BRUNSSUM – Een van de vier jonge Brunssumers die zijn aangehouden op verdenking van betrokkenheid bij de dood van hun 77 jarige plaatsgenoot Arnol Vink, blijkt een buurtjongen van het slachtoffer te zijn. Het is de 17 jarige jongen die afgelopen vrijdag werd opgepakt. Hij woont slechts enkele deuren bij Vink vandaan.

Volgens zijn advocaat S. Weening ontkent deze jongen elke betrokkenheid bij zowel de inbraken in de woning van de bejaarde Brunssumers als de dood van de man. De inverzekeringstelling van deze jongen en zijn 15 jarige medeverdachte is gisteren met drie dagen verlengd. Raadsman S. van Berge Henegouwen van de 15 jarige wil alleen kwijt dat de rechter-commissaris, die moest beoordelen of zijn cliënt terecht vast zit, daar in elk geval erg lang over na heeft moeten denken. Binnen drie dagen moeten deze twee verdachten worden vrijgelaten of de officier van justitie moet hun bewaring voor tien dagen vorderen.

De twee andere verdachten van 17 en 22 zijn zondagavond aangehouden. Ook zij zitten vast. Of dat rechtmatig is, moet de rechter-commissaris binnen drie dagen bekijken. De vier verdachten zitten in beperkingen, wat inhoudt dat zij – behalve met hun advocaat – geen contact met de buitenwereld mogen hebben.

Het openbaar ministerie verdenkt het viertal ervan 5 maart in de woning van Arnold Vink aan de De Ruyterstraat in de Brunssumse wijk Egge te hebben ingebroken. Van die inbraak deed de man zelf aangifte. Zijn lichaam werd op 10 maart in zijn huis gevonden door een huishoudster. Justitie vermoedt dat dezelfde vier jongens voor 10 maart zijn teruggegaan naar de woning en de bewoner toen hebben gedood. Op welke manier de bejaarde man om het leven is gebracht, wil justitie niet zeggen.

door Theo Sniekers

LUIK/LANDGRAAF – Eric van den B., oud-exploitant van hotel-restaurant Overste Hof in Landgraaf, zit niet langer vast in de Latin-gevangenis in België. De failliete belegger, die verdacht wordt van wietteelt, is op borgtocht vrijgelaten.

“De borgsom bedroeg 20.000 euro”, verklaart zijn advocaat Serge Weening. “Vrienden van hem hebben dat bij elkaar gelegd”. Volgens Weening moet zijn cliënt nog terechtstaan, maar Van den Bergh zelf hoopt dat het zover niet komt. Weening vindt de borgsom erg hoog en heeft er ook geen goed woord voor over dat Van den Bergh maanden vastzat in België. Hij zou in Plombieres, net over de grens bij Vaals, betrokken zijn bij de exploitatie van een hennepplantage van achthonderd plantjes. “In Nederland word je voor tien keer die hoeveelheid nog niet vastgezet.” Van den B. zegt onschuldig te zijn en wijst met de beschuldigende vinger nar de uit het Heuvelland afkomstige maar in Plombieres wonende V. Deze 50 jarige man werd op 6 december 2006 gearresteerd en zit vast in Verviers.

Volgens een woordvoerder van justitie in Aken wordt V. ervan verdacht in Duitsland in softdrugs gehandeld te hebben. Duitsland heeft om uitlevering van V. gevraagd.

door Theo Sniekers

LANDGRAAF – Eric van den B., tot begin 2006 exploitant van hotel-restaurant Overste Hof in Landgraaf, zit niet langer vast in de Lantin-gevangenis in België. De failliete belegger, die vastzat op verdenking van wietteelt, is op borgtocht vrijgelaten. “De borgsom bedroeg 20.000 euro”, verklaart zijn advocaat Serge Weening.

Van den B. (42) had dat geld zelf niet. “Vrienden van hem hebben dat bij elkaar gelegd”, zegt Weening. Volgens hem moet zijn cliënt nog terechtstaan, maar Van den Bergh zelf hoopt dat het zover niet komt.

Weening vindt de borgsom erg hoog en heeft er ook geen goed woord voor over dat Van den Bergh maanden vastzat in België.

Hij zou in Plombieres, net over de grens bij Vaals, betrokken zijn geweest bij de exploitatie van een hennepplantage van achthonderd plantjes. “In Nederland wordt je voor tien keer die hoeveelheid nog niet vastgezet.” Van den Bergh zegt ook onschuldig te zijn. Hij wijst met de beschuldigende vinger naar ene tweede verdachte in deze zaak, de uit het Heuvelland afkomstige maar in Plombieres wonende V. Deze vijftigjarige man werd op 6 december 2006 gearresteerd en zit vast in Verviers. De derde verdachte van betrokkenheid bij de plantage is de Duitser A., die in zijn eigen land vastzit op verdenking van drugshandel. Volgens een woordvoerder van het openbaar ministerie (OM) in Aken worden A. en V. ervan verdacht in Duitsland samen in softdrugs gehandeld te hebben. Deze zouden in België geproduceerd zijn.

