Chat with us, powered by LiveChat

Meerdere verdachten in deze zaak, waaronder de 27-jarige man uit Geleen, worden bijgestaan door Francoise Landerloo

De rechtbank Limburg heeft woensdag bepaald dat zes van de tien Satudarah-leden die in december en januari zijn opgepakt in de cel moeten blijven tot aan het begin van hun proces. Dat start voor de meeste verdachten op 10 december.

Voor drie anderen, onder wie president Stefan P. staat de behandeling vanaf 10  januari op de agenda. Hun zaken zijn afgesplitst omdat hun advocaat Peer Szymkowiak eind dit jaar verhinderd is.

Kaderleden
De politie Limburg pakte op 6 december Satudarah-president Stefan P., Antony P., Emanuel P., Paul S. (allen uit Geleen) en Dave E. uit Kerkrade op. Justitie ziet hen als de kaderleden van de motorclub. Zij zitten sindsdien vast. Vijf medeverdachten verdwenen in januari in de cel. Twee hen van kwamen eerder al vrij.

Een 27-jarige man uit Geleen kreeg woensdag te horen dat zijn voorlopige hechtenis geschorst wordt. Een medeverdachte uit Brunssum (42) mag vanwege familieomstandigheden in oktober naar huis. De twee zouden alleen een rol hebben gespeeld bij de afpersing en vrijheidsberoving op 1 december 2017. Het vermeende slachtoffer werd op die dag ontboden in het clubhuis, gemeenschapshuis Merpati in Geleen, omdat hij de motorbende zou hebben bedonderd.

Afpersingen
President Stefan P. (42) van het Geleense chapter van Satudarah heeft volgens justitie vier afpersingen en vijf andere misdrijven op zijn kerfstok. Het Openbaar Ministerie (OM) verwijt de leider van motorclub Satudarah in Geleen dat hij in 2015, 2016 en 2017 betrokken is geweest bij de afpersingen van in totaal vijf mensen in Geleen, Heerlen en Maasmechelen.

Het OM vervolgt Stefan P. verder voor deelname aan een criminele organisatie, overtreden van de Opiumwet, overtreding van de Wet wapens en munitie en witwassen van crimineel geld. Politie en justitie hebben in 2017 28 bijeenkomsten van de motorclub heimelijk afgeluisterd en gefilmd.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Mohammed G., die wordt verdacht van betrokkenheid bij een fataal afgelopen ontvoering in Zuid-Afrika, heeft in nauw contact gestaan met de hoogstgeplaatste woordvoerder van Islamitische Staat (IS) in Afrika.

Dat blijkt uit informatie van de Amerikaanse opsporingsdienst FBI, zo heeft de officier van justitie maandag gezegd tijdens een niet-inhoudelijke zitting voor de rechtbank in Rotterdam. 

Terroristische organisatie
De 29-jarige verdachte wordt nu door het Openbaar Ministerie (OM) ook beschuldigd van deelname aan een terroristische organisatie. Om die reden blijft de Limburger, die al een half jaar in voorarrest zit, voorlopig vastzitten, zo besloot de rechtbank.

Lees ook: ‘Dodelijke ontvoering linkt Mohammed G. aan terrorisme’

Contacten gehad
De jihadist zat eerder al drie jaar in de cel voor pogingen tot deelname aan de gewapende strijd in Syrië. Nadat hij was vrijgekomen, heeft hij tot begin dit jaar volgens het OM opnieuw contacten gehad met internationale jihadisten. Onder hen zijn de twee verdachten van de ontvoering van een Brits echtpaar in Zuid-Afrika en een andere tussenpersoon uit Somalië. De IS-topman, die bekendstond als Abu Fida, werd al in 2016 opgepakt in Kenia.

Terroristische plannen
G. blijkt volgens het OM al sinds 2015 met hen samen te hebben gewerkt aan terroristische plannen. Het ging onder meer om het regelen van reizen naar Syrië en Libië, het opzetten van een trainingskamp in Somalië en het kopen van wapens. Ook wilden ze vrouwen naar Libië lokken om ze daar te verkopen op de slavenmarkt.

Bitcoins kopen
Het Britse stel Rodney en Rachel Saunders woonde in Zuid-Afrika en werd in februari ontvoerd, waarna hun stoffelijke resten twee weken later werden teruggevonden. De verdachten zouden op hun geld uit zijn geweest, waarmee ze terroristische activiteiten wilden betalen. G. zou hebben geprobeerd met 127 dollar van de omgekomen vrouw bitcoins te kopen.

