Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Het Openbaar Ministerie onderzoekt of Babu A. (48) uit Roermond een schakel is in een keten van mensenhandel die vanuit Hongarije via Zwitserland naar Nederland loopt.

Aanleiding is de vermeende prostitutie van een net dertienjarig meisje uit Hongarije in het autobedrijf van A. aan de Schipperswal in Roermond. Het OM heeft dit bevestigd na vragen van De Limburger.

Politie en justitie verdenken A. en twee Hongaarse mannen van 49 en 51 jaar ervan dat ze een Hongaars meisje in de prostitutie lieten werken. Het trio werd op 8 december in Roermond gearresteerd. Zij zijn alle drie eerder met de politie in aanraking geweest. Voor welke delicten is niet duidelijk.

Autobedrijf
A. kwam in 1994 als Tamilvluchteling naar Nederland via Zwitserland. In dat land heeft hij volgens bronnen nog altijd contacten. De politie trof twee weken geleden in het autobedrijf van A. aan de Schipperswal in Roermond een Hongaars aan meisje, dat net op die dag dertien jaar was geworden. Bij haar waren de Hongaarse mannen van 49 en 51 en een jonge, zwangere Hongaarse vrouw.

Het onderzoeksteam “gaat er vooralsnog van uit” dat het meisje in het pand was gehuisvest en daar klanten moest ontvangen. Het kind is afkomstig uit een Hongaars jeugdhuis. Het komt regelmatig voor dat tieners uit de arme streken van Hongarije via Zwitserland in ons land in de prostitutie terechtkomen.

Anonieme tip
Volgens Serge Weening, de advocaat van A., blijkt tot nu toe nergens uit dat het OM de link van zijn cliënt met Zwitserland onderzoekt. “Mijn cliënt werd een dag na een anonieme tip al opgepakt. Er was in elk geval geen vooronderzoek.” A. ontkent zijn betrokkenheid bij mensenhandel. Hij zou de twee Hongaren een onderkomen hebben aangeboden. Zijn wachtten op een andere woonruimte in Roermond. Volgens de raadslieden van de Hongaren zeggen ook zij onschuldig te zijn.

De rechtbank heeft donderdag besloten dat de drie nog zeker dertig dagen in de cel blijven.

Een gesprek met advocaat Francoise Landerloo, die meerdere mensen verdedigt die verdacht worden van deelname aan de jihad of het treffen van voorbereidingen daarvoor.

Wat vindt zij van de straf die de rechtbank vandaag aan de 18-jarige Aicha uit Wanssum oplegde?

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening en Joost de Bruin
In de strafzaak rond een valsemuntersbende hoeft alleen Lisa P. (30) uit Nijmegen de cel in, en wel een jaar.

Dat  blijkt uit de vonnissen die de rechtbank Limburg vrijdag  tegen de negen daders heeft uitgesproken. De rechters noemen het maken van vals geld verwerpelijk en de gevolgen die dit heeft voor het het betalingsverkeer zeer kwalijk.

Spin
De rechters zien Lisa P.  als de spin in het web van de groep mensen uit Noord- en Midden-Limburg die in 2014 valse bankbiljetten van vijftig euro maakten, kochten en verkochten. Het Openbaar Ministerie had twintig maanden celstraf tegen haar geëist. De rechters deden daar een groot deel vanaf omdat justitie in hun ogen de strafzaak veel te lang onnodig op de plank heeft laten liggen.

Omdat, zoals dat in juridische termen heet, de redelijke termijn is overschreden hoeft bijvoorbeeld Marco R. (35), die destijds in Maasbree woonde, niet naar de gevangenis.  De officier van justitie had voor hem wegens het het maken, verkopen en betalen met vals geld achttien maanden in petto en voor wapenbezit nog eens twaalf maanden, maar daar komt het dus niet van. R. moet wel 240 uur werkstraf verrichten.

Hoofdafnemer
Het OM had  de rechtbank gevraagd Peter M. (38) uit Roggel, de vermeende hoofdafnemer van de valse biljetten,  twaalf maanden gevangenisstraf op te leggen. De rechtbank maakte daar zes maanden voorwaardelijk en 240 uur werkstraf van.

De rechters waren clement voor de oudste verdachte, de 77-jarige oma van Lisa P. Zij is gezien haar geringe rol, broze gezondheid en hoge leeftijd ontslagen van rechtsvervolging. In haar huis in Helden printten en bedrukten vijf verdachten in februari 2014 1125 biljetten van 50 euro. De bejaarde vrouw heeft toegegeven dat ze het kopieerapparaat heeft bediend. De vier anderen in haar gezelschap zouden met strijkbouten hologramzegels in de biljetten hebben geperst.

De rechtbank legde de mededadersn met een geringere rol relatief lichte werkstraffen op.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Francoise Landerloo

Tegen drie leden van het Sittardse gezin L. is donderdag in hoger beroep opnieuw tot vijftien jaar cel geëist vanwege hun rol bij de zogenaamde zoutzuurmoorden op Alan Gregeri (24) en Mohammed al Jader (24).