Duitsland heeft om uitlevering van V. gevraagd. De woordvoerder van het OM in Aken verwacht dat België hiermee instemt, mogelijk nadat V. een – nog op te leggen straf – daar heeft uitgezeten. V. ontkent iedere betrokkenheid bij welke drugshandel dan ook. Volgens Van den Berg, die momenteel bij vrienden in Landgraaf verblijft, kon hij op borgtocht vrijkomen nadat bleek dat hij niets met de drugszaak in Duitsland te maken had.

door Bas Kock

Freddy: Jarenlang misbruik achtervolgt Rijense moordverdachte

RIJEN/CHAAM – Met de vondst van het vermoedelijke moordwapen lijkt justitie een doorbraak te hebben bereikt in de Chaamse maïsmoord.

Een mes dat is gevonden in de slaapkamer van de ex van de hoofdverdachte, bevat DNA van Marita Schoenmakers, de Belgische vrouw die afgelopen zomer dood werd gevonden in een maïsveld in het buitengebied van Chaam.

Justitie denkt dat de 25 jarige Fredy T. uit Rijen haar met dit mes de keel heeft doorgesneden. De politie heeft zijn ex vorige week gearresteerd. Het gaat om de 32 jarige José van E. uit Rijen. Omdat beide verdachten in beperking zitten, wil het Openbaar Ministerie in Breda niet op de zaak reageren. Freddy T. blijkt als kind jarenlang seksueel te zijn misbruikt. Dit misbruik heeft vermoedelijk een rol gespeeld bij de ruzie die aan de moord op Schoenmaekers voorafging.

Freddy’s moeder is in 2000 veroordeeld omdat ze de man die haar zoon misbruikte met een mes in de rug had gestoken. Ook Freddy zelf, diens vader en zussen zijn veroordeeld voor hun bijdrage in de mishandeling van de pedofiel. Freddy, die al sinds september vastzit, houdt vol onschuldig te zijn aan de maïsmoord, zo laat zijn advocaat Serge Weening weten. Wel zegt hij het lichaam in het maïsveld te hebben gedumpt.

Freddy T. heeft een darmaandoening en is volgens zijn raadsman in de gevangenis al dertig kilo afgevallen. “Ze bleef maar doordrammen over dat seksueel misbruik. Ik wilde dat ze ophield.” Met deze woorden onthult Freddy T. tegenover Belgische rechercheurs hoe de stomdronken Marita Schoenmaekers hem op die fatale zondagnacht in augustus aan het kwellen is. Het is tegen sluitingstijd en in het ruige motorcafé de Pitstop in het centrum van Turnhout zijn de laatste klanten inmiddels vertrokken. Alleen barman Freddy en vaste klant Marita zijn nog over.

Dat de 51 jarige alcoholiste haar zakken goed vol heeft, is niet verwonderlijk. Ze is al sinds vier uur die middag op kroegentocht. De voormalige prostituee is met haar hippiekleren en witte hondje een bekende verschijning in het centrum van haar woonplaats Turnhout. “Een heel lieve vrouw waar je goed mee kon praten, als ze nuchter was”, omschrijft een oude vriendin Marita. “Maar als ze dronken was, leek ze heel iemand anders. Dan bleef ze mensen maar uitdagen.”

Dat is precies dat wat ze ook die zondag doet, vertelt een Belgische kroegbezoeker die haar die nacht tegen het lijf loopt. “Ze sprak met dubbele tong en kraamde gemene taal uit.”

Barman Freddy is het doelwit van haar getreiter, een ervaring die niet nieuw voor hem is. Freddy is vijf jaar als het gezin T. vanuit Hilversum naar RIjen verhuist. Daar blijkt de stille, teruggetrokken en niet bijster intelligente jongen het ideale slachtoffer voor de plaaggeesten van het dorp, die hem voortdurend treiteren. Makkelijk slachtoffer is Freddy ook voor de Rijense zakenman Jos W., in wiens montagebedrijf de jongen op zaterdag schoonmaakwerk verricht. W. zal hem in zijn bedrijf vanaf zijn achtste tot zijn zestiende seksueel misbruiken.

