BRUNSSUM – In de De Ruyterstraat in de Brunssumse wijk Egge is met verbijstering gereageerd op de arrestatie van Ali B. 17, de scholier die samen met drie andere plaatsgenoten wordt verdacht van de moord op de bejaarde Arnold Vink.

Verbijstering die alles te maken heeft met het feit dat B. bijna een buurjongen van het 77 jarige slachtoffer is. Hij en zijn familie wonen slechts ene paar deuren verder, in hetzelfde huizenblok.

“Ik kan me nauwelijks voorstellen dat Ali er wat te maken heeft,” zegt een buurvrouw. “Ik ken hem als een keurig nette jongen, die voor iedereen een vriendelijk woord over had. Ik had Ali zelfs nooit op kattenkwaad kunnen betrappen. Dit moet vreselijk zijn voor zijn ouders.”

Het misdrijf en de uiteindelijke aanhouding zijn nog altijd het gesprek van de dag, maar tegenover de pers willen de bewoners alleen maar anoniem hun mening kwijt. Over de identiteit van de drie andere verdachten kan niemand wat vertellen. “Ik heb gehoord dat de jongen die samen met Ali is opgepakt een paar straten verderop woont, ” zegt een man die net zijn hond uitlaat. “Maar ik heb geen idee wie die twee knapen zijn die afgelopen zondag zijn aangehouden.” Er heerst in de straat wel opluchting dat de moord nu naar alle waarschijnlijkheid is opgelost. Een vrouw claimt zelfs de politie op het juiste spoor te hebben gezet. “Ik ben helderziende en toen agenten hier waren voor buurtonderzoek heb ik gezegd dat ze naar meerdere daders moesten zoeken. Zie het resultaat: vier arrestaties.” Volgens de vrouw is het al de derde moord in de wijk sinds ze in Egge woont. “Er wurgde een zoon zijn moeder, daarna stak een man iemand anders een mes in de keel en nu was die arme meneer Vink aan de beurt. Het is dus niet echt een veilige buurt. ” Ook zij beweert Ali redelijk goed te kennen. “Het was een jongen waar je nooit last van had.” De voordeur van het huis van Vink is niet langer verzegeld. Op het raam is een affiche geplakt, afkomstig van de politie. Het is een paar weken geleden opgehangen om aandacht te vragen voor de ‘pantoffelmoord’, zoals het misdrijf inmiddels te boek staat. Toen Vink werd gevonden droeg hij slechts één pantoffel. De andere is spoorloos, nog steeds.

Een directe buurvrouw van het slachtoffer heeft haar verhaal al heel vaak moeten vertellen, maar nog altijd wordt ze door emoties overmand. Ze heeft Vink dood in zijn woning zien liggen, nadat diens huishoudster hem had gevonden en compleet overstuur bij haar aanbelde. “Dat was een vreselijk gezicht. Zo’n aanblik vergeet je je hele leven niet meer.” Nee, ze wil niet zeggen hoe haar buurman aan zijn einde is gekomen. “Ik heb de politie beloofd daar mijn mond over te houden. Maar hij is in elk geval niet doodgeslagen, zoals wordt beweerd.” De vrouw omschrijft Vink als een wat teruggetrokken levende, maar aardige man. “We hadden een goed contact, al liepen we de deur niet bij elkaar plat. Hij keek graag tot diep in de nacht televisie. Dan kon iedereen hem zien zitten, want hij schoof pas de gordijnen dicht als hij naar bed ging.”