donderdag, 30 oktober 2008 – door Annelies Hendrikx

RECHTBANK Advocaten: geen doodslag

Stephan P., hoofdverdachte in de zaak van de Geleense caféruzie die Fer Loontjens (47) het leven kostte, is dermate geschrokken van de negatieve manier waarop zijn plaatsgenoten over hem denken, dat hij Geleen wil verlaten.

“Hij had gen idee dat mensen zo slecht over hem denken”, zei zijn raadsman Peer Szymkowiak gisteren aan het slot van zijn pleidooi voor de Maastrichtse Rechtbank. “Het is zijn loyaliteit aan vrienden en familie- die heel belangrijk is geweest in zijn opvoeding en in zijn karakter verankerd ligt- die hem ertoe heeft gebracht naar voren te lopen in dat café en zich te bemoeien met een ruzie die al gaande was.

Hij wil verhuizen en zal zijn loyaliteit voortaan richten op zijn vrouw en twee dochtertjes.” Zijn beruchte reputatie dankt de 32 jarige P. onder meer aan een veroordeling wegens doodslag in 1997, toen hij acht jaar kreeg voor het doodschieten van de Geleense kastelein Tonie Kentjens. Ook maken vele getuigen in het strafdossier met nauwelijks verholen angst gewag van de ‘groep rond Stephan P.’, die zich nogal intimiderend zou gedragen in het Geleense uitgaansleven: “Als die groep er is, broeit er altijd wat.”

Een deel van die groep wordt nu verantwoordelijk gehouden voor de dood van Fer Loontjens, die op carnavalszondag in het Geleense café ‘t Vlaegelke dusdanig werd mishandeld dat hij dertien dagen later overleed. Tegen zes verdachten eisten het openbaar ministerie eergisteren celstraffen van twee tot tien jaar; voor een zevende werd vrijspraak gevraagd.

Stephan P. hoorde tien jaar eisen wegens het medeplegen van doodslag, maar volgens zijn advocaat Szymkowiak is daar geen bewijs voor. Aan de hand van getuigenverklaringen probeerde hij de rechtbank ervan te overtuigen dat het dodelijk letsel al moet zijn toegebracht voordat P. zich met de ruzie ging bemoeien. De patholoog-anatoom heeft verklaard dat dat letsel hoogstwaarschijnlijk niet is ontstaan toen het slachtoffer al op de grond lag, terwijl P. pas op dat moment bij de vechtpartij betrokken raakte, aldus Szymkowiak: “Hij kwam er als laatste bij en ging als eerst weg.” Hij vroeg de rechtbank zijn cliënt vrij te spreken van het medeplegen van doodslag en zijn straf drastisch lager te laten uitvallen dan de geëiste tien jaar.

Dat vroeg advocaat Theo Hiddema ook voor zijn cliënt, Gennaro S. (32), tegen wie eveneens tien jaar is geëist omdat hij volgens het OM de initiatiefnemer van de hele vechtpartij zou zijn geweest. “Hoezo initiatiefnemer? Het overkwam hem. Mijn cliënt stond gewoon op zijn plek in het café toen Fer terug naar binnen kwam en hem aanvloog, zoals getuigen hebben verklaard. Pas dan slaat hij Loontjens van zich af, waarop anderen het overnemen. Fer krijgt keiharde meppen tegen zijn hoofd, maar niet van mijn cliënt. Zo’n mep kan heel goed de fatale zwiep van het hoofd veroorzaakt hebben.”

De advocaten van de meeste andere verdachten stelden gisteren voor de rechtbank dat hun cliënten geen enkel aandeel hebben gehad in de fatale vechtpartij. Raadsvrouwe Francoise Landerloo van Anthony P. (26) en raadsman Serge Weening van Paul S. (22) – tegen deze verdachten is twee jaar geëist- vroegen de rechtbank hun cliënten volledig vrij te spreken, omdat geen enkele getuige hen heeft zien deelnemen aan de mishandeling. Advocaat Arthur Vonken van Barry H. (26), tegen wie acht jaar cel is geëist, voerde aan dat de enige twee getuigen die zijn cliënt wel hebben aangewezen als deelnemer, inconsistent en dus onbetrouwbaar hebben verklaard.

Ook hij vroeg vrijspraak. Raadsman Jules Heemskerk van Rick D. (22) – acht jaar geëist – vond dat zijn cliënt, die zijn aandeel in heeft bekend, evenmin verantwoordelijk kan worden gehouden voor de dood van Fer Loontjens en hooguit voor openlijke geweldpleging kan worden veroordeeld. Op 10 november reageert officier van justitie Anneke Rogier op de pleidooi.

