen komen, omdat zij hun comfortabele levens hebben achtergelaten om gehoor te geven aan hun islamitische plicht om te vechten tegen het Syrische regime”, aldus een vertaling van de Amerikaanse organisatie Memri (Middle East Media Research Institute). De buitenlandse strijders laten zich zingend filmen in een busje, op weg naar het front.

In werkelijkheid lopen Hollandse jihadisten levensgrote risico’s om in Syrië financieel te worden uitgebuit, misbruikt, te belanden in een organisatie waar ze niets te zeggen hebben en betrokken te raken bij oorlogsmisdaden, aldus de inlichtingenofficieren. Steeds meer beelden duiken op van wreedheden van verzetsstrijders, zoals executies met nekschoten van geboeide soldaten en de onthoofding van soldaten door kinderen met zwaarden.

De voorbereidingen van polderjihadisten zijn dramatisch slecht. „Ze hebben geen flauw benul waarbij ze zich willen aansluiten, hebben geen overzicht van de strijdende partijen. Ze lopen ergens in de handen van een strijdgroep en sluiten zich aan. Maar over achtergronden weten ze niets.”

„Er bestaan geen georganiseerde ’pijplijnen’ meer vanuit Europa naar strijdgebieden. Vroeger waren er ronselaars actief, die zorgden ervoor dat je in Afghanistan en Pakistan belandde. Die rekruten zijn niet actief voor Syrië. Nu communiceren Europese jihadisten via de sociale media zelf rechtstreeks met strijders. Ze reizen op eigen gelegenheid. Via internet delen ze hun ervaringen, waarna anderen volgen.”

Volgens inlichtingenbronnen weet hun omgeving in Nederland heel goed dat ze op jihadreis gaan. „Ze vertellen er trots over, bereiden zich voor door uitrusting te verzamelen. Soms wordt collectief geld ingezameld. Sommigen verkopen alles, laten bankpasjes achter en lossen schulden af. Als de omgeving, de familie, verbaasd reageert dat iemand op jihad gaat, is dat gelogen.”

„Geheime diensten zijn niet per se de goede partij om radicaliserende mannen te behoeden voor een jihadreis. Als wij ze benaderen, bevestigen we hen vaak in hun overtuiging. Dan zijn wij onderdeel van een repressief systeem. Als het nodig is, gaan we de confrontatie aan. Maar ze zijn vrij om ’op vakantie’ te gaan. Net als bij politiewerk moet juist de omgeving de signalen eerlijk oppikken: jeugdzorg, buurt, moskee, school, familie. Het probleem bij familie is dat ze wéten dat iemand radicaliseert, maar dat uit schaamte wordt gezwegen.” Werkgevers passen niet in het rijtje: „De meesten hebben uitzendbanen, waardoor het niet opvalt als ze vertrekken.”

Gedesillusioneerd

Veel Hollandse jihadgangers raken zo gedesillusioneerd, dat ze hulp zoeken bij Nederlandse ambassades of andere instanties in het buitenland, onthullen de inlichtingenbronnen. Het zijn met name deze ex-strijders die waardevolle bronnen zijn voor inlichtingendiensten over reisroutes, contacten en medestrijders.

„Bij ambassades komen met regelmaat jongens die teleurgesteld zijn, of gewond geraakt, die zonder geld zitten, of die het allemaal toch ’niet zo gezellig’ vonden… Sommigen zijn afgeknapt op de slechte hygiëne, de wreedheid van oorlog, het gebrek aan geld. Niet overal krijgen ze een heldenonthaal, integendeel. Vaak belanden ze bij strijdgroepen die vechten voor lokale belangen, dan zitten Hollanders in een situatie waar ze totaal geen invloed hebben, afhankelijk van de ’locals’, die hen manipuleren en geld afhandig maken. Je moet bijvoorbeeld je eigen wapen kopen, tegen tarieven waar alleen de handel beter van wordt. En dan de medische zorg: in Nederland ben je binnen enkele dagen af van diarree, maar daar zit je wekenlang gehurkt tussen de struiken…”

17 april 2012

LEEUWARDEN – De drie mannen die op nieuwjaarsmorgen twee jongens en een meisje in een Leeuwarder gracht zouden hebben gesmeten, ontkennen.

Tijdens een pro-formazitting over hun zaak pleitten hun advocaten maandag voor opheffing van de voorlopige hechtenis. Het openbaar ministerie verzette zich daartegen. Deze week neemt de rechtbank een beslissing. Inhoudelijk komt de zaak pas later aan de orde. De advocaten hebben nog een lijst van elf getuigen die ze aan de tand willen voelen.

Volgens officier van justitie Eelco Jepkema is duidelijk dat het drietal – twee Leeuwarder broers van 21 en 24 jaar en een man uit Assen van 39 jaar – verantwoordelijk is voor het geweld tegen de slachtoffers. Die zijn in het water langs de Voorstreek gesmeten, kregen fietsen en bakstenen naar hun hoofd, werden onder geduwd en verhinderd op de kant te klauteren. Dat levert een poging tot doodslag op.

Maar advocaat Serge Weening betoogde dat de oudste Leeuwarder niemand heeft geduwd en juist zelf in het water was beland. Omdat hij een longaandoening heeft, is een van zijn makkers hem nagesproken. Uit woede zou hij wel geworsteld met degene die hem de duw had gegeven. De verdachten zouden niemand hebben verhinderd uit de gracht te komen.

Advocaat Bart Canoy van de jongste broer stelde op grond van camerabeelden dat zijn cliënt niet kan worden verweten dat hij met een fiets heeft gegooid, zoals beweerd. Jantine Rouwé, advocaat van de Assenaar, vond de beschuldiging van poging tot doodslag overtrokken. Het water in de gracht kwam die nacht maar halverwege de heupen, zei ze.

donderdag, 23 februari 2012 – door Siebrand Vos

MISDAAD Advocaat Serge Weening: niet eerder juwelier overvallen met zo weinig geweld en zonder wapens

MAASTRICHT/HEERLEN – Tegen een 25-jarige Heerlenaar is gisteren voor de rechtbank in Maastricht achttien maanden geëist, waarvan zes voorwaardelijk, voor de geruchtmakende overval op juwelier Jambroers in Vrieheide.