Geen verandering
De strafeisen zijn gelijk aan die van drie jaar geleden. Toen heropende het hof echter de zaak, omdat meer onderzoek nodig was. Volgens justitie verdienen moeder Els en vader Hub L. allebei vijftien jaar cel. Dochter Rachelle zou twaalf maanden moeten krijgen, waarvan vier voorwaardelijk.

Bekentenis
Moeder Els (63) werd bij de rechtbank veroordeeld tot 15 jaar omdat ze bekende dat zij in 2011 in het Duitse grensplaatsje Tüddern Al Jader heeft doodgeschoten.

Geloofwaadigheid
Vader Hub (63) en dochter Rachelle (25) werden in 2013 vrijgesproken omdat de rechtbank de belangrijke verklaring van huisvriend en medeverdachte Ron van K. ongeloofwaardig vond. Van K. vertelde dat Hub het laatste schot loste om Al Jader te vermoorden en dat Rachelle een taser zou hebben gebruikt. In het extra onderzoek werd deze verklaring door rechtspsycholoog Peter van Koppen wel geloofwaardig geacht.

Taser
Justitie gelooft dat Hub en Els de moord samen pleegden. Tegen Rachelle werd 12 maanden, waarvan 4 voorwaardelijk, geëist voor de mishandeling met de taser.

Veroordelingen
Zoon Michel L. en de inmiddels overleden Van K. werden veroordeeld tot 26 en 30 maanden voor het daadwerkelijk oplossen van de lichamen. Zoon Maurice L. kreeg van de rechtbank 13 jaar cel voor moord op Gregeri. In die drie zaken werd geen hoger beroep ingesteld.

De uitspraak is 30 januari.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

De drie verdachten Jurandy T., Xionel B. en Sergio K. zijn niet verantwoordelijk voor de moord op Sven Prins uit Brunssum en de poging tot moord op zijn bijrijder. Dat bepleitten hun advocaten donderdag in de rechtbank van Maastricht.

De verdediging verwijt het OM onder meer ‘tunnelvisie’ en ‘doelredenering’. Justitie eiste afgelopen vrijdag nog 25 jaar cel voor het trio.

Prins werd in september 2015 op de grens van Brunssum en Heerlen doodgeschoten. Het was het fatale einde van een wilde achtervolging per auto. De man bij wie Prins in de auto zat kon ontkomen. Aan een undercover agent zou T. later hebben verteld over de liquidatie.

Bluf
Volgens zijn raadsman Serge Weening was het verhaal van zijn cliënt echter pure bluf. „De infiltrant deed zich voor als een grote crimineel die naar Limburg kwam. Hij vroeg de jongens of ze interesse hadden in klusjes. Daardoor is meteen sprake van een hiërarchische verhouding. Hij presenteert zich als de leider en de jongens waren een soort van loopjongens voor hem met een interessant toekomstperspectief. Vervolgens kwam er een ‘marketingcampagne’ op gang vol bluf en grootspraak. T. bekende moorden die nooit gepleegd zijn.”

Kippenhok
Bart Nijsten, advocaat van Xionel B., sluit zich daarbij aan. “Er was sprake van een kippenhok met drie haantjes. Ze bouwden ieder aan hun eigen legende. T. zou met een automatisch wapen langs het hoofd van mijn cliënt hebben geschoten. Als dat klopt, was hij nu doof geweest.” Volgens Nijsten was B. bovendien thuis ten tijde van de moord, iets wat zijn partner zou beamen.

Verslag infiltrant
Ook Sergio K. zou tijdens de liquidatie thuis zijn geweest omdat hij moest oppassen, aldus zijn raadsman Luc Bien. De advocaat zet verder grote vraagtekens bij het niet nader onderzoeken van tips uit België en bij de verslaglegging van de infiltrant. Hij wijst op omissies en fouten in de rapportages. “De undercover heeft cruciale info gemist. Als een getuige of deskundige tijdens een proces niet onfeilbaar is gebleken, dan mag diens verklaring niet doorslaggevend zijn.”

Uitspraak is op 23 januari.

De mannen die woensdagavond zijn opgepakt tijdens de grote politie-actie bij Satudarah in Geleen, vormen de complete top van het chapter Geleen van de motorclub.

Dat hebben bronnen rond het onderzoek bevestigd.

Eén van de gearresteerden is de president van de afdeling. Met hem zouden vier medebestuursleden zijn opgepakt. Vier van de vijf verdachten hebben een Molukse achtergrond. Dat geldt niet voor de 43-jarige verdachte uit Kerkrade. De opsporingsautoriteiten denken dat hij de sergeant of arms in Geleen is. Die draagt zorg voor de veiligheid van de leden en de orde binnen de club.

Strijdplan
De arrestatie van de leiding van Satudarah Geleen past in het strijdplan van het Openbaar Ministerie om de motorclub te verbieden. Het OM richt zijn pijlen niet meer zozeer op individuele criminele leden maar meer op de beweerde criminele clubcultuur van Satudarah. De organisatie, in dit geval het bestuur van het Geleense chapter, zou de wetteloosheid van zijn leden faciliteren en op de hoogte zijn van misdrijven waar ze bij betrokken zijn.