ROTTERDAM – De vijf jongens tussen de 19 en 22 jaar, die half september een nachtbus van de RET overvielen, zijn deze week opgepakt. De daders zijn ingerekend na het vertonen van camerabeelden in het programma TV Veilig bij TV Rijnmond.

De jongens stapten donderdagochtend 18 september in alle vroegte in bij de nachtbus bij de Middenbaan Noord in Hoogvliet. In de bus waren geen andere passagiers aanwezig. Met een stroomstootwapen gaven ze de chauffeur elektrische schokken in zijn nek.

In totaal nam het vijftal 400 euro mee uit de kassa en de portemonnee van de chauffeur. Ook het busstempel werd gestolen. De overval heeft grote gevolgen gehad voor de buschauffeur, hij is nog altijd niet aan het werk.

Na de uitzending van TV Veilig van vorige week, die leidde tot enkele tips, hebben de jongens zichzelf maandag op het politiebureau gemeld.

woensdag, 29 oktober 2008 – door Annelies Hendrikx

GELEEN/MAASTRICHT – De getuigen van de fatale mishandeling van Fer Loontjens (47) hebben de samenleving een dienst bewezen, door ondanks hun angst verklaringen af te leggen.

Dat zei officier van justitie Anneke Rogier gisteren voor de rechtbank in Maastricht, waar de zeven verdachten van de mishandeling (op carnavalszondag in het Geleense café ‘t Vlaegelke) terechtstaan. De officier eiste celstraffen tot tien jaar.

“Zonder deze getuigen was vervolging niet mogelijk geweest. Zij zijn onevenredig zwaar belast omdat ze keer op keer verklaringen moesten afleggen.” Veel getuigen hebben gezegd bang te zijn voor de groep waarvan de verdachten deel uitmaken en sommigen zijn naar eigen zeggen bedreigd, aldus Rogier. “Toch hebben ze verklaard. Zij verdienen lof, omdat ze daartoe moed en kracht hebben gevonden.”

De officier acht voor vier van de verdachten bewezen dat zij ‘doodslag in vereniging’ hebben gepleegd. Tegen de hoofdverdachten Stephan P. (32) – die erkent dat hij met een kruk heeft geslagen, maar zegt dat hij het slachtoffer daarmee niet heeft geraakt – en Gennaro S. (32) – die de eerste klap zou hebben uitgedeeld, hetgeen hij ontkent – eiste zij ieder tien jaar cel.

Rick D. (22), die toegeeft dat hij enkele malen heeft geslagen en getrapt, en Barry H. (26), die elke betrokkenheid ontkent, hoorden ieder acht jaar eisen. De opgewonden H. verkoos halverwege het requisitoir in zijn zaak een verblijf in het cellencomplex van de rechtbank boven dat in de zittingzaal. Paul S. (22) en Anthony P. (26), van wie niet bewezen kan worden dat zij zelf geweld hebben toegepast, maar die zich daar volgens het OM ook niet distantieerden, eiste Rogier wegens openlijke geweldpleging twee jaar. Douglas C. (42) kan niet verantwoordelijk worden gehouden voor het gewelddadig optreden van de groep: voor hem vroeg de officier vrijspraak.

De ruzie op carnavalszondag ontstond door een futiliteit bij de gokkasten. Loontjens werd naar buiten gewerkt, maar kwam terug om verhaal te halen. Een geweldsexplosie barstte los, aan de gevolgen waarvan Loontjens dertien dagen later overleed. Al is niet duidelijk wie de dodelijke slag of trap heeft uitgedeeld, vast staat dat “dit samenspel heeft geleid tot de dood van Fer Loontjens”, concludeert Rogier.

Vandaag is het woord aan de zeven advocaten.

door Bart Olmer en Thijs Wartenbergh

ALMERE – Met zijn stoere zwarte Opel Antara met zwartgrijze 20 inch velgen vertrok hij zondagavond 19 oktober vanuit zijn woning aan de Picassostraat 24 in Almere. Maar René Karamatali (29) keerde niet levend terug. Vorige week werd hij gevonden: vermoord en weggemoffeld in een rioolbuis onder een klinkerweggetje aan de Poortmolenstraat. Twee getuigen, die nog niet door de politie zijn getraceerd, verklaren tegenover De Telegraaf dat zij de daders hebben gezien: drie mannen, onder wie een grote blonde kerel, die in het avondduister aan het graven waren. “Je zag meteen dat het niet deugde.”