De overval op 1 november ging niet onopgemerkt aan de Heerlense wijk Vrieheide voorbij. Scooterende jeugd had buiten de achtervolging van juwelierJambroers overgenomen, nadat die op straat ten val was gekomen. Overvaller M.E. (25) wist via sportvelden te ontsnappen en was toen naar zijn moeder gelopen, verklaarde hij gisteren voor de rechtbank.. Daar had hij zich omgekleed. Zijn moeder was later erg geschrokken toen ze beelden van hem op tv zag. E. gaf zichzelf aan. Hij had vele ‘halve liters bier’ op toen hij tot zijn daad kwam. Omdat E. zei dat hij was doorverwezen door een andere juwelier liet Jambroers, die de deur altijd op slot had, hem binnen. Daar gaf hij de juwelier een duw en ging er met sierraden vandoor. De winkelier viel in een vitrine en raakte gewond.

Officier van justitie Martin Scharenborg achtte diefstal met geweld bewezen, maar twijfelde over de strafmaat en de persoonlijke omstandigheden. Met de jonge Heerlenaar ging het de laatste jaren van kwaad tot erger. Hij begon te drinken en gebruikte zo nu en dan cocaïne. Uiteindelijk was hij zijn baan, zijn meisje en zijn huis kwijtgeraakt en overnachtte hij soms in de dag- en nachtopvang.

Advocaat Serge Weening stelde dat niet eerder een juwelier met zo weinig geweld en zonder wapens was overvallen in Nederland. De officier vond de feiten ernstig genoeg om achttien maanden cel te eisen, waarvan zes voorwaardelijk. Normaal gesproken staat voor zo’n overval met geweld op een juwelier twee tot drie jaar, zei hij. Daarbij kwam dat E. ruimhartig spijt had betuigd; zij het nadrukkelijk niet aan zijn slachtoffer, maar slechts in een brief aan de rechtbank. Hij kondigde ook aan de schade te willen vergoeden als hij weer werk in de bouw zou krijgen.

De schadevordering van de juwelier à 18.000 euro werd niet ontvankelijk verklaard, omdat de onderbouwing te summier was. De officier wilde wel dat E. de opbrengst van de overval, 2400 euro, wordt ontnomen. Uitspraak in maart.

LEEUWARDEN – De politie heeft zondagochtend drie mannen opgepakt in Leeuwarden die zonder enige aanleiding enkele voorbijgangers de gracht in duwden.

Het zinloze geweld vond plaats op de Voorstreek, zo meldt de Leeuwarder Courant. De daders zijn twee Leeuwarders van 23 en 26 jaar en een 39-jarige man uit Assen. De drie duwden hun slachtoffers niet alleen het water in, ze bekogelden hen daarna ook met stenen en fietsen. Een van de belagers sprong zelfs in het water om een slachtoffer onder water te duwen. Omstanders waarschuwden de politie. Die heeft het tuig opgepakt.

woensdag, 06 juli 2011

GEWELD Vier medeverdachten nog spoorloos

ROERMOND – De rechtbank in Roermond heeft een van de vijf mannen die in november 2009 een gewapende overval hebben gepleegd op een echtpaar in Roermond, veroordeeld tot vier jaar celstraf. De 25-jarige Zachana O. uit Roermond is de enige verdachte die de politie heeft kunnen opsporen van deze brute beroving in een woning aan de Heinsbergerweg in Roermond.

Hij ontkent bij de overval, waarbij de daders pistolen en een mes gebruikten, betrokken te zijn geweest. Zijn advocaat Serge Weening heeft hoger beroep aangetekend tegen het vonnis. Het Openbaar Ministerie had vijf jaar celstraf tegen O. geëist. De daders drongen op woensdag 18 november 2009 ‘s morgens rond zeven uur het huis aan de Heinsbergerweg binnen. Ze hadden zich vooraf in struiken verscholen. De mannen overmeesterden op de oprit met veel geweld en grove dreigementen de destijds 54-jarige bewoner, die naar zijn werk wilde gaan.

Binnen werden de man en zijn vrouw geslagen en kregen ze een mes op de keel en pistolen tegen hun hoofd gezet. De overvallers riepen daarbij tegen elkaar „steek haar dood” en „schiet hem kapot”. Nadat de daders hun slachtoffers hadden geboeid en hun mond hadden afgetaped verdwenen ze met 950 euro, twaalf horloges, twee armbanden, een mobiele telefoon, een pinpas, een paspoort en de sleutels van een personenauto. Op 23 februari 2010 besteedde het televisieprogramma Opsporing Verzocht aandacht aan de geruchtmakende overval in Roermond. Tijdens en na die uitzending heeft Zachana O. vanuit de wijk De Donderberg telefoongesprekken gevoerd over het programma. De politie luisterde die gesprekken af.

Nadat Zachana O. was aangehouden bleken bovendien sporen op handschoenen die na de overval waren achtergebleven overeen te komen met vingerafdrukken van O. De raadsman en zijn cliënt beweren dat de echte daders de handschoenen daar bewust hebben achtergelaten om O. erbij te lappen.

door Menno van Dongen

Ze gingen zo van het Roemeense platteland de prostitutie in. Volgens de mensenhandelaren was Amsterdam het paradijs. Maar de meisjes werden er met vijf of zes tegelijk gedumpt op een woning, waarna ze tot op het bot werden uitgebuit. Dat blijkt uit een onderzoek van de Nationale Recherche naar de escortbranche.

Klanten die een prostituee bezoeken, moeten voortaan zelf uitzoeken of zij geregistreerd is en dus ouder dan 21 jaar. Dat wordt geregeld in de nieuwe prostitutiewet waar de Tweede Kamer 22 maart over stemt. Er komt waarschijnlijk een telefonisch informatiepunt waar hoerenlopers gegevens kunnen controleren. Wie dat niet doet, riskeert een boete van 7.600 euro als de vrouw minderjarig is, wordt gedwongen of slachtoffer is van uitbuiting. Critici vrezen dat prostituees onderduiken in de Veel vrouwen willen niet dat allerlei instanties kunnen achterhalen dat ze ‘in het vak’ zitten. Nu is dát hoofdzakelijk bekend bij de fiscus. Alle seksbedrijven moeten in de toekomst een vergunning hebben. Nu is in veel gemeenten niets geregeld voor escortbedrijven waardoor er weinig zicht (en grip) is op misstanden.