200 agenten
De vijf bestuursleden belandden deze week in de cel na een grootscheepse actie met onder meer  200 agenten. De actie was onderdeel van een onderzoek naar misdrijven zoals verboden wapenbezit, afpersing, witwaspraktijken en drugshandel. Eén van de locaties die werd onderzocht, was een Molukse gemeenschapshuis  in Geleen. Daar zouden Satudarah-leden clubavonden organiseren. Op die plek zijn vier mannen gearresteerd. Geleen is de enige afdeling van Satudarah in Limburg.

Rechtmatig
De vijfde werd in een huis in Geleen in de boeien geslagen. Het OM wil niet reageren op vragen over de aanhoudingen van  de bestuursleden. Het OM twittert: “De rechtmatigheid van de aanhoudingen en de inverzekeringstellingen zijn getoetst en rechtmatig bevonden. Dinsdag volgen de voorgeleidingen bij de rechter-commissaris. De verdachten zitten in beperking. Het onderzoek loopt”.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening
De moeder, vader en zus van de in 2015 geliquideerde Sven Prins willen samen 57.000 euro affectieschade van de moordenaars van hun zoon en broer.

Affectieschade
De familie Prins loopt hiermee vooruit op een regeling die nog in behandeling is. Nabestaanden van slachtoffers die zijn overleden of ernstig letsel hebben opgelopen kunnen nu formeel nog geen beroep doen op affectieschade. De Tweede Kamer heeft het wetsvoorstel affectieschade al aangenomen. Het ligt nu bij de Eerste Kamer. De advocaten Floor Oehlen en Phil Boonen kondigden tijdens de behandeling van de liquidatiezaak de affectieclaim toch al aan.  Zij hopen dat de nieuwe vergoedingsvorm wettelijk is geregeld voordat de uitspraak in de moordzaak definitief is. Zij houden hoe dan ook rekening met hoger beroep bij het gerechtshof in Den Bosch.

Celstraffen
Het Openbaar Ministerie gaat eind deze week waarschijnlijk zeer lange celstraffen eisen tegen de drie verdachten. De verdachten ontkennen op hun beurt hun rol bij de moord. Zij zullen zich, naar het zich laat aanzien, niet neerleggen bij een veroordeling in Maastricht. Het staat de rechters volgens de advocaten vrij om vooruit te lopen op nieuwe wetgeving. Oehlen en Boonen laten in de zaak  Prins een proefballon op. Hierbij speelt het feit dat claims  in hoger beroep niet verhoogd mogen worden nadrukkelijk mee.

De verdachte in deze zaak wordt bijgestaan door Francoise Landerloo
LANDGRAAF – Wegens ontucht met een voormalige cliënte moet een 64-jarige ex-medewerker van Slachtofferhulp een celstraf en 120 uur werkstraf krijgen.

Dat eiste officier van justitie Annemarie Kemp vrijdag voor de rechtbank in Maastricht.

Claim
De man uit Landgraaf onderhield nog contact met de 25-jarige vrouw nadat hij haar had geholpen een claim in te dienen bij het Schadefonds Geweldsmisdrijven na een vermeend zedendelict. Hij zou haar op twee achtereenvolgende dagen in mei 2016 tegen haar wil hebben betast.

Zwijgrecht
De verdachte beriep zich voor de rechtbank op zijn zwijgrecht. Zijn advocate Francoise Landerloo bepleitte vrijspraak wegens gebrek aan bewijs.

Een van de verdachten in deze zaak wordt bijgestaan door Serge Weening

Het Openbaar Ministerie (OM) heeft 25 jaar celstraf geëist voor alle drie de verdachten in het liquidatieproces rondom Sven Prins.

Het OM acht zowel de moord op Prins als de poging tot moord op Nicky, vriend en bijrijder van Prins, bewezen.Celstraffen
Als het aan het OM ligt, gaat Xionel B. 25 de cel in, terwijl ook zijn kompanen Sergio K. en Jurandy T. 25 jaar de cel in moeten. 

Ook zijn er nog andere strafbare feiten ten laste gelegd. Namelijk de verkoop van automatische wapens en een handgranaat aan een in dit onderzoek ingezette politie-infiltrant. Een van de mannen wordt naast de moord op Prins ook verdacht van heling van politieshirts.

Liquidatie
Sven Prins werd twee jaar geleden in Brunssum op straat geliquideerd na een wilde achtervolging. Justitie had het drietal al snel na de moord op Prins in beeld. Een conflict in het drugsmilieu zou de aanleiding zijn.

Bluf
De undercoveragent die infiltreerde tijdens het onderzoek in het gezelschap. Xionel zou verhalen over de liquidatie aan de agent hebben verteld. Tijdens de behandeling van de zaak worden die verklaringen afgedaan als ‘stoerdoenerij en bluf’.Ook verdachte Jurandy zou verschillende verhalen ‘lachend en vol trots’ hebben opgebiecht aan de undercoveragent. Tijdens de zitting zweeg T. vooral.