Medewerkers van een rioleringsbedrijf stuitten afgelopen donderdagmiddag op het stoffelijk overschot van de Almeerder. Er was geklaagd over een verstopping en een zware rioollucht. Toen ze de zuigmond in het riool staken, deden ze de gruwelijke ontdekking: René Karamatali, die door zijn verontruste familie op een internationale opsporingslijst was geplaatst. De recherche moest de complete straat openbreken en de riolering omleiden om bij de lugubere inhoud van de dikke rioolbuis te kunnen komen. De recherche liet de dode man langdurig in het rioolwater liggen om in alle rust sporenonderzoek te kunnen doen, onder een witte tent en achter schermen met zwart plastic. “Ik liep één dag ervoor over die put”, zegt een buurtbewoner, die dagelijks zijn herdershond uitlaat. “Vlakbij staat een gemaal, waaruit vaak een rioollucht komt. Maar dit keer was de geur sterker en leek uit de straat te komen.”

De in Suriname geboren René Mohamed Nizar Karamatali was een opvallend figuur, type bodybuilder: krachtig postuur, kort zwart krullend haar, opvallende bakkebaarden en een ringbaardje, oorbel in linkeroor en opvallende littekens en moedervlekken. Sinds twee jaar runde hij particulier recherchebureau en beveiligingsbedrijf ‘René Security’, eerst vanuit zijn woning aan de Jol 24-22 in Lelystad en later vanuit zijn dure huurwoning aan de Picassoweg in Almere.

De website van zijn bedrijf is inmiddels uit de lucht, maar in oude pagina’s stelde Karamatali gewerkt te hebben als veiligheidsmanager bij diverse bedrijven en hotels. Zijn piepjonge bedrijf schetste hij als “een landelijk opererend gerenommeerd beveiligingsbedrijf”. “René Security is beveiliging op maat waarbij klantgerichtheid en vakmanschap centraal staan”, aldus de brochure van het bedrijf. Het beveiligingsbedrijf had een speciale vergunning van justitie om te mogen opereren. Ook claimde hij een eenmanszaak in de uitzendbranche te bestieren.

Het moordslachtoffer zei dat zijn bedrijf een erkend leerbedrijf was bij vakorganisatie Ecabo, waardoor hij beveiligers mocht opleiden. Bij zijn inschrijving bij de Kamer van Koophandel liet hij noteren ’45 werkzame personen’, kortom: het beeld werd geschetst van een succesvol bedrijf. Maar in werkelijkheid verkeerde Karamatali in financiële problemen, eigenlijk al de laatste twee jaren. Schuldeisers kwamen geregeld aan zijn deur, ook afgelopen zomer nog. En kort voor zijn verdwijning deed hij nog enkele kredietaanvragen vanuit zijn kantoor en woning aan de Picassoweg. Dat huis is vorige week volledig ontruimd. Aan de kale vloeren en wanden herinnert niets meer aan het moordslachtoffer. “Zijn vrouw heeft op de dag van Sint Maarten, dinsdag 11 november, dus nog voordat hij was gevonden, het complete huis uitgeruimd. Ze kon de huur niet meer opbrengen, en woont nu bij een tante. Ze was vreselijk ontdaan door zijn verdwijning”, aldus een buurman. Exklanten van Karamatali benadrukken dat hij veel zaken deed met beveiligingsbedrijf ‘Bensecurity’, eveneens gevestigd in Almere. Klanten kregen via Karamatali facturen van dit bedrijf. “De hele familie Karamatali werkt bij dat bedrijf, onder wie een broer.”

Omwonenden zijn verbijsterd over de rioolmoord. “Hoe kunnen ze hem nu in dat riool hebben gekregen? Die weg en het onderliggende riool zijn zes jaar geleden aangelegd”, zegt een omwonende, die er pal tegenover woont. Dat mysterie wordt opgelost door twee getuigen, die De Telegraaf traceerde, en die nog niet zijn gehoord door het 30 man sterke rechercheteam.

“Ik zag drie man graven bij dat gemaaltje. Dat viel vreselijk op, omdat het in het avonddonker was. En het waren bepaald geen werklui. Ze droegen ook geen werkkleding, zoals overalls of zo. Ik meen dat ze reden in een blauwe Opel Vectra”, zegt één getuige, die vlakbij werkt. Een andere Almeerder, die ook dagelijks langs het ‘moordriool’ rijdt, zegt: “Het was een donkere stationwagen, mogelijk een Astra. Het was waarschijnlijk een maandagavond, rond acht uur, dat ik die mannen daar zag graven. Dat was vreemd, je voelde dat het niet deugde. Het waren zeker geen medewerkers van een nutsbedrijf.” Volgens bronnen was Karamatali goed bevriend met de 49-jarige Brian Armand Stein, een vechtsporter die sinds 14 oktober 2008 word vermist, vijf dagen voor de verdwijning van Karamatali. Stein is die dinsdag om halftwaalf ‘s avonds voor het laatst gezien door een vriend in Amsterdam. Hij was in het bezit van een huurauto, een grijze Peugeot 206 met Nederlands kenteken 85-XF-JS. Stein heeft een tatoeage van een adelaar op zijn borst en op beide armen een tatoeage van een pauw met bloemen, aldus de politie Amsterdam-Amstelland. Op Surinaamse internetfora wordt druk gespeculeerd over de verdwijningszaken: volgens forumleden is de moord op Karamatali onderdeel van drie moorden/verdwijningen: “René was een mattie van Brian Stein, die ook sinds kort spoorloos is verdwenen. En zijn broer is 2 jaar geleden ook vermist, vijf maanden later ook dood gevonden. Geeft te denken, niet? Helaas voor hun vriendinnen en familie, die zitten met een hoop leed. Brian is nog steeds niet gevonden en zijn auto ook niet. Ik vind het allemaal een beetje eng worden.”