‘Heeft ze een grote koplampen?’ Is er veel planmuur nodig?’ Deze codevragen werden standaard gesteld aan Roemeense mensenhandelaars die prostituees aanboden voor de Nederlandse markt. Ze verkochten vrouwen alsof het auto’s waren. Als er een `aanhanger’ bij hoorde, een kind, leverde de prostituee minder op dan de gebruikelijke tweeduizend euro. Het zijn pijnlijke, tot dusver onbekende details uit een groot politieonderzoek naar mensenhandel in de escortbranche. Kenners waarschuwen al jaren voor misstanden. Die blijken moeilijk aan te tonen in deze mobiele, ongrijpbare sector. Maar nu is dat toch gelukt.

De mensenhandelaars ronselden jonge vrouwen op het Roemeense platteland, in de streek Botosani. `Die meisjes verdienen daar 200 euro per maand. Dat krijg je in Nederland voor één avond werk, zo werd hen verteld’, zegt Pel Timmer, teamchef bij de Nationale Recherche. Hij leidt het onderzoek naar de bende, dat in januari resulteerde in het uit de lucht halen van de site van het Amsterdamse Pleasure-escort.

Al snel ontdekten de vrouwen dat hun droom een nachtmerrie was, vertelt rechercheur Caroline, die liever niet met haar achternaam in de krant wil. `De meisjes moesten zes, zeven dagen per week werken voor escortbedrijven, ongeacht of ze ongesteld waren of een geslachtsziekte hadden. Als ze midden in de nacht thuiskwamen en er belde een klant, dan moesten ze weer op pad.’ De leiders van de Nederlandse tak van de organisatie waren de Roemenen C.A. en Gheorge 0. Ze klusten bij in de autohandel, een handige dekmantel tijdens gesprekken met hun leveranciers. A. en 0. brachten de vrouwen onder in een huis in Amsterdam, met vijf of zes tegelijk. Een meer ervaren prostituee regelde werk bij escortbedrijven.

Het was een hel. Vaak was er een soort bewaker bij, een prostituee die zorgde dat iedereen haar werktelefoon opnam’, zegt Caroline. de telefoon te lang liet overgaan, kreeg een boete van de pooiers. Die kreeg ook voor praten met meisjes van andere escortbedrijven, stiekem persoonlijke gesprekken voeren op je telefoon, je verblijfplaats prijsgeven en een relatie aangaan met een rI12 noem maar op. Een overtreding kost te je duizend tot drieduizend etu

Iedereen in huis kon je verraden.’ Een klant betaalde weliswaar 150 euro voor een uur, maar de prositituee moest 100 euro afstaan aan, het escortbedrijf en de chauffeur. Daarna eisten de pooiers 25 euro c Per klant bleef slechts 25 euro ov Dat bedrag verdween verplicht in`gezamenlijke pot’ van het huis, c de pooiers gebruikten om de htu eten, drinken en condooms van betalen. Soms hielden vrouwen weinig over om hun ‘boetes’ te doen.

De hoop veel te verdienen ble ijdel, aldus officier van justitie ner ten Kate van het landelijk park
‘Er is uitgerekend wat een meisje p jaar verdiende:m duizend euro.

‘Cindy’, vrouw uit het leven
De kick, het geld en de vrijheid

Ze denkt iedere dag aan stoppen. Het werkt als escort is zwaar en soms gevaarlijk. Maar Cindy is verslaafd aan de spanning Van de ene `blind date’ na de andere. Belangrijker nog: alleen op deze manier kan ze een ‘flink boven modaal inkomen’ verdienen. Cindy (`Dat is mijn werknaam’) reageert sceptisch op de nieuwe prostitutie wet, die misstanden moet voorkomen. `Klanten krijgen de plicht te controleren of prostituees een vergunning hebben. Nou, reken maar dat geen enkele klant me zou wegsturen als ik die niet had. Hij kijkt alleen of ik mooie tieten heb.’ Het is lastig om een interview te regelen mèt slachtoffers van mensenhandel in de escortbranche. Ze zijn te bang om te praten met journalisten, of ze hebben geen belang bij media aandacht. Dat kost tijd en schrikt klanten af. Voor Cindy ligt dat anders. Ze is geen slachtoffer, maar wil graag vertellen over de manier waarop de overheid met de branche omgaat en haar eigen, heftige ervaringen.

‘Ik ben zelfstandig escortondernemer, want ik wil kiezen wanneer ik klanten bezoek. Ik heb geen zin de helft van mijn inkomen af te staan. Wel laat ik me altijd vervoeren door een chauffeur, die buiten wacht en kan helpen als dat nodig is. We hebben een vaste afspraak: als ik bij een klant naar binnen ga, belt hij na vijf minuten en vraagt of alles goed is. Soms is dat niet zo, want ik heb geregeld klanten die kicken op geweld. Dan kan ik met een soort code laten weten dat hij alert moet zijn, of naar binnen moet stormen. Met een druk op mijn telefoon kan ik hem laten meeluisteren.’ ‘Er is veel mis in deze branche. Er zijn foute ondernemers actief. Maar die kun je niet afschrikken met regeltjes die niet te handhaven zijn, zoals een verplichte escort vergunning.