Het onderzoek loopt nog volop en vindt onder meer plaats in Zuid-Afrika.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Maastrichtenaar Mohammed G. wordt door justitie nu officieel verdacht van deelname aan een terroristische organisatie, vanwege een dodelijke ontvoering in Zuid-Afrika.

Dat werd maandag duidelijk bij een zitting voor de rechtbank in Rotterdam. 

Bitcoins
Het OM gaat er nu van uit dat de Maastrichtse jihadist de creditcards die werden buitgemaakt bij een dodelijke ontvoering in Zuid-Afrika, wilde gebruiken voor terroristische organisaties. G. zou hebben geprobeerd met de creditcardgegevens bitcoins te kopen. Die zouden dan weer gebruikt worden voor de aankoop van wapens, het opzetten van een trainingskamp en het voeren van propaganda voor een netwerk van jihadisten.

Zuid-Afrika
In februari werd in Zuid-Afrika een ouder Brits echtpaar ontvoerd. Hun lichamen werden enkele weken later teruggevonden. Voor de ontvoering zit een Zuid-Afrikaans koppel vast. Mohammed G. zou dat echtpaar hebben geholpen met de verdere afwikkeling van de ontvoering en het wegsluizen van de buit.

Lees ook: Mohammed G. betrokken bij ontvoering Zuid-Afrika

IS
G. is al vaker in contact geweest met justitie vanwege zijn extremistische gedachtengoed. Hij zat drie jaar vast omdat hij wilde afreizen naar IS-gebied om daar de strijd aan te gaan. Ook zat hij vast in een psychiatrische kliniek.

Advocaat Serge Weening vindt het opmerkelijk dat justitie de identiteit van Jos Brech (55), verdacht van betrokkenheid bij de dood van Nicky Verstappen, bekend heeft gemaakt.

De raadsman, die de verdachte overigens niet vertegenwoordigt, benadrukt dat Brech nog niet schuldig is bevonden. “Geregeld komen er verdachten in beeld die vervolgens als niet meer verdacht uit beeld gaan. Ook onschuldige mensen kunnen verdacht worden.” 

Geen zekerheid
Dat het DNA van Brech voor honderd procent overeenkomt met het DNA dat op het lichaam van Nicky Verstappen is gevonden, zegt volgens Weening niet dat de verdachte ook de dader is. “Een honderd procent match, dat kom ik geregeld tegen. Later blijkt dan toch dat de persoon niet betrokken blijkt bij het strafbaar feit. Deze man wordt door de buitenwereld voor schuldig gehouden, met naam en foto. Daar komt hij nooit meer vanaf.”

Social media
De Maastrichtse advocaat wijst er ook op dat beschuldigingen op social media veelal afkomstig zijn van mensen die geen letter van het dossier hebben gezien. Het is volgens Weening nu al een heksenjacht. “Als je ziet wat er nu al voorbij komt aan verwensingen op social media, dan mag de man blij zijn dat hij gepakt is door de politie.”

B. of Brech
Volgens Weening heeft het delen van naam en foto enorme gevolgen voor Brech. Jos B. heeft over tien jaar een leven; Jos Brech niet meer. De politie had de verdachte ook als vermist kunnen opgeven, stelt de raadsman “Dan hadden alle mensen misschien net zo hard meegezocht en was hij wellicht ook gevonden. Zonder er een stempel op te drukken van iemand die ook verdacht wordt van zedenmisdrijven.”

Dat blijkt uit een rondje langs prominente Limburgse strafrechtadvocaten. “Hij mag me bellen”, zegt Gitte Stevens uit Roermond, bekend van de verdediging van motorclub Bandidos. 

Veel vragen
Volgens de advocaten is het belangrijk om te benoemen dat Brech nog steeds een verdachte is in de zaak Nicky Verstappen. Daarmee bedoelen ze dat zijn schuld nog eerst bewezen moet worden. “Er kan dan wel een één-op-één-match zijn van dna, maar het is de vraag waar dat dna is aangetroffen en om wat voor sporen het gaat. Een voorbijganger die boven het lijk heeft gehangen kan ook dna achterlaten. Dat hoeft dus niet meteen aan te tonen dat hij daadwerkelijk de moordenaar is”, zegt Stevens.

Collega Björn Jegers uit Heerlen sluit zich daarbij aan. “Brech zal een verklaring moeten geven voor dat dna, maar of hij dat openlijk gaat doen, is de vraag. Hij kan zich beroepen op zijn zwijgrecht, of juist open kaart spelen en schoon schip maken. Maar dat ligt er vooral aan wat hij zelf wil.”