Ook René Karamatali’s Opel Antara, met kenteken 98-XV-VS, is nog niet gevonden door de politie.

Toen groep Molukkers de kroeg binnenkwam, verstomde feestgedruis onmiddellijk „Ze vlogen hem aan, sloegen hem overal. Hij werd letterlijk het podium opgeslagen”

HET ZUID-LIMBURGSE GELEEN gaat al jaren gebukt onder regelrechte terreur door een Molukse bende. De Molukkers en hun Nederlandse meelopers – vrijwel allen een criminele achtergrond – houden vooral huis in cafés en kroegen. Geruchten over afpersingen en bedreigingen in de horeca doen de ronde, regelmatig worden mensen afgetuigd. Een Molukker die ook nu weer in een gruwelzaak van zich doet spreken, schoot ruim tien jaar geleden al een Geleense kastelein dood. Vorige zomer vielen twee jonge Limburgers in het centrum van Geleen aan de groep ten prooi en raakten daarbij zwaargewond. En dan is er de erbijsterende doodslag op de Geleense isolatiewerker Fer Loontjes, waarvoor een deel van de groepering momenteel terechtstaat. Dit slachtoffer werd tijdens carnaval voor de ogen van tientallen feestende Limburgers letterlijk doodgeranseld.

FER LOONTJES liep in Geleens café vol carnavalsvierders tegen de verkeerde op.

GELEEN, zaterdag

Als altijd met carnaval was Fer Loontjes volgens zijn vrienden ’in een lollige bui’ geweest. Met volle teugen had de Limburgse isolatiewerker die dag genoten van de kleurrijke optocht en feestende massa. Maar carnavalszondag 2008 kreeg in Geleen een inktzwart einde toen de graag geziene Loontjes plotsklaps de verkeerden tegen het lijf liep. Amper twee weken later prijkte zijn levensmotto, ’Leef je leven, je maakt een vergissing als je het niet doet’, op zijn bidprentje.

In een overvolle rechtbank in Maastricht werd vorige week een begin gemaakt met het strafproces tegen de zeven mannen – vijf Molukkers en twee Nederlanders – die door justitie worden verdacht van betrokkenheid bij de gruweldood van de 47-jarige Limburger. Het gaat om een beladen strafproces met ijzingwekkende en verbijsterende details, neergelegd in tal van verklaringen. Want vele tientallen mannen en vrouwen blijken getuige te zijn geweest van de dodelijke mishandeling in februari dit jaar, in het Geleense café Het Vlaegelke.

Terug naar de dramatische carnavalszondag als Fer Loontjes rond negen uur in de avond met een goede vriend over de drempel van Het Vlaegelke stapt. Het feest is zowel binnen als buiten onder een luifeltent in volle gang. Er wordt gedanst, gelachen, gedronken en gepraat. Achter in het café spoelen medewerkers de glazen en poetsen het buffet. Onderwijl maakt de in Geleen geboren en getogen Fer Loontjes her en der een praatje met bekenden. „Fer was een vriendelijke, behulpzame man die nooit ruzie zocht”, verklaarden verschillende getuigen later tegenover de recherche. „Als hij gedronken had, was hij luidruchtig, maar die avond was Fer hooguit aangeschoten.”

Ook vrienden typeren de Limburger als een man met het hart op de juist plek. „Een goeiige lachebek. Fer heeft zeker tien jaar bij de plaatselijke carnavalsvereniging gezeten, hij lééfde voor carnaval. Hij was gescheiden en vader van een dochter en een zoon. Hij had veel vrienden, hield van klussen en schreef in zijn vrije tijd gedichten. Elke zaterdag ging hij met zijn moeder naar de markt en vaak at hij bij zijn bejaarde ouders. Nog steeds dekken zij de tafel voor Fer.”

Het feestgedruis in het Vlaegelke verstomt als andere, beduidend minder populaire gasten het café binnenkomen. Een groep Molukkers, circa tien man, enkele vrouwen en twee blanke mannen. Ze vallen op omdat ze niet verkleed zijn. Sommigen breedgeschouderd. Bijna allemaal in zwarte kledij. Enkelen kaal, anderen hun zwarte haar in staartjes.