`Dit werk is heel lucratief, kwalificaties zijn nauwelijks nodig. Een telefoonnummer en een advertentie, dat is alles. Op internet komen mensen bijna overal mee weg.’ Ze heeft zelf wel een escortvergunning. ‘Ik heb een eigen site, de politie kan me veel makkelijker vinden. Toen ze dreigden met een boete, ben ik overstag gegaan. Ik moest 40 pagina’s formulieren invullen en 1.700 euro betalen, voor drie jaar. Dat doen ze zogenaamd om misstanden te bestrijden, maar toen ik aanbood kennis te komen maken, wilde de gemeente dat niet. Het is pure geldklopperij. Gelukkig kan ik het missen: voor een uur escortwerk krijg ik 150 euro, soms meer. `Geld was de reden om prostituee te worden. Ik was altijd gek op seks. Inmiddels ben ik verslaafd aan de spanning. Je moet een kronkel in je hoefd hebben, maar dit werk geeft me het gevoel dat ik leef. `Met een kantoorbaan weet je altijd van tevoren dat je zal thuiskomen. Als ik naar een klant ga, weet ik dat nooit. Ik ben continu aan het overleven.’ Veel mannen hebben twee gezichten. ‘Eerst zijn ze vriendelijk of beleefd, maar tijdens de seks neemt hun testosteron de overhand, dan gedragen ze zich lomp. lk roep soms: ‘hallo, ik ben er ook nog.’ Ze behandelen me als sekspop, dat is slecht voor mijn gevoel van eigenwaarde. ‘Ik heb al vier keer geprobeerd te stoppen. Maar dit is de enige manier om goed te verdienen. Toch is het een aflopende zaak, want ik ben al een paar jaar ouder dan 34. `Gelukkig heb ik veel klanten die mij kiezen omdat ik éen gesprek op niveau kan voeren. Zij boeken me voor een dinner date, 350 euro. Dan is seks vaak van ondergeschikt belang.’

De rechtbank in Rotterdam heeft een 26-jarige man uit Sierra Leone veroordeeld tot zes jaar cel voor een overval met dodelijke afloop in Rotterdam-Delfshaven. Een medeverdachte werd
vrijgesproken.

De overval vond eind vorig jaar plaats in een woning aan de Catharina Beermansstraat. De
overvaller had het gemunt op een buitenlandse man met veel geld. Bij de beroving is veel geweld gebruikt. Het slachtoffer, een 46-jarige man uit Zuid-Amerika, werd pas dagen later gevonden.

Uit onderzoek is gebleken dat de man om het leven is gekomen door een combinatie van een zwak hart, verdovende middelen en stress. Volgens de rechters is de stress veroorzaakt door de overval.

ROTTERDAM – De rechtbank in Rotterdam heeft Thugie A. veroordeeld voor een fatale roofoverval eind december vorig jaar in de havenstad. De rechters spraken medeverdachte Charissa A. vrij van de overval.

De overval vond plaats in een woning aan de Catharina Beersmansstraat. A. had het gemunt op een buitenlandse man met veel geld. Hij beroofde de man met veel geweld. Het slachtoffer werd pas dagen later gevonden. Het Openbaar Ministerie (OM) had twee weken geleden acht jaar celstraf tegen A. geëist. R. had als het aan justitie had gelegen 2,5 jaar de cel in gegaan. Uit onderzoek is gebleken dat de man om het leven kwam door een combinatie van een zwak hart, het gebruik van verdovende middelen en stress. Volgens de rechters is de stress veroorzaakt door de overval. De rechtbank zei dat A. niet van plan was zijn slachtoffer van het leven te beroven, maar de stress en dus diens dood was wel het gevolg van de overval.

A. vertelde de rechtbank dat juist hij werd aangevallen. Maar hij had voor de rechtbank geen goede verklaring hoe hij aan de koffer van zijn slachtoffer kwam. Daarin zaten contant geld,en mobiele telefoons en waardevolle sieraden.

De rechters meenden dat R. niet medeplichtig was aan de roofoverval. Ze was weliswaar in de woning, maar vertrok toen het uit de hand liep. Van een plan waarbij zij betrokken zou zijn geweest, was geen sprake, zo oordeelde de rechtbank.

Beschikking

RECHTBANK MAASTRICHT

Sector Strafrecht

Parketnummer: 03/550823-09
Rekestnummer: 10/468

Beschikking van de rechtbank te Maastricht, enkelvoudige kamer in strafzaken, op het bezwaarschrift ex artikel 7 Wet DNA-onderzoek bij veroordeelden van:

(Verdachte), geboren te (geboorteplaats) op (geboortedatum) 1995

(Verdachte) heeft in deze zaak woonplaats gekozen te Maastricht, ten kantore van haar raadsman mr. S. Weening.

1. Het verloop van de procedure

Het bezwaarschrift is op 21 juli 2010 ter griffle van de rechtbank ingekomen. (Verdachte) is opgeroepen om ter zitting van 5 november 2010 te verschijnen. Op deze datum heeft de rechtbank (verdachte), de raadsman van (verdachte) mr. Weening, en de officier van justitie in raadkamer gehoord. De uitspraak is bepaald op heden.

2. De feiten

Bij vonnis van 11 maart 2010 is (verdachte) door de kinderrechter te Maastricht veroordeeld tot, kort gezegd, een werkstraf voor de duur van 40 uren, subsidiair 20 dagen hechtenis voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren wegens openlijk in vereniging gepleegd geweld tegen personen.
Op bevel van de officier van justitie te Maastricht is op 7 juli 2010 van (verdachte) celmateriaal afgenomen ten behoeve van het bepalen en verwerken van haar DNA profiel in de landelijke DNA-bank.

3. De inhoud van het bezwaarschrift

Het bezwaarschrift richt zich tegen het bepalen en verwerken van het DNA-profiel van (verdachte) in de landelijke DNA-bank.

4. De beoordeling

4.1. De rechtbank is bevoegd van het onderhavige verzoekschrift, dat tijdig is ingediend, kennis te nemen, nu de veroordeling van (verdachte) die tot de afname van celmateriaal heeft geleid, in eerste instantie door deze rechtbank is geschied.

4.2. De raadsman doet een beroep op de uitzonderingsbepaling van artikel 2, lid 1 b, van de
wet DNA-onderzoek bij veroordeelden, hierna te noemen: de Wet, en stelt dat het bepalen en
verwerken van het DNA-profiel, gelet op de bijzondere omstandigheden waaronder het delict
is gepleegd, de geringe straf die door de kinderrechter is opgelegd en er geen sprake is van
recidivegevaar, niet in overeenstemming is met de zin en strekking van de Wet.
Op grond hiervan meent (verdachte) dat haar bezwaar gegrond verklaard dient te worden en dat de rechtbank dient te bevelen dat haar celmateriaal, dat op 7 juli 2010 is afgenomen, zal worden
vernietigd.

4.3. De officier van justitie heeft zijn standpunt inzake het onderhavige bezwaarschrift op
schrift gesteld, welke schriftuur aan deze beslissing is gehecht en waarvan de inhoud als hier
ingelast dient te worden beschouwd.