Als Freddy het misbruik in 1999 uiteindelijk thuis opbiecht, gaan zijn vader, moeder en zijn twee zussen door het lint. Met z’n vijven stuiven ze naar Jos W., die niet alleen rare klappen krijgt, maar bovendien door moeder met een mes in zijn rug wordt gestoken. Alle gezinsleden zouden er later met werkstraffen vanaf komen. Maar waar Freddy niet komt, ook niet met therapie, trauma dat hij aan het misbruik overhoudt.

vrijdag, 9 maart 2007

‘Ze bleef maar doordrammen over dat seksueel misbruik. Ik wilde dat ze ophield.’

Hoe vaak hij misbruikt werd en hoe ver dat ging, blijft tijdens de rechtszaak tegen W. in 2001 onduidelijk, omdat een aantal van Freddy’s verklaringen volgens de officier van justitie ‘bewijsbaar onbetrouwbaar’ zijn. Freddy liegt, en leugens blijven als een rode draad door zijn leven lopen.

Het zijn leugens die ervoor zorgen dat de relatie met zijn vriendin Nancy vijf jaar op de klippen loopt. “Hij leefde in een fantasiewereld”, zou ze later tegen de politie zeggen. Gewelddadig is hij niet, maar wel merkt Nancy dat het misbruik diepe sporen heeft achtergelaten bij Freddy, bij wie ze ‘pijn en verdriet in de ogen’ ziet.

Pijn en verdriet lijken tevens de belangrijkste drijfveren voor het vervelende gedrag van Marita Schoenmaekers. “Ik ga er een eind aan maken”, roept ze op haar laatste nacht door haar mobieltje tegen haar vriend. Ze wil bij hem weg omdat hij haar slaat, zegt ze tegen Freddy. En dus geeft de barman haar die nacht in zijn Lada een lift naar Breda. Onderweg wordt de dronken Marita handtastelijk, verklaart Freddy na zijn arrestatie tegenover de politie: “Ze legde haar hand op mijn been. Ik wilde dat niet, ik had een vriendin en dat wist ze.”

Op de Snijdersweg in het buitengebied van Chaam, halverwege de weg van Turnout naar Breda, trekt Freddy haar uit de auto. “Ze sloeg me met haar handtas en ze probeerde met te trappen. Op een gegeven moment greep ze mijn adamsappel vast. Toen sloegen bij mij de stoppen door.”

Freddy knijpt Marita’s keel dicht totdat ze niet meer beweegt. Hij zet haar terug in de auto en rijdt naar de afgelegen Kloosterstraat, waar hij de nog levende vrouw met een maïsveld in sleept. Tijdens een reconstructie toont Freddy de Belgische politie later hoe hij Marita vervolgens met twee halen de keel doorsnijdt: “Pas toen ik met een bebloed mes in mijn hand terug bij de auto stond, besefte ik wat ik had gedaan.”

Na de moord rijdt Freddy terug naar Rijen, vermoedelijk naar het huis van zijn nieuwe vriendin José van E., waar de politie later het mes zal vinden. Het lichaam van Marita wordt de volgende dag door twee jongens gevonden. Omdat de politie denkt dat ze in België is vermoord, wordt het onderzoek daar opgestart. Het zijn opnieuw leugens die Freddy de das omdoen als de Belgen hem als getuige horen. In september wordt hij gearresteerd. Aan de zeer gedetailleerde bekentenis die hij vervolgens aflegt, moet volgens zijn advocaat Serge Weening geen waarde worden gehecht: “Hij bekende omdat hij naar Nederland uitgeleverd wilde worden.”

In gevangenschap weeft Freddy de ene leugen aan de andere. Nadat hij eerst een cafébezoeker beschuldigt, probeert hij de moord later in de schoenen te schuiven van de ‘bekende drugscrimineel John J.’. Het lijkt geen toeval dat dit de naam is van de voormalige leider van de beruchte Juliet-bende. Helaas voor Freddy zit deze John J. al jaren in de gevangenis. Niet verwonderlijk lijkt het dat noch de politie noch Freddy’s advocaat er tot nu toe in geslaagd is die andere John J. op te sporen.

Hoewel Freddy beweert dat deze ‘John’ Marita in het maïsveld vermoordde, heeft de politie er alleen sporen aangetroffen van Freddy’s Nikes. Diens bewering dat John weinig geloofwaardig. Belastend is bovendien dat Freddy zijn oude Lada de dag na de moord in Oosterhout naar de sloop bracht. Nu de politie in de slaapkamer van zijn ex het mes heeft gevonden met DNA-sporen van Marita, lijkt het doek voor Freddy definitief te vallen. Dat hij verstrikt is in een zelf geweven net van leugens lijkt hij op een goed moment ook zelf te beseffen. Zo erg hij tegen de politie: “Ik begrijp dat door mijn leugens niemand mij meer wil geloven.”

Voor dringende gevallen 24/7