Met de komst van de Molukkers ontstaat een angstige en zelfs explosieve sfeer. „We liepen op eieren, er kon ieder moment iets gebeuren”, aldus een van de bezoekers. Er zijn carnavalsgangers die zó bang voor de groep zijn dat zij later helemaal niets aan de politie wilden vertellen. „Ik ken die lui en wil niets zeggen. Ik kan me niets herinneren”, aldus een van hen. Een ander: „Ik ben niet gek. Ze gaan me dan zeker omleggen.” Toch zouden veel carnavalsvierders uiteindelijk geen blad voor de mond nemen en een onthutsend beeld schetsen. Het strafdossier typeert een groep Molukse mannen, in wisselende samenstelling, die sinds jaren met regelmaat in het Geleense uitgaanscircuit te vinden is en daar intimiderend en soms extreem gewelddadig optreedt. Een van de getuigen: „Altijd als zij binnenkomen, verandert de sfeer. Iedereen kent ze en wordt dan stiller. Ze stellen zich intimiderend, uiterst dreigend op. Deze mannen scheef aankijken of per ongeluk aanstoten kan al genoeg zijn voor ruzie.” Desondanks probeert een enkele feestganger in het Vlaegelke de groep bij het carnaval te betrekken. „Ik dacht: ’ik maak een grapje’, pakte een zwarte cowboyhoed en legde die bij een van de Molukkers op zijn hoofd. ’Zo, nou ben je toch verkleed’, zei ik. Hij lachte en keek weg naar een maat van hem. Diens blik was woest, van die bloedogen. Ontzettend agressief. Ik vond het heel eng en keek meteen weg.” Diverse cafébezoekers voelen de haast tastbare spanning en weten dat er elk moment iets kan gebeuren, maar Fer Loontjes lijkt zich daar in het geheel niet van bewust. Hij is bij de gokkasten in de drukke bar als het opeens compleet uit de hand loopt. Het maatje van Loontjes heeft juist vijf euro in de linkergokkast gegooid, op de rechter speelt Molukker Antonie P. Plotseling slaat Loontjes op zijn gokkast en roept volgens zijn vriend: ’Kom op zeg, geef me eens wat!’ Ook op de rechtergokkast zou hij een klap hebben gegeven, met de woorden: ’En geef die jongen ook wat!’ Onmiddellijk slaat de vlam in de pan. Tal van feestgangers zien hoe een kale Molukker met een tatoeage in zijn nek Fer Loontjes snoeihard tegen de gokkasten smijt. Getuigen herkennen deze man later als Gerano S. Deze 32-jarige Molukker is een voormalig lid van de bende van Leerdam, een gevreesde criminele organisatie die in de jaren negentig achter tal van geweldsdelicten als afpersingen en roofovervallen zat, alsook een reeks aan misdrijven, waarbij destijds twee doden vielen. Gerano S. zat elf jaar vast wegens zijn aandeel in het geweld. Alsof het afgesproken is rennen na de duw door Gerano S. ook enkele andere Molukkers en hun Nederlandse, eveneens eerder veroordeelde vrienden Barry H. en Rick D. op Fer Loontjes af om hem een pak slaag te geven. Met name de bijna 1.90 meter lange zwaargewicht Rick D., die in het verleden vastzat wegens onder meer gewelds- en drugsmisdrijven, zou daarbij voluit in het gezicht van het slachtoffer hebben geslagen.

„De mannen stonden met de ruggen naar mij toe”, aldus een bezoekster. „Ik keek Fer in zijn gezicht. Hij kreeg zeker vijf tot vijftien klappen te incasseren. Het deed erg pijn, dat zag je aan zijn uitdrukking. Hij had een bedrukt gezicht, als van een ingehouden schreeuw. Fer zakte ineen, omlaag tegen de muur, zijn armen beschermend om zijn hoofd.” Een getuige met ervaring in vechtsporten: „Er werd hard, echt vól doorgeslagen.”

Ook de Molukse Stephan P. (31), oudere broer van Antonie P., mengt zich volgens omstanders in het eenzijdige gevecht met Loontjes. P., getypeerd als leider van het Molukse groepje, is eveneens een bekende van politie en justitie. Hij kwam in 1997 in het nieuws nadat hij met zijn neef en maten dronken en vernielend door Geleen was getrokken. Toen de plaatselijke kastelein Tonny Kentjens daar iets van zei, schoot Stephan P. hem in koelen bloede twee kogels door het hoofd, het derde schot kwam van zijn neef. Stephan P. zat acht jaar achter de tralies.

