DEN BOSCH – Ali B., de hoofdverdachte in de zogeheten pantoffelmoord op de bejaarde Arnol Vink uit Brunssum, moet volgens het volwassenen strafrecht worden berecht. Dat vindt het openbaar ministerie. Advocaat generaal K. Wetzels eiste gisteren in hoger beroep voor het gerechtshof in Den Bosch vier jaar met tbs, terwijl B. volgens het jeugdrecht tot maximaal twee jaar kan worden veroordeeld.

Ten tijde van de moord was B. zeventien jaar. Volgens Wetzels kunnen zestien en zeventienjarigen volgens het volwassenenrecht worden berecht, afhankelijk van “de ernst van het feit, de omstandigheden waaronder het delict gepleegd is en de persoonlijkheid van de verdachte”. Bovendien voerde Wetzels aan dat B., die bekend heeft Vink te hebben doodgestoken, er in het vonnis van de rechtbank in Maastricht met een lagere straf vanaf is gekomen dan de meerderjarige Mustapha Z.

B.’s advocaat S. Weening pleitte voor berechting volgens het jeugdstrafrecht. Hij stelde dat de vier “knullige te werk zijn gegaan”. Weening: “De moord is niet gepleegd met het denkpatroon van een volwassene. Bovendien is het van belang dat B. zo snel mogelijk wordt behandeld. Deze straf is niet goed voor de ontwikkeling van het kind. “De andere verdachten die minderjarig waren tijdens de moord werden wel volgens het jeugdrecht vervolgd. Het OM eiste tegen Soefian Z. en Mohammed S elk een jaar cel. Tegen Mustapha Z. 23 werd zes jaar gevorderd. De verhalen van het viertal kwamen niet overeen. B. beweerde dat hij de drie medeverdachten heeft verteld dat hij de pinpas en de pincode van Vink wilde bemachtigen, maar de anderen ontkennen dat. Ook zei B. dat Z. en S. vlak voor de moord een auto probeerde te stelen, om die te verkopen of te ruilen tegen een scooter. “Als dat was gelukt, hadden we Vink niet overvallen.” De drie medeverdachten bestreden ook dit verhaal, maar hun verklaringen liepen parallel.

Tijdens de zitting werd een brief van de familie Vink voorgelezen waaruit bleek hoe moeilijk het rouwproces is. “Je krijgt een flinke klap door alle verhoren en vragen. Je kunt het niet normaal verwerken. We missen het contact en de bezoeken.” De nabestaanden van Vink toonden medelijden met de familie van de verdachten. “We weten dat het ook voor hun ouders verschrikkelijk is. We hopen dat de verdachten kunnen worden behandeld.”

Arnold Vink werd in maart vorige jaar met messteken om het leven gebracht. De vier hadden het gemunt op Vinks pinpas en code. B. had vijf dagen voor de moord al bij de man ingebroken en op een bankafschrift gezien dat er 20.000 euro op zijn rekening stond.

De buit bestond uiteindelijk uit tachtig euro. Het hof doet over twee weken uitspraak.

door Annelies Hendrikx

MAASTRICHT – De rechtbank in Maastricht lijkt twijfelen aan de onschuld van de 36 jarige Gang I., uit China, die wordt verdacht van moord op wel doodslag op zijn 41 jarige landgenote Cha Jiao in Nijswiller. Bij tussenvonnis bepaalde de rechtbank gisteren dat nader onderzoek noodzakelijk is. Ze volgde de eis van het openbaar ministerie om vrijspraak van moord c.q. doodslag niet en heropende het onderzoek.

De rechtbank wil op de volgende zitting (binnen drie maanden) drie getuigen horen en later eventueel een reconstructie laten plaatsvinden. De getuigen zijn advocaat S. Weening van de vrouwelijke verdachte Ming in deze zaak, die in januari zelfmoord pleegde in haar cel; de arts-patholoog van het Nederlandse Forensisch Instituut en een vrouw in hetzelfde huis in Nijswiller woonde als beide Chinese vrouwen. Naar aanleiding van hun verklaringen beoordeelt de rechtbank of ze ter plekke een reconstructie wil houden. “om de verklaring van Ming op haar mogelijkheid of onmogelijkheid te toetsen”.

Ming 36 heeft vlak voor haar zelfmoord verklaar dat zij haar vriendin Cha heeft omgebracht en dat haar vriend Gang L., er niets mee te maken had. Hij zou alleen hebben geholpen het lichaam van Cha te verstoppen. Officier van justitie C. Ament volgde deze lezing twee weken geleden in grote lijnen en eiste alleen twee jaar cel tegen L., wegens het wegmaken van het lijk.

Het lichaam van Cha werd 18 oktober gevonden in een reiskoffer in een maïsveld in Nijswiller. Eerst verklaarden beide verdachten dat L. Cha had omgebracht. Later stelde Ming dat zij dat had gedaan en ook in 24 afscheidsbrieven die na haar zelfmoord zijn gevonden, geeft ze toe haar vriendin te hebben gedood. Volgens officier Ament zou dat wel eens kunnen kloppen, omdat Gang L., – zo blijkt volgens het OM onder meer uit gegevens van de gsm’s van beide verdachten – die nacht van 28 en 29 september niet aanwezig was in het huis waarin Cha toen is omgebracht. Tijdens de zitting ontkende L., zelf ook dat hij haar heeft gedood. De rechtbank is dat kennelijk nog niet zo duidelijk.

Voor L’s raadsman G. van Tilborg kwam dit tussenvonnis als een verrassing: “Dit had ik niet verwacht. Dat de rechtbank een reconstructie wil, kan ik begrijpen, maar wat mij betreft had dat ook gekund zonder het eerst horen van de getuigen.” Eén van de getuigen is advocaat S. Weening die de vrouwelijke verdachte bijstond. Hij heeft steeds gezegd ervan overtuigd te zijn dat zij alleen de schuld op zich heeft genomen om haar vriend te ontlasten. “Die overtuiging is niet veranderd”.

Het openbaar ministerie in Maastricht wilde gisteren niet inhoudelijk reageren op het tussenvonnis: “Dit is een uitspraak van de rechtbank. Daar hebben we ons simpelweg bij neer te leggen”, aldus woordvoerder H. Willems.