Bijstand in Spanje
De Venlose strafrechtadvocaat Marcel Heuvelmans, onder andere bekend als advocaat van de verdachte van de moord op René Steegmans uit Venlo, pleit ervoor dat er snel Nederlandse bijstand komt voor Brech in Spanje. “Er circuleren nu al berichten dat Nederlandse rechercheurs hem in Spanje willen ondervragen. Dat kan wat mij betreft alleen als zijn verdediging dan ook gewaarborgd is. Dus ik hoop dat hij eerst een goede Nederlandse advocaat krijgt.” 

Privacy
Over de vraag of de schending van de privacy van Brech terecht is, verschillen de advocaten. De Maastrichtse advocaat Ivo van de Bergh vraagt zich af of politie en Justitie niet eerst een foto met balkje hadden kunnen publiceren zonder de persoonsgegevens prijs te geven. “Dan had je het signaal afgegeven: we hebben Brech op de korrel, zonder hem meteen aan de schandpaal te nagelen.”

Laatste optie
Peer Szymkowiak stelt daar tegenover dat het écht om een laatste optie gaat die nu is ingezet. “Het is een belangenafweging. Alle andere opties zijn eerst afgewerkt en het vrijgeven van zijn persoonsgegevens vind ik daarom verdedigbaar. Ik denk dat de rechter dit ook zal vinden.” Björn Jegers sluit zich hierbij aan. “Dit is een uitzonderlijk geval. De zaak kon al 20 jaar niet worden opgelost. De hulp van het publiek was hierbij nodig. Als advocaat zou ik trouwens wel in verweer gaan hiertegen als het mijn cliënt zou kunnen helpen.”

Advies aan Brech
​Op de vraag wat het eerste advies is aan Brech als hij hen zou bellen voor de verdediging zijn de advocaten eensluidend. “Even niets zeggen, totdat ik het dossier helemaal ken”, stelt Heuvelmans. Van de Bergh: “Maar dat is het advies dat ik aan alle cliënten geef.”

Sofian S. wordt bijgestaan door Francoise Landerloo

De moord op Kaan Safranti in Breda op 8 april was het bloedige einde van een ripdeal door een groep Limburgse verdachten. Het slachtoffers werd met meerdere schoten uit een kalasjnikov in zijn hals en rug zijn leven beroofd.

De vermoedelijke schutter is de 22-jarige Sofian S. uit Roermond. Dat bleek vrijdag voor de rechtbank in Breda.

Doodslag in vereniging
De twee vrouwen en drie mannen uit Limburg die vastzitten voor de dodelijke schietpartij worden verdacht van doodslag in vereniging. “Je hoeft in deze zaak niet in de woning te zijn geweest om beschuldigd te worden van doodslag”, zei officier van justitie Pauline Lanslots tijdens een voorbereidende zitting. De zesde verdachte, een 23-jarige man uit Roermond, was daarvoor nog niet opgeroepen. Hij is op 10 juli als laatste opgepakt.

De mannen en vrouwen, in leeftijd variërend van 21 tot 28 jaar, komen uit Sittard, Geleen, Roermond en Venlo. Het verzoek van advocaten om de voorlopige hechtenis van twee van hen te schorsen, wees de rechtbank af.

Het slachtoffer werd in zijn woning in de Bredase wijk IJpelaar gedood. Duidelijk is dat het ging om een tevoren georganiseerde ripdeal door de criminele groep uit Limburg.

Initiatiefnemer
Het Openbaar Ministerie ziet de 22-jarige Sofian S. uit Roermond als de initiatiefnemer voor de ripdeal. Volgens zijn advocaat Francoise Landerloo beroept haar cliënt zich op haar zwijgrecht.

De 21-jarige jarige Jaime D. uit Geleen heeft wel een verklaring afgelegd. Daarin zegt ze al weken voor de pleegdatum op verzoek van medeverdachten een Mercedes met Duits kenteken te hebben gehuurd. Ze is ook voor honderd euro met haar Opel Corsa naar Breda gereden, ‘om iets op te halen’. Volgens de officier zijn er echter voldoende bewijsmiddelen dat zij wist dat er een ‘R’ was beraamd, een ripdeal. Advocaat Sandra Carli zegt dat de jonge vrouw heeft staan te wachten, maar tot haar aanhouding niets wist van de schietpartij.

DNA
Haar collega raadsman Yehudi Moszkowicz bestrijdt met klem dat zijn cliënt, de 21-jarige Jesse de J. uit Roermond, betrokken was bij de dood van het slachtoffer, ook al is zijn DNA op een kogelhuls aangetroffen. Uit camerabeelden blijkt volgens de raadsman ‘onomstotelijk’ dat deze man niet op de plaats van het delict was, maar bij een pizza-zaak, ongeveer 200 meter verderop.