Lappenpop

Als P. in het Vlaegelke een teken geeft, stopt de regen van felle slagen direct en smijt een van de Molukkers Fer Loontjes als een lappenpop naar buiten. Buiten zien carnavalsgangers de mishandelde isolatiewerker verward en slingerend – waarschijnlijk door de harde klappen – naar zijn vriend toelopen. Maar dan opeens trekt Loontjes zijn jas uit, rukt de bril van zijn gezicht en zet opnieuw koers naar het café. ’Nu is het gedaan’, hoort zijn vriend hem nog roepen. Tal van bezoekers proberen de man vergeefs tegen te houden. Wat bewoog de Limburger om terug te keren? Voor Suzanne Besters, die 23 jaar met Fer Loontjes getrouwd is geweest, blijft het een raadsel. „Misschien heeft iemand iets gezegd. Misschien pikte Fer het gewoon niet. Hij was geen vechtersbaas, agressie was hem vreemd. Maar hij had een sterk rechtvaardigheidsgevoel en zou het niet accepteren om zomaar zo geslagen te worden.”

Die beslissing werd Fer Loontjes fataal. Na luttele ogenblikken, volgens getuigen vijftien hooguit twintig seconden later, zou van de levenslustige Limburger niets resteren dan een kasplantje dat tot aan zijn dood aan beademingsapparatuur ligt. Een orkaan van dodelijke razernij en geweld heeft Loontjes in het bijzijn van een feestende massa verpletterd. Een getuige, terugkijkend: „Ik zag dat de deur van het café werd opengegooid en Fer weer binnenstormde. Hij leek kwaad op die kale Molukker, maar voordat Fer iets kon zeggen, werd hij al door die kale met een vuist geslagen. Het hele groepje, onder wie Stephan P., Barry H., Rick D. en ook Molukker Douglas C., stormde op hem af. Ze vlogen hem aan, sloegen hem overal. Het waren keiharde klappen, Fer werd letterlijk het podium opgeslagen. Ik schrok me kapot van dat geweld en dacht: ’Dit gaat helemaal mis’.” Een andere getuige: „Ik zag Fer voor het eerst toen hij achterover viel. Ik had de indruk dat hij geslagen was. Toen hij daar lag, stond de hele groep om hem heen en was hem voluit aan het trappen. Iedereen schopte hem, ze trapten met van die karatetrappen waar ze hem maar konden raken. Alle schoppen troffen zijn lichaam. Maar Fer bewoog toen al niet meer.”

Het is Stephan P. die door een tiental aanwezigen wordt aangewezen als de man die met een barkruk klappen zou hebben uitgedeeld. Een van hen: „Ik zag dat Stephan een barkruk boven aan de poten optilde en die kruk vervolgens een slag draaide, met de zitting naar beneden. Hiermee sloeg hij keihard naar beneden in de richting waar Fer op de grond lag. Hij moet hem voluit tegen het hoofd hebben geraakt.”

Even snel als de lynchpartij begon, is hij weer voorbij. De groep Molukkers en hun Nederlandse kompanen snellen naar hun auto’s en slaan op de vlucht. In het café lopen carnavalsgangers verdwaasd rond, sommigen in shock of in tranen. Fer Loontjes ligt roerloos op zijn rechterzij bij de bar, verschillende mensen zien een grote gapende wond op zijn hoofd en een plas bloed om hem heen.

Pijnprikkels

Een van de feestgangers knielt direct bij hem neer. „Hij bewoog niet, zijn ogen waren gesloten. Ik probeerde hem aan te spreken bij zijn naam, maar daar reageerde hij niet op. Ik controleerde zijn mondholte, Fer ademde nog. Maar op gegeven moment begon hij snurkend, rochelend adem te halen.” In de ambulance wordt geconstateerd dat Loontjes niet meer op pijnprikkels reageert en niet meer zelfstandig kan ademen. Zijn lichaam is overladen met wonden en bloeduitstortingen, maar het is een bloeding in zijn hersenen die hem het leven kost. Twee weken nadien worden de apparaten die Fer Loontjes in leven houden, stopgezet Molukkers Stephan en Antonie P., Gerano S., Paul S. en Douglas C. en hun Nederlandse kompanen Rick D. en Barry H. stonden vorige week voor het eerst voor de rechtbank in Maastricht wegens doodslag op Fer Loontjes terecht. Paul S., in het verleden veroordeeld wegens bedreiging en diefstal, lijkt niets met de zaak te maken te hebben. Wél wordt hij door een bedreigde getuige in verband gebracht met de zware mishandeling van twee jongemannen, David Rosenbaum en zijn vriend Ron, in juni vorig jaar in Geleen. Rosenbaum liep daarbij ernstig hersenletsel op, zijn vriend een verbrijzelde schouder. Serge Weening, advocaat van Paul S.: „Het is spijtig dat mijn cliënt twee keer op het verkeerde moment op de verkeerde plaats was en daardoor zes maanden lang van zijn vrijheid beroofd was. De rechter heeft al aangegeven dat er geen hard bewijs is voor betrokkenheid van S. bij beide feiten. Ik zie de uitspraak met vertrouwen tegemoet.” Ook Stephan P. en zijn broer Antonie worden verdacht van het mishandelen van Rosenbaum en zijn maat. Daarnaast ziet justitie Stephan P. als een hoofdrolspeler in de dood van Fer Loontjes. Maar P.’s raadsman, advocaat Peer Szymkowiak, noemt het aandeel van zijn cliënt in de zaak-Loontjes minimaal. „P. raakte pas op het laatste moment betrokken bij de mishandeling. Het letsel dat tot de dood leidde, kan niet aan hem worden toegeschreven. Uiteindelijk was het een gewone caféruzie, die tot grote droefheid van alle partijen fatale gevolgen had. Stephan P. is bereid voor zijn aandeel verantwoordelijkheid te nemen. In de mishandelingszaak van 2007 ontbreekt ieder bewijs voor zijn betrokkenheid.”