4.4.1. Op grond van artikel 2 van de Wet wordt op last van de officier van justitie bij de rechtbank die in eerste aanleg vonnis heeft gewezen, celmateriaal van een veroordeelde afgenomen en het DNA-profiel van hem/haar bepaald. Blijkens dit artikel is vereist dat het een veroordeling betreft wegens een misdrijf als omschreven in artikel 67, eerste lid, van het Wetboek van Strafvordering. Nu (verdachte) wegens overtreding van artikel 141 van het Wetboek van Strafrecht is veroordeeld en dit wetsartikel onder artikel 67, eerste lid, onder a van het Wetboek van Strafvordering valt, kan (verdachte) worden begrepen onder de reikwijdte van artikel 2 van de Wet.

4.4.2. Aan de orde is de vraag of (verdachte) zich met vrucht op de uitzonderingsbepaling van
artikel 2 van de Wet kan beroepen, te weten of redelijkerwijs aannemelijk is dat het bepalen
en verwerken van het DNA-profiel, gelet op de aard van het misdrijf of de bijzondere
omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd, niet van betekenis zal kunnen zijn voor
de voorkoming, opsporing, vervolging en berechting van strafbare feiten van de
veroordeelde.

Blijkens de wetsgeschiedenis ziet de maatstaf “aard van het misdrijf’ op misdrijven waarbij DNA-onderzoek geen bijdrage kan leveren aan de opsporing. Daarvan is in dit geval geen sprake. De maatstaf “bijzondere omstandigheden waaronder het misdrijf is gepleegd” hangt samen met de persoon van de veroordeelde. Nu (verdachte) niet eerder met politie en/of justitie in aanraking is gekomen, nadere bemoeienis van de Raad voor de Kinderbescherming blijkens het raadsrapport van 14 januari 2010 niet geïndiceerd is en (verdachte) na het bewezenverklaarde feit niet meer met politie en/of justitie in aanraking is gekomen waarbij de rechtbank mede in aanmerking heeft genomen dat (verdachte) ter zitting heeft verklaard dat er thans ook geen problemen meer zijn op school, hetgeen steun vindt in de raadsrapportage, die überhaupt het eenmalige karakter van de ontsporing van (verdachte) onderstreept, is de rechtbank van oordeel dat er in dit geval sprake is van bijzondere omstandigheden die een beroep op de uitzonderingsbepaling rechtvaardigen.

4.4.3. Het bezwaarschrift gegrond moet worden verklaard en de rechtbank zal de officier van
justitie bevelen ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal van (verdachte) terstond wordt vernietigd.

5. Beslissing

Verklaart het bezwaarschrift gegrond en beveelt de officier van justitie ervoor zorg te dragen dat het celmateriaal van (verdachte) terstond wordt vernietigd.

Deze beslissing is gegeven door mr. R.P.J. Quaedackers, rechter, in tegenwoordigheid van mr. L. Berkers, griffier, en uitgesproken in openbare raadkamer op 19 november 2010.

ROTTERDAM – Het Openbaar Ministerie (OM) heeft woensdag voor de rechtbank in Rotterdam acht jaar celstraf geëist tegen Thugie A. Justitie houdt hem verantwoordelijk voor een beroving eind december vorig jaar, waarna het slachtoffer overleed. Tegen medeverdachte Charissa R. eiste het OM 2,5 jaar waarvan een half jaar voorwaardelijk.

Volgens de officier van justitie is A. een persoon die van anderen leeft, voornamelijk door te stelen en desnoods met geweld. A. heeft het tijdens de fatale overval in de Catharina Beersmansstraat in de havenstad gemunt op een buitenlandse man met veel geld, aldus justitie. Hij berooft hem met veel geweld. Het slachtoffer overlijdt en wordt pas enkele dagen later gevonden. Uit onderzoek is gebleken dat de man om het leven is gekomen door een combinatie van een zwak hart, het gebruik van verdovende middelen en stress. En omdat die stress is veroorzaakt door de overval., vervolgt de aanklager A. ook voor de dood van de man. R. zou door A. zijn gebruikt, onder meer omdat zij een auto had.

A. zegt juist dat hij werd aangevallen. Maar hij had voor de rechtbank geen goede verklaring hoe hij aan de koffer van zijn slachtoffer kwam, waarin naast contant geld en mobiele telefoons, ook waardevolle sieraden zaten.

door Rob Zijlstra

Justitie: Verdachte zocht de confrontatie – Verdachte: De slachtoffers liegen

GRONINGEN – De gebeurtenissen voorafgaand aan de dodelijke schietpartij in Hoogezand, waarbij de 26-jarige Amsterdamse Farrel Provence (alias Rapper Rel) om het leven kwam, blijven raadselachtig. Ook voor de officier van justitie. Des ondanks eiste zij gisteren tegen de 27-jarige schutter Jason B. een gevangenisstraf van achttien jaar wegens moord, drie pogingen tot moord en diefstal met geweld. De officier van justitie gaat ervan uit dat Jason B. twee dagen voor de schietpartij een van de latere slachtoffers heeft beroofd in Foxhol. Daarbij wordt ook geschoten. Op 9 november kwam het slachtoffer van die beroving met vier vrienden, onder wie Farrel Provence, bij B. thuis om verhaal te halen. In de kleine hal van de flatwoning liep dit uit de handen loste B. vijf schoten: vier personen worden geraakt. Provence overlijdt als gevolg van bloedverlies later die nacht in een ziekenhuis in Amsterdam. Vastgesteld wordt dat de kogels zijn afgevuurd met hetzelfde wapen als waarmee twee dagen eerder ook in Fox hol is geschoten. Jason B. wist ook van de komst van de mannen naar zijn woning: een half uur daarvoor was hij door een van hen gebeld. Uit het feit dat hij toch de deur opendeed, trekt justitie de conclusie dat B.,op dat moment gewapend, zelfde confrontatie zocht. Hij had de woning ook kunnen verlaten, aldus justitie.

Jason B. heeft een heel ander verhaal. Hij zegt niets te maken hebben met die beroving in Foxhol en stelt dat hij die nacht in zijn woning door de vier mannen met bedekte gezichten werd belaagd. Ze stormden naar binnen en begonnen direct te slaan en te schoppen. Daarbij viel een wapen van een van de indringers op de grond. B. wist het vuurwapen te pakken en schoot. Hij zegt: “Ik was in paniek. Het was zelfverdediging, ik had geen andere keus.”