De volgende pro formazitting is op 9 november.

Moussa O. wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Moussa O. (22), verdachte van de moord op Maastrichtenaar Jack Koker, schrijft dat hij degene is die Koker op 27 mei 2017 heeft doodgestoken. De Griekse Moussa O. deed de bekentenis in een brief die gevonden werd in zijn cel.

De brief was gericht aan zijn vriendin I.A. (29) die ook hoofdverdachte was in de moordzaak. De tevens Griekse I.A. werd naar aanleiding van de vondst begin juli al vrijgelaten.

Koker werd vorig jaar doodgestoken in zijn eigen woning op de vijfde verdieping van de ANWB-flat aan het Koningsplein in Maastricht. De zaak zou draaien om cocaïne.

Reconstructie
De brief met daarin de verklaring werd gevonden tijdens een doorzoeking van de cellen van Moussa O. en I.A. Officier van justitie David van Cuppeveld vertelt tijdens de pro-forma zitting op 1 augustus: “Er was een reconstructie gepland van de moord. Maar we hadden al langer het idee om de geplande reconstructie ook op een andere manier te gebruiken om dichter bij de waarheid te komen en verwachten wel dat de twee verdachten elkaar zouden gaan schrijven over de reconstructie.”

Die geplande constructie is er dus nooit gekomen want het OM ziet er geen toegevoegde waarde meer in na de vondst van de brief. Dit besluit werd genomen na overleg met de verdediging – de twee advocaten van de verdachten. “Ook zij vonden een reconstructie niet meer noodzakelijk naar aanleiding van brief.”

Griekse vriendin
De Griekse vriendin van Moussa O, I.A., werd in april dit jaar aangehouden in Griekenland en overgeleverd aan Nederland op grond van EU-afspraken. De officier van justitie vermoedde namelijk dat zij en niet Moussa O. de Maastrichtenaar Koker in zijn rug had gestoken. Dit vermoeden ontstond na het afluisteren van telefoongesprekken van Moussa O. in de gevangenis. Hij had tegen zijn vriendin I.A. gezegd: „Ik zit hier voor jou, voor jou zal ik vrijkomen.” De moordzaak leek hiermee een totaal andere wending te krijgen.

Cocaïnedeal
Het Griekse stel was in de fatale nacht in Kokers flat om cocaïne te gebruiken. Toen het op betalen aankwam ging de tevens aanwezige Maastrichtenaar H. –die voorheen ook verdachte was in de zaak- met de pinpas van O. geld halen. Daar stond te weinig geld op, waarna H. wegging om het met A.’s pasje te proberen. In die tijd zou Koker zijn vermoord.

Op 12 september staat de volgende pro-forma zitting gepland van de moordzaak. Op 15 en 19 november dit jaar wordt de zaak inhoudelijk behandeld.

Moussa O. wordt bijgestaan door Sjanneke de Crom

Hoofdverdachte Moussa O. heeft in een brief aan zijn vriendin bekend dat hij verantwoordelijk is voor de dood van Maastrichtenaar Jack Koker.

Dat bleek woensdag in een pro-formazitting, meldt De Limburger. Koker werd in mei vorig jaar neergestoken in de ANWB-flat aan het Koningsplein, waar hij woonde. 

Cellen doorzocht
De brief werd gevonden toen de cellen van O. en vriendin I.A. werden doorzocht. De vrouw was eveneens hoofdverdachte in de zaak die ook wel bekend staat als de ‘flatmoord’, maar werd na de vondst van het epistel begin juli al vrijgelaten. De vrouw werd eerder in april aangehouden in Griekenland, omdat justitie vermoedde dat zij Koker had neergestoken.

Cocaïne
Koker werd op 30 mei 2017 dood aangetroffen in de flat, nadat omwonenden alarm hadden geslagen dat hij al een paar dagen vermist was. Het stel zou die avond in de flat zijn geweest om cocaïne te gebruiken. Daar was ook een Maastrichtenaar, H., bij aanwezig.

Reconstructie
Officier van justitie David van Cuppeveld stelt dat er onder meer om tactische redenen een reconstructie van Koker’s laatste uren gepland was. “We hadden al langer het idee om de geplande reconstructie ook op een andere manier te gebruiken om dichter bij de waarheid te komen en verwachten wel dat de twee verdachten elkaar zouden gaan schrijven over de reconstructie.” Na de vondst van de brief werd de reconstructie afgeblazen.

De inhoudelijke behandeling van de zaak zal van 15 tot 19 november plaatsvinden. Op 12 september is nog een pro-forma zitting gepland.