Diverse getuigen blijken de afgelopen maanden ernstig te zijn bedreigd. De nabestaanden van Fer Loontjes ontvingen daarentegen een spijtbetuiging. „Een briefje van Stephan P. Maar we geloven echt niet dat hij berouw heeft.”

MAASTRICHT – Het mag wel degelijk algemeen bekend worden verondersteld dat het schudden van een baby levensgevaarlijk is voor zo’n klein kind.

De rechtbank in Maastricht veroordeelde een vader uit Landgraaf gisteren dan ook tot celstraf wegens poging tot doodslag op zijn dochtertje. De 22-jarige vader kreeg 26 maanden, waarvan 18 voorwaardelijk met als bijzondere voorwaarde dat hij zich poliklinisch laat behandelen.

Volgens gedragsdeskundigen lijdt de man aan een lichte persoonlijkheidsstoornis en kan hij agressief reageren op spanningen. Zijn toen twee maanden oude kindje werd in de nacht van 3 op 4 december opgenomen in het ziekenhuis, waar artsen constateerden dat zij symptomen van het ‘shaken baby’-syndroom vertoonde. De vader heeft uiteindelijk ook toegegeven dat hij haar door elkaar had geschud.

Officier van justitie WIm Smits zei twee weken geleden dat het een ‘feit van algemene bekendheid’ is dat het door elkaar schudden van een baby levensgevaarlijk is. Dat bestreerd raadsman Serge Weening van de vader: veel mensen weten dat niet, onder wie zijn cliënt. De rechtbank is het evenwel eens met de officier. Ook de vader wist, stelt de rechtbank, dat een baby kwetsbaar is en dat het hoofdje altijd ondersteund moet worden. Hij besefte ook dat zijn onbeheerste handelen fout was, zo bleek uit zijn verklaring tijdens de zitting aldus de rechtbank.

Vier van de zeven mannen die worden verdacht van de doodslag op Fer Loontjens worden – samen met twee anderen – tevens verdacht van betrokkenheid bij een eerdere, zware mishandeling op de Markt in Geleen, in juni 2007. In de nacht van 9 op 10 juni werden twee mannen geslagen en getrapt. Eén van hen moest in comateuze toestand naar het ziekenhuis worden vervoerd; de tweede hield er een verbrijzelde schouder aan over. Voor de recherche was het geweld op carnavalszondag 3 februari 2008 aanleiding om opnieuw naar die ‘oude’ mishandeling te kijken. De hoofdverdachte in de zaak-Loontjens, Stephan P., zou ook hierbij betrokken zijn geweest. Eerder kreeg de politie geen grip op deze zaak, omdat getuigen bleven zwijgen uit angst voor de dadergroep.

Het openbaar ministerie wilde beide zaken gelijktijdig behandeld zien, maar de rechterbank heeft besloten ze afzonderlijk, na elkaar te behandelen.

Wanneer de verdachten van de mishandeling in juni vorige moeten voorkomen, is nog niet bekend.

Om met eigen ogen te aanschouwen of getuigen van de fatale mishandeling van Fer Loontjes inderdaad kunnen hebben gezien wat ze verklaren te hebben gezien, kwam de Maastrichtse rechtbank gisteren naar café ‘t Vlaegelke in Geleen.

Elf uur ‘s ochtend op een gewonen doordeweekse donderdag en het is volle bak in het Geleense café. Toch zouden de meeste kasteleins zich waarschijnlijk niet er gelukkig prijzen met deze ‘klandizie’. Drie rechters en een griffier, een officier van justitie, rechereurs, medewerkers van de parketpolitie, de café-eigenaren, vier journalisten en niet te vergeten twee nabestaanden.