Na de schietpartij, die al met al tien seconden duurt, rende hij in zijn onderbroek naar een kennis, twee straten verderop. Daar belde hij 112. Hij vermoedt dat de mannen hem wilden ontvoeren dan wel de diefstal van drugs in de schoenen wilden schuiven. Zij zouden elk 5.000 euro als beloning hebben gekregen.Dat de belagers anders verklaren, is volgens B. logisch: met het vertellen van de waarheid zouden ze zichzelf belasten. De rechtbank doet op 9 september uitspraak.

door Rob Zijlstra

Rechter laat criminele informant horen – Kan nieuw licht werpen op moord in Hoogezand

GRONINGEN – Een criminele informant van de politie moet op last van de rechtbank Groningen worden gehoord over de gebeurtenissen rond de moord op de Amsterdamse rapper Rel. De man, Farrel Provence, werd vorig jaar november in een woning in Hoogezand neergeschoten en overleed enkele uren later. De informant zou een nieuw licht op de gebeurtenissen kunnen werpen die in het voordeel zijn van de 27-jarige verdachte Jason B.

Het besluit van de rechtbank de informant te horen, is uitzonderlijk. De anonimiteit van criminele informanten is gegarandeerd. Het openbaar ministerie verzette zich dan ook krachtig tegen het verzoek van de advocaat om de informant te mogen ondervragen. De rechtbank liet uiteindelijk de belangen van de verdediging zwaarder wegen. Justitie moet nu maatregelen treffen waardoor de identiteit van de informant niet openbaar wordt.

Farrel Provence werd in de woning van verdachte Jason B. neergeschoten. Dat gebeurde nadat het slachtoffer met vier anderen de woning ’s nachts met geweld binnendrong. Aanleiding zou een overval dan wel een beroving zijn waarvoor ze B. verantwoordelijk hielden. Onduidelijk is, mede door verklaringen van de criminele informant, of er wel sprake is geweest van een
overval of dat die is verzonnen.Een grote partij drugs speelt een rol. Behalve Farrel Provence raakten nog drie mannen gewond.B.wordt moord ten laste gelegd en vier pogingen tot moord dan wel doodslag. Volgens zijn advocaat is er sprake van noodweer(zelfverdediging) en moet B. vrijuit gaan. Het wapen waarmee hij schoot was van een van zijn belagers.

RECHTZAAK Drie ex-medewerksters

BORN/MAASTRICHT – Het openbaar ministerie (OM) heeft gisteren voor de rechtbank in Maastricht één jaar cel, waarvan zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar, geëist tegen kastelein Hub D. uit Guttecoven. De 61-jarige man wordt verdacht van het veelvuldig aanranden van drie minderjarige (oud-)medewerksters in zijn café In de Limburgse Potin Born.

De drie vrouwen hebben tegenover de politie verklaard meerdere malen in verschillende periodes onzedelijk te zijn betast door D. De aanrandingen zouden hebben plaatsgevonden in de kelder en keuken van de Bornse kroeg en tijdens verschillende autoritten. Hub D. zou daarbij aan de borsten en benen van de medewerksters hebben gezeten en wilde met hen tongzoenen. D. zou de bedieningsmedewerksters onder dreiging van geweld hebben gedwongen de ontuchtige handelingen te ondergaan. Verdachte Hub D., die zich gisteren herhaaldelijk op zijn zwijgrecht beriep, legde bij de politie wel een verklaring af. ,,Ik stak de medewerksters een hart onder de riem, duwde ze tegen me aan. Mijn vrouw schold op hen en ik knuffelde ze dan, probeerde ze in de kelder op te beuren.”

Officier van justitie Anneke Rogier achtte de drie aanrandingen ‘wettig en overtuigend bewezen’. ,,Verdachte had als werkgever een overwicht over de medewerksters en er was sprake van een behoorlijk leeftijdsverschil. Hij heeft vaak een dreigende situatie gecreëerd, want de slachtoffers konden niet wegkomen uit de kelder. Ze werden door meneer D. gedwongen om dingen te doen”, zei Rogier, die zich gestoord had aan de zwijgende houding van de kroegbaas tijdens de zitting. Erik Maessen, advocaat van D., vroeg de rechtbank om zijn cliënt in zijn geheel vrij te spreken. Uitspraak over twee weken.

ROTTERDAM – De Zeeuwse politie heeft gisteren in samenwerking met de collega’s van het korps Rotterdam-Rijnmond een Vlissingse vrouw opgepakt in verband met een moordzaak in Rotterdam.

Op zondagmiddag 3 januari ging de politie naar een woning aan de Catharina Beersmansstraat in die stad. Dit naar aanleiding van een melding van vrienden van het slachtoffer die hem al enige tijd niet meer gezien hadden. In de woning troffen politiemensen een overleden man aan.

Het bleek te gaan om een 46-jarige man uit Zuid-Amerika. Direct werd een grootschalig onderzoek (TGO) ingesteld.

Agenten ontdekten dat de 46-jarige Zuid-Amerikaan op of omstreeks 12 december 2009 voor vakantie naar Nederland was gekomen. Door aanvullend onderzoek kregen de rechercheurs zicht op een verdachte en werd een 26-jarige man uit Sierra Leone internationaal gesignaleerd.

Op zaterdagochtend 16 januari kwam de gesignaleerde verdachte op vliegveld Zaventem in België om het vliegtuig naar Conakry in Afrika te nemen. Hij werd daar onmiddellijk aangehouden en vastgezet. Inmiddels is om zijn uitlevering gevraagd.

Het onderzoek heeft zich voortgezet en naar aanleiding daarvan werden gisteren nog twee verdachten opgepakt: een 23-jarige vrouw uit Capelle aan den Ijssel en een 42-jarige vrouw uit Vlissingen. Agenten forceerden bij haar een deur en hielden haar vervolgens aan.

De vrouw is aangehouden voor doodslag, diefstal met geweld en heling. In twee panden in Capelle aan den IJssel en Vlissingen hebben doorzoekingen plaatsgevonden door agenten. De politie zet het onderzoek voort.

DRUGSHANDEL Leers: klap voor ‘grote jongens’

MAASTRICHT – Met het oprollen van een criminele bende met gewelddadige drugsrunners is de drugshandel in en rond Maastricht een slag toegebracht. Volgens burgemeester Gerd Leers is het bijzondere dat de organisatie totin de haarvaten is aangepakt.

De nationale recherche en de regiopolitie Limburg-Zuid hielden woensdag acht mannen en twee vrouwen aan die vermoedelijk een gewelddadige drugsbende vormen. Dat werd gisteren naar buiten gebracht. Burgemeester Leers zegt blij te zijn dat nu de mensen achter de drugsrunners zijn aangehouden. „Drugsrunners staan per dozijn klaar. Maar nu is de politie tot in de haarvaten van de organisatie doorgedrongen. Dat is een ernstige slag voor de grote jongens.” De verdachten zijn vermoedelijk al maandenlang actief in Zuid-Limburg met de verkoop van heroïne en cocaïne aan Franse drugstoeristen. Wanneer deze klanten zich niet vrijwillig aandienen, worden mensen agressief benaderd door de drugsrunners. Dat zorgt voor gevaarlijke situaties op vooral de A2. Drugsrunners wachten hun klanten op parkeerplaatsen op met gedoofde lichten en ze doen aan bumperkleven. Drugsrunners hangen uit auto’s en tikken zo tegen zijruiten. In juli werden Franse toeristen met geweld beroofd.

De beide politiekorpsen ontdekten dat drugsleveringen afkomstig waren uit Rotterdam. De drugs werden veelal per openbaar vervoer naar Zuid-Limburg gebracht en op adressen in Maastricht en Meerssen opgeslagen. De kern van de aangehoudenen bestaat uit drie broers van Marokkaanse afkomst. De oudste, een 27-jarige Rotterdammer, wordt als hoofdverdachte gezien. De andere verdachten komen uit Rotterdam, Dordrecht, Maastricht en Meerssen.

Leers vertelt dat de harde aanpak in Maastricht begint te leiden tot toenemende overlast in plaatsen als Sittard-Geleen en Heerlen. „Daar beginnen ze te piepen. Ik heb gezegd dat we nu als regio moeten doorzetten, anders blijf je de overlast verplaatsen binnen de regio.”

HOOGEZAND – Bij de schietpartij in Hoogezand afgelopen maandag, waarbij een 26-jarige Amsterdamse rapper is doodgeschoten, is een zesde persoon betrokken. Hij is een van de mannen die de 26-jarige bewoner van het appartement aan het Annie M.G. Schmidthof bezocht. Deze betrokkene moet nog opgepakt worden. Dat meldt een bron van deze krant en is bevestigd door de advocaat van de bewoner. De politie wil niets zeggen over de zesde man. “We sluiten nieuwe aanhoudingen niet uit. Het onderzoek is nog in volle gang. “De politie heeft vier mannen opgepakt voor de schietpartij. Behalve de bewoner van het pand in Hoogezand zijn dat twee mannen uit Amsterdam (22 en 23 jaar) en een 22-jarige inwoner van Foxhol. Roof lijkt het motief van de overvallers te zijn geweest. Het ging hen onder meer om een gouden ketting. De 26-jarige bewoner van het pand zou hebben geschoten uit noodweer. De overvallers en de bewoner kenden elkaar.

De bij de overval doodgeschoten Amsterdammer met de artiestennaam Rel is niet de enige rapper die betrokken is bij het schietincident. De aangehouden man uit Foxhol is eveneens rapper. De twee kennen elkaar al geruime tijd uit de muziekwereld. De advocaat van de bewoner, mr. Weening, heeft kritiek op de politie over zaken die de politie naar buiten heeft gebracht over de schietpartij. “Mijn cliënt zit in beperking en ook ik mag niets zeggen over de zaak, terwijl de politie al wel zaken naar buiten heeft gebracht over de schietpartij. Ik vind dat een zeer kwalijke zaak en heb dit bij justitie gemeld.” De 26-jarige verdachte uit Hoogezand is voorgeleid aan de rechter-commissaris. Hij wordt verdacht van moord, doodslag of zware mishandeling. De overleden man was na de schietpartij gevlucht met een auto. Hij werd achtergelaten bij het Amsterdams Medisch Centrum waar hij zich liet zich behandelen. Later die dag overleed hij.

Rappers meer dan schietende ‘nigga’s’

De man die zondagnacht werd neerschoten bij een overval op een woning in Hoogezand was een Amsterdamse rapper. Een andere betrokkene was een rapper uit Foxhol. Heeft het geweld in de Amsterdamse rapwereld ook Groningen bereikt?

door Mick van Wely en Bas van Sluis

GRONINGEN – Via het medium Twitter maakte de Amsterdamse rapper en televisiepresentator Rotjoch bekend dat zijn broer Rel maandag was overleden aan de gevolgen van de schietpartij in Hoogezand. Eén van de opgepakte verdachten voor de overval is eveneens een rapper. Uit Foxhol. De Amsterdamse korpschef Bernard Welten waarschuwde onlangs nog voor wapenbezit en verheerlijking van geweld in de rapcultuur. In de hoofdstad werden in korte tijd zeker vijf rappers beschoten. Weten deze muzikanten niet meer het verschil tussen fictie in clips en songteksten en de harde realiteit? De Groninger Sherlock Telgt is zanger van de formatie Zombi Squad en één van de mensen achter Bumrush The Building, een verzamelgebouw voor artiesten uit de hiphopscène. Telgt waarschuwt nadrukkelijk voor het generaliseren van geweldsincidenten in de hiphopscène. “Ik vergelijk het met voetbalsupporters. Daar zit ook een groep bij die geweld pleegt, maar het is maar een klein deel.” Veel rappers zingen over geweld. ’Bitches’ (hoeren), ’attrako’ (overval), ’dope’ (te gek) en ’pipa’ (pistool) zijn straattaalwoorden die veelvuldig worden gebruikt. “Daar is niets vreemds aan. In zoveel Nederlandse films wordt grove taal gebruikt. Het is gewoon straattaal”, zegt Telgt. Onderzoek op internet en in de hiphopscène wijst uit dat dit segment in de muziekwereld enorm aan terrein wint