Mag duidelijk zijn dat hier geen druppel wordt gedronken. Hier wordt gewerkt. Café ‘t Vlaegelke vormt het de decor van een gerechtelijke shouw: rechters proberen terug te gaan naar die fatale carnavalszondagavond 2008. Toen werd rond tien uur ‘s avonds de 47 jarige Fer Loontjens uit Geleen in zijn stamkroeg dusdanig in elkaar geslagen dat hij dertien dagen later aan de gevolgen overleed. In de maanden daarop werden zeven verdachten aangehouden, die mogelijk betrokken zouden zijn geweest bij deze mishandeling. Het was carnavalszondag en dus druk in de kroeg: ongeveer net zo druk als nu met de schouw. Zo’n veertig gasten waren aanwezig en velen van hen hebben tegenover de politie getuigenverklaringen afgelegd. De rechters willen vooral met eigen ogen aanschouwen of getuigen vanaf hun afzonderlijke posities inderdaad gezien kunnenn hebben wat ze zeggen te hebben gezien. Zo kan het gebeuren dat een meervouridge strafkamer het podium op klimt en een kijkje neemt achter de bar. Rechtbankvoorzitter Evert Krol maakt wel een uitzondering op de regel die wil dat degene die achter de bar kruipt, een rondje moet geven.

Het gaat uiteindelijk om de vraag of degene die achter de bar stonden precies kunnen hebben registreren wat er aan de ‘korte kant’ gebeurde. Is vanuit het midden te zien wat zich daar afspeelde? DIe korte kan van de bar, bij de toegangsdeur en de gokautomaten, heeft de speciale interesse van de rechtbank en ook van de advocaten. Hier is Fer die avond begingloos gevonden, zijn hoofd in een plas bloed. Nadat een technische recherceur erin is geslaagd een meetlint tevoorschijn te toveren, wordt hier alles opgemeten: de hoogte van de bar, de breedte, de lengte, de pilaar. Alles is nog hetzelfde als die zondagavond, verzekeren de uitbaters de rechtbank. Het uitzonderlijke aan deze schouw is wel dat er journalisten worden toegelaten, al komen fotografen en cameramensen er niet in, in verband met de privacy van de verdachten. De schouw is in feite onderdeel van een openbare terechtzitting, zegt persrechter Patrick Brandts, al is dit deel van de zitting ‘beperkt openbaar’: publiek is niet welkom. Daarom is het deel van de Markt voor ‘t Vlaegelke woensdagavond al afgezet. Buiten de hekken staan familieleden en vrienden van de verdachten die bezetten in de middaguren ook in groten getale de publieke triebune van zittingzaal A in het Maastrichtse gerechtsgebouw, waar de behandeling van de zaak voor iedereen toegankelijk wordt voorgezet. Hier kondigt officier van justitie Anneke Rogier alvast aan dat ze aan het eind van de rit vrijspraak gaat vragen voor verdachte Douglas C. (42), omdat er geen sprak is van ‘wettig’ en overtuigend bewijs’ van zijn betrokkenheid bij de vechtpartij. Vele getuigen hebben de politie verteld over ‘de groep rond Stephan P.’, een volgens hen bericte groep van wisselende samenstelling in het Geleense uitgaansleven. Op verzoek van enkele advocaten worden twee van de getuigen deze middag op de zitting gehoord. Officier Rogier probeert de rechtbank ervan te overtuigen dat deze mannen beter “buiten aanwezigheid van de verdachten” gehoord kunnen worden: “Ze hebben er sowieso al grote moeite mee om te getuigen.” Alle advocaten zijn daar op tegen en de rechtbank is het met hen eens. “Het is geen leuke setting voor de getuigen, maar ze worden in alle openhaarheid gehoord”, zegt voorzitter Krol.

De advocaten proberen tijdens de verhoren met name aan te tonen dat de getuigen onbetrouwbaar en weinig consistent zijn in hun verklaringen. Eén van hen is gaan twijfelen aan zijn eerdere verklaringen bij de politie. Hij weet niet meer of het hoofdverdachte Stephan P. (32) is geweest die hij een barkruk heeft zien hanteren. De barkruk waarmee slachtoffer Loontjens zou zijn geslagen. “Bent u nog bedreigd door Stephan?”, informeert P. ‘s raadsman Peer Szymkowiak bij deze getuige. Die ontkent dat. Vandaag wordt de zaak voortgezet met onder meer het horen van de patholoog van het Nederlands Forensisch Instituut over de exacte doodsoorzaak van Fer Loontjens.