Hiphop groeit in Stad en Ommelanden

Telgt: “Ik denk dat op dit moment alleen al in de stad zo’n 150 jongeren actief zijn in de hiphopscène. Op het platteland zijn het er nog eens zoveel. Ze zijn erg creatief en weten hun weg te vinden op internet.” In primitieve en professionele studio’s maken de jongeren clips en tracks; filmpjes en muzieknummers. Op het internet zijn talloze clips te zien die zijn gemaakt in de stad. Eerder dit jaar werd de Amsterdamse rapper Lexxxus beschoten op een muziekfeest. Vanaf zijn ziekenbed liet hij weten dat een echte ’nigga die shit gewoon neemt’. Oftewel: als ’rapneger’ die heftig is, neem je wat kogels voor lief. Wat inspireert deze jongeren? “Ik heb geen idee. Je had Amerikaanse artiesten als Tupac die rapten over geweld. Sommige jongeren kijken hier tegenop en hebben het gedrag overgenomen. Maar het is een groep in de marge. Verreweg de meeste rappers zijn heel goed bezig met muziek.”

RECHTBANK Geweld na escalatie familieruzie

MAASTRICHT – Tegen twee leden van de familie Krijnen zijn gisteren in Maastricht onvoorwaardelijke gevangenisstraffen geëist wegens bedreiging van en geweld tegen de politie. Breur (38) hoorde zes maanden tegen zich eisen, tegen zwager William M. (35) werd 3 maanden geëist.

Breurs 19-jarige zoon Michael dient volgens officier van justitie Leonard Geuns een taakstraf van 30 uur te krijgen wegens het nietopvolgen van politiebevelen. Junior had ’s ochtends ook al voor het hekje gestaan in een andere zaak, die met een schikking werd afgedaan: 20 uurtaakstraf. DeKrijnens moesten zich verantwoorden voor onder meer bedreiging en gebruik van geweld tegen de politie.Agenten waren op 27 oktober jl. in de avonduren afgekomen op een melding van een vechtpartij bij de woning van Breur, onder de Noorderbrug. Daar was een
verjaardagsfeestje van Breurs vriendin uit de hand gelopen. Breur en William hadden gevochten. Er waren spanningen in de familie geweest na de huisuitzetting van moeder Tiny.

De mannen hadden de politie agressief bejegend, toen die poolshoogte kwam nemen en niet inging op het verzoek op te krassen of andersten minste de ‘eigen’ vertrouwde wijkagenten erbij te roepen. Verbalisanten meldden uitspraken als Berg op of ik sla jullie kapot en Kom maar op, ik sla je in elkaar, homo. Tijdens duw- en trekwerk kreeg een agent van Breur een vuistslag in het gezicht. Breur was zich er in eerste instantie niet van bewust dat het een agent betrof, zei hij. Toen hij dat doorkreeg, ging hij meteen op zijn knieën zitten om zich te laten arresteren. „Ik besefte dat ik een grote fout had gemaakt en wilde het niet nog erger maken. Heb ook de zorg voor mijn moeder nog.” Zwager William was fel tegen overgave en ging door het lint, aldus de verbalisanten. De mannen hadden gedronken. William had zijn bovenkleding uitgetrokken, zwarte handschoenen aangedaan en kung fu-bewegingen gemaakt. De politie had zich beter niet met een interne ruzie kunnen bemoeien, dan was het niet zo uit de hand gelopen, opperden de verdachten. Het politie-optreden tegen William was disproportioneel geweest,stelde advocaat Peer Szymkowiak. Wat door de officier van justitie werd weersproken; de politie had zich beperkt tot wapenstok en pepperspray. Geuns betoogde dat de mannen de politie gewoon hun werk hadden moeten laten doen.

‘Kom maar op, ik sla je in elkaar, homo’

De meervoudige strafkamer doet op 25 november uitspraak. Breur hangt tevens ten uitvoerbrenging van een eerder opgelegde voorwaardelijke gevangenisstraf van 12 maanden boven het hoofd. Ook is schadevergoeding geëist. Het verzoek om de voorlopige hechtenis op te heffen, werd afgewezen. Breur zit vast in Breda,William inRoermond.

GEWELD Politie vermoedt dat ze in val is gelokt

MAASTRICHT – De politie onderzoekt of drie leden van de familie Krijnen dinsdagavond agenten in de val hebben gelokt.

Na meldingen van een vechtpartij onder de Noorderbrug trof de politie drie leden van de familie Krijnen die een agent een vuistslag in het gezicht gaven en met de dood bedreigden. Het drietal is opgepakt wegens openlijke geweldpleging, mishandeling, bedreiging en verzet bij aanhouding. De politie houdt er rekening mee dat het drietal de agenten in de val heeft laten lopen, zegt een politiewoordvoerder. Toen de politie na een melding over een vechtpartij naar de Noorderbrug trok, waar een van de zonen Krijnen woont, trof ze de drie „opgefokte mannen”, die zich vrij snel na aankomst tegen de politie keerden. Het gaat om de 38-jarige man die er woont, zijn 19-jarige zoon en zijn 35-jarige zwager. De politie vermoedt dat er sprake is van een bewuste confrontatie alsreactie op het vonnis van vorige week en de inval bij moeder Krijnen na aanwijzingen dat zij het huisin brand wilde steken.

Er waren dinsdagavond twaalf agenten en twee politiehonden nodig om de leden van de familieKrijnen, die zich hevig verzetten, te arresteren. De drie verkeerden volgens de politie vermoedelijk onder invloed van alcohol en drugs. Ze zijn in verzekering gesteld en worden vrijdag voorgeleid aan de officier van justitie. Ze zitten in beperkingen en mogen alleen met hun advocaat contact hebben. Het OM in Maastricht zegt in het algemeen de richtlijn te volgen om zwaardere straffen te eisen bij geweld tegen agenten, maar wacht het onderzoek af. Serge Weening, advocaat van de 35-jarige verdachte, zegt dat de politie buitenproportioneel veel geweld heeft gebruikt. Zijn cliënt zou met een wapenstok zijn geslagen. Volgens de politie is er slechts proportioneel geweld gebruikt: „Dat was nodig was om het verzette breken.”

Page 1 